Basketball, oerdriften en burgemeester


Bij een basketballwedstrijd komen oerdriften bij supporters naar boven. Gisterenavond bezocht ik een wedstrijd van Groningen tegen Den Bosch. De namen van de teams veranderen met het jaar, zo is de Groninger ploeg nu getooid met de naam Flames, omdat de hoofdsponsor actief is in de gashandel en een blauwe vlam als logo voert. Ineens zijn de clubkleuren dan ook blauw—wit. De Bosschenaren in het Brabants rood, zij verloochenen hun provinciale vlag duidelijk niet, heten Eiffel-Towers. Een naam die past bij torenhoge spelers. Het IT-bedrijf voert de slogan 'Grip op de zaak', hetgeen mij eigenlijk wel aanspreekt. Of 'Mijn X is wilskracht', ook een mooie leuze. In ieder geval vormde het duel een titanenstrijd in de Nederlandse basketballcompetitie. De tribunes puilden dan ook uit.
Vanaf ons hoge plek hadden wij een prachtig panaromazicht op het speelveld. En op het publiek. In het vak onder ons zat de vaste kern supporters. Het sfeerteam ontplooit vanuit dit supportersvak zijn activiteiten. Gisteravond bestond die uit het zwaaien met blauw-wit geblokte vlaggen. Heel sfeervol, jongens, vooral mee doorgaan. In het vak zitten de hardcore fans. Elke beslissing van de scheidsrechters wordt fel bestreden of toegejuicht. Het afkeuren gebeurt aan de hand van arm- en handbewegingen en barbaarse keelgeluiden. Soms wordt de pols met de hand omklemd, soms wapperen beide handen hoog boven het hoofd. Een drukte van belang al die handgebaren. Het knappe van deze supporters vind ik dat zij in de vaart van het supersnelle spel in een oogopslag en op forse afstand kunnen zien wat er is gebeurd en het ook nog kunnen begrijpen. Ik geef direct toe dat ik de helft van de spelregels niet ken (zo snap ik pas sinds kort waarom een situatie onder de basket van club A kan leiden tot strafworpen bij het andere doel) en de andere helft van de regels niet kan toepassen in het tempo van het spel. Maar niet de vurige Flamesaanhanger, die staat in lichte laaie nog voordat de actie van de speler is gemaakt.
Tussen de harde-kern-fans zag ik gisteren diverse collegejasjes. Je kunt dan in Amerikaanse stijl je club toejuichen. Jasjes zoals je in jaren-vijftig films voorbij ziet komen. Een blauw jack met witte mouwen, op de rug staan witte letters: DONAR. Op de borst prijkt het logo van de club. Donar, de oernaam van de Groninger ploeg. Ook heel Amerikaans vond ik de vijf jongens die in een rijtje zaten in donkerblauwe shirts met elk mansgroot een letter van de oernaam op hun rug. Vooral de jongen met de letter O, leefde zich compleet uit in zijn supportersrol. Het is in een supercommerciƫle wereld als het basketball, goed te zien dat supporters wars zijn van de door geld opgelegde namen. What the heck, Flames, het is DONAR wat je hoort scanderen op de tribunes als er een achterstand ontstaat. Want dat gebeurde ook nog, Donar kreeg klop van de Brabantse uitdager. En dat terwijl de nieuwe burgemeester op bezoek kwam.
In zijn eerste jaar bezoekt de burgervader natuurlijk zoveel mogelijk Groninger activiteiten van belang. Zo kwam het dat er tegenover de mannen met de DONAR-letters op de rug een heer in een kostuum op de tribune zat. Keurige stropdas, glimmend gepoetste schoenen en een schone zakdoek. Zijn hand onder de kin, wijsvinger langs de wang. De stadsbestuurder aanschouwde de wedstrijd. In tegenstelling tot de O-man tegenover hem reageerde hij niet op het fluiten van de scheids. Hij klapte netjes als Groningen scoorde, maar deed niet mee aan het sarrende geluid van het publiek als Boschenaar Van Paasen zijn trucs liet zien. Rehwinkel toonde zich gisteren in al zijn burgemeesterlijke waardigheid. Een deel van de wedstrijd miste ik door mij af te vragen of je als burgemeester nou wel of niet een blauw-wit DONAR-jasje aan moest trekken. Of is een blauw-witte sjaal genoeg? En hoe moet je reageren? Is een bescheiden stadschouwburgapplausje voldoende? Mag je meebrullen: 'DONAR – DONAR – DONAR' en met je handen boven je hoofd op de maat meeklappen? En mag je een speler van de tegenstander uitzwaaien na zijn vijfde P terwijl je 'Hit the road, Jack' meegalmt? (tot groot genoegen van de fans moest P. van P. zijn vijfde P incasseren). Ik weet niet wat er in het handboek Burgemeester staat, maar Rehwinkel kiest duidelijk voor aanwezig zijn en ingetogen participeren. Dat doet hij prima, hij is een burgemeester die komt kijken bij zijn Stadjers en die niet koste wat het kost hoeft mee te doen. En als het niet tot je oerdriften behoort ongenuanceerd je frustraties op luide toon en met wilde gebaren te uiten, moet je dat ook niet doen. En dat deed hij goed.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.