Interim trainer


Mijn zoon speelt basketbal. Vanavond kon zijn vaste trainer niet. De vader van een van de jongens zag zijn kans schoon. Het hele seizoen hekelde hij de vaste coach van de boys. Zijn kritiek richtte zich er op dat de spelers de basics van het spel missen. Loop een lay-up, speel een bounce-pass in de bucket en kijk goed waar je teamgenoten staan. En hij kan het weten. Ooit speelde hij op eredivisie-niveau. Normaal hangen de jongens tegen elkaar tijdens de instructie. Of ze zitten uitgeput op de grond. Maar vanavond kregen ze lik op stuk. Doe actief mee, help elkaar, jut je medespelers op. Mekker niet als je valt, ga voor je rebound. Peper in de reet, dat soort werk. En wie niet luistert, loopt een strafrondje.
Ik mag dat wel.
Jonge spelers ploeteren zich door een wedstrijd met trucjes en leepe balletjes. Gevolg is dat ze vier kansen nodig hebben voor een score. Het is verleidelijk om dit als metafoor te gebruiken voor hun relatief luxe leventje. Moeten ze nog knokken om iets te bereiken? Krijgen ze niet alles wat ze willen? Wat ze heel goed kunnen is afgeven op scheidsrechters en op elkaar. Zoek de fout eens bij je zelf, houd je eigen spel tegen het licht. Dat is wat de trainer van vanavond de jongens voor hield.
Maar hij sprak tegen de muur.
Mijn zoon zei achteraf dat hij de coach negatief vond. Ik hield hem voor dat hij met de tips een betere speler kon worden. Al knikte hij van ja, zijn blik zei nee. De sportieve knaapjes zijn gevoelig. De teentjes in de Nike-schoentjes zijn lang. Positieve feedback is wat ze gewend zijn. Een harde aanpak beklijft niet.
Ja, het is slecht gesteld met de jeugd.
Op de tribune zat nog een vader te kijken naar de training. Hij zag zijn zoon vlak voor het eindsignaal naar de coach toe lopen. De jongen vroeg om aanwijzingen. De coach deed voor hoe een strafbal geworpen moest worden. Met een hand werpen, soepele polsbeweging en nawijzen. Terwijl de grote meiden aan hun training begonnen, oefende de jongen de worp. Het lukte hem steeds beter. Helaas zag de interim-coach niet wat hij bereikt had. Druk kletsend verliet hij de hal. Achter zijn rug maakte de jongen de ene na de andere ringloze strafworp.

Lentekriebels

Belle en Chiara deden mee aan de schoonmaakactie 'Lentekriebels'. Gewapend met een knijpstok en een afvalzak struinden ze door de wijk op zoek naar zwerfafval. Al in de eerste straat vonden ze hun eerste rotzooi. Door de sneeuw van de afgelopen winter, lag er nog veel afval van het vuurwerk. Onbegrijpelijk dat dit weken na de laatste sneeuw nog steeds op straat lag. Belle stopte resten Romeinse kaarsen en capsules van vuurpijlen in haar afvalzak. Bij een boom vond ze twee flessen die gebruikt waren om vuurpijlen af te schieten.

'Ja, neem die maar mee, meisje, die liggen daar al veel te lang,' riep een man, die languit in zijn hangmat lag met een biertje in zijn hand, 'en neem deze ook maar mee.' Hij gooide het lege blikje in de richting van de meisjes. Goed opgevoed als ze waren, raapten ze het fijngeknepen blikje van de grond. Bedremmeld stonden ze op de oprit. De man liet een luide boer.

'Nou, dames, opzouten, er ligt nog genoeg troep op straat, sta mij niet zo aan te gapen.' De man viste een sigaret uit het pakje dat naast hem in de hangmat lag. Het was de laatste peuk uit het pakje. Hij verfrommelde het doosje en gooide het naar Belle en Chiara. 'Ruim die ook maar op!' Chiara trok haar zus mee, ze lieten de prop liggen.

'Wij mogen geen dingen aannemen van vreemde mannen,' zei Belle toen ze van de oprit afliepen. Achter hen hoorden ze de man zijn mobieltje op luide toon beantwoorden. 'Ja, schatje, ik kom natuurlijk, lekker, hoor. Ik heb er zin in. Ik kom op de fiets.' Hij stak zijn middenvinger op naar de meiden. 'Oprotten, ja, nee,ik heb het niet tegen jou, schatje, er stonden hier wat van die buurtetters te schooien.'

