Kerstmisdaad

 

In klas 2 van de lagere school had ik een strenge juf. Als ik het goed herinner kwam in haar achternaam het woord ‘haai’ voor. Tegenwoordig zou je zeggen dat ze ‘bitchy’ was, maar dat was in 1976 nog niet uitgevonden. Om ons te motiveren de tafels van vermenigvuldiging uit het hoofd te leren, werd ons een reep chocolade beloofd. Om die reep te krijgen moest je voor de klas de tafels tot en met dertien op kunnen dreunen binnen een bepaalde tijd. Natuurlijk deed ik mijn best. Als een van de eersten probeerde ik de kruisjes achter mijn naam gevuld te krijgen. Voor elke tafel die je beheerste kreeg je een kruisje op een schema dat op het prikbord hing. Zo’n kruisje kreeg je als je aan het bureau van juf Haai in een privé-sessie de tafel op kon zeggen. Als je die voorronde had gehaald mocht je door naar de publieke finale. De lust in chocola was bij mij enorm. Het lukte mij om de lastige tafels van twaalf en dertien uit mijn kop te leren. Ik slaagde met vlag en wimpel. Uit het laatje van haar bureau haalde juf Haai de choco-reep. Het bleek een reep Bros te zijn. Namaak chocola, meer lucht dan choco. Gadverdamme, ik walg er nog van. Genept voelde ik mij. Ik zon op wraak.

Dat moment kwam toen het kerst werd. De klas was mooi versierd. Kerststal, kerstslingers, engeltjes, kaarsjes en een kerstboom in de klas. Die ochtend zouden wij na de gymles kerstmis vieren: een kerstverhaal en kerstknabbels en daarna creatief kerstkaarten maken. De juf maakte ons lekker door ’s ochtends de kerstkransje (met echte roomboter bereid) en de chocolade kerstsnoepjes in schaaltjes klaar te zetten onder de boom. Helaas kon ik niet mee doen aan de gymles. Samen met een ander net weer beter klasgenootje mocht ik in de klas achterblijven. De rest ging naar de gymzaal onder leiding van juf Haai. Wie het bedacht heeft weet ik niet meer, maar we hebben alle chocolaatjes opgesmuld. Toen de klas terugkwam, zag juf Haai direct wat er was gebeurd. Natuurlijk ontkenden wij onze betrokkenheid bij deze chocomisdaad. Helaas werden wij niet geloofd. Op de gang met onze neus tegen de wand, hoorden wij, snoepkonten, hoe juf Haai het kerstverhaal over de stal en de ster van Bethlehem vertelde. Telkens als ik nu nog een kerststal zie moet ik denken aan de kerstboom in de klas en de chocolade hulsttakjes. Juf Haai loste het probleem op door ons op de gang te zetten en de directeur in te lichten, die zou onze oren wel eens wassen. De andere kinderen kregen in plaats van een chocolaatje een reep Bros mee naar huis.

Nabeschouwing blogjaar 2010

Wat was mijn favoriete bericht?

Scrollend door mijn blog-archief zie ik verschillende soorten stukken. Ik heb veel over mijn eigen ervaringen geschreven. Stukkies over wat ik zie of meemaak. Andere berichten gingen over de actualiteit. In het verkiezingsjaar heb ik de campagne en formatie van commentaar voorzien. De derde groep afleveringen waren gebaseerd op wat research. Het jasje van Van Speijk en het LSD-dorpje in Frankrijk waren daarvan voorbeelden. Ik zocht dit jaar naar een vorm en naar thema’s. Eigenlijk zoek ik nog steeds.

Welk bericht was mijn mislukking?

Soms schrijf je iets in de hoop dat je veel reacties los maakt. Ik schreef op 15-7 een stukje over een windhoos op een Nederlandse camping en hoe het journaal daar verslag van deed. In mijn bericht heb ik overdreven en de waarheid geweld aangedaan. Ik hoopte er veel lezers mee te krijgen, maar dat viel tegen.

Welke reactie vond ik het leukste?

Het is kinderachtig maar waar: elke reactie is leuk en maakt je blij. Het is een teken dat je stukjes gelezen worden en soms ook gewaardeerd. Van bekende mensen kreeg ik regelmatig een reactie. Soms ook van totaal onbekende. In de verkiezingstijd had ik iets geschreven over een toeschouwer bij een verkiezingsdebat dat op tv werd uitgezonden. De opmerking die ik maakte over het t-shirt van deze politieke fan bleek niet te kloppen (ik haalde de beeltenis van Willem van Oranje en Geert Wilders door elkaar). De eigenaar van het shirt reageerde op mijn blog.

Hoe stond het met de omvang van de stukjes?

Ik denk dat ik al snel te veel woorden gebruik. Mag wel wat indikken. Gemiddeld zo rond de 400-500 woorden, scherm is al snel vol. Het is de ruimte die ik kennelijk nodig heb. Ik wil het zo laten, maar mag wel ietsje minder. Zeker vergeleken met de eerste afleveringen.

Foto, hoe gebruikte ik afbeeldingen?

Ik heb in de zomer gewerkt met een cameraatje. Foto’s bij de stukjes. Rondom het WK heb ik zo oranje versieringen in de wijk vastgelegd. Ook heb ik een tijdje plaatjes gezocht bij de teksten. Het jasje van Van Speijk en Foute Journalistiek zijn daarvan voorbeelden. Achteraf gezien ogen die teksten leuker dan de lappen letters. Toch maar doen. Of ik het niveau haal van de foto-blog op NRC-Next is de vraag, kijk maar eens hoe mooi. http://www.nrcnext.nl/beeld/

Kopjes, wel of niet gebruiken?

Ik schrijf het liefst aan een stuk door. In alinea’s deel ik mijn teksten wel op, maar ik vergeet eigenlijk de wet van het internet: zorg voor snel te scannen artikeltjes. Kenmerken: duidelijke trefwoorden, brede opmaak, witregels en gebruik kopjes. Een leerpuntje lijkt me.

Labels, welke en zo?

Halverwege het jaar ontdekte ik het nut van labels. Ik voeg ze nu toe om makkelijker gevonden te kunnen worden. Mijn eigen naam en de titel van het blog alsmede de term blog komen het vaakst voor. Ook Groningen en politiek heb ik veel gebruikt. Het WK, geschiedenis en gezin scoren iets minder. Heel veel labels gebruikt ik maar een keer. Ik denk dat ik de labels nog beter kan inzetten.

Voornemens voor komend jaar

· Regelmaat erin houden, minimaal twee stukken per week

· Meer beeldmateriaal

· Onderwerpen scherper selecteren, meer in elkaars verlengde

· Tussenkopjes invoegen

· Niet meer dan vierhonderd woorden

· Meer ruimte op het scherm

· Geen sensatie trappen om op te vallen

Boer zoekt vrouw en doet aan voetje vrijen

boerzoektvrouw-logo-300

speeddate

Boer zoekt Vrouw is weer op de buis. Vanavond was de speeddate. De boer krijgt vijf minuten per vrouw de tijd om te bepalen of het wat is. Of er een klik is. Op de bank genieten we mee. Boer Richard is de man van de ogen. Hij kijkt met zijn donkere kijkers alsof het laserogen zijn. Hij is heel rechtstreeks. Als een van de kandidaten niets weet te zeggen en ook Richard stil is, spelen ze ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’. En wat zie je, vraagt de boerin in spé. ‘Een lekker ding!’

Tja, Richard is eerlijk en recht door zee.

voetje vrijen

De klik is er bij sommige combinaties absoluut niet. Jammer genoeg krijgen we niet alle vijf moeilijke minuten te zien. Wat wel zien is dat Richard handtastelijk is. Hij houdt de handen van zijn dames vast. Ook wordt hij door een van de vrouwen betrapt op voetje-vrijen. Hij komt weg met een grapje, maar we weten nu al wat voor type we in huis hebben.

date een bekende

Een andere nieuwigheid is de bekende uit de buurt van de boer die reageert. Annemarie, boerin, en geitenman Frank kiezen een kandidaat uit die zij al kennen uit de plaatselijke kroeg. In het echt durven ze het niet te zeggen, maar voor het oog van de nationale camera van de KRO, bekennen ze hun interesse. Nog even en ook de exen van de boeren gaan meedoen.

economisch daten

De boerin met tien mannen om uit te kiezen, krijgt een eerlijke boer op bezoek. Heel eerlijk geeft de jonge boer toe dat hij haar wel leuk vindt, maar dat het opstarten van een eigen bedrijf een stuk makkelijker gaat met haar als partner. Dat is de essentie van het boerenhuwelijk: trouwen om te groeien als ondernemer. Meer grond, meer quota, meer melk, wat nou liefde. De eerlijke jongen werd door Annemarie neergesabeld. Zij is op zoek naar een leuke vent, voor de schuurfeesten en de lol.

Poolse bruid

Boer Marcel is in zijn zoektocht het pad ingeslagen van de Poolse Bruid. Hij heeft zelfs Pools geleerd om in dat land te slagen. Zijn missie in Polen mislukte. Maar tot zijn grote verrassing reageerde een Poolse vrouw met kind. Uiteraard kwam zij door zijn selectie. De andere dames staan nu al op achterstand.

uitgeleefde boerenkeukens

Boer zoekt Vrouw is begonnen. Het moet het kijkcijfersucces van de winter worden. Of is de formule aan slijtage toe? Hebben we niet alles gehad ondertussen? Straks krijgen we de uitgeleefde keukens van de boeren weer te zien, de sneuiigheid van volwassen boeren die nog bij hun bejaarde moeder wonen en de boer die met zijn mond vol tanden staat. Natuurlijk verschijnt Yvon op de boerderijen om de boeren aan te moedigen en te helpen een keuze te maken. Met haar vrolijke oogjes, haar kekke jurkjes en dappere laarsjes zal zij de boeren helpen in hun zoektocht.

cynisme en ironie

Volgens Yvon kijken wij omdat wij het cynisme en de ironie moe zijn. Wij kijken omdat op de boerderijen het pure leven nog geleefd wordt. Wij kijken omdat wij in de boeren de ongecompliceerdheid terugvinden die wij in de grote stad zijn kwijtgeraakt. Ik denk dat we kijken uit leedvermaak. Of ter bevrediging van ons cynisme. Of kijken we om te ontdekken dat ook boeren in een tredmolen zitten. Ze hebben geen tijd om een vrouw te vinden, de drukte van het bedrijf zorgt ervoor dat ze niet eens op vakantie kunnen. Alleen via relatiebemiddeling komen ze nog aan de vrouw. Noem dat maar ongecompliceerd.

Ach, wat, als het maar leuke tv oplevert. En vooralsnog is dat het geval.

