Een geel lampje in de vorm van een motorblokje

Ineens stond ik stil. De motor deed het nog, maar voortgang zat er niet meer in. Het gele lampje in de vorm van een motorblokje gloeide op. Storing. Means shit. Ik zette de motor uit, startte opnieuw, merkte ineens dat er toch beweging in de wagen kwam. Ik reed voorzichtig verder. In de derde versnelling, met de voet op het koppelingspedaal kon ik mijn weg vervolgen, of beter, de weg terug opzoeken. Ik trilde van spanning. Straks sta ik stil op de ringweg op een plek waar geen uitwijk mogelijk is. Moet je dan ook uit je auto, zoals de ANWB voorschrijft? Wat kon het zijn? Mijn technische kennis is beperkt, dus het bleef bij gissen. Wat ik weet van motortechniek is wat er ooit gerepareerd is. Maar twee keer achter elkaar hetzelfde gebrek komt zelden voor. Raadselen onder de motorkap. Sinds kort kan ik mijn lampjes ook al niet meer vervangen, met dank aan de auto-ontwerpers. Steeds afhankelijker worden we gemaakt van de dienstverleners. Eén ding stond vast: dit gaat geld kosten. Nog belangrijker: dit gaat tijd kosten. En het meest vervelend: dit wordt spannend.
Nu wil het toeval dat onze garage zich buiten de stad bevindt. Dankzij internet kun je overal occasions traceren. Zo vond ik onze gezinswagen in een klein dorpje bij een bescheiden en niet zo gek dure autobedrijf. Een no-nonsense zaak, zonder glitter en chrome. Maar wel met service en scherpe prijzen. In de werkplaats werd de auto uitgelezen. De storing was snel gevonden, het advies was om te resetten. Dat lijkt mij heerlijk om in het echt ook te kunnen: even doorlichten, stroom uitschakelen, aanzetten en weg zou het probleem zijn. Maar net als in het echt leven, trapte mijn wagen er niet. Gereset of niet, hij bleef storingen melden. Hardnekkig. Dus opereren.
Na een paar dagen stilte heb ik onder druk van mijn vrouw de garage gebeld, of ie klaar was? Nog niet. We kregen een dag later een telefoontje van de garagist. Het werd een slecht-nieuws-gesprek. Verstuivers in het brandstofsysteem zijn duur, heel duur. En wij hebben nu nieuwe! De pest is dat ik de kleinoden niet kan terugvinden onder de motorkap. Heb je iets moois kun je niet eens van de aanblik genieten. Überhaupt vind ik rondom het motorblok niets terug.
Vandaag haalde ik de Avansis weer op uit het dorpje met de twee molens. Het stralende winterweer was omgeslagen. Sneeuwval ging over in slagregens. De dooi rukte op. Ik moest wennen aan mijn eigen auto. Bij elke schokje dacht ik dat de storing weer terug zou keren. Angstvallig hield ik het dashboard in de gaten. Geen oplichtend geel lampje in de vorm van een motorblok. Ik merkte op dat de verlichting rondom de kilometerteller feller stond ingesteld. Een melkwit schijnsel achter het stuurwiel. De toerenteller wiegde op zijn vertrouwde plek, de snelheidsmeter dreigde over de tachtig te gaan, even inhouden, anders kost dit ritje nog meer. Het reed goed. En toen viel mijn mond open van verbazing. De kilometerteller stond 30.000 km hoger dan vorige week. Wat is dit? Ik rekende snel uit dat dit mij 1000 euro inruil scheelde. Een spontaan verouderingsproces. Hoe kon dit? Nu is mijn kennis van autotechniek niet groot, dus begreep ik niet wat er mis was. Thuis belde ik meteen de garage. Ook de man van de garage stond voor een groot raadsel. Dit had hij nog nooit meegemaakt. Hij zou meteen op onderzoek uitgaan. Wel had hij nog een suggestie. Ik deed wat hij mij had uitgelegd. Keurig schroefde ik de minpool van de accu los en liet de auto tien minuten zonder stroom staan. Hoopvol deed ik de sleutel in het contact. Helverlicht toonde de teller doodleuk de verkeerde stand. Resetten bood geen soelaas. Wonderbaarlijk, je staat stil, bijna twee weken lang en toch beweert de boordcomputer dat er een reis om de wereld is gemaakt. Het mysterie duurt voort. Waarschijnlijk is er een virus in de autosoftware gekomen. Van de regen in de drup, zo voelt het. Nee, autorijden is een leuke hobby. Blij dat ik rij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.