Port a Cabin

'En wat nu, Irgend?' Ik keek mijn vrouw aan toen wij op onze kale kavel stonden. Irgend had net met bluf onze woning verkocht terwijl wij nog geen steen van ons nieuwe huis in de Buitenhof konden zien. Zonder met mij te overleggen had ze ons huis verkocht voor een prijs die wij nooit hadden durven hopen. Ik had haar het hele onderhandelingsdeel laten doen. Ik kon de afgelopen periode weinig tijd vrij maken omdat de drukte op de zaak enorm was. Irgend had full speed de regie in handen genomen, heel speedy zo bleek nu.

'Wij zitten dus over twee weken zonder huis. Ik vind dat je wel heel voortvarend bent geweest. Hoe moet dat nou?'

'Ik heb iets geregeld, wacht maar even.' Irgend keek op haar horloge en checkte haar mobiel. 'A, ik krijg net een sms dat ze er aan komen.' Ze liet me het berichtje zien.

"Levering port-a-cabin om 10.00 uur, plaatsing om 12.00 uur voltooid."

'Dit wordt ons tijdelijke huis, kijk daar komt het.' Irgend wees naar de vrachtwagen die de straat in was komen rijden. Op de trailer stonden drie units. Op de wagen stond de slogan van het bedrijf: 'Huur tijdelijke ruimte, flexibel naar uw wens'.

'Zijn dat de schaftketen voor de bouwvakkers?'

'Nee, schatje, dat is ons nieuwe paleisje. Kijk die grote wordt de woonkamer, de kleine mijn kantoor en die laatste is de slaapkamer voor de kids.' Met een tevreden gezicht liep Irgend naar de chauffeur om te overleggen waar de wooncontainers geplaatst moesten worden. Achter de vrachtwagen had zich een hoogwerker opgesteld. Na wat overleg en enkele shagjes, begonnen de mannen aan hun klus. De drie keten werden aan de rand van de kavel geplaatst. Irgend stond met haar neus boven op de activiteiten en wees precies de plek aan die ze voor ogen had. De drie units werden met elkaar verbonden door loopgangetjes. In een mum van tijd was ook de electra en water en gas aangesloten.

'Maar Irgend, en wij dan? Waar moeten wij slapen?' Ik had het hele transportproces vanaf de stoep gevolgd. Ik wist dat ik mijn vrouw niet moest storen zolang de mannen er waren. Nu ze waren vertrokken, had ik mij bij haar gevoegd.

'Ook daar heb ik aan gedacht. Maar de stacaravan kan pas morgen komen.' Tevreden liep ze tussen onze nieuwe onderkomens door. Ze opende de deur van de woonkamer en gebaarde mij naar binnen te gaan. Ze veegde de modder van haar laarsjes en opende het kartonnen doosje dat ze uit haar auto had meegenomen.

'Zo, en nu eerst een slokje.' De fles cava ging met een plopje open en Irgend vulde de fluitjes. Onhandig proostten wij.

'Op de Westerwoldlaan!' Ze glimlachte en keek mij voldaan aan. 'Nou, wat vind je ervan. Goedkoper kon het niet. Morgen komt het verhuisbedrijf al onze spullen inpakken en overmorgen kunnen wij hier al zitten. Super toch?'

'Een stacaravan?' Ik moest er niet aan denken.

'Wen alvast maar aan het idee.'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.