Kerstversiering in de Vinex

oranje

Ik had kunnen weten. In de oranje WK-zomer trof ik in de tuinen en aan de huizen van mijn suburb oranje slingers en spandoeken aan. Ik verbaasde mij toen over de platvloersheid in een op het oog ontwikkelde woonwijk. Het zou wel door de acute WK-koorts komen. Iets dat kortstondig en tijdelijk moest zijn. De oranje versiering verdween na de verloren finale. Wat er met de wijk gebeurd zou zijn als de titel gewonnen was, wil ik niet weten. Het uiterlijk herstelde zich. De bedaagdheid keerde terug.

urinespoor

Maar nu is het bijna kerst. De sneeuw ligt op elke stoep. Gladheid heerst. Glibberend over de slecht schoongemaakte trottoirs sleept de hond mij door de wijk. Als hij stil staat om een urinespoor te keuren, kijk ik rond. Zeker tijdens de avondwandelingen doe ik dat graag: even gluren bij de buren. Hoe of het bankstel staat bij Mien en het buffet met plastic rozen, dat soort werk. De laatste dagen viel het mij op dat de kerstverlichting oprukte in de tuinen. De wansmaak komt wel heel dichtbij.

kitsch-lijst

In volgorde van de kitscherigheid:

· Een kerstboompje met kleine witgele elektrische lampjes.

· Een kerstboompje met rood, wit en blauwwitte elektrische lampjes die knipperen

· Blauwwitte gekleurde sneeuwvlokken van twintig centimeter doorsnede, zeven stuk aan het keukenraam.

· Een zeshoekige ster van lampjes met een diameter van een meter, in een tuin van zes meter diep.

· Langs de gehele dakgoot hangende lichtslinger met om de tien centimeter een naar beneden hangende lampjessliert.

· Twintig aan boomtakken hangende lichtslangetjes die blauwwit licht naar beneden laten stromen alsof het flitsjes zijn.

· Een verlichte arrenslee met jolige Kerstman op de veranda.

Zucht.

assimilatie

Ik loop er langs en vraag mij af waarom. Is het leuk voor de kinderen? Omdat de buren het ook doen?
Omdat het toevallig in het kerstpakket zat? Als poging te assimileren met prachtwijken? Om maar aan te tonen dat hier geen mensen van de Linkse Elite wonen (wij zijn heel gewoon hoor, kijk maar, wij hebben ook kerstverlichting)? Of gewoon omdat de wansmaak regeert?

oma’s kersttrapje

Gelukkig kwam ik op mijn tocht door het licht in de nacht een authentiek kersttrapje tegen. Je ziet ze wel eens op een rommelmarkt staan: zo’n boogje van dertig centimeter met een stuk of zeven elektrische kaarsjes erop, zoals je oma die had. Dat was ooit genoeg als ‘buitenverlichting’. Oubollig, dat zeker, maar ik heb er wat voor over om volgend jaar door een wijk te lopen met alleen kersttrapjes, al mag er hier en daar een papieren adventster tussenhangen.

Jaaroverzicht Boschrijft

 

Lijstjes horen bij het einde van het jaar. Elk zich respecterend radiostation zendt een top honderd, duizend of tweeduizend uit, kranten komen met de best verkochte cd’s en de meest bezochte concerten en de ANWB met een file top tien. Al ben ik niet van de tradities, ik ben wel van de lijstjes.

Sinds maart 2010 heb ik statistieken kunnen bijhouden over mijn blog. Het werkte verslavend. Steeds even kijken of er een pageview was en hoe de geografische spreiding was van de afgelopen week. De basisstatistieken voor Boschrijft heb ik in een tabelletje geplaatst:

 

Item

aantal op 16-12-2010

Aantal berichten

172

Aantal volgers

15

Aantal reacties

32

Aantal pageviews

6514

Bouncepercentage

67.09

Gem tijd op site

1:50

Bezoeken

3461

Pag// bezoek

1,88

Van allerlei onderwerpen heb ik behandeld. Ik schreef over sport, literatuur, politiek, de wijk, de hond, de kinderen, mijn stad, vakantie, de auto, televisie, popmuziek, geschiedenis, mijn ziekte. De meest opgevraagde berichten zijn deze:

 

 

Bericht

aantal

 

Albert-Jan Bosch

1157

 

Een kruis van piepschuim

494

 

Wie is wie in Penoza

202

 

Het campagne-shirt

124

 

Blogparkinson: mijn blog over Parkinson

119

 

Tim Knol en korte rokken met hoge laarzen

85

 

De Zeven dagen van Den Uyl: tv en geschiedenis

84

 

Westerwoldlaan, buurtsoap

62

 

Ziekte

56

 

Orthodontist, een woord dat je met een beugel in niet kunt uitspreken

54

In het lijstje met plaats met meeste paginaweergaves, staat mijn eigen stad bovenaan. Daar ken ik de meeste mensen. Ook schrijf ik regelmatig over iets dat met Groningen te maken heeft. Bij sommige plaatsen begrijp ik de bezoeken (familie, vrienden en collega’s), maar er zijn plekken in Nederland waar ik niemand ken en die toch hoog scoren. Maak je eens bekend anonieme lezers!

 

 

Plaats Plaats

Bezoeken

Pagina's/bezoek

1.

Groningen

650

2,17

2.

Amsterdam

476

1,74

3.

Uithoorn

418

1,89

4.

Apeldoorn

184

1,91

5.

Utrecht

96

1,65

6.

Nijmegen

87

1,59

7.

Amstelveen

80

1,52

8.

Zwolle

79

2,52

9.

Assen

63

2,46

10.

Rotterdam

62

1,53

Zelfs in het buitenland vermoed ik lezers. In ieder geval staat mijn blog een tijdje open in het buitenland. Van de Franse lezers weet ik dat het Nederlandse toeristen waren, maar wie is die Brit?

 

 

Land

Bezoeken

Pagina's/bezoek

Gem. tijd op site

1.

Nederland

3.243

1,91

00:01:50

2.

België

88

1,30

00:00:23

3.

VS

29

1,10

00:09:19

4.

Duitsland

29

1,52

00:00:30

5.

Frankrijk

11

2,36

00:01:36

6.

GB

10

2,30

00:01:42

Elke dag kijken hoeveel bezoekers er zijn geweest. In het onderstaande staatje heb ik de top tien bezoekersaantallen geplaatst. Daaronder een lijstje met zoektermen. Wat hebben bezoekers aangegeven in google waardoor ze op mijn blog terecht kwamen? Sommigen waren doelgericht aan het zoeken met mijn naam of titel van blog, anderen kwamen toevallig bij mij terecht (Daniel Lohues of Penoza).

 

gelezen

datum

onderwerp

1.

178

9-6

verkiezingen

2.

103

8-10

tim knol

3.

96

10-6

verkiezingen

4.

89

28-4

Basketbal kinderen

5.

71

21-9

prinsjesdag

6.

64

24-8

Sex in de volkskrant

7.

60

14-9

Auto rijden

8.

57

8-11

Donar Rookie

9.

53

10-10

tim knol2

10.

52

18-3

Ergotherapie

Zoekterm

Aantal

1.

boschrijft

271

2.

albert jan bosch

78

3.

www.boschrijft.blogspot.com

38

4.

daniel lohues teksten kruis kruis van piepschuim

85

5.

ikea

20

6.

buitenboordbeugel

15

7.

den uyl tv serie

14

8.

penose serie hoofdrolspelers penoza penosa

42

9.

zelfsneuigheid

8

10.

korte rokken

6

11.

paulien cornelisse

6

Tot zover de statistieken, later meer over de volgende vragen:

Wat was mijn favoriete bericht?

Welk bericht was mijn mislukking?

Welke reactie vond ik het leukste?

Welke soort onderwerpen?

Hoe stond het met de omvang van de stukjes?

Foto, hoe gebruikte ik afbeeldingen?

Kopjes, wel of niet gebruiken?

Labels, welke en zo?

Deining op zolder

Op een zolder van een oude drukkerij in Groningen woonde ik vandaag een literaire middag bij. Drie dichters en twee muzikanten gaven hun indrukken van de zee. Het was koud op de zolder. Voor het publiek lagen dekens klaar. De mannelijke dichters dompelden ons onder in gedichten over het water. Mooie woorden die gedragen voorgelezen werden, geen letter bleef onuitgesproken. De gedichten kwamen uit de binnenzak. De woorden stonden geschreven op losse witte bladen. De dichter in het zwarte pak, nam plaats op een krukje, bijna in het publiek. Hij balanceerde op het randje van te theatraal. Gelukkig waren zijn woorden sterk genoeg om hem binnenboord te houden.

De koude zolder was leeg, de houten vloer oogde authentiek. Met enige fantasie kon je je voorstellen dat dit het ruim van een schip was. De schrijfster nam ons mee op een fantastische reis door een reeks boeken. Op een ronde salontafel lag een ongeordende stapel boeken. Sommige opengeslagen, uit andere staken bladwijzers. Ogenschijnlijk willekeurig deed de schrijfster een greep in de boekenberg en las een citaat voor. Elke passage ging over de zee of de storm of het schip of de mast of het zeil of het kompas of het ruim. Wonderwel pasten de losstaande zinnen perfect bij elkaar. Al citerende werd een nieuwe tekst gecomponeerd. Arthur van Schendel kwam langs, Moby Dick, Noach en zijn ark, Columbus en de brommer van Biesheuvel. De storm die in de nieuwe tekst met geweld losbarstte, sprong van boek naar boek. Uiteindelijk luwde de storm. Een bloemlezing die ter plekke bij elkaar geplukt werd.

miek zwambommiek2

Dezelfde kunstenares verblijdde ons met een slideshow. Op elke foto stond een figuur afgebeeld, gekleed in een marine uniform. Mooie witte pet, gouden strepen, lange slippen aan de jas. Het paste natuurlijk perfect bij het thema ‘zee’. Het vervreemdende van de foto’s was dat de marine-figuur telkens in een niet-maritieme omgeving opdook: op een gletsjer, in een bos, aan de rand van een verlaten veld. De foto’s werd een voor een geprojecteerd, zonder commentaar of muzikale ondersteuning.

Met een lied eindigde de voorstelling. Het licht ging aan en ik merkte pas hoe koud ik het had gekregen. Bibberend klom ik het steile trapje naar beneden. Wat kan kunst toch mooi zijn!

Voor meer werk van Miek Zwamborn klik hier:

http://www.miekzwamborn.nl/

Ausweis-momenten in het donker

 

Het perron waar ik jarenlang de trein instapte naar mijn werk, kon ik zien tijdens het gesprek. Ik zat aan het bureau van een keuringsarts. Zij moest bepalen hoe het mijn mogelijkheden stond om te kunnen werken. Het gesprek was om acht uur ’s ochtends gepland. Met de auto glibberden we door de donkere stad. Voordeel van het vroege tijdstip is dat je nog met gemak een parkeerplaats kunt vinden. De arts hield bureau in een van de panden rondom het station. Op de routebeschrijving stond dat de ingang tegenover de halte is waarvandaan de bus naar Schiermonnikoog vertrekt. Mooie bestemming, als de wind je niet op een zandbank blaast. In het keuringsgebouw overheerste de kleur groen, felgroen, overal groen. Vanuit de spreekkamer kon je de besneeuwde sporen zien liggen.