'Kom Belle, we gaan verder.' Chiara was dan wel de jongste, maar ze voelde goed aan wanneer het link kon worden. Maar Belle bleef staan. Ze prentte het huisnummer van de man en het kenteken van zijn auto in haar hoofd. Toen ze eindelijk in beweging kwam, spoot ze met veel kracht een fikse fluim op de voorruit van de auto, een rode BMW 3 cabrio. De kap stond open. Gelukkig zag de man niet wat ze gedaan had.

De vuilophaaltocht was een groot succes. De wijk lag er weer netjes bij. Nadat de kinderen wat lekkers hadden gekregen, gingen Belle en Chiara terug naar hun tijdelijke huis. Omdat hun port a cabins tot verboden gebied waren verklaard, logeerden ze zo lang bij vriendinnetjes in de buurt. Chiara sliep bij Yonne, een klasgenootje. De meiden hielpen goed mee met het bakken van pannenkoeken. Nog harder hielpen ze daarna mee om ze op te eten. Natuurlijk mochten ze na het eten nog even naar het grote speelveld. De kabelbaan was favoriet. Op het veld ontmoetten ze een hele groep leeftijdgenootjes. Chiara vertelde wat ze die middag had meegemaakt.

'En nu wil ik die man terugpakken. Het is een eikel.'

'Een eikel, waarom?'

'Nou hij deed stom. Gaan jullie mee?' Chiara keek haar vriendjes grimmig aan. 'Ik heb een plan. Luister.'

De kinderen in de kring om Chiara gierden het uit van het lachen. Natuurlijk deden ze mee, dit was gaaf! 'Ik heb thuis wel vier flessen staan, ik haal ze op,' riep een van de kinderen. 'Ik ook!' En weg stoven de Buitenhofkids.

Die avond kwam de asociale buurtgenoot terug van zijn date. Het afspraakje was uitgelopen in een debacle. Toen hij pissig zijn fiets zijn oprit opreed, zag hij tot zijn grote schrik dat er plakkerig vocht van zijn rode BMW afdroop. Op de motorkap stonden verschillende lege flessen limonadesiroop. Met stoepkrijt stond op de oprit gekalkt: 'Eikel'. In de hangmat lagen ontelbare lege zakken chips en kapot getrapte colablikjes. Uit de brievenbus drupten de laatste restjes cola. Onder de ruitenwisser vond hij een briefje met slechts een woord: 'ASO'.

De jongste lotgenoot

Als jongste mocht ik vanochtend weer aanschuiven bij de tweede bijeenkomst van de lotgenotengroep. Het is een twijfelachtige eer om als enige onder de 45 jaar bij de club te horen. We kregen informatie over omgaan met stress. Ik geef toe dat ik lijd aan chronische recalcitrantie. Als ik eenmaal een afkeer voel opkomen, zet ik al snel alle sluizen open. Vanochtend was het weer zo ver. Ik kwam terug van het uitlaten van de hond en moest mij nog douchen. In plaats de warme waterstralen op te zoeken, liet ik mij weer in bed vallen. Ik riep naar mijn lief dat ik niet van plan was te gaan. 'Obligaat gedoe', riep ik uit. 'Ik weet alles al. Ik red me wel, samen met jou. Ik hoef de ellende van de anderen niet aan te horen.' Ik kreeg als repliek dat ik dat niet kon maken. Een appèl op mijn fatsoen werkt nog wel eens. Dus reed ik even later keurig achter mijn lief naar de lotgenoten.

Hoe vriendelijk de cursusleidster mij ook koffie aanbod, ik weigerde op een botte manier. Onderuitgezakt zat ik tussen de lotgenoten die vertelden over hun ervaring van de vorige keer. Ik dook weg achter de cursusmap. Om een houding te vinden, maakte ik aantekeningen over niets. Het rondje reacties naderde mij nu heel snel. Ik moest wat bedenken. Voor ik er erg in had hoorde ik mij vertellen dat ik samen met mijn lief over de cursus had gepraat, maar dat er niets bijzonders uitgekomen was. Ik had gewoon moeten zeggen wat ik in de slaapkamer had geroepen. Maar dat durfde ik niet.

De dienstdoende psycholoog introduceerde haar verhaal over omgaan met stress. De voorbeelden van de deelnemers volgden in rap tempo. Ik kon het niet laten om simpele oplossingen te noemen voor complexe problemen. Het kwam er op neer dat ik voorstelde om je compleet opnieuw te programmeren. Begin met niets en trek je van niemand wat aan. Ik weet het, weinig sensitief. Tot mijn verbazing vonden mijn ideeën weerklank. Na een uurtje volgde er een nieuw rondje: wat vond je van de ochtend. Ik kon niet zo snel iets anders bedenken dan: 'Tja, ik weet het niet, ik heb niet zoveel te evalueren.' En de psycholoog zei dat het goed was, volgende. Terwijl alles aan mij uitstraalde dat ik hier niet wilde zijn. In elk woord klonk weerzin. Dit was geen recalcitrantie, maar een nieuwe aanval van ontkenning. Hier kon ik niet mee wegkomen.

