Dansen met hond

De hond uitlaten is een dagelijks terugkerend moment. Meerdere malen moet onze hond naar buiten. Hij is van goeden huize. Met een piepje en lichaamstaal geeft hij duidelijk aan dat het tijd wordt. De eerste dagen kwam hij niet verder dan de achtertuin. De straat en de groenstrook vormde de tweede uitlaatplek. Ondertussen mag hij de wijk uit. Het Stadspark is sinds deze week binnen bereik. En zo liep ik vanavond met mijn lief en hond over een echt bospaadje.

Geluk kan zo simpel zijn.

Samen wandelen wij in een straf tempo. Met de hond erbij gaat dat minder snel. Elk beukenblaadje jaagt hij na. Geen bemost stammetje slaat hij over. Ieder geurspoor onderzoekt hij met zijn gevoelige neus. Bij dit alles schiet hij alle kanten op. Alsof hij niet wekelijks puppietraining volgt. Net als we willen doorstappen, ontdekt hij iets nieuws en staat hij stokstijf stil. Al weet hij dondersgoed wat hij moet doen als we hem roepen, hij blijft stoïcijns snuffelen.

Een hond uitlaten is een oefening in geduld.

Al ben ik het baasje, het vrouwtje heeft de riem in handen. Ik tracht naast haar te lopen. Omdat de hond tussen ons doorschiet om dan vlak voor mijn voeten een regenplas te begroeten, moet ik uitwijken. Ik houd mijn pas in, draai achter mijn vrouw om en vervolg mijn weg aan haar andere zijde. Ondertussen is de hond blijven staan en loop ik ineens drie passen vooruit. Als ik even wacht beland ik achter mijn vrouw die plots wordt voortgetrokken door de hond die een voorbijflitsende fietser achtervolgt. In ganzenpas lopen wij achter de hond aan. Pardoes botsen wij op elkaar wanneer twee kwebbelende en lachende joggers ons pad kruisen, met onze hond achter hen aan. Zo dansen wij om onze hond heen.

Hij kwispelt met zijn staartje. Af en toe kijkt hij omhoog of wij nog bij hem zijn. 'Ja', kwelen wij dan, 'je bent een brave hond!' En vrolijk kwispelend drentelt hij verder. Op zoek naar een lekker blaadje om op te knagen. Thuis wacht de bank die hij probeert te annexeren. Maar eerst wacht hij op het matje zijn beloning af. Braaf gaat hij zitten en houdt hij zijn koppie schuin. Hij weet dat hij beloond wordt. In mum van tijd is het hondenkoekje opgepeuzeld. Hij scharrelt nog even door het huis, op zoek naar kruimels. Uiteindelijk vindt hij zijn slaapplekje voor de tv. Wij kijken naar hem en verkneuteren ons om zoveel geluk.

vraag aan de lezers

Boschrijft is al een aardig tijdje in de lucht.

oproep:
als je nog geen volger bent, klik dan op de button om je aan te melden
je krijgt dan automatisch een seintje als er een nieuw bericht is gepubliceerd

vraag:
wat is je favoriete bericht?
tik je antwoord in de ruimte onder dit bericht bij reacties

vraag:
geef een thema voor een volgend bericht op
geef je suggestie door bij reacties


groet Boschrijft

Bruine lokken en een liefdesbaby

Het is weer tijd voor de terrassen.

Gisteren bedacht mijn lief een spontane actie.. Onze dochter bracht ik eerst naar muziekles. Voor de deur van de muziekschool wachtte ik even tot ik de bruine lokken ontwarde waar ik zo van hou. De temperatuur lag rond de achttien graden. Ik liep natuurlijk nog in mijn winterjas. Volslagen te warm, North Face in de lente. In de Poelestraat vonden we een plekje op het terraseiland. Non-alcoholica, we moesten nog rijden. Om ons heen was de gemiddelde leeftijd achttien. Heel studerend Groningen zat op het terras. Biertjes en witte wijntjes op de tafels. De Marloboro-lights in de aanslag. Tegelijkertijd benoemden wij het leeftijdsverschil.

'Jongelui, denk aan je studiepunten, aan het werk!' wilde ik voor de grap roepen. Ik hield mij in.

We spraken over werk, drukte en overlopende agenda's, althans over die van mijn geliefde. Ik heb vooral lege plekjes in mijn agenda. Voor mij was het terrasje het belangrijkste agendapunt van de dag. Voor haar vormde het een welkom, onverwacht tussendoortje. Onze levens verlopen in twee snelheden, maar synchroniseren nog wel. Gelukkig maar. We werden gestoord door een zwerver, die om geld vroeg voor een slaapplaats. Opdringerig liep hij tussen de tafeltjes door. Hij loopt daar al jaren, zijn grijze baard en lange haren waren nog wilder geworden. We lieten onze idylle niet verstoren.

Net toen we wilden opstappen kwam er een tweede zwerver langs. Of wij een bijdrage voor hem hadden. Voor drugs, zei hij eerlijk. Onze filantropie gaat ver, maar dit was beyond. De studenten bestelden nog een rondje bier. Meisjes van net zeventien begroetten elkaar met zoenen die net de wangen niet raakten. Hele dametjes.

Groningen is ontwaakt uit de winterslaap. Tevreden liepen we terug naar de muziekschool om onze groot geworden liefdesbaby op te halen.

We waren gelukkig.