Rustig stelde de arts haar vragen. Naar vermogen gaf ik antwoord. Ik zag hoe het notitieblad gevuld werd. De aantekeningen werden aan het eind van het gesprek in de grote dossiermappen gevoegd. Net als het kopietje van mijn paspoort en mijn medicijngegevens. Die medicijnen moest ik laten zien, in originele verpakking en met etiketten waarop mijn naam stond. Aan alle mogelijkheden van fraude is gedacht. Gelukkig kon ik bewijzen dat ik ik was, welke ziekte ik had, en dat ik de slikker van mijn medicijnen was. Ik onderdrukte de neiging om er opmerkingen over te maken.

Dan maar nu: Wat een maatschappij, waar de beschaafde mens niet vertrouwd wordt en met bewijzen moet komen omdat de hufters in onze samenleving misbruik hebben gemaakt van de sociale voorzieningen. Op je woord kun je niet meer geloofd worden. Nee, om je recht te halen moet je door een labyrint heen worstelen van valstrikvragen en booby-trap procedures en een spervuur van ausweis-momenten zien te overleven. Hoe durf je het in je hoofd te halen om gebruik te willen maken van sociale voorzieningen? Als je het dan zo graag wilt, kom dan maar voor kantooruren, wie weet staan we je te woord. Maar dat slikte ik allemaal weg.

Tijdens het gesprek vertrokken er drie treinen van perron vier. Het begon langzaam licht te worden buiten. Even stopte het met hagelen en sneeuwen. Tussen de donkere wolken verscheen even de zon. Hoe ging dat liedje van Ede Staal ook al weer?

t Het nog nooit, nog nooit zo donker west,
of t wer altied wel weer licht...

Het gesprek was gelukkig achter de rug. In de stationsrestauratie dronken mijn Lief en ik nog een koffie. Over perron vier liepen we terug naar de auto. Het begon weer te sneeuwen.

Wat rijmt er op lingerie?

Het feestseizoen is in volle gang. Etappe Sinterklaas is achter de rug. Op naar de kerst. In ons pubergezin is de echte sint-spanning (bons op de deur, tik op het raam) veranderd in een gezonde wedstrijdspanning (wie maakt de mooiste surprise of wie dicht het fijnste gedicht). Overal slingerden rollen inpakpapier en er werd geruzied om de plakbandrol. ‘Niet binnenkomen’ klonk het voortdurend. Iedereen heeft zijn best gedaan. Zelf ben ik meer van de gedichten. Ik raaskal op rijm een heel eind voort. Zoek naar een duidelijke moraal, een priemende vinger, maar verpak het in humor. Gelukkig zijn onze kinderen creatiever uitgevoerd. Echte knutselwerken die zelf bedacht en uitgevoerd zijn brachten zij in.

Hond P. mocht ook delen in de feestvreugde. Hij kreeg twee pakjes, elk met een gedicht. Het inpakpapier waar lekker de geur van hondenvoer ingetrokken, was vond hij het lekkerst. Cadeautjes voor de hond? Glijden we niet af? Voor je het weet kopen we een jasje voor hem. Of laarsjes voor in de sneeuw. Of straks bij etappe Kerstmis een kerstmuts. Goed in de gaten houden, gevaarlijk.

Overal slingeren in huis nu gedichten, van die A-4’tjes met een plakbandje waaraan restjes pakpapier kleven. Er is te veel aan gewerkt om het direct bij het oud papier te gooien. Dus ligt het nu in het vagevuur van nog op te ruimen voorwerpen (rekeningen, huiswerkschrift, gebruiksaanwijzingen, vage cd-roms, kabeltjes voor mobieltje, Toy Story poppetjes) op de eetkamertafel. Daar liggen ze de komende weken om dan in een laatje te verdwijnen en zich te vermengen met andere papparassen. In een papieren uilenbal komen de dichtwerkjes in de zomer boven. Vertederd denk je dan terug aan die Sinterklaasavond in de sneeuw. Je strijkt ze glad en legt ze weer terug in het laatje. Ze zijn weg maar duiken steeds weer op. Tot in september de harde hand langskomt en schoon schip maakt met laatjes. Teveel verdwijnt er dan in de afvalbak. Maar nu is de tafel nog bezaaid met gedichtjes.

Het feestseizoen is in volle gang. Op naar halte Kerst. De bushokjes hangen vol met reclameposters om lingerie te kopen. Vrouwsgroot rollen borsten en billen gehuld in stemmig zwart of rood de abri’s uit. Ik moet mijn stuur goed in de bevende hand houden om niet nog meer van de koers af te wijken. Kennelijk is dat dus de voorbereiding op de afterparty van het kerstdiner. Met een goede slip of bustier aan het lijf en een hold-up aan het been, is het leven toch een stuk fijner, zo lijken de busvertenties ons toe te schreeuwen. En dat terwijl de verlichte reclamezuilen in al hun naaktheid in de sneeuw staan. Komende week maar eens werk van maken. Die oproep moet gevolgd worden. Op zoek naar een kerstpakje. Wie weet is er ook hondenlingerie. Een leuk slipje voor Hond P., kijken of Livera dat kan leveren.

Sneeuwschuiven om half vijf in de ochtend

Er is sneeuw gevallen, niet nu, maar een paar nachten geleden. Sneeuwval merk je niet als je ligt te slapen. Ook niet als je wakker bent trouwens. Midden in de sneeuwnacht werd ik wakker. Ik stommelde in het donker naar de wc. Het was half vijf en nog donker. Ik keek even naar buiten en zag de sneeuw liggen. De kinderlijke reflex om meteen naar buiten te gaan, liet ik van mij afglijden.

Toen dacht ik ineens: sneeuwschuiven! Ik had mij eerder deze week goed willen voorbereiden op de komende winter door strooizout te gaan inslaan. Het witte goud was nu al uitverkocht, de mensheid laat zich al snel opfokken door wat weerberichten. Geen zout, maar wel wist ik nog een sneeuwschuiver te scoren. Onze oude sneuvelde afgelopen winter in het sneeuwgeweld. En nu kon ik mijn nieuwe meteen al uitproberen. Maar half vijf ’s ochtends is een belachelijk tijdstip om sneeuw te ruimen. Op mijn blote voeten stond ik naar de sneeuw te kijken totdat ik de plas echt niet langer kon laten wachten.

Terug in de warmte van het bed, bleef de sneeuwschuiver maar terugkeren in mijn hoofd. Om het half uur keek ik op mijn horloge; nog geen tijd. Gelukkig begint het leven hier vroeg in huis. Toen rond zeven uur de kinderen zich langzaam maar met veel lawaai gingen opmaken voor hun schooldag, zag ik mijn kans schoon. Kleren over de pyjama aan en naar buiten. Parmantig trok ik mijn sneeuwbaantjes. Eerst een lang pad naar het trottoir. Dan de baan verbreden. Een plekje vrijmaken waar de fietsen moeten staan.

De sneeuwschuiver deed het super. De steel is lekker dik, kent een goede houvast, en is bijna twee meter lang. Jammer genoeg lag er geen ijslaagje onder de sneeuw. Mijn sneeuwschuiver kan waarschijnlijk heel goed ijsbikken. Maar wie weet wat de winter nog in petto heeft. Ik heb er zin an.

Ron Flon Flon on Line Line Line

Ron Flon FLon, met Jacques Plafond. De kenners weten waarover ik het heb. Geruchtmakende radio uit de jaren tachtig.

‘De post, de post, wat brengt vandaag de post?’

Mooie jingle. En hoe spreek je je publiek aan? Met u of met je? Om niemand voor het hoofd te stoten, koos Jacques voor het gebruik van ‘joe’. De stropdas over de schouder en actie. Onzin en een waar woord. Het draaide steevast uit op een chaos in de studio. Jaap Knasthuis en Wilhelmina Kuttje jr. deelden mee in de feestvreugde. Op Hilversum Drie op woensdag middag. Kom daar nu maar eens om. De muziek van Jan Vos, gegrondvest op stevige keyboardklanken. En flippica’s van Jacques.

Dus want en inderdaad, tot zover, of toch ook, niet dan. Grappen met taal die serieus werden uitgesproken. Een Dik-Voor-Mekaar-Show van quasi-intellectuele hoogte. En dus, in een bijzin, die gevolgd werd met een herhaling of een uitwijding die in het niets leek op te lossen, want onwelvoeglijke taal is welkom, en als je een bandje instuurde kreeg je hem nooit meer terug.

‘Wie zullen we nu weer eens bellen, bellen, bellen en bellen?’

ronflonflongroep

Het cassettebandje kon je opsturen, half gemurmeld adres, en dat moet je dan maar opzoeken, 1200 AA of zoiets in Hilversum, bij Bussum. En vervolgens legde Jacques uit hoe Thee werd uitgevonden (lang geleden kookte een monnik een potje water en toevallig viel daar een blaadje in, hetgeen uitliep in de vraag hoe men op het idee kwam hoe je koffie moest maken waarop Jacques meldde dat volgende week de cacao zou worden behandeld.

Plots en dan nu. De Nits Under a Mask, wordt ingestart en Jacques verdiept zich, tijdens het outro, in de uitspraak van Mask op zijn Engels en Amerikaans, vertelt dat het van de lp Adieu Sweetbahnhoff komt en lees voor welke tracks op dit album staan, vraagt zich dan af waarom hij dit voorleest en gaat door met een jingle. Heerlijk.

Soms filosofisch. ‘Wat is leven zonder liefde? Dat is leven zonder liefde, en dat is naar, dat is vervelend, maar daar kan niemand wat aan doen, dat is het leven en wat is liefde nu eigenlijk, ik word er somber van, dat moet je zelf uitzoeken, daar ga ik niet op de radio over uitweiden. Bladzijde drie.’ En je hoort een minuut lang geritsel en gescheur van papier. ‘En de vraag is nu in hoeveel stukken heb ik dit papier gescheurd?’ Waarop je nog een scheur hoort en dus moet je je uitkomst met twee vermenigvuldigen. ‘Een briefkaart met op- en of aanmerkingen’ gevolgd door herhaaljingle dus nog even herhalen.

Teveel om op te noemen. Dus luisteren op internet en nu dan dus want de eh, online, mp en drie en dan kan het ook klinken. ‘En nu het nieuws, is er geen nieuws, het NIEUWS, NIEUWS,waar is het nieuws?’ Jacques leest nog een keer de lijst met fictieve medewerkers voor. Warmer Popi, dominee A. Rebel, Alma Zondervan, Bea Borstbal….

Dus voor de liefhebber, klik op de link en geniet van de uitzendingen van Ron Flon FLon, die nu allemaal online te raadplegen zijn op internet. Genieten!

http://weblogs.vpro.nl/ronflonflon/

De Linkse Elite schreeuwt terug

Uitgeput en schor zijn we net terug van het Leidseplein. Toevallig hadden we een weekendje Amsterdam gepland. En juist vandaag werd gedemonstreerd tegen de BTW-verhoging op entreekaartjes van het kabinet Rutte en het wegbezuinigen van orkesten. Op het bordes van de stadsschouwburg was ruimte voor sprekers en optredens. Het motto luidde 'een schreeuw voor cultuur'. Dus de menigte schreeuwde de longen uit het lijf. Het publiek was jong en oud, alternatief tot een beetje netjes. Sommige demonstranten liepen rond met spandoeken, die kunst bestaat kennelijk nog. Ook aktieborden droeg men mee. 'Alles moet weg?!?', 'Dit is geen snoeien maar uitroeien' en de duidelijkste: een zwart geschilderd bord zonder tekst.

Ivo NIehe was de man die de introductie deed. Nooit gedacht dat ik nog zou klappen voor deze presentator. Maar hij was oprecht boos en pleitte voor meer verstand en visie in Den Haag. Hij hekelde de hetze tegen alles wat met cultuur en publieke omroep te maken had. De PVV neemt wraak op de linkse elite. Zonder na te denken wordt er gekort op de kunsten. Linkse hobbies moeten ze zelf maar betalen. Ivo Niehe sprak over de rancune-lust van de PVV.

Vele sprekers volgden. Rick de Leeuw vertelde over zijn hartstocht voor het podium. Maria Goos legde ons uit dat de kunst overal in de stad is te vinden. Een mooie aria met Nederlandse tekst over de cultuurafbraak klonk vanaf het bordes. Frits Bolkestein sprak zich uit tegen de bezuiniging, maar wilde geld weghalen bij ontwikkelingshulp. Een schreeuw was zijn deel.

In het publiek liepen drie in stofjassen gehulde types. Op hun hoofd droegen ze een soort pilotenkapje. Hun lawaai kwam uit blaasinstrumenten waar een motorzaagmotor aan verbonden was. Kunstig wisten ze met hun drietjes ritmes te maken. Oorverdovend.

Op grote schermen naast het podium werd alles goed in close-up getoond. Mensen die schreeuwen kunnen heel mooi zijn en grappig. De cameraman die in het publiek rondliep had een fijne neus voor mooie demonstranten. Mijn Lief levensgroot op een evenementenscherm, mijn demonstratie was geslaagd.

Het slotlied galmde over het plein. 'Laat ons, laat ons, laat ons ons eigen gang maar gaan.' Ik ben niet zo'n zanger. In de zeldzame keren dat ik in zangsituaties terecht kwam, veinsde ik. Nu geen playback, maar uit volle borst zong ik mee. Het lied sloot af met een schreeuw. Heerlijk om al die frustratie over dit prut-kabinet en die knokpartij van Wilders er uit te schreeuwen. Trots op de linkse elite. Laat het een geuzennaam zijn.

Schreeuw!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Schreeuw mee

Ook vóór cultuur?!... Teken de petitie:



http://www.nederlandschreeuwtomcultuur.nl/

Plannen is nooit mijn ding geweest en SMART ben ik ook niet

Onderwijs maak ik tegenwoordig thuis mee. Ik ben gezegend met puberkids, een in klas 2, de ander in groep 8. De jongste heeft zelden huiswerk, de oudste voortdurend. Hij komt thuis en gaat na wat drinken meteen aan de slag. Kijk zo hoort, kwestie van een goede opvoeding. De jongste komt af en toe met huiswerk uit school. Dat staat dan op een verfrommeld kopietje. En dat zit in haar tas en daar blijft het dan. Soms laat je een steekje vallen in de opvoeding. Als ik haar broodtrommel en drinkbeker pak, zie ik het papier liggen. Het is topografie. ‘Wanneer heb je de toets?’ Ze kijkt me even aan en zegt dat ze gelooft dat het volgende week is. ‘En heb je het al geleerd?’ Ik weet dat ze nu gaat zeggen dat het nog wel komt, maar dat ze eerst nog even iets anders gaat doen. Uitstellen is haar middlename. Ik betwijfel of de opvoeding nou echt wel geslaagd is. Gelukkig heb ik geleerd SMART-doelen te stellen. We spreken af wanneer ze aan de slag gaat om de landen en hoofdsteden van Zuid-Amerika te leren. Mega-zucht, zo kun je haar reactie omschrijven. Ze omlijst haar zucht met rollende ogen en een hartgrondig ‘tssss’-geluid. Vrij vertaald: ik doe wat ik wil, wat je ook zegt. Valt weinig tegen op te plannen.

In mijn rol als huisvader heb ik goed zicht op het thuisgebeuren van school. Ik heb er niet altijd de kracht en energie voor om alles bij te houden, maar ik doe mijn best. Ik waak ervoor om niet in een strijd te belanden. Rustig blijven, niet uit mijn slof schieten, dat is het parool. Als is mijn zoon direct begonnen met zijn huiswerk en ik weet dat hij eigenlijk een streber is, ga ik toch regelmatig even checken in de studeerkamer. In de hal hoor ik hem tikken op de pc. I-tunes knalt er de ene na de andere hit uit. Gelukkig heeft hij mijn voorkeur voor gitaarrock overgenomen (ook een kwestie van opvoeden). Als ik binnenstap zie ik net hoe hij enkele vensters wegklikt. Hyves ligt altijd op de loer. Ik begin mijn riedel over geconcentreerd werken en pleit voor rust in de studeerkamer. ‘Jahah, weet ik, ik checkte alleen even mijn cijfers op Magister.’ En trots vertelt hij dat hij een ruime voldoende op wiskunde heeft gehaald. ‘Toen had ik ook de muziek te hard, weet je nog?’ Hij herinnert me aan de preek die ik toen afstak. ‘Moet ik je nog overhoren met NASK?’ Als dat zo is moet ik me inlezen, zoveel weet ik niet van het berekenen van het volume van cilinders en het bepalen van de massa. ‘Nou straks, eerst even mijn Engelse Stones leren.’ Over zijn schouder zie ik dat het gaat over het gebruik van het woord should. Vaag herinner ik me dat je should gebruikt als iets zou moeten.

En zo run ik mijn eigen huiswerkinstituut. Zo nu en dan is er crisis. Een opeenhoping van toetsen en opdrachten. Hoe die school dat ook voor elkaar krijgt om alles in een week te proppen, mopper ik als ik een puberjochie naast me heb staan die vecht tegen de tranen. Hij knikt. ‘Ik zal wel even mailen met je mentor dat dit te gek is.’ Maar dat is niet de bedoeling. ’s Avonds maakt hij met mijn Lief een planning. Ook hier is alles SMART en de rust keert terug.

Uit de tas van dochter diep ik een blad op met de instructie voor een werkstuk. Zelfstandig thuis te maken. Of ze al een idee heeft wanneer ze wat gaat doen? Voor ze er erg in heeft, heb ik een opzet van hoofd- en deelvragen gemaakt en een overzicht van wat in het verslag moet komen. En ik maak een planning. Het moet geen haastklus worden. Ze knikt en legt mijn krabbels naast de computer. Als het verslag klaar is, ligt mijn opzet er nog steeds, onaangeroerd. Bij de gratie Lots, mag ik het werkstuk lezen. Ik zie dat paginanummers en conclusie missen. De zinnen vormen geen alinea’s. Op elke bladzijde staat een spelfout. Als ik het waag er iets van te zeggen, is het hommeles. Ik bijt mijn tong af. Even later zie ik in het magazine van de Volkskrant een foto staan die perfect past bij het onderwerp van het werkstuk. Natuurlijk opper ik om het uit te knippen en in het mapje te doen. Oeps. Iets te veel vaderlijk initiatief. Prepuberend negeert ze mijn advies.

Nee, thuis zitten is geen pretje, zeker niet als de kinderen huiswerk moeten maken. Wat zou zo’n huiswerkinstituut kosten? De stress van het begeleiden en plannen kan ik dan uitbesteden. Geen boze blikken of strijd om het huiswerk. Geen ontwijkende antwoorden meer hoeven aan te horen als ik informeer of het verslag voor biologie al klaar is. Geen gemopper als de printer het niet doet wanneer over een half uur de les gaat beginnen. Niemand die ik achter de broek hoef te zitten. Geen planningsperikelen meer. Een serene rust zal over mijn gezin neerdalen. Maar voorlopig blijf ik schooltje te spelen in mijn eigen keuken. Ik inventariseer het werk en controleer de voortgang. Deadlines van de kinderen houd ik scherp in de gaten. Hoe komt het toch dat ze pas gaan werken als de tijd bijna verstreken is?

Zoon zit aan de ontbijttafel met zijn geschiedenisboek. SO, derde uur. Ik neem een slokje thee en smeer mijn beschuitje. Mijn laptop staat naast mijn bordje, ik scroll door de tekst. ‘Pap, kun je me even overhoren?’ Ik schud mijn hoofd: ‘Nee jongen, ik heb geen tijd, ik moet dit stukje af hebben anders missen mijn collega’s straks mijn column. Ik heb nog twintig minuten.’ Terwijl ik mijn tekst probeer af te ronden, hoor ik hem zeggen: ‘Je moet wel alles goed inplannen, hoor, en op tijd beginnen.’ Tja, opvoeden is niet alleen vertellen hoe het moet, maar vooral ook voordoen hoe het moet. Gehaast werk ik toe naar deze slotalinea. Als ik het stuk wil doormailen zie ik dat het internet eruit ligt. Ik hou me in, maar inwendig kook ik. Waarom ben ik er ook zo laat mee begonnen? Plannen is nooit mijn ding geweest en SMART ben ik ook niet.

Sint Maarten slot

Onrust heerste gisteren in ons huis. Zeker toen vanaf half zes de prille tieners van groep 8 binnenstormden. Dochter organiseert graag haar eigen feestjes, goede eigenschap dunkt me. Dus vertelde ze vorige week dat ze met z’n tienen Sintmaarten zouden lopen. En vooraf kwam de groep hier eten. En of mama voor poffertjes wilde zorgen.

Buiten nam de najaarsstorm aan kracht toe. De wind veegde menig mantel uit. Blaadjes dwarrelden niet langer, de storm joeg ze door de lucht. Uit school nam dochter alvast een van haar vriendinnen mee naar huis. Blosjes op de wangen en de kwebbels in de aanslag. Iets warms drinken en veel speculaasjes opknagen. Na enige tijd hoorde ik gestommel op de trap; vanuit heel het huis verzamelden de twee eettafelstoelen. De loodzware tafel was verschoven en lag bezaaid met kleurige placemats. De twee meiden liepen als geroutineerde serveersters de tafel voor tien personen te dekken. Servetten, kannen drinken, bestek, de hele mikmak. Het was tijd voor ‘girls talk’: ik hoorde ze over een van de vriendinnetjes vertellen dat die altijd het mooiste plekje met het mooiste bord en glas uitzocht. Het was nog net een constatering. Het meiden-oordeel klonk mild. Gelukkig kunnen meiden van elf nog niet vilein zijn, maar de oefening erin vindt al vroeg plaats.

Ik vluchtte naar boven op zoek naar rust, toen het zesde meisje binnenkwam. Het geluidsniveau werd met elke nieuwe gast hoger. Mijn Lief verzorgde gelukkig alle verdere catering dus de meiden kwamen niets te kort. Ik hoorde haar hakjes klikken tussen de opgewonden meidenstemmetjes heen. Ergens tussen dat geweld moet hond P. wanhopig op zijn kussen hebben gelegen.

Ineens hoorde ik het geluid van de voordeur en was het stil. Ik durfde weer naar beneden. Gewapend met lampionen en tassen waren de meiden vertrokken. De storm dapper trotserend gingen ze van deur tot deur. Terwijl de radio meldde dat een sleepboot door de harde wind omvergeblazen was, liepen de meiden met hun zelfgemaakte lampionnetjes over straat. Toen ze net goed en wel weg waren, viel de novemberregen ongenadig neer.

Ze kwamen doorweekt terug. Twee meiden werd later opgehaald, de rest droop af naar hun huis in de buurt. Natte laarzen, doorweekte sokken, kletsnatte jassen en verwaaide koppies. Lekker warme chocolademelk, met z’n drietjes samen nog tv kijken en af en toe een graai uit de snoeptas. Slechts een van de lampions had de storm overleefd. De rest was op straat gesneuveld in weer en wind. Toen de twee opgehaald werden constateerden beide ouders dat dit wel eens de laatste keer zou zijn geweest. Elk van ons dacht aan de eerste keer lampje-lopen. Vertedering overheerste bij de voordeur. De lampionhoudertjes werden door de meiden netjes meegenomen; wie weet of ze volgend jaar nog nodig zullen zijn. Sint Maarten in de brugklas? ‘Nou, echt niet!’

Wantaal in een woonkeuken

Elk vak kent zijn jargon. Vaak is het afgezaagde en uitgekauwde taal. Voetbaltrainers bezigen clichés en ict’ers doorspekken hun conversaties met applicatietaal. De kunst is er doorheen te kijken. Je moet je niet ergeren aan onoorspronkelijk taalgebruik. Het hoort erbij zoals de conducteur aan het eind van het traject je verzoekt ‘te denken aan je persoonlijke eigendommen en deze ook mee te nemen.’ Glimlach erom en doe wat je gezegd wordt.

Maar soms kan ik het even niet meer hebben en begin ik te grommen. Vanmorgen was het weer eens zover. Ik las een rapport door gemaakt door een orthopedagoge. Ze had het goed verwoord. Vooral de beschrijving van haar observaties vond ik treffend. Maar ja, in een dergelijk verslag moeten ook onderzoeksresultaten worden gemeld. En dan duikelen de nietszeggende begrippen en de afgekloven formuleringen over elkaar heen. Woorden krijgen spontaan een hoofdletter, alsof het een Duitse tekst is geworden, om de importantie van de onderzoeksresultaten te onderstrepen. Zonder gêne gebruiken de makers van de test als aanduidingen woordsamenstellingen van wel vier woorden. Het levert een gebruiksaanwijzingtaal op. Je kunt het wel volgen, het klopt allemaal, maar leesbaar en verteerbaar is het niet. De onderzoeker ontkomt er niet aan de wantaal te gebruiken in het verslag. En zo huiverde ik van ‘betrouwbaarheidsinterval’, ‘interne inconsistentie’, ‘disharmonisch profiel’, ‘Perceptuele Organisatie’. Maar gelukkig word ik getroffen door het onderdeel ‘Plaatjes Leggen’ (jammer van die hoofdletters). Ook glimlach ik bij het item ‘Onvolledige Tekeningen’.

Langzaam ontdooi ik door deze heerlijk onschuldige benamingen van de subtesten. Ik laat mijn grommende ik voor wat het is. Het rapport ligt op de keukentafel van de orthopedagoge. Ze heeft een praktijk aan huis en gebruikt de keuken als spreekkamer. De koelkast bromt en de Friese staartklok houdt in de woonkamer de tijd keurig bij. Ik merk dat de huiselijke omstandigheden mij bij zinnen brengen. Ik tracht de test-termen-terreur te vergeten. Ik luister hoe de dames een plan van aanpak bedenken. Als goed vader beaam ik op het juiste moment en doe mijn best op tijd te hummen. Ternauwernood weet ik nog een goede vraag te bedenken. Net op tijd doe ik mee als volwaardig gesprekspartner en draag ik mijn steentje bij.

Als ik door het keukenraam kijk, zie ik de volgende afspraak het erf op lopen. De moeder en het jongetje nemen plaats in de wachtruimte waar ’s avonds de zoon des huizes op zijn drumstel dreunt. Wij ronden af en stellen dat we ons in de conclusies en het rapport kunnen vinden. De vervolgafspraak is gemaakt. Ik ontdek ineens wat mijn irritatie had opgeroepen. De treiterende test-termen detoneren volledig in de orthopedagogische woonkeuken. De opgeblazen blufkretologie past niet bij de persoon van deze orthopedagoge die speculaasjes bij de koffie serveert en de temperatuur van de kachel nog even controleert. Haar inlevende vermogen hoort niet bedolven te raken onder brute Amerikanismen. Ik ben blij dat ik mij op tijd heb kunnen herpakken. En zo reden we terug, thuis voelde ik mij harmonisch consistent en dat voelde goed.

Een rookie in de arena van Donar

Donar speelde vandaag weer. Krappe overwinning, af en toe belabberd spel. Scheidsrechters waren ook niet je van dat. Maar ook dat hoort er bij als je kampioen wil worden. Ongeslagen gaan ze aan de leiding.

Ik richtte mijn aandacht op de bank van de tegenstanders. De vaste kern kwam in wisselende samenstelling het speelveld op. De rookies niet. Waarschijnlijk hoopte de coach op een stunt en wisselde dus op zeker. Een van de nieuwelingen had nummer 21. In de zomer sprak ik op een feestje de ouders van de jongen. Zestien jaar en toegelaten tot de selectie. Een prachtige kans om het echte werk van dichtbij mee te maken. Meetrainen met de grote jongens. Met gepaste trots en bescheiden vertelden zij over de kans van hun jongen. Als laatste betrad hij het veld bij de presentatie, vlak voor het beginsignaal. Een lange jonge vent, nog niet zo breed als zijn teamgenoten. Met flair draafde hij het veld op. De meegereisde supporters juichten ook voor hem. Stiekem klapte ik, zoals ik die zomer had beloofd aan zijn moeder.

Maar van spelen kwam niets terecht. Hij volgde op de bank fanatiek het spel. Sprong op als er een dubieuze beslissing van de scheids was. Bij mooie acties applaudisseerde hij voor zijn teammates. Bij time-outs kwam hij het veld op en luisterde aandachtig naar de aanwijzingen van de coach. Bij het fluitsignaal deed hij hartstochtelijk mee met de high fives en de vuistboxen. In alles straalde hij uit dat hij ondanks alles, one of the guys was.

De coach liep ijsberend langs de bank om zijn team te observeren en in te grijpen. Hij wees voortdurend jongens aan voor een wisselbeurt. Nummer 21 bleef buiten het spel. Ik kan me voor stellen dat je als broekie van 16 stiekem hoopt op een snelle achterstand. In zo’n hopeloze situatie kan de coach besluiten je speeltijd te gunnen. Maar ik zag aan de reacties van de jonge speler dat hij vurig wenste dat zijn club zou winnen van de landskampioen. Het had er in gezeten. Een andere optie was het uitvallen van spelers. In de eerste minuten van de wedstrijd driegde een ernstige blessure. Ook dat moet een twijfelmoment zijn geweest. Bezorgd keek hij toe hoe de jongen werd opgelapt. Hij moet teleurgesteld zijn geweest toen de blessure meeviel. Op het eind gloorde er weer een kans. Vlak achter elkaar moesten twee mannen met vijf persoonlijke fouten het veld verlaten. Het verschil was toen nog maar een punt of zeven en met nog vier minuten te gaan kon plus andere spelers die of bijna vijf P’s hadden of er geheel doorheen zaten, zou het mogelijk kunnen zijn dat een van de jonkies de arena mocht betreden. Het heeft niet zo mogen zijn. De ploeg verloor.

Maar stel je toch eens voor dat het verschil een punt zou zijn geweest. En de coach zet je er toch in. Zo van ‘Nou jij dan maar!’ En natuurlijk, geheel in de geest van de Tröckener Kecks (Iedereen wil naar de top), begaat je tegenstander een fout en mag jij de twee strafworpen nemen. En je raakt ze, alle twee. Geweldige apotheose. Verhaal uit een jongensboek. Ik weet niet of ik het dan droog had gehouden.

http://www.lyricstime.com/tr-ckener-kecks-naar-de-top-lyrics.html

De zwarte moeder-supporter

Het is natuurlijk een bekend maatschappelijk probleem: ouders langs de kant van het sportveld. Vanochtend zat ik naast een bijzonder geval. De tribune bij de sportclub van mijn dochter is klein en het zicht op de tribune is niet optimaal. Ik was op tijd dus had ik een goed plekje weten te bemachtigen. Ik kon de basketbalvelden goed overzien en zag hoe mijn dochter en haar teamgenoten hun best deden. De tegenstandsters speelden al een tijdje in. Hun trainer had de wind er goed onder.

Terwijl ik de spelers observeerde, kwamen er twee vrouwen de tribune op. Een doorsnee en een excentrieke moeder. Ze kwamen voor de tegenstanders was mijn al snel duidelijk. Voorzichtig gingen de twee op het bankje naast mij zitten. ‘Oei, wat is dit smal,’ kraaide de opvallende moeder. Zo voorzichtig mogelijk keek ik op zij; ik wilde onder geen beding in contact komen met haar. Ik heb zo mijn grenzen, die ik goed wil bewaken.

De doorsnee toeschouwer zou het niet in het hoofd halen zich zo uit te dossen. Haar laarsjes met kleine stipjes die subtiel in haar kousen terugkeerden, zorgden ervoor dat ze net groter was dan haar metgezel. Op haar jas, zwart, lang en getailleerd pronkte een grote rode stoffen bloem. De kraag van de mantel omlijstte haar spitse gezicht, de lippen gestift in een net iets feller tint dan haar rood geverfde, halfkort geknipte haar. In haar handen, verpakt in subtiele vingerloze handschoentjes, hield zij een klein rieten mandje dat ze had versierd met brede linten van kleurige bloemenstof. Aan een van haar vingers maakte een brede zwarte ring haar outfit compleet. De ring paste uitstekend bij de grove kralenarmband die zij over haar jasmouw had geschoven. De moeder was keurig gekleed. Overdressed, zou je ook kunnen zeggen.

Op zich is het niet erg om er bijzonder gekleed bij te lopen. Het is weer eens iets anders dan de geijkte spijkerbroek met inkijk in de bilspleet of het gebloemde rokje over de ziekmakende legging en de eeuwige laarzen. Maar de zwart geklede moedersupporter kon haar mond niet houden. Tegen iedereen die binnen haar attentie-zone kwam, sprak ze te luid. Haar vriendelijkheid uitte zich op luide toon. De vader die met een kopje koffie op de tribune verscheen, vroeg ze of de kantine al open was. Wel vroeg ze er keurig bij of ze dat wel mocht vragen. ‘En welke van de meisjes is van u, als ik zo nieuwsgierig mag zijn?’, vroeg ze hem daarop. Ongemakkelijk schoof de man van haar weg. Omdat hij op de hoek van de bank zat, kon hij niet ver genoeg van haar komen. Pas in het derde kwart redde een collega-vader hem door een gesprek over het werk te beginnen. Tot die tijd moest hij de aanmoedigingen van de zwarte moedersupporter ondergaan. ‘Kom op, meisjes!’ en ‘Overspelen’, riep ze vrolijk tegen haar dochter en de andere meiden. Dat dochterlief en kompanen ruw en onsportief speelden merkte ze niet op. De beugel van mijn dochter werd bijna doormidden gebeukt, maar mevrouw bleef het gezellig houden. ‘Yes’, en stak de arm met het armbandje in de lucht, toen het zoveelste punt gescoord werd. ‘Doorgaan!’ was haar standaard-aanmoediging. Altijd handig van die adviezen.

De wedstrijd werd dik verloren. Mijn meisje en haar team konden er niet tegen op boksen. In de auto op weg naar huis zei ze: ‘Ze waren gemeen, krabden en waren te fel. En wij te lief.’ De analyse klopte als een bus. Ik knikte. Vaderlijk merkte ik op dat ze dan wel te lief waren geweest, maar toch ook sportief, zeker ook onderling. ‘En jij, heb jij het leuk gehad op die tribune?’ Ik vertelde dat ik altijd wel iets leuks zie. ‘Ja, zeker die aparte moeder.’ Ik knikte en wees op mijn notitieboekje. ‘Het is maar goed dat zulke mensen bestaan', zei ze. Opnieuw knikte ik. We grinnikten samen. Ik gaf extra gas zodat we eerder thuis zouden zijn voor de tosti.

Mulisch en de uitverkoop van de Hemel

De laatste van de grote drie is dood. Mulisch is niet meer. Hermans en Reve gingen hem voor. Herdenkingsuitzendingen over de schrijver buitelen over elkaar heen op radio en tv. De krant telde vanochtend vijf pagina’s met Mulisch-artikelen. De man is in zijn leven zo vaak geïnterviewd en gefotografeerd en de anekdotes over hem zijn zo legio dat de hele krant er mee gevuld had kunnen worden.

Een bijzonder gevolg van het overlijden is dat zijn boeken vandaag enorm goed verkocht werden. Er dreigt zelfs een tekort aan het werk van Mulisch. De Bezige Bij is al aan het bijdrukken. Geen betere promotie dan doodgaan. Hetzelfde gebeurde bij Wolkers overlijden. Kortgeleden bezocht ik diverse tweedehands boekenwinkels en trof er regelmatig Mulisch’ meesterwerk ‘De Ontdekking van de Hemel’ aan. De gedumpte boeken zagen er mooi uit. Haast onaangeroerd. Slechts de eerste tientallen pagina’s leken gelezen. Althans, als ik de leessporen in de vorm van ezelsoren en nagelinkepingen goed heb geïnterpreteerd. Onuitgelezen belandde Mulisch grootste roman dus regelmatig op de tweedekans markt. En nu is het boek niet aan te slepen. Mooi hoe dat gaat.

Hopelijk wordt zijn oeuvre mooi heruitgegeven in een fijne cassette. Een geheide kaskraker. Misschien is het marketingstechnisch mogelijk om meteen maar de hele top van de Nederlandse literatuur van de Twintigste Eeuw mee te nemen. Of alleen de drie grote en Wolkers. Maar ik vrees dat de hele hausse in de boeken van Mulisch snel afneemt en dat de tweedehands winkels met een overschot aan ‘Ontdekkingen van de Hemel’ komen te zitten. Onze verering van literaire helden is vluchtig.

Buutnereedners monddood maken

Gisteren gekeken naar Pauw en Witteman. PVV-er Martin Bosman zat aan tafel. Haar in een rechtse scheiding en een dito tongval. Keurig bezigde hij de PVV-doctrines. En dat aan het altaar van de Linkse Kerk. Uiteraard had hij het over de Staatsomroep; de publieke omroep kon de vergelijking met de media in China doorstaan stelde hij. De man sprak kant en klare PVV-taal. Taal die in hapklare brokjes wordt uitgestoten. Geen franje, geen opsmuk, maar staccato oerkreten. Makkelijke soundbytes, geen woord Spaans is er bij. Taal in zwart-wit opmaak.

Jan Kuitenbrouwer heeft geschreven over Wilders woorden. Hij onderscheidt enkele vaste waarden in diens retoriek:

- Superlatieven (overtreffende trap)

- Metabolen (overdrijvingen)

- Antitheses (tegenstellingen)

- Metaforen (beeldspraak)

- Anaforen (herhalen van woorden)

Zie : http://www.kennislink.nl/publicaties/een-kijkje-in-de-trukendoos-van-de-taaltovenaar

Je neemt een tegenstelling, zet die flink aan waarbij je in de hoogste versnelling gaat, versiert het met enkele treffende beelden en zet het in een kader waarin je herhalingen toepast. Bedenk bovendien ludieke woorden die lekker allitereren, niveau kletskoek. Het is een formule. Heel de fractie is voorzien van deze totale tong. De cursus hoort bij de inburgering. De woordkeuze is oer-Hollands, geen jargon of leenwoorden. De zinnen zijn kort: de krant hoeft geen kop meer te bedenken. De chocoladeletters druipen van de woorden af. Een betoog van de PVV oogt als een opening van de Telegraaf.

Zo ontstaat een nieuwe spraak. Het chique van de taal verdwijnt. Het zijn kreten uit de sporthal, zinnen uit het café, woorden van de shoppende meute. De taal van de PVV blijft hangen in de koppen van het volk. Kort en krachtig. Oneliners die aankomen. Bewust wordt deze taal gebruikt. Men weet uit de marketing dat het effect groot is. En dat is wat telt. Bovendien is de concurrentie in de politiek klein. Echte retorische talenten zijn er niet. Dus vrijspel.

Ik kon het gisteren niet langer aanhoren. Heel hard wilde ik roepen tegen mijn flatscreen dat we niet gek zijn. Ik hoef geen troep-taal in mijn gezicht gestompt te krijgen. Laat mij met rust. Hou toch op met op de man spelen en bewust op open zenuwen trappen. Mag het alsjeblieft vormelijk en hoffelijk? Waarom moet iemand die de vrijheid van meningsuiting zo hoog heeft zitten, op deze toon en in deze stijl de mening uiten?

In 1933, ik weet de vergelijking loopt mank, maar toen Hitler en trawanten een eind ging maken aan de Republiek van Weimar, veranderde het straatbeeld. De mannen in het bruin heersten in de Berlijnse binnenstad, de rood-zwarte swastika-vlag kleurde de gevels, het bloed de straten. Gelukkig is die overeenkomst niet aan te wijzen. Maar wat wel een overeenkomst lijkt is het taalgebruik. De daadkrachtige termen overspoelde ook toen de taal van een ieder. En met de woorden die de mensen overnemen, sluipen ook de ideeën de hoofden binnen. Woorden die overdreven en herhaaldelijk op angst voor appelleren, zorgen uiteindelijk voor reële vrees. De versimpeling van het taalgebruik zorgt voor een zwart-wit weergave van de werkelijkheid. En daar zit mijn weerzin.

Het is daarom dat ik pleit voor een normaal taalgebruik. Een land dat hoogopgeleid is, moet ook op niveau debatteren en in kwalitatieve bewoordingen problemen analyseren, en gericht aanpakken. Voor buutnereedners mag daarin geen plaats zijn. //***

Ontbijten bij IKEA

Mijn zoon moest een nieuw bed. Het matras besliep hij al een tijdje. Provisorisch lag hij op een noodbed. Nu moest het bed nog gekocht worden. Hij had er met zijn moeder al een gezien, lang geleden. In de IKEA-catalogus konden we het oorspronkelijke ledikant niet vinden. Ook de site bood geen uitkomst. Merkwaardig genoeg gaf de Belgische site wel aan dat onze keus aanwezig was. Maar dat leek ons te ver rijden. Dan maar het houten bed in plaats van die van metaal.

Omdat het herfstvakantie is, wilden we gebruik maken van het ontbijt-aanbod: voor een euro ontbijten. Op de ringweg kwamen we al in de drukte te staan. Heel de IKEA-family stond op de afrit. Natuurlijk wist ik een slimmere route. Gevat constateerde mijn zoon dat mijn route een forse omweg inhield. ‘We zitten bijna in Duitsland, pap.’ Ik bromde dat ik wist wat ik deed, - hoopte ik. Via het bedrijventerrein, vol autodealers en bouwbedrijven, worstelde ik mij naar het blauw-gele gebouw. Ineens zag ik een klein weggetje waarvan ik meende te weten dat dit leidde naar de achteringang van onze bestemming. De weg werd een klein kronkelpaadje. Hoon van de bijrijdersstoel was mijn deel. Maar ik had toch gelijk. Triomfantelijk draaide ik de parkeergarage van IKEA binnen. Pappa weet raad, dat gevoel.

Voor de ingang, een roltrap die naar de IKEA-hemel gaat, voegden wij ons in de mega-rij. In het restaurant kon geen mens meer bij. Even aarzelde ik nog om mij in het ontbijtgewoel te storten. Gelukkig is mijn nageslacht slimmer. ‘Dat gaan we echt niet doen, kom op.’ Op naar de beddenafdeling. De routing van IKEA dwong ons om langs woonkamers, keukens en kinderkamers te slenteren. Tempo maken lukte ons niet. Via het home-design doolhof stonden we na tien minuten weer voor het restaurant. Natuurlijk, we hadden bij het restaurant naar beneden moeten gaan in plaats van een rondje te lopen. Lachend en ginnegappend, maar inwendig grommend, hobbelde ik achter mijn zoon aan. Hij leek warempel de weg te kennen. Maar ook hij liep zich vast. Toen ik een short cut voorstelde en via de afdeling ‘Opbergen’ naar het Doe-Het-Zelf-Magazijn te lopen, wist hij het niet meer. Ik kon de macht weer in handen nemen en leidde ons naar de stelling 41, rij 7 waar het pakket lag met het bed Stöllö of Mäkkö of hoe dat ook in het fantasie Zweeds mag heten. Omdat alle klanten nog aan het ontbijt zaten – of in de wachtrij voor het restaurant – konden we zo doorstomen naar de kassa.

