Een beetje medicus groet niet

Ben net terug van mijn derde afspraak in medisch Nederland. Ja als patiënt met een chronische ziekte kom je nog eens ergens. De eerste twee medical dates bij fysio en neuroloog waren op bekend terrein. De derde ontmoeting vond plaats in een revalidatiecentrum. Het gebouw stamt uit de jaren vijftig. Het is netjes gelegen in het groen. Echt het idee van een paviljoen. Als patiënt moet je wel tot rust komen, of je wilt of niet. Zoals gebruikelijk moest ik wachten eer mijn intakegesprek begon. De huiselijke stamtafel, gevuld met verouderde tijdschriften, liet ik links liggen. Er was genoeg te zien. Omdat het tegen het einde van de werkdag liep, verschenen er steeds mensen die aan het afronden waren. Vier dames van een jaar of vijftig kwamen langs met hun instellingsrollator. Zij waren klaar met hun dagelijkse oefeningen. Bedreven manoeuvreerden zij door de brede gangen naar de lift. Twee van hen vervoerden hun zuurstofflessen in het mandje van de rollator. Allen waren gekleed in joggingpakken, kennelijk handig als je hier wordt behandeld. Later zag ik een interne patiënt in een rolstoel, zijn bovenlijf ingepakt in een brace. Daar viel nog heel wat aan te revalideren. Ze hadden hem naar de verkeerde afdeling gestuurd. Hij moest op zoek naar de nieuwbouw. Een passerende secretaresse hielp hem op weg. Dat was me meteen al opgevallen: artsen, verpleegkundigen en andere werknemers van dit huis deden aan vriendelijk groeten. Vriendelijke gezichten, aardige knikjes en een geruststellende glimlach.

Tja, het leven in een revalidatiecentrum is al genoeg kapot.

Wat een verschil met het ziekenhuis waar ik 's ochtends ter consult ging. Het enorme gebouw is voor veel geld in rustgevende en vriendelijke kleuren geverfd. Je struikelt over de gastvrouwen die de onzekere bezoekers onder hun vleugels moeten nemen. Wachtkamers zijn gestyled tot loungeplekken. Alles is er aan gedaan om de patiënt op zijn gemak te stellen. En het werkt. Zelfs ik word er rustig en humaan van. Spontaan begin ik mensen te groeten. Ik knik naar de secretaresse achter de receptie. Ik zeg de verpleegkundige gedag die zich per step naar zijn afdeling spoedt. De specialist die zijn stethoscoop in zijn borstzakje frummelt, lach ik bemoedigend toe. Ik ben de vriendelijkheid zelve. Maar ik krijg geen contact. Mensen in het wit kijken naar de grond, of richten hun blik op de wand achter je. Je wordt genegeerd. En niet door één, maar door alle medewerkers.

Kijk, daar word je pas ziek van.

Echter,ik begrijp het wel. Als je de hele dag in zo'n megaziekenhuis zou moeten groeten, dan ben je alleen daarvan al bekaf. En de werkdruk in de zorg is al zo hoog. Dus groeten, beter van niet. Maar adem dat dan in heel je gebouw uit. Pas keiharde zakelijke kleuren toe. Bijt je patiënten toe dat ze hun gemak moeten houden en moeten wachten. Verbloem niet dat je de meeste bezoekers veracht en zeurkousen vindt. Geef gewoon toe dat je baalt als er een cliënt geholpen moet worden. Bekijk een documentaire over de bureaucratie in de oude Sovjet-Unie en je weet hoe je onklantvriendelijk moet optreden. Of kies definitief voor kleinschaligheid. Want daar is het getuige mijn bezoek aan de revalidatiekliniek mogelijk om de menselijke maat te houden. Het was een verademing.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.