Na de theorie de praktijk. Sporten met beperkingen. Onder leiding van een fysiotherapeute en een bewegingsagoog – die had ik nog niet – deden we gezellige balspelletjes in de sporthal. Na elk spel evalueerden we er lustig op los. Ik merkte dat ik finaal over mijn grens heen gegaan was. Even de frustratie eruit sporten. Wel leuk om te doen. Na afloop kregen we van de psychologe nog wat nieuwe informatie voor de cursusmap. Ik propte het in mijn tas en spoedde me naar de uitgang. Ik had overduidelijk haast om weg te komen. Nog voor de eerste schuifdeur stond de psychologe naast me. 'Ik moet je nog wat zeggen, maar je ging zo snel weg.' Ik mompelde wat over vermoeidheid en de hond. Ik wist dat het nu ging komen. Of je houdt de volgende keer je fatsoen, of je kunt wegblijven, zoiets.

Maar het viel mee, ze informeerde mij netjes dat ze een andere baan had aangenomen en derhalve mij als patiënt zou overdragen aan een collega.

Ik heb haar keurig gefeliciteerd, zo ben ik dan ook wel weer.

De loopband

Kilometers heb ik tijdens mijn fysiotherapie hard gelopen op een loopband en ik kwam maar niet verder. De digitale tellers voor tijd en afstand gaven in rode bolletjes hun waarden door. In de verzamelstaat liep ik kolommetjes. Per minuut werd de gemiddelde snelheid weergegeven. Als ik harder dan 12 km per uur liep kreeg mijn kolom een oranje topje. Daar deed ik het natuurlijk voor. En voor de bewonderende blik van mijn fysiotherapeute. In het begin van mijn therapie lukte het mij geregeld om in de 16 te lopen. Ik ben alweer vergeten welke kleur je dan ziet op je kolom.

Het is stompzinnig lopen op de band. Je uitzicht blijft steeds gelijk. Na twee keer ken je de gezichten en de te wijde heupbroeken om je heen wel. Het blijft behelpen. Toch heb ik op deze manier weer leren hardlopen. Ik herwon de controle over mijn weigerachtige ledematen. Ik weet nu hoe ik moet 'cueen'. Tijdens het rennen tel ik tot vier om mijn benen en armen in een goed zwaairitme te houden. Vooral de linkerarm heeft daar moeite mee. Het letten op die zwaai leidt af van het rennen. Regelmatig zette ik mijn linkerbeen vooruit en zwaaide ik mijn linkerarm er achter aan. Geen goed idee op een loopband, gevaarlijk. Regelmatig moest ik op een grote passpiegel kijken naar mijn zwoegende evenbeeld. Zo kon ik checken hoe ik uit de pas liep.

De grootste belemmering die ik moest overwinnen was een mentale. Ik kon het niet accepteren dat ik geen hoge snelheden en lange afstanden meer kon lopen. Waarom zou ik mij tevreden stellen met tien minuten hardlopen? Dan maar niet. Wie de Marathon in de benen heeft kan niet meer zonder. Gefrustreerd zag ik in het park de lopers draven. Ik verlangde hartstochtelijk naar lopen in de buitenlucht. Maar ik weigerde, het was de moeite niet waard. Op de band ging het met de week minder hard en ver.

De afgelopen weken lukte het mij toch weer door de tien minuten heen te breken. Ik werd blij van twaalf minuten lopen. Elke week vroeg de therapeute of ik, nu de winterse kou was verdreven, al buiten had gelopen. Telkens antwoordde ik dat het er niet van gekomen was. In werkelijkheid had ik het geblokt. Geen moment wilde ik het echt. Maar vanochtend stond ik op, zag ik de zondagse ochtendzon en voelde dat het goed was. Voor mij was het duidelijk: dit was het moment. Ik pakte mijn Aesics uit de kast en trok mijn tight en loopshirt aan. Nog wat stroef liep ik de straat uit, richting Stadspark. Het tempo lag laag, maar het ritme voelde goed. Ik deed het! Over de parkpaadjes, langs de camping rende ik voort. Ik voelde mijn benen, hoorde mijn ademhaling, ik rende! Ik liep hard in de buitenlucht. Na een minuut of twintig stond ik weer in mijn tuin, te rekken en te strekken. Mijn lijf onder het zweet. Ik was tevreden met de loopactie.