In de parkeergarage wisten we de twee pakketten met bedplanken in de auto te krijgen. Omdat ik een IKEA-ontbijt had beloofd, stelde ik voor om terug te keren naar het restaurant. Het zou nu wel rustiger zijn. Dus opnieuw het gebouw in, roltrap op en daar stonden wij. Een enorme massa mensen bewoog zich met dienbladen door elkaar heen. Ik overzag de etende ellende. Ineens hoorde ik opnieuw de wijze stem van mijn zoon: ‘Dit gaan we echt niet doen, hoor.’

Thuis laadden we de auto uit. In de keuken smeerde mijn zoon zijn ochtendboterhammen. Ik gaf hem een kopje thee. Ook lekker zo’n ontbijt. Morgen kan hij lekker uitslapen, in zijn nieuwe bed.

Animatie bevruchting

Slimme jongens van het Guggenheim. Ze hebben een prijs uitgereikt en wel aan Evelien Lohbeck. Zij maakt een video-animatie kunstwerk. Het zijn korte, eenvoudig ogende animatiefilmpjes over alledaagse onderwerpen. Het beeld bestaat uit een gefilmde werkelijkheid waarin een animatie opkomt als special effect. Op haar website zegt ze te spelen met de illusie en de verwachting van het publiek. Het effect is bij mij een vette grijns en regelmatig een schaterlach. Als je een ei in een eierdopje op tafel ziet staan en vervolgens een zwart kikkervisje verwoede pogingen ziet doen door de eierschaal heen te breken, moet je wel lachen. Of je ziet een vliegtuig overkomen en plots klapt iemand in beeld – tussen de camera en het vliegtuig – in zijn handen, weg vliegtuig; filmpje heet airplanecrash. Ook bijzonder komisch en knap bedacht is de getekende laptop die mooie animaties toont van bijvoorbeeld een broodrooster. Het werk was haar afstudeerproject.

De wedstrijd werd georganiseerd door het Guggenheim en YouTube. Uit ruim 23.000 inzendingen werd een selectie gemaakt van 125 video-kunstwerken. In de live op YouTube te volgen bekendmaking van de 25 winnaars, werden de video’s op de muren van het Guggenheim geprojecteerd. Lohbecks werk is dit weekend te zien in de Guggenheims in New York,Venetië en Bilbao. Maar gelukkig kun je ook via internet het werk bekijken:

http://www.evelienlohbeck.com/films.html

 

 

ps had het berichtje bijna gemist, gelukkig wijst iemand mij wel eens de weg in de kunstbijlage, tnx!

Muziek en sport

Muziek en sport zijn elkaar versterkende grootheden. Bij een sportwedstrijd hoort een goed stuk muziek. Scoort een voetbalclub dan klinkt er altijd hetzelfde nummer. Bij een doelpunt van de Groninger FC is die eer aan de local heroes Pé Daalemmer en Rooie Rinus. Hun instrumentale rock and roll bewerking van het Groninger volkslied (Stad en Ommeland) galmt over het gejuich van de Z-side heen na een doelpunt. Ik ben niet vaak in de Euroborg, maar de keren dat ik het meemaakte, kreeg ik kippenvel. Zo sentimenteel ben ik.

Afgelopen week bezocht ik een basketbalwedstrijd van de Flames. Of zo als de Groninger supporters zeggen: Donar. Rondom de wedstrijd speelt muziek een belangrijke rol. Het begint met het voorstellen van de helden. Een voor een betreden de lange mannen het veld. Het publiek gaat traditiegetrouw staan en klapt voor elke speler die door de speaker wordt aangekondigd. Ze betreden het veld door een haag van cheerleaders. De schaarsgeklede meisjes wapperen met hun glitterbollen, de mannen geven elkaar hartstochtelijke een high five. Dit ritueel wordt muzikaal ondersteund door Jump van Van Halen. Zodra die song door de Martiniplaza klinkt en het licht wordt gedempt, is de wedstrijd eigenlijk al begonnen. De teams stellen zich op en de laatste drie minuten tot het beginsignaal luisteren we naar Start me up van de Stones. En dan begint de wedstrijd echt. Ineens is het stil. Tot de grote trom van de harde kern geroerd wordt. Dan barst het lawaai op de tribune weer los.

De speaker roept om wie persoonlijke fouten heeft begaan en hoe het scoreverloop is. Op soms onverwachte momenten start hij een muziekfragment in. De elektronische klanken hebben geen naam voor mij, maar het publiek weet wat er moet gebeuren. Hartstochtelijk wordt er meegelalalaad. Er zijn momenten die een vast liedje hebben. Als een speler van de bezoekers vijf persoonlijke fouten heeft gemaakt en van het veld gestuurd wordt, hoort hij Hit the road Jack, en ziet hij de fans wuifgebaren maken.

Muziek kan opzwepend werken. Als de speaker de juiste tonen laat horen, kan hij het publiek wild maken. En dat heeft het team af en toe nodig. Hartstochtelijke aanmoedigingen, fans op de stoelen. Queens We will rock you wil nog wel eens helpen. Helaas is het soms gewoon stil. Geen geluid behalve een stuiterende bal en piepende schoenzolen van de spelers. Eigenlijk zou elke speler een eigen muziekje moeten hebben dat weerklinkt zodra er een actie van hem is. Een muzikaal applaus.

Hang je lijden in de boom van Walarick

Vandaag stond een wandeling op het programma. Vanuit ons tijdelijke onderkomen op het Gelderse platteland liep ik achter mijn Lief de natuur in. Gewapend met fotocamera en in zwart-wit gekopieerd gidsje gingen wij op pad. In de lucht zagen we nog net een klein stukje blauw, daar hielden wij ons maar aan vast.

Over een ruiterpad en karrenspoor bereikten we een slordig geasfalteerd fietspad. De aandacht van de ontwikkelaars van dit stukje natuur ging duidelijk niet uit naar de infrastructuur. Wel was er ingegrepen in deze omgeving. Twee grote waterplassen, ontstaan door vele bomen te rooien, en riet bepalen nu de ruimte. Het moet waarschijnlijk watervogels trekken, maar die waren er vandaag niet. De natuurmakers hadden hier een duidelijke keuze gemaakt. Het moest alleen nog bekend worden bij de waterdieren.

Even verder op stond een boom versierd met lapjes stof. Terwijl de meeste bomen nog aarzelden om zich te tooien in herfstkleuren, wapperde deze kleine eik met zijn bijzondere blaadjes. Ons kleine gidsje legde uit dat het hier ging om een oude traditie. Walarick, een oude edelman uit de achtste eeuw, wilde zijn dochter genezen. Hij kreeg van missionaris Willibrord de opdracht om haar haarband in een eeuwenoude eik te hangen en zo haar koorts te verdrijven. Als goed vader volgde hij het advies op. Zijn ondergeschikten werden woedend toen zij zagen dat hun leider zich inliet met het moderne christelijke geloof. Als dank voor het genezen van zijn dochter liet Walarick zich dopen. Walarick vond onder zijn boom de dood. De legende was geboren. Tot op de dag van vandaag hangen mensen stroken in de boom. Sommige stukken stof zijn beschreven met wensen. Het gaat niet alleen meer om bestrijding van koorts, las ik. Men gebruikt de oude koortslapjes in de hoop allerlei lijden te bestrijden. De oude eik was vervangen door een verse. Ook in legendes voert de mens het onderhoud geregeld uit.

Ingrijpen is dus het adagium. Bewust kiezen is een levenskunst. In het leven is het de kunst los te laten wat je vasthoudt. Vaak ploeter je voort op een pad waarop je bij toeval bent beland. Pas als je vastloopt en je niet meer verder kunt, moet je opnieuw je koers bepalen. Fatalisten spreken van een gedwongen keuze, optimisten zien de nieuwe mogelijkheid. Welke positie kies je?

Mijn Lief zei laatst dat ik weer meer in de ‘je vorm’ spreek als ik het over mijzelf heb. Terwijl ik toch echt met de billen bloot moet durven gaan. Dus opnieuw:

Ingrijpen is dus het adagium. Bewust kiezen is een levenskunst. In mijn leven is het de kunst los te laten wat mij vasthoudt. Vaak ploeter ik voort op een pad waarop ik bij toeval ben beland. Pas als ik vastloop en ik niet meer verder kan, moet ik opnieuw ik koers bepalen. Fatalisten spreken van een gedwongen keuze, optimisten zien de nieuwe mogelijkheid. Welke positie kies ik?

walerick

Langzaam wint bij mij de gedachte dat er onverwachte mogelijkheden zijn ontstaan door het doodlopen van mijn levenspad. Door mijn ziekte kan ik niet verder op de oude voet. Knarsetandend ben ik tot stilstand gekomen. Ik sta nu stil en kijk rond. Mijn hoofdpad achter mij had wel degelijk allerleci aftakkingen, maar in de vluchtigheid van het gehaaste leven heb ik er geen van waargenomen, ik ben er aan voorbij gegaan. Nu ik stil sta en rondkijk, blijken op dit ogenschijnlijk doodlopende stuk ook kleine paadjes en sluipweggetjes te bestaan. Het stopt hier niet, maar het gaat op een andere manier verder. Kiezen dus. De optimistische weg. Het grote voordeel is dat ik nu kan kiezen zonder druk. De route van de afgelopen vijftien jaar is mij overkomen, het was geen weg die ik uit hartstocht heb ingeslagen. Dus nu kan ik kiezen wat ik wil. Ik moet niet denken aan opbrengsten van financiële aard. Ik moet niet rekenen in euro’s. Mijn geluk moet ik tellen in eenheden van plezier, voldoening.