Onder lotgenoten

Met tegenzin stapte ik in de auto. Al de hele ochtend overheerste een recalcitrante bui. Ik had overwogen om me te verstoppen, zo erg was het. Om half elf begon de bijeenkomst met lotgenoten. De patiëntenvereniging organiseerde een ochtend voor jonge lotgenoten. Jong betekent hier tot 55 jaar. Nog nooit had ik iemand met mijn ziekte van mijn eigen leeftijd ontmoet.

Natuurlijk ging ik toch.

Mijn onvolprezen vrouw reed ons door de regen naar Assen. In het ziekenhuis, dat leeg en verlaten was in het weekend, vonden wij snel de groep lotgenoten. De gastvrouwen heetten ons welkom. Koffie en cake. Maar eerst een rondje voorstellen. De groep telde zo'n vijftien personen. En viel uiteen in drie categorieën: patiënt, partner en hulpverlener. Van de lotgenoten was ik veruit de jongste. Van de partners ook.

Ik ging een gesprekje aan met de coördinatrice van mijn provincie. Al in de derde zin nodigde ze mij uit om actief te worden in de afdeling. Ik hield de boot netjes af. Op het programma stond een presentatie over sociale zekerheid. Ingewikkelde materie, maar ik bleek mijn huiswerk goed te hebben gemaakt. De boodschap van de maatschappelijk medewerkster luidde: wees je eigen casemanager. Bouw je eigen dossier op. Zorg voor een strategie om je recht te kunnen halen. Wat zeg ik wel? Wat houd ik achter? Hoe dik ik iets aan en welke voorbeelden moet ik gebruiken? Je moet balanceren tussen wat je wilt en wat je kunt. Kleur je eigen waarheid in. Kortom: wees een berekende burger.

Zo werkt de sociale zekerheid in ons land.

Ik keek om mij heen. De patiënten knikten. Ze knoopten de les goed in hun oren. Ondertussen kwam de mevrouw van de voetreflextherapie binnen. Geen idee wat dat inhield. Ik wilde het ook niet weten. Ik had mijn portie lotgenoten gehad. Ik fluisterde naar mijn vrouw dat we gingen. Samenzweerderig glimlachte ze en stond op. De beste hulpverleenster stapte samen met mij het ziekenhuis uit.

Dagvulling

Van mijn ergotherapeute kreeg ik de opdracht bij te houden wat ik op een dag allemaal doe. Per half uur moest ik vandaag bijhouden wat ik deed. Ook moest ik aangeven hoe vermoeiend dat was. Het grappige is dat ik steeds ging bedenken wat ik zou gaan doen. Ik wilde niet met een lijst komen gevuld met louter lummelmomenten. Dus ging ik ijverig mails schrijven, lezen, hond uitlaten, rusten, gitaar spelen en koken. Het minst vermoeiend vond ik het tv-kijken.

Morgen weer zo'n lijst.

Dagvulling is een probleem. Wat moet ik met die zee van tijd? Ik begrijp dat ik per dag een plan moet maken. Structuur moet ik ontlenen aan mijn agenda. Wat een paradox, een agenda blijkt nodig te zijn om vrije tijd in te vullen. Mijn probleem is dat ik moeite heb iets te bedenken, het vervolgens op te starten en het dan ook vol te houden. Ik heb vandaag in ieder geval meer gelezen dan in de afgelopen weken bij elkaar. Dat vind ik positief.

Een lijstje dan maar:

Top vijf van dingen die mij voldoening gaven vandaag:

  1. Aardappelen in de schil gebakken, die smakelijk waren
  2. Boekenweekgeschenk buiten uitgelezen
  3. Fatsoenlijke riedeltjes op de gitaar gespeeld
  4. Hond uitgelaten zonder dat hij steeds ging zitten of liggen
  5. Stukje in het lentezonnetje gefietst

Morgen ga ik proberen iets nieuws toe te voegen aan het lijstje. Ik geef deze dag een zeven.

Wachtlezen

Op een bankje voor het ziekenhuis bracht ik de wachttijd door met het lezen van het boekenweekgeschenk. Joost Zwagerman schreef Duel. Een boek dat zich afspeelt in de kunstwereld in Amsterdam. De laatste tijd gaat het lezen niet makkelijk. Ik ben snel de draad kwijt en kan moeilijk beginnen. Toch lukte het me aardig om in Duel te beginnen en het lezen vol te houden. Waarschijnlijk zegt dat iets over mijn situatie (of de schrijver weet het boeiend te brengen). Blijkbaar slaan de medicijnen goed aan en kan ik weer wat meer. Mijn vermogen tot concentreren lijkt wat groter. In ieder geval las ik buiten op het bankje – overigens een prachtig in warme kleuren geschilderd bankje, aangeboden door een medewerker van het instituut bij haar vertrek, zo vertelt het bordje – een aardig eindje weg. En dat ondanks allerlei afleidingen in de vorm van aan- en afrijdende taxi's, langs-tuffende scootmobiels en een nieuwsgierige tuinman die steeds dichter mijn bankje naderde. Helaas waaide er een winterse wind, ondanks de lente-achtige aanblik die de zon opriep. Dus begaf ik mij naar binnen om een wachtruimte op te zoeken.

Dat viel niet mee.

Zuchtende mensen bevolkten de wachtkamer. Voorzichtig manoeuvreerde ik me in een hoekje. Van achter mijn boek begluurde ik mijn metgezellen. Onder hen bevonden zich zogenaamde 'internen'. Uit het gesprek dat zij voerden, leidde ik af dat zij elkaar kende. Ze namen de algemene situatie in de kliniek door. Ik voelde geen enkele behoefte mij te mengen in het sociale gebeuren. Een nieuwkomer begroette ik nauwelijks. Ik leed aan een plotselinge aanval van asocialiteit. Ik las stug door, afgesloten van de wereld. Ineens stond de ergotherapeute voor me. Of ik meeging. Ik onderdrukte de neiging om te zeggen; 'Wacht even, eerst mijn hoofdstuk uitlezen.' Dociel volgde ik haar, naar een kale, grijze gespreksruimte.

Nee, de gezondheidszorg is niet het toonbeeld van glamour.

Na de ergotherapeute stond een tweede afspraak op mijn lijstje. Het komende half uur kon ik mooi vullen met wachtlezen. Mijn kleurrijke bankje had ik snel gevonden. Na twee pagina's was ik al zo verkleumd, dit hield ik niet vol. Dus weer naar binnen. Ik vond een wachtplekje van waaruit ik de gang waar ik verwacht werd, in de gaten kon houden. De stoel stond zo in een hoek dat ik geen last had van voorbijgangers. Al snel zat ik met mijn neus in het boek. Totdat een gezette man, in uitpuilende joggingbroek en versleten tatoeages op zijn blote onderarmen rechts naast mij ging zitten. Zijn vrouw hield drie plaatsen tussen hen in vrij. Met alle gevolgen voor het volume van hun kortaffe conversatie. Hun dochter ging ongelukkigerwijs links van mijn zitten, precies in mijn comfortzone. Zo zat ik gevangen in een gezinsdriehoek. Het meisje ging een kruiswoordraadsel oplossen in een van de tijdschriften van de leestafel. Omdat iemand haar al voor was geweest, kon zij zich alleen de moeilijke woorden richten. Ze probeerde de ingevulde woorden te lezen, maar het microhandschrift was bijkans onleesbaar. Vader gewapend met een leesbril, moest voortdurend helpen met het ontcijferen. Het tijdschrift schoof voortdurend voor mij langs. Vader had in ieder geval een scherp oog, hij benoemde op luide toon elke letter. Het meisje verbeterde nauwkeurig de letters in het kruiswoordraadsel.

Waar alfabetisering al niet toe kan leiden.

Ondanks deze afleiding bleef ik doorlezen. Het lukte me om het verhaal vast te houden. Mijn duel met mijn informatieverwerkingssysteem verliep gunstig. Toen de arts mijn naam noemde, duurde het een moment voordat ik opkeek. In het gesprek dat volgde, legde ik uit dat ik mijn doelen moet bijstellen en tevreden moet zijn met minder grote prestaties dan vroeger. De tien pagina's die het wachtlezen mij heeft opgeleverd is het pareltje van de dag. Morgen lees ik de rest van Duel uit.

Ha’k mar ’n gitaar (over Daniel Lohues en hartstochten voor gitaren)


Deze week zag ik Daniel Lohues bij Pauw en Witterman optreden. Voor zijn uitvoering van het lied over het piepschuimen kruis, vertelde hij hartstochtelijk over zijn gitaren. Een beetje beschroomd verklapte hij dat hij zo'n dertig gitaren thuis had staan. Hij had een zwarte Gibson meegenomen uit de jaren dertig. Liefdevol streelde hij het snaarinstrument. De afgelopen weken heb ik mijn eigen gitaar ook weer eens uit de hoek gehaald. Om de lange dagen te vullen, besloot ik te onderzoeken of ik er nog geluid uit kon krijgen.
Dat viel niet mee.
Toen ik elf was, begon ik met les. De plaatselijke muziekhandel bood een gitaarjuf ruimte in het magazijn voor haar lessen. Elke maandag verscheen ik daar met mijn gitaar en het lesboek van Ilja Kroon. Ik leerde noten lezen, hakkelend weliswaar, en kreeg de akkoorden onder de knie. Jong geleerd is oud gedaan. Nog steeds kan ik zonder problemen een C- of een G-akkoord aanslaan. Echt ver ben ik niet gekomen. De klassieke aanpak lag mij niet. Ik vond het uiteindelijk te veel gedoe. Na twee jaar ben ik gestopt met lessen, zonde van het geld.
Toch probeerde ik af en toe wat te tokkelen. Het mag geen naam hebben. In een bandje speelde ik nimmer. Eigenlijk betreur ik dat nog steeds. Stiekem heb ik natuurlijk gedroomd van jankende solo's op grote podia. Of van nummers vol fraaie finger-picking. In de afgelopen maanden ontdekte ik via internet tal van info-sites. Met duidelijke afbeeldingen werd mij duidelijk hoe ingewikkelde akkoorden gespeeld moesten worden. Via tab-notaties leerde ik de schema's van liedjes. Het YouTube-kanaal van Jerome bekeek ik trouw om tips en tricks te leren. Ik kreeg veel kennis voorgelegd.
En daar begon de frustratie.
Het lukt niet om snel van akkoord te wisselen. De vingervlugheid is verdwenen. Mijn vingers blijven te lang in een stand staan. Als ik van de E naar de C moet, ontstaat er een vertraging. Ik tokkel niet maar ik haper. Ook kan ik maar niet automatiseren. Een deuntje in de vingers krijgen duurt heel lang. Ik ben het ook zo weer vergeten. Ondanks die beperkingen toog ik naar Tonika, de plaatselijke gitarenboer. Lang heb ik geaarzeld. Een muziekwinkel is een plek waar wijsneuzen rondhangen. Gasten die alles beter weten en dat graag ventileren. Met mijn gebrekkige gitaarvaardigheid zou ik een belachelijk figuur slaan. Maar toch had ik besloten om mijn oude elektrische gitaar weer te gaan gebruiken, dus ik moest wel. Jarenlang had de zwarte imitatie Les Paul in de garage rondgeslingerd. Nieuwe snaren en een goede verbindingskabel diende ik aan te schaffen. De versterker had ik jaren geleden van de hand gedaan. Dus moest er een nieuwe komen. De jongen die mij vingervlug hielp had wel door dat ik een herintreder met beperkingen was en stelde niet de vraag waar ik bang voor was: 'Wilt u de versterker zelf even proberen?' In plaats daarvan plugde hij zijn eigen gitaar in en demonstreerde vakkundig de mogelijkheden van de versterker.
Dat klonk goed.
Thuisgekomen bleek al gauw dat ik nooit zulke tonen zal kunnen toveren uit de klankkast van mijn versterker. Maar ik oefen rustig verder. Het lukt mij om een helder G-akkoord versterkt de wereld in te spelen, zelfs de F en de D beginnen al aardig te klinken, zeker met wat distrotion eronder. Mijn zelfvertrouwen groeit. Ondertussen durf ik zonder schroom een muziekwinkel binnen te stappen. Ik leer elke dag bij. Ik weet alles van brug, kam, shielding, potmeters, elementen en pluggen. Alsof ik het al jaren koop, vraag ik naar snaren 011. Met dikkere snaren speel ik toch beter. Mijn vingertoppen beginnen eeltplekjes te vertonen. Het lukt mij dan nog niet om te spelen zoals Daniel Lohues, maar ik begrijp zijn hartstocht voor de gitaar. Die hartstocht verwoordde hij mooi in het liedje 'Ha'k mar 'n gitaar' Kijk maar eens
http://artiesten.radio6.nl/page/artiest/12065

Wouter Bos en Camiel Eurlings kiezen voor hun leven


Is het niet een interessante politieke tijd? Ik vermaak me prima. Diverse politici kondigen hun afscheid aan, anderen opteren voor een nieuwe periode en lang vermoede overstappen worden gemaakt. Interessant in de verschuivingen is de rol van de privésituatie van de politici. Eurlings en Bos treden terug om meer tijd voor hun gezinsleven te reserveren. Omwille van zijn persoonlijke zorgtaken weigerde Job Cohen in het verleden de overstap naar de landelijke politiek maken. Een contrast met eerdere generaties. Kinderen van Joop den Uyl verzuchtten in de biografie die Annet Bleich een paar jaar geleden schreef, dat zij hun vader gemist hebben in hun jeugd. Hij was alleen op zondag zichtbaar. Politici konden het destijds nog maken om compleet voor hun werk te gaan en alles aan de kant te zetten voor het politieke ideaal.
In de afgelopen veertig jaar is er iets fundamenteels veranderd in Nederland. Wij zijn een part-time land geworden. Zakelijke afspraken moeten om papa-dagen worden heen gepland. Ik was laatst getuige van een gesprek tussen twee onderwijzeressen die elkaar maar een keer in de week konden ontmoeten voor een bespreking. Als de een kon had de ander ATV en op een ander moment fietste het ouderschapsverlof er doorheen. Werk is tweederangs geworden. De agenda van het bedrijf voert niet langer de boventoon, het is de thuisorganizer die heerst. Bovenaan staan de heilige vrije dagen. Daar mag je niet aankomen. Werk is om het leven mogelijk te maken, je leeft niet om te werken. Moeders en vaders bepalen de gang van zaken in hun professionele organisaties. Er moet onderhandeld worden of mama op haar zorg-dag op kantoor moet verschijnen. De dictatuur van de parttimer is een feit. Wie volledig gaat voor zijn werk wordt meewarig bekeken.
In de politiek is dit moment nu ook aangebroken. Nu het aantal vrouwen als maar toeneemt in de parlementaire zetels, durven mannen uit te komen voor hun zorgbehoeftes. Openlijk vertellen de heren politici dat zij op tijd willen zijn voor het avondeten, thuis bij hun gezin. Gerrit Zalm herhaalde het regelmatig dat hij dat deed. Kamerleden kunnen gewoon met zwangerschapsverlof gaan, vervanging wordt geregeld. Politicus-zijn is zo een gewoon beroep geworden, inclusief rechten en CAO-bepalingen. Het is niet langer een way of life. En daar wringt hem de schoen. Van oudsher is het dragen van een politiek ambt juist een bezigheid van lieden die tijd en middelen genoeg hadden. In alle rust en vrijheid kon men zich richten op het bestuur van het land. Het leidde tot een bedaagde manier van regeren en controleren. Met het vercaoïseren van het politieke bedrijf is dat verleden tijd. Daardoor is ook de gejaagdheid in het beroep is gekomen. Het moet allemaal snel gebeuren in korte tijd. Men is niet langer politicus voor het leven, zoals Den Uyl. Men doet het als stap in de loopbaan. Het is geen hartstocht, maar een weloverwogen fase. Volksvertegenwoordiger zijn is een tijdelijke dienst aan het landsbestuur. Politici willen dan ook niet langer alles aan de kant schuiven. Zij tekenen voor een periode en beschouwen het als een gewone job. Een beetje normaal leven moet mogelijk blijven. Net als in een bedrijf stelt de moderne werknemer in de politieke business zijn eisen. Ouderschapsverlof, snipperdagen en seniorenregelingen horen daarbij.
En zo kan het gebeuren dat binnen 24 uur twee relatieve jonge politici hun keuze maken voor hun geliefden en het landsbestuur verlaten. Maar let op: als hun kinderen groot zijn, keren zij terug. Dat kabinet Bos-Eurlings zal er ooit komen. Misschien wordt het wel geleid door de zonen van.

John Irving: Last Night in Twisted River, Garp, blowjobs en Volvo´s

John Irving schreef onlangs een nieuwe roman, Last night in Twisted River. In het boek gaat het natuurlijk weer over beren en over worstelen. Bizar personages en aparte wendingen komen voor in het verhaal. Op mijn verjaardag kreeg ik zaterdag de vertaling. De Laatste nacht in Twisted River, ligt klaar om verslonden te worden. Ik heb er zin in. Lekker languit, dagen achtereen lezen.

Ik ben fan.

Irvings boeken heb ik allemaal gelezen. Garp was het eerste van Irving dat ik las. Ik was meteen verkocht. Het moet in de zomer van 1984 geweest zijn. Ik bezocht in die vakantie het Zweedse platteland met mijn ouders. Buiten het bekijken van dennenbossen en watervallen was daar niet veel te beleven. In de tuin van het rode zomerhuis begon ik te lezen in Garp en kon ik niet meer stoppen. Mijn leeservaring was nog niet groot. Natuurlijk had ik in mijn jeugd leeskilometers gemaakt in series als De
Kameleon, Bob Evers, De Vijf en meer van dat soort boyslit. En ja, ik had de Lemniscaat-bibliotheek verlonden, Kruistocht in spijkerboek was mijn favoriet. De overstap naar de volwassen literatuur maakte ik in die Zweedse zomer. Mijn zus, verwoed boekenverzamelaarster, had in haar studentenkamer een behoorlijke collectie literatuur opgebouwd. Al langer lonkte de titel De wereld volgens Garp. Het betrof een lichtgele kaft, met een rode fotoprint waarop het beeld te zien was van een vliegtuig dat zich in een woonhuis had geboord. Linksvoor stond Robin Williams afgebeeld, die in de film Garp de hoofdrol speelde. De scene met het vliegtuig staat symbool voor de logica van Garp. Hij zoekt op een gegeven moment naar een huis, weet dat er een vliegtuig op is neergestort en besluit de woning onmiddellijk te kopen. Immers, dit huis is vanaf nu gevrijwaard van neerstortende vliegtuigen, want statistisch kan dit niet een tweede keer gebeuren. Kijk, dat is redeneren naar mijn hart. Ik genoot van het boek. Niet zozeer omdat er expliciete sex in voorkwam, al was dat meegenomen. Ik leerde, zo bedenk ik nu, dat zoiets als orale bevrediging bestond.

Ja, literatuur leert je de geneugten van het leven kennen.

Maar juist die blowjob die Garps vrouw geeft aan haar minnaar in de op een helling geparkeerde auto, is cruciaal voor mijn liefde voor Irving. Juist op het moment dat zij de penis goed in haar mond neemt, komt Garp met zijn jongens in zijn oude Volvo aanrijden. Hij zet de versnelling in zijn vrij, merkt op dat hij de knop van de pook nog altijd niet gerepareerd heeft en roept tegen zijn zonen dat ze gaan vliegen. Ze suizen de helling af en botsten tegen de wagen waarin Helen haar overspel pleegt. De botsing zorgt voor veel bloed in haar mond en een man die met een bloedend kruis wordt afgevoerd naar het ziekenhuis. Ik kwam niet meer bij van het lachen. Oké, ongepast want hier vond een serieus drama plaats: overspel dat de oprechte en romantische liefde tussen Helen en Garp bedreigde. Maar de schrijver nam op een verschrikkelijke manier wraak op mijn hilarisch gelach. Enkele pagina's verder gekomen, en nog nahikkend van het lachen, begreep ik dat het overspel nog iets anders kapot had gemaakt. Een van de zonen, Wolf, viel door de botsing op de versnellingspook. Hij verloor een van zijn ogen. Mijn maag kromp ineen. Ik leefde intens mee met Garp, die en als toegewijd echtgenoot werd bedrogen en als vaderkloek werd aangevallen door het noodlot. Ik schaamde me diep dat ik gelachen had op het moment dat Garp dit alles overkwam. Ik vond het zo knap van Irving dat hij dit zo gecomponeerd had. Natuurlijk was het een literair trucje, iets wat je in elke Hollywood-film kan tegenkomen. Maar als je het voor het eerst doorkrijgt hoe zoiets werkt, is de bewondering groot.

De bijna 600 pagina's Garp las ik in een sneltreinvaart uit. Ik genoot van de verhalen in het verhaal, volgde enthousiast de zijsporen, leefde mee met de personage en keerde terug op het hoofdtoneel. Dit was zoals een roman moest zijn, stelde ik in mijn tienerwijsheid vast. Een boek moet ontroeren en grappig zijn. Een boek moest een spannend verhaal vertellen en een boodschap verkondigen. Irving is moralist genoeg om zijn kritiek op de maatschappij te verweven in zijn romans. In Garp gaat dat over het feminisme dat tot een strijd tussen man en vrouw leidde. Garp geldt ook als een aanklacht tegen het commercieel verpatsen van sex en liefde. Het boek gaat in op de gevolgen van de sexuele revolutie. Dat was wat ik leerde van Garp. Dat werd mijn standaard om te bepalen of ik een boek goed vond.

Na al die boeken van Irving denk ik wel eens, nu weet ik het wel, nu heb ik genoeg van al die absurditeiten en van die uitvergrote personages. Maar ik weet hoe het de komende dagen zal zijn: Irving zal mij in zijn wereld binnentrekken en aan zich binden. De Laatste nacht is hopelijk niet de laatste Irving. Ik open het boek.

Een kruis van piepschuim

Daniël Lohues completeert zijn vier jaargetijden: Allenig IV is uit. Zijn liedjes gaan over de natuur en het leven. Zijn teksten lijken eenvoudig, maar hebben diepgang. Regelmatig komen de wijze woorden van zijn grootmoeder langs. Bekend is natuurlijk de uitspraak: Het giet zoas het giet (en anders is het niet). Ook mooi is: angst is mar veur eben, spiet is voor altied. Zijn muziek is de laatste jaren kaal geworden. Ten tijde van Skik was het rock 'n roll wat de klok sloeg, later trad hij op met een echte bluesband. Nu begeleidt hij zichzelf op gitaar of op piano; hij gebruikt de mondharmonica daarbij. Flarden van Bach, maar ook blues en folk zijn terug te vinden in de nummers. Vanavond hoorde ik een nummer met een tekst die ook ontleend is aan zijn oma. Het gaat over hoe je omgaat met moeilijkheden. Elk huisje heeft zijn kruisje, dat soort werk. Daniëls grootmoeder filosofeerde dat als iedereen zijn kruis op een hoop zou gooien, en de opdracht zou krijgen opnieuw een kruis op te pakken, dat iedereen zijn eigen kruis weer zou pakken. Alle kruizen zijn precies even groot, de ene van piepschuim de ander van lood.

Ik herkende meteen de essentie. Het kruis is zo zwaar als je het zelf maakt. Je ellende krijgt de schaal die jij het toedicht. Er zijn mensen die nooit verder komen dan woede. Waarom heb ik die ziekte gekregen, waardoor mijn toekomst in duigen ligt? Hoe kan het nou dat juist mijn relatie naar de knoppen is gegaan? Ik geloof dat dit een eerste fase is. Blijf je hierin dan zal je lot je belemmeren in alles wat je wilt doen. Je strijdt tegen iets waarvan je niet kunt winnen, immers het is zoals het is. Maar als je gewend bent geraakt aan je eigen lot, wordt het anders. Natuurlijk, je vecht er tegen, je wilt het opgeven en het niet accepteren. Maar na een tijdje neem je het zoals het is. Je verzoent je met wat op je pad is gekomen. Ik probeer dat te doen. Ik weet dat als ik mij met mijn lot verzoen, als ik mijn ziekte de hand schud, wanneer ik naast mijn beperkingen ga lopen in plaats van er tegen in ga, dat het makkelijker wordt. De strijd tegen mijn ziekte hoef ik dan niet meer te voeren. Dat schept ruimte om creatief te worden, om de beperkingen in mijn leven in te kaderen. Het kruis dat je moet dragen wordt dan lichter, niet langer van lood maar van piepschuim. Ik geloof niet dat dit bagatelliseren heet. Het blijft leven met onmogelijkheden. De marathon zal ik nooit meer lopen, maar die tien minuten op de loopband winnen aan waarde. Ik kan steeds beter genieten van wat ik nog wel kan, doordat ik geen aandacht schenk aan wat ik niet meer kan. Ik probeer mijn doelen realistisch te maken. Uiteraard zijn er momenten van frustratie als het iets niet lukt, als ik mijn lat weer eens te hoog heb gelegd. Mijn kluswerkzaamheden in huis liggen er nog steeds, in de hoek van de garage. Toch heb ik geleerd dat ik daar niet in moet blijven hangen. Al is het verleidelijk om te kniezen en terug te zakken in lethargie. Ik houd mij zelf voor dat dat niet de weg is. Het leidt tot verzuring en afstomping. Mijn tactiek is om realistisch te blijven, om niet te doen alsof er niets aan de hand is. Ik moet wel, anders wordt mijn leven een barre tocht langs een afgrijselijke kruisgang.

Nee, dan liever een kruis van piepschuim. Prachtig hoe een liedtekst van een ware troubadour, van een man die het leven bezingt, zo helder aansluit bij wat ik doormaak. Elk mens die heeft zich een kruis te dragen, op zich zijn die kruisen precies even groot, het verschil tussen die kruisen is dat de een is van piepschuim en de ander van lood en daar loop je mee tot aan de dood. Geen tijd voor zelfsneuigheid, dat is wat de Drentse singer-songwriter zingt.

Port a Cabin

'En wat nu, Irgend?' Ik keek mijn vrouw aan toen wij op onze kale kavel stonden. Irgend had net met bluf onze woning verkocht terwijl wij nog geen steen van ons nieuwe huis in de Buitenhof konden zien. Zonder met mij te overleggen had ze ons huis verkocht voor een prijs die wij nooit hadden durven hopen. Ik had haar het hele onderhandelingsdeel laten doen. Ik kon de afgelopen periode weinig tijd vrij maken omdat de drukte op de zaak enorm was. Irgend had full speed de regie in handen genomen, heel speedy zo bleek nu.

'Wij zitten dus over twee weken zonder huis. Ik vind dat je wel heel voortvarend bent geweest. Hoe moet dat nou?'

'Ik heb iets geregeld, wacht maar even.' Irgend keek op haar horloge en checkte haar mobiel. 'A, ik krijg net een sms dat ze er aan komen.' Ze liet me het berichtje zien.

"Levering port-a-cabin om 10.00 uur, plaatsing om 12.00 uur voltooid."

'Dit wordt ons tijdelijke huis, kijk daar komt het.' Irgend wees naar de vrachtwagen die de straat in was komen rijden. Op de trailer stonden drie units. Op de wagen stond de slogan van het bedrijf: 'Huur tijdelijke ruimte, flexibel naar uw wens'.

'Zijn dat de schaftketen voor de bouwvakkers?'

'Nee, schatje, dat is ons nieuwe paleisje. Kijk die grote wordt de woonkamer, de kleine mijn kantoor en die laatste is de slaapkamer voor de kids.' Met een tevreden gezicht liep Irgend naar de chauffeur om te overleggen waar de wooncontainers geplaatst moesten worden. Achter de vrachtwagen had zich een hoogwerker opgesteld. Na wat overleg en enkele shagjes, begonnen de mannen aan hun klus. De drie keten werden aan de rand van de kavel geplaatst. Irgend stond met haar neus boven op de activiteiten en wees precies de plek aan die ze voor ogen had. De drie units werden met elkaar verbonden door loopgangetjes. In een mum van tijd was ook de electra en water en gas aangesloten.

'Maar Irgend, en wij dan? Waar moeten wij slapen?' Ik had het hele transportproces vanaf de stoep gevolgd. Ik wist dat ik mijn vrouw niet moest storen zolang de mannen er waren. Nu ze waren vertrokken, had ik mij bij haar gevoegd.

'Ook daar heb ik aan gedacht. Maar de stacaravan kan pas morgen komen.' Tevreden liep ze tussen onze nieuwe onderkomens door. Ze opende de deur van de woonkamer en gebaarde mij naar binnen te gaan. Ze veegde de modder van haar laarsjes en opende het kartonnen doosje dat ze uit haar auto had meegenomen.

'Zo, en nu eerst een slokje.' De fles cava ging met een plopje open en Irgend vulde de fluitjes. Onhandig proostten wij.

'Op de Westerwoldlaan!' Ze glimlachte en keek mij voldaan aan. 'Nou, wat vind je ervan. Goedkoper kon het niet. Morgen komt het verhuisbedrijf al onze spullen inpakken en overmorgen kunnen wij hier al zitten. Super toch?'

'Een stacaravan?' Ik moest er niet aan denken.

'Wen alvast maar aan het idee.'

Opzwepers


Onlangs overleed Doug Fieger, de zanger van de Amerikaanse band The Knack. Toen ik mij begon te interesseren in popmuziek scoorde de groep een nummer 1 hit in de VS met My Sharonna. Het was 1979. Het nummer heeft een pompend ritme. Het begint met een paar ferme slagen op de drums, de baslijn start en na enkele seconde komt de gitaarriff op gang. Ik vond het prachtig. Het is maar goed dat ik de tekst niet goed ken want het Lolita-gehalte is groot. Hartstochtelijk wordt er verlangd naar de liefde van een 'younger one'. Duidelijk is dat de kwaliteit van de lyrics niet bepalend zijn voor een goede opzweper. Een ander mooi voorbeeld is de J. Geilsband, what's in a name? Hun hit uit 1981, Centre Fold gaat over het terug vinden van je jeugdliefde op de bonusposter van de Playboy. Hitsig, kwajongensachtig, kittig bravoure. Maar wel opzwepend. Ik schaam er dan ook nauwelijks voor te bekennen dat het nummer weken in mijn eigen wekelijkse top tien heeft gestaan.
In mijn Opzweep Top Tien staan veel nummers uit het eind van jaren zeventig, begin tachtig. De jongensjaren wat betreft mijn muzikale smaak. De radio aan zodra het kan. De cassetterecorder bij de hand om snel te kunnen opnemen als een van de favorieten langskomt. Het opnemen was een kunst. Net op tijd stoppen was belangrijk: de stem van de diskjockey mocht niet te horen zijn op de band. Het afdraaien van de muziek kostte ook tijd. Zoeken naar het de juiste track betekende veel knoppen indrukken en gokken of je goed zat op je bandje. Een heel verschil met de huidige techniek. Een nummer dat ik op deze manier vast kon leggen komt van the Jam, de band die met Beat Surrender afscheid nam van de podia. Wat mij betreft het heerlijkste opzweepnummer van mijn lijstje. Een stem die de titel zingt, een pianoriedeltje en jetzt geht's los! Op het eind voegen zich toetertjes en een hemels orgeltje in. Stampend naar het slot van het nummer. Een meesterwerkje van Paul Weller.
Trompetjes klinken ook in de song voor de vrijlating van Nelson Mandela. De Special AKA tonen aan dat een opzweper ook ergens over kan gaan. Overigens is er ook een prachtige versie van Amy Winehouse. Een opname gemaakt op het 46664-concert ter ere van Mandela's verjaardag. Een lekkere dopey sloom-speedy versie, zoals Winehouse dat kan. Al werd ze hier wel geholpen door topartiesten, een fantastisch zwart koor en twee hyper-geile dansers. Maar dat terzijde.
Heel anders, maar het kwam ineens op in mijn muzikale geheugen, is Tigerfeet van Mud. Muziek uit mijn prehistorie. Vaag als zesjarige bube kan ik mij herinneren dat dit soort muziek uit de buizenradio weerklonk. Mannen in oversized pakken in felle kleuren doen koddige danspasjes bezingen de voeten van hun geliefden en zingen vol hoop op een spannende avond. Tja, popmuziek en niveau…. Nog zo een uit die tijd: The Sweet met Ballroomblitz. Hoge stemmen, goede drumroffels, hardrockachtige gitaarsolo's. Exponenten van de glitterrock uit Engeland. Stoere arbeiderszonen in nichterige omstandigheden. Het is deze muziek waartegen een band als de The Jam inging.
En dat terwijl er in Engeland toch schitterende opzwepende muziek is gemaakt. Mijn oudste nummer komt van the Beatles. Hun laatste publieke optreden op het dak van hun Apple-gebouw. Lange haren, McCartney met volle baard, Lennon met zijn karakteristieke brilletje en Harrison in bontjas. Mafkees Ringo Starr draagt een rode plastic regenjas. Het nummer is opzwepend door zijn drumstrokes, maar wordt eigenlijk gedragen door de tonen die Billy Preston uit zijn orgeltje perst. De video van het optreden toont fraaie beelden van het publiek dat het dak opklimt om getuige te zijn van the final gig. Vooral de oudere heer met regenjas, hoed en pijp die omhoogklimt is prachtig. Al is Get Back een nummer van een Engelse band, de link met de VS maak ik op het gehoor. En dan kom ik terecht bij Bruce Springsteen. Zijn Born to run heb ik pas later leren kennen, maar het pulseert voldoende voor een plek in de opzweeplijst.
Mijn all time favorite band mag niet ontbreken: U2. Hun doorbraaksingel I will follow heeft de rauwheid van hun beginjaren. The Edge vult het ritme met een cirkelende gitaarbeat. Het is een nummer dat oproept tot meebrullen. Het lijntje met Franz Ferdinand, is duidelijk. Een zelfde soort cadans als je het horen wil tenminste. Luister maar naar Take me out.
Tijd voor een lijstje:
Opzweep Top Tien
1 The Jam, Beat Surrender (1982)

www.youtube.com/watch?v=GOK_vqtXgbk
2 The Knack, My Sharonna (1979)
http://%20www.youtube.com/watch?v=kVdnqEyToqg
3 Special AKA, Free Mandela (1984)
www.youtube.com/watch?v=o3NJwyzFlTE
4 U2, I will follow (1980)
http://%20www.youtube.com/watch?v=g2BqLlVHlWA
5 The Beatles, Get Back (1969)
www.youtube.com/watch?v=JlWFpdPX45g
6 Franz Ferdinand, Take me out (2004)
www.youtube.com/watch?v=xZGcw9HHOkU
7 Bruce Springsteen, Born to run (1975)
www.youtube.com/watch?v=ggWZUm1ETNo
8 The Sweet, Ballroomblitz (1973)
http://%20www.youtube.com/watch?v=ZrBDivsSe3k&feature=related
9 Mud, Tigerfeet (1974)
www.youtube.com/watch?v=d2sMuVPMkkk
10 J. Geilsband, Centrefold (1981)
www.youtube.com/watch?v=BqDjMZKf-wg

Irgend verkoopt een huis

Ons huidige huis is verkocht. Gelukkig maar. Want de economie werkt niet echt mee. We hebben fraai onderhandeld met de kopers. Het is een jong stel dat het huis eigenlijk voor een prikkie wilde kopen. Ze wisten dat wij al een kavel hadden gekocht in de Buitenhof.

'O, zo'n leuke buurt,' kirde het vrouwtje, 'ik heb er een vriendinnetje wonen. Aan de dingenswoldlaan, ofzo. Heel leuk! Zo kindvriendelijk.' De ketting met het zwangerschapsbelletje tikte nerveus op haar bolle buik. De foetus moet gestoord worden van dat getinkel. Dat wordt een baby die er snel uit wil. 'Jullie gaan echt in de leukste wijk van Groningen wonen. Is het huis al klaar wat je jullie willen bouwen? Het is zo ruim opgezet.'

'Ja, dat is zo,' kapte Irgend af, 'dus jullie bieden niet meer? Dit is jullie finale bod?' Irgend is het meest zakelijke van ons tweeën. In mijn eigen bedrijf kan ik elk dubbeltje tien keer omdraaien, thuis bestiert zij de kas. En hoe!

'Nou eigenlijk gaat het boven ons budget, jullie hebben toch al iets gekocht begreep ik?'

Irgend keek het vrouwtje meewarig aan en zei: 'Luister, als je hoopt op een financiële dwangpostie van ons dan heb je het mis. Mijn man verdient zat om twee of drie huizen te kunnen kopen. Wij zakken niet verder. Ik heb weinig behoefte om nog lang met je te onderhandelen. Dit is het, anders niet.' Irgend keek met haar aller strakste blik. Je kon daar alleen maar ja op zeggen. Ik ken die blik al jaren, het is mijn leiband.

'Eh, ja, okee, ik denk het wel,' stamelde de aanstaande moeder, 'laten we het maar doen.' Haar vriend die nog geen woord gezegd had knikte. Hun makelaar stond in de hoek van de kamer te sms'en.

'Goed dan geef ik je hier het nummer van de notaris, die regelt alles. Ik denk dat we klaar zijn.' Irgend schoof het voorlopig koopcontract over de tafel en zag erop toe dat het goed werd ondertekend.

'Mooi, dat was het dan, het transport zal over twee weken plaatsvinden, je komt er wel uit neem ik aan.' Irgend stond op van de tafel en opende de voordeur.

'Het enige wat niet leuk van de Buitenhof is, is dat je altijd voor je boodschappen moeten rijden met je auto.'

'Ik weet het,' Irgend knikte, 'maar ik heb een man die graag auto rijdt. En die heel goed mijn lijstjes kan afwerken, dus daar heb ik geen last van. Tot ziens.'

Toen ze terugkeerde in de kamer heb ik haar hartstochtelijk gekust. Haar optreden had een groot financieel debacle voorkomen. We kunnen weer verder.