Glazen huis, gadverdamme wat mooi

Ik bleef alleen thuis. De rest van het gezin ging op de fiets glibberend naar de stad om een kijkje te nemen op de Grote Markt. Daar was 3FM actief om geld bijeen te draaien voor het project tegen malaria van het Rode Kruis. Een waar spektakel in elke zin des woords. Leuk om te kijken op de computer of als nacht-tv. Fris om te luisteren op de radio. De hele dag en nacht stonden er mensen op de Markt om geld te doneren of om gewoon te kijken. En vanavond gingen wij ook. Althans, ik niet, ik was te moe. Op mijn computerscherm tuurde ik of ik mijn kroost kon herkennen. Queen werd aangevraagd, We will rock you. De jocks zweepten het publiek op om mee te klappen en te dansen. Pom, pom, pom, pom, handen klappen en dan armen gestrekt de lucht in. Met succes! Ik kreeg een brok emotie in mijn keel. Daar moet ik ook bij zijn, ging door mij heen. Dit wil ik delen met mijn geliefden. Hier komen wij later op terug als onderdeel van het collectieve gezinsverleden. Snel mobiel contact gezocht met mijn gezin: papa komt er aan. Muts, sjaal, geld, sleutels, mobiel, helemaal klaar de kou in. Op de Vismarkt vond ik de fietsen van mijn vrouw en kids, snel de gladde straten door, de dreun van de muziek was van ver te horen. Ik gleed van de haast bijna uit, vloekte even. Oeps, dit is niet goed, de hele week hekelde ik het grove taalgebruik van de platendraaiers. Gadverderdamme, klonk het bij elk sapje. Kut, als het weer eens misgegaan. Jezus, als er verbijstering getoond werd bij een megadonatie. Maar goed niet zeuren, het is voor het goede doel, al denk ik dat per grofheid een tientje de kas fors had gespekt. Gemiste kans. Enfin, ik kon het niet over mijn hart krijgen om er echt werk van te maken. Who the fuck cares, om in de terminologie te blijven. Want wat is het gaaf om dit te zien. Heel het land doet mee, en hoezo Groningen, er gaat niets boven Groningen en zo is het. Ik zocht heel even en zag al snel mijn dochter met haar blitse snowboots, vlak voor het raam staan. Mijn zoon stond er naast. Ze namen alles in zich op wat er te zien was. Dit was goed, ik glimlachte bij het beeld. Gaaf om zo jong al mee genomen te worden in iets moois. Een grootschalige actie en toch zo benaderbaar. Ver weg op het scherm en met de fiets bereikbaar. Giel en Gerard waren druk bezig met hun een na laatste dag. In het publiek dronken veel mensen warme choco, men zwaaide naar zich zelf als ze op het scherm te zien waren. Een heerlijk sfeertje, gemoedelijk, jong en oud vermaakten zich. Blije koppen en van goeds gevulde harten. De Grote Markt het centrum van het land. Tonnen en miljoenen stroomden binnen, de eurobult groeide met elk nummer. Ik was blij dat ik mijn apathie verloren had. Tevreden liepen wij het plein af. Mijn zoon had gedoneerd, hij had geld in de brievenbus geschoven. We zochten een eetcafé op en vierden met een lekker maal de verjaardag van onze verkering, ooit ontstaan aan de Grote Markt. Grunn’n rules!
GRAVEYARDSHIFT

Tsja daar zat ik weer. Niet kunnen slapen, het begint een patroon te worden. De nacht is lang en eenzaam, zo stelt het cliché. En ja hoor het is inderdaad waar. Ik dwaal door het huis. Ik snaai wat te eten, neem een slok van een borrel en waak tussen door. Het is donker in de nacht. Al zorgt de sneeuw deze week voor een lichte versie van de nacht. Dat geeft een aparte dimensie aan deze laatste nachten van het jaar. Het kleine maantje is ergens nog te zien al weet ik nu niet waar. Je zou er bijna vrolijk van worden. De sneeuwhopen langs de straat zijn hoog, zoveel sneeuw is er in jaren niet gevallen, al zet de dooi nu wel in. Alles is vergankelijk ook de sneeuw. En het is koud, de vorst heerst. De cv staat natuurlijk niet ingesteld op mijn verstoorde nachtritme. Het huis is gevuld met koude lucht. Dikke sokken en fleece brengen uitkomst. Ik probeer het restje warmte bij me te houden.
En wat nu? Wat ga ik doen? Slapen kan ik nog niet. Ik start de pc op, verhaaltje schrijven dat lucht vaak op. Ter opleuking op internet kijken en natuurlijk kom ik terecht op 3FM.nl: het glazen huis is te volgen. Live vanaf de Grote Markt in onze stad. Gerard en Angela zijn te zien in de doorzichtige studio. Altijd leuk om te zien hoe radio gemaakt wordt. Maar dit is nog leuker want er is publiek te zien. En dat publiek is om half vijf nog heel actief. Er is een flinke groep jongeren, twintigers die joelend en springend (of is het dansend) op de Grote Markt staan. Ze strooien met geld om platen aan te vragen. Sommige verzoeknummers zijn walgelijk, Venga Boys. Bijna alle kids lijken lam, strak van de drank. En ze hebben lol. Op de achtergrond zie je de wat oudere mensen staan. Al is het midden in de nacht er staan ook wat mannen en vrouwen op leeftijd – dus boven de dertig - te kijken. Ze kijken geamuseerd naar het brallende publiek. Het is misschien mijn leeftijd die mij parten speelt, maar ik vind het bizar. Zuipen, brallen en foute nummers aanvragen en dat voor het goede doel. En zo wordt er party-party-party geld binnengebracht voor de bestrijding van malaria. Nee, generatie Einstein laat zich van zijn betrokken kant zien. Niet te zwartgallig, want er is ook een jonge vent die Dylan aanvraagt en 85 euro betaalt. Het hele plein lalalalaat. De flesjes bier en de Vögeltjes verdwijnen in de keeltjes. Ik dwing mij om het leuk te vinden. Ik verdring de irritatie om het Vindicat-sfeertje. Brachten we vroeger kleingeld in luciferdoosjes naar Mies, nu is het flappen aftappen bij Giel. What’s the difference. In ieder geval geeft het mijn nacht wat kleur. Ik heb wat te doen en te kijken. Ik merk bijna niet dat ik door slapeloosheid overvallen ben.
Ondertussen zwaait het publiek met sterretjes. Ik sluip door het huis. Pak mijn jas en schuif de pui open, even een peukje roken op de veranda. Het is echt koud buiten. Ook stil, de sneeuw dempt het nachtgeluid. In de stilte probeer ik tot diepere gedachten te komen. Verder dan kou en vorst kom ik niet. Snel weer naar binnen, klokje drank mee en weer achter de pc. De graveyardshift is nog gaande. Ik vraag me af wat er nou zo leuk is aan radio kijken. Is het soort voyeurisme? Ik denk het wel. Wat doet iemand die eigenlijk niet te zien is? Een radioman is onzichtbaar, al is het tegenwoordig mode om via webcams mee te kijken. Ik ervaar het alsof ik stiekem bij de buren kan binnenkijken. Dat is eigenlijk not done en daarom zo leuk. Eén van de stiekeme geneugten. Maar het Glazen Huis zorgt voor meer voyeurpret, het publiek is ook in beeld. Dubbel gluurgedrag, dat is het aantrekkelijke van de cam op de Grote Markt.
De nacht zit er bijna op. Ik ben door mijn slaap heen. De slaapklop zal straks wel komen, als iedereen wakker is. Overdag slapen wordt een gewoonte van me. Het zou anders moeten, maar ja het gebeurt nu eenmaal. In ieder geval heb ik wel genoten van het kijken en gluren. Als is het een bezoeking, met Anita Meijer. Al zie ik wel glunderende koppen op de Markt. De jeugd viert feest, ik overdenk het leven. De nacht duurt nog lang en is nog steeds eenzaam. Mijn graveyardshift zit er nog lang niet op. Ik ga maar eens proberen de slaap te vatten.

Zondag in de regen

Het voordeel van vroeg uit de veren is dat je het weer kunt zien veranderen. Vanochtend stond ik om half negen, vroeg voor de zondag, buiten om een rondje door het park te rennen. Ik had de afgelopen maanden niet buiten gelopen. Wel had ik onder leiding van mijn fysiotherapeute op de loopband gehold. En dat ging steeds beter. Ik kreeg van de gebruikers van de oefenzaal bewonderende blikken als ik de loopband op tilt wist te krijgen door steeds harder te gaan. In het begin van mijn oefentijd, durfde ik niet te hard te gaan. Mijn linkerarm deed niet goed mee. De arm bleef hangen. Ik moest de arm bewust meezwaaien in het ritme van de looppas. De spiegel bood uitkomst. Een grote passpiegel werd voor mijn loopband geplaatst zodat ik alleen mijzelf kon zien lopen. Zo zag ik pas voor pas mijn zwaai terugkomen. Het bood zelfvertrouwen. Met een beetje hulp vond ik een cue om het ritme vast te houden. Simpelweg tot vier tellen bleek te volstaan. Week na week oefende ik. Eerst kleine stukjes, maar deze week schoot ik ineens over het half uur. Ondertussen baalde ik er enorm van dat ik mij niet langer mengde tussen de joggers in het park. Telkens als ik wandelend of fietsend een sololoper of een groep renners tegen kwam, keek ik weg. Een beetje boos op mijn situatie. Ik wilde het eigenlijk ook weer. Maar mijn lef was weg. Ik was bang dat ik niet zo mooi meer liep, wat mijn fysio ook zei. Ik schaamde er voor dat ik niet zo lang meer kon lopen. Minder dan een kwartier leek mij inferieur. Maar afgelopen week veranderde dat toen ik op de loopband ineens de vier mijl af had gelegd, voor een stad-Groninger een magische afstand. Ik kon het dus nog. Ik was moe, had vier dagen spierpijn, maar ik kon het nog. Een heel zacht juichje weerklonk in de oefenzaal. De endorfine had mij gered. De hele week liep ik op wolken. En vanochtend was het zover. Ik deed mijn ogen open, zag dat een flauw zonnetje door de wolken scheen. Ik wist dat dit het moment was. Binnen tien minuten na ontwaken rende ik de straat uit, het park in. Het was vroeg in de lange zondag. Het voordeel van het vroege ontwaken is dat je het weer kunt zien veranderen. In mijn eerste honderd meter verdween de zon achter donkere wolken. Mijn hardloopschoenen kregen heel wat regenwater te verwerken. Nog voor dat ik het park bereikt had, regende het. Maar ik liep weer buiten. De regen kon mij niet deren. De zon bleef wat mij betreft schijnen deze zondag. Bij elke stap won de zon aan kracht. Kracht die ik goed kon gebruiken. Hoe hard het ook regende ik kwam blij binnen. Na een heerlijk warme douche kon ik er weer tegen, tegen die hele regenachtige dag.