Mijn koortslapje moet ik hangen in de eik van Walarick. Genezing is niet mogelijk. Maar de wens om te doen wat ik echt wil kan ik noteren op het strookje stof. Ingrijpen, niet langer voortdobberen. Ik ga op zoek naar uitwegen, op weg naar nieuw fortuin. Optimistisch ingrijpen. De te kiezen weg staat niet in een slordig gekopieerd gidsje, voert langs slecht geasfalteerde paden.

http://www.overasseltpromotions.nl/historiedorp.html#Koortsboom

De Zeven dagen van Den Uyl: tv en geschiedenis

De VARA zond vanavond het eerste deel uit van ‘De zeven dagen van Den Uyl’, de driedelige dramaserie over Den Uyl en het Lockheedschandaal. Prins Bernhard had geld nodig voor zijn buitenechtelijke kinderen. Dit ritselde hij door zich te laten betalen door de Amerikaanse vliegtuigbouwer. In ruil daarvoor zou hij orders regelen in Nederland. Een spannend gegeven, on-Nederlands. Den Uyl kreeg de taak om als socialist, als leider van het meest progressieve kabinet ooit, als verre opvolger van Troelstra – die de revolutie ooit uitriep - de kastanjes uit het vuur te halen. De waarheid moest boven tafel komen, het koningshuis mocht niet ten onder gaan, de prins moest waardig bestraft worden, om maar een paar hete aardappels te noemen. Den-Uyl- biografe Annet Bleich heeft het beschreven in haar boek ‘Den Uyl’. In zoverre niets nieuws onder de zon. Als onthulling bracht zij het nieuwtje dat de sociaal-democratisch premier een dossier met een andere omkopingszaak van Bernhard in de la liet liggen. In de tv-serie wordt hiermee wel zeer nadrukkelijk gespeeld. Maar dat wisten we al.

Het begint iets van een traditie te worden: moderne politieke geschiedenis in tv-drama’s. De geschiedenis van Bernhard werd in ‘Schavuit van Oranje’ verbeeld, Wilhelmina kwam aan bod in ‘Wilhelmina’ en ook Juliana kreeg haar serie onder haar eigen naam. Onlangs liet ‘De Troon’ ons genieten van de drie koningen Willem. Ook de affaires van het koningshuis zijn in series op de buis verschenen. De entree van Maxima en de affaire Mabel (‘De Kroon’ en ‘Het meisje en de prins’) konden we op tv bekijken. Thomas Ross heeft net een serie geschreven over Beatrix. De VPRO gaat die uitzenden. In al die producties figureren politici die te dealen hebben met de gevoeligheden die het Koninklijk Huis met zich meebrengt. Zo hebben we Kok zien zwoegen met de vader van Maxima en nu dus Den Uyl met Bernhard. Het is blijkbaar interessant te kijken naar welke geheime geschiedenissen zich achter de muren van Paleis en het Torentje afspelen.

De serie over Den Uyl heeft iets Amerikaans. Alsof je zit te kijken naar JFK van Oliver Stone. Oude nieuwsfragmenten en nagespeelde verhoren, gebaseerd op originele verslagen, worden door het verhaal heen gesneden. Ondertussen volgen we de hoofdpersoon in zijn strijd. Hij verschijnt in vergaderingen, moet de pers te woord staan, komt af en toe thuis waar hij met vrouw en kinderen te dealen krijgt. Zo deed Stone het met openbaar aanklager Garrison, en zo zagen we het vanavond Den Uyl doen. Het levert op verschillende manieren interessante televisie op.

Het is prima dat de geschiedenis wordt vastgelegd in gedramatiseerd beeld. Natuurlijk is het uitvoerig gedocumenteerd in Bleichs biografie en op andere plaatsen. Maar met een tv-serie bereik je meer mensen. Gevaar is wel dat het indringende karakter van tv ervoor zorgt dat dit het beeld van de werkelijkheid wordt. In die zin is de macht van de tv nog altijd groot.

Een ander nadeel is dat je als kijker heel erg gaat kijken of alles wel klopt. De auto’s, het meubilair, de beschuitbus, de telefoons en natuurlijk bij dit soort drama’s: is de koning goed gekozen en is het accent van Bernhard treffend? De karikatuur van Van Agt leek te zijn gekomen uit de afvalbak van Koefnoen. Of je gaat letten op de maniertjes die de acteur gebruikt die Den Uyl speelt: zal ie morsen met zijn sigaar, gaat hij zijn bril op en af zetten en zal hij onhandig iets laten vallen? Ook kun je zitten wachten op de onvermijdelijke anekdotische liflafjes: Den Uyl en het ping-pongspel, Den Uyl en het broodjes kaas met melk, Den Uyl met de tent op vakantie, Den Uyl die vriendelijk doet tegen zijn chauffeur, het zat er allemaal in.

Toch heb ik met genoegen gekeken. Ons (koninklijk) verleden is interessant genoeg om politieke historische dramaseries te maken. Wat dat betreft mogen we Bernhard en de zijnen wel dankbaar z

John Lennon: Just Like Starting Over

John Lennon zou nu zeventig zijn geworden. Later dit jaar, in december, wordt zijn dertigste sterfdatum herdacht. De man is al langer dood dan hij beroemd is geweest. Ik was te laat geboren om de Beatles mee te hebben gemaakt. Toch hebben de songs van de Fab Four mijn muzikale interesse gekleurd. Vanaf mijn twaalfde, toen Lennon werd vermoord, heb ik bijna dagelijks wel een Beatles-nummer beluisterd. Ik hou van die muziek, al ben ik geen grote kenner. Op mijn ipod heb ik standaard enkele albums van ze staan.

Lennon mag ik ook graag horen. Lange tijd heb ik het verborgen gehouden, maar ik durf er nu wel voor uit te komen: ik houd van nummers van zijn laatste elpee Double Fantasy. Woman vind ik lekker mierzoet. Het lied gaat over zijn liefde voor zijn vrouw. Hij kan niet zonder haar. Herkenbaar. ‘I’m forever in your debt’ en ‘please remember my life is in your hands’ of ‘you understand the little child inside the man’, die woorden zijn universeel als het om liefde gaat. Het clipje toonde Lennon lopend met Yoko. Slenterend in herfstkleuren door het park. Lange haren en rond brilletje met donkere glazen.

Ook mooi is Watching the Wheels:

I'm just sitting here watching the wheels go round and round,
I really love to watch them roll,
No longer riding on the merry-go-round,
I just had to let it go

clip_image001Het vertelt over voortdobberen, niet meer deel uitmaken van de ratrace. Af en toe neurie ik het liedje. Geef je over aan het leven. Als het tegenzit in mijn leven denk ik aan  dit nummer.

Het openingsnummer van het album is ook van hoge kwaliteit: ‘Starting Over’. Het is een track die lekker voortdendert. Gewoon een lekker nummer.

_

Ypj3F6sw

Double Fantasy werd slecht ontvangen. Het was niet de Lennon die men had verwacht. De vuige rebelse rocker was voorgoed verleden tijd. Het leren jasje was verdwenen. De popmuzikant had zijn thema’s verlegd, was meer over zijn eigen leven gaan schrijven. En dat bestond uit vrouw en kind. John
Lennon had zich opnieuw uitgevonden. Het schot in december voor zijn huis in New York maakte een einde aan die nieuwe Lennon. Door de moord werd het album een succes. Erkenning is pas later gekomen.

Tim Knol in de Oosterpoort gefilmd

Ik bezocht gisteren Tim Knol in de Oosterpoort, in Groningen. Hij speelde mooie nummers. Sam, When I’m King, Sounds Familiair vulden de theaterzaal. Hij is geen mooie man, maar hij trekt wel volle zalen. Het geeft maar weer eens aan dat kwaliteit altijd wint van het uiterlijk. Alhoewel? Juist zijn forse kop en zijn geruite overhemden zijn zijn trademarks geworden. Hij komt over als de gewone jongen uit 4VWO, die zo leuk zijn eigen liedjes speelt. Ik denk niet dat er diep over nagedacht is, maar het werkt wel. Hem kan nooit verweten worden sterallures te hebben. Tim is gewoon en daar houden we in Nederland van. Uiterlijk als unique selling point.

Het grappige bij het concert in de Oosterpoort vond ik dat hij, met zijn gewone uiterlijk, ontelbare keren is vastgelegd. Veel mensen in het publiek waren tijdens Tim Knols optreden druk in de weer met mobiel of digitale camera om de gewone man met gitaar vast te leggen in pixels. De lichtshow van de band kreeg ondersteuning van het flitslicht uit het publiek. Ongegeneerd overtrad het publiek het portretrecht. Geen beveiliger die optrad. En ik had van te voren nog wel getwijfeld, zal ik mijn camera meenemen? Ik zag ervan af, bij de ingangscontrole zou ik het apparaat toch moeten afgeven. Je mag immers geen opnames maken, zo leerde ik bij vroegere concertbezoeken. Het stond altijd expliciet op de entreekaartjes. En ik ben gezagsgetrouw.

Lang geleden maakte ik in de Kuip een optreden van de Rolling Stones mee. Uiteraard stond ik met mijn groepje in het voorste vak. Op tien meter afstand zag ik Mick Jagger en Keith Richards hun kunstje doen. Het was gaaf om iconen van de Rockgeschiedenis te mogen bewonderen. Vlak voor mij had een meisje de euvele moed haar camera te richten op het podium. Het was een eenvoudige compactcamera, met toen natuurlijk nog een filmrolletje. Ze schoot snel een serie van Mick Jagger, gaf bliksemsnel het toestel door aan haar vriendin die achter haar stond. Die overhandigde de camera aan een andere vriendin. In no-time was het apparaat in de menigte verdwenen. Naïef als ik was (en ben) bekeek ik dit merkwaardige tafereel. Ik snapte het waarom pas toen een boom van een veiligheidsman zich een weg baande door het publiek. Hij vroeg het meisje op barse toon het filmrolletje in te leveren. Niet begrijpend haalde het meisje haar schouders op, ze schudde haar hoofd. Ze wist niets van een camera. Ik begreep dat hier het portretrecht van miljonair Mick werd gehandhaafd. De beveiliger droop af, en liep weg door het publiek, al speurende naar fototoestellen of opnameapparatuur. In het geniep gebeurde het natuurlijk. In kleine krantenadvertenties werd later foto- en geluidsmateriaal van het concert van de Stones aangeboden. Stiekeme handelswaar.

Hoe anders gaat dat nu. Het concert van Tim Knol werd openlijk vastgelegd door het publiek. Ik zag iemand zitten met een digitale videocamera, die bij het opnemen een witte baan licht voor zich uitstraalde. Binnen een dag vond ik in ieder geval al drie filmpjes op YouTube.

 

Tim Knol Oosterpoort
Tim Knol Oosterpoort
Tim Knol Oosterpoort

Beginnende bandjes kunnen via YouTube bekendheid krijgen. Niemand die er moeilijk over doet. Het hoort bij de marketing. Het beeld van een band moet gevestigd worden. De filmpjes van fans helpen daarbij. De middelen daartoe zijn eenvoudig en effectief. Via internet is de overstap naar de TV (bv De Wereld Draait Door) makkelijk te maken. En dan gaat het los.

Ik vraag me af hoe er bij concerten van de Stones tegenwoordig omgegaan wordt met apparatuur in de zaal. Het is onmogelijk om het hele publiek te controleren. De oude heren zullen zich hebben neergelegd bij de moderne tijden. En uiteraard hebben ze een manier gevonden om ook hier hun financiële voordeel te benutten.