Een mooi begin van de dag.

En nu volhouden.

Sex op de bank en eettafel

Mijn zoon, een brugklasser, heeft morgen een toets biologie. De voortplanting van de mens is het onderwerp. In full colour spatten de genitaliën van de pagina's in het bio-boek. Al maanden heeft R1B zich verheugd op deze bladzijdes. Alles staat er in. Van masturbatie tot ejaculatie. Van eikel tot clitoris en van zaadballen tot eileiders. Mijn zoon werd overhoord door mijn vrouw aan de eettafel. Zij verzorgt de sexuele voorlichting hier in huis. Ik druk mij nadrukkelijk op dit terrein. Toch ontkom ik er niet aan om deel te nemen aan tafelgesprekken over sexueel overdraagbare aandoeningen of over de menstruatie van de vrouw. Tussen de worteltjes en de worstjes door bespreken wij de totstandkoming van de erectie. Vroeger leerde je dat gewoon op straat. Ik heb maandenlang 'eikel' geroepen tegen straatvriendjes zonder te weten waar het op sloeg. Totdat een oudere jongen mij toebeet dat als ik niet begreep dat een eikel het topje van je piemel was, ik ook geen eikel moest zeggen tegen hem. Ik weet nog precies in welke straat dat was. Al doende leert men. Zo ontdekte ik steeds weer wat nieuws.

Op de lagere school kregen wij sexuele voorlichting aan de hand van een hippe methode. Onze meester, jong en fan van Guus Kuijers Madelief, las een verhaal voor over voortplanting. Toen Jasper eindelijk begreep hoe het zat met zaadjes en eitjes kon hij geheel bevrijd van zorgen zijn platte steentje wel tien keer laten ketsen op de vijver. Echt waar, ketsen, dat woord werd gebruikt. Het was in de late jaren zeventig, dat verklaart veel. Mijn voorlichting ging in stukjes en beetje, ik haalde overal mijn kennis vandaan. Natuurlijk hadden wij thuis ook wel een boekje over hoe het zat (met mooie foto's van Lennart Nilson, die met een speciaal toestel onder vruchtwater opnames kon maken). Ik raadpleegde het werkje vooral om die ene foto van de blote mensen te bekijken. De andere illustraties waren getekende situatieschetsen. Dat was behelpen. Gelukkig vond een van de vele straatvriendjes een natgeregend sexboekje in de bosjes, dat scheelde. Uiteindelijk kreeg ik zo een vrij compleet beeld van de voortplanting.

Terwijl mijn zoon de vragen van mijn vrouw beantwoordde (hij kreeg op zijn kop toen hij voor de vierde keer sprak over eierleiders) speelde ik met de hond in de tuin. Onze jonge hond had weer eens energie te veel. Ik deed een trekspelletje met een bal. Hij rende als een dolle in het rond. Toen ik uitgeput naar binnen ging, bleek waarom hij zo rondrende. Hij sprong op de bank, trok net zo lang aan het kussen tot het rechtovereind stond en nam het kussen tussen zijn poten. Energiek en krachtig bereed hij ons Ikea-kussen. Dat kussen viel natuurlijk om en de hond zette alles op alles om het weer overeind te krijgen. Aanschouwelijker kon het onderwijs niet worden.

De hond heeft de hele avond afgepeigerd op de bank gelegen. Hij snurkte luidruchtig. Af en toe schokte zijn achterlijfje. Ritmisch bewoog hij zijn heupen.

Afgeleid

Vandaag mocht ik eens wat opdrachtjes maken met figuurtjes, cijferreeksen, symbolen en kleuren. De testassistente nam mij mee naar een klein vertrek. Zij sorteerde alle formulieren tot in de puntjes. Ofschoon ik mij moest concentreren op mijn taken liet ik mij weer eens afleiden door van alles.

Terwijl ik foto's moest bekijken en daarmee een onthoudopdracht moest doen, kwam er een helgroen speelgoedautootje uit de fotodoos te voorschijn. Ik pijnigde mijn hersenen met de vraag of ik die foto van die man met baard nou al eerder had gezien, schoot mij te binnen dat het een miniatuur Volkswagen Passat B1 of Mk1 Station moest zijn. Die had je in prachtige jaren zeventig kleuren: oranje, groen en ook in knalrood, geloof ik. Doordat ik mij herinnerde dat die auto's enorme grote zijramen hadden, vergat ik de foto's. Bovendien was mij de functie van de auto niet duