Ha’k mar ’n gitaar (over Daniel Lohues en hartstochten voor gitaren)


Deze week zag ik Daniel Lohues bij Pauw en Witterman optreden. Voor zijn uitvoering van het lied over het piepschuimen kruis, vertelde hij hartstochtelijk over zijn gitaren. Een beetje beschroomd verklapte hij dat hij zo'n dertig gitaren thuis had staan. Hij had een zwarte Gibson meegenomen uit de jaren dertig. Liefdevol streelde hij het snaarinstrument. De afgelopen weken heb ik mijn eigen gitaar ook weer eens uit de hoek gehaald. Om de lange dagen te vullen, besloot ik te onderzoeken of ik er nog geluid uit kon krijgen.
Dat viel niet mee.
Toen ik elf was, begon ik met les. De plaatselijke muziekhandel bood een gitaarjuf ruimte in het magazijn voor haar lessen. Elke maandag verscheen ik daar met mijn gitaar en het lesboek van Ilja Kroon. Ik leerde noten lezen, hakkelend weliswaar, en kreeg de akkoorden onder de knie. Jong geleerd is oud gedaan. Nog steeds kan ik zonder problemen een C- of een G-akkoord aanslaan. Echt ver ben ik niet gekomen. De klassieke aanpak lag mij niet. Ik vond het uiteindelijk te veel gedoe. Na twee jaar ben ik gestopt met lessen, zonde van het geld.
Toch probeerde ik af en toe wat te tokkelen. Het mag geen naam hebben. In een bandje speelde ik nimmer. Eigenlijk betreur ik dat nog steeds. Stiekem heb ik natuurlijk gedroomd van jankende solo's op grote podia. Of van nummers vol fraaie finger-picking. In de afgelopen maanden ontdekte ik via internet tal van info-sites. Met duidelijke afbeeldingen werd mij duidelijk hoe ingewikkelde akkoorden gespeeld moesten worden. Via tab-notaties leerde ik de schema's van liedjes. Het YouTube-kanaal van Jerome bekeek ik trouw om tips en tricks te leren. Ik kreeg veel kennis voorgelegd.
En daar begon de frustratie.
Het lukt niet om snel van akkoord te wisselen. De vingervlugheid is verdwenen. Mijn vingers blijven te lang in een stand staan. Als ik van de E naar de C moet, ontstaat er een vertraging. Ik tokkel niet maar ik haper. Ook kan ik maar niet automatiseren. Een deuntje in de vingers krijgen duurt heel lang. Ik ben het ook zo weer vergeten. Ondanks die beperkingen toog ik naar Tonika, de plaatselijke gitarenboer. Lang heb ik geaarzeld. Een muziekwinkel is een plek waar wijsneuzen rondhangen. Gasten die alles beter weten en dat graag ventileren. Met mijn gebrekkige gitaarvaardigheid zou ik een belachelijk figuur slaan. Maar toch had ik besloten om mijn oude elektrische gitaar weer te gaan gebruiken, dus ik moest wel. Jarenlang had de zwarte imitatie Les Paul in de garage rondgeslingerd. Nieuwe snaren en een goede verbindingskabel diende ik aan te schaffen. De versterker had ik jaren geleden van de hand gedaan. Dus moest er een nieuwe komen. De jongen die mij vingervlug hielp had wel door dat ik een herintreder met beperkingen was en stelde niet de vraag waar ik bang voor was: 'Wilt u de versterker zelf even proberen?' In plaats daarvan plugde hij zijn eigen gitaar in en demonstreerde vakkundig de mogelijkheden van de versterker.
Dat klonk goed.
Thuisgekomen bleek al gauw dat ik nooit zulke tonen zal kunnen toveren uit de klankkast van mijn versterker. Maar ik oefen rustig verder. Het lukt mij om een helder G-akkoord versterkt de wereld in te spelen, zelfs de F en de D beginnen al aardig te klinken, zeker met wat distrotion eronder. Mijn zelfvertrouwen groeit. Ondertussen durf ik zonder schroom een muziekwinkel binnen te stappen. Ik leer elke dag bij. Ik weet alles van brug, kam, shielding, potmeters, elementen en pluggen. Alsof ik het al jaren koop, vraag ik naar snaren 011. Met dikkere snaren speel ik toch beter. Mijn vingertoppen beginnen eeltplekjes te vertonen. Het lukt mij dan nog niet om te spelen zoals Daniel Lohues, maar ik begrijp zijn hartstocht voor de gitaar. Die hartstocht verwoordde hij mooi in het liedje 'Ha'k mar 'n gitaar' Kijk maar eens
http://artiesten.radio6.nl/page/artiest/12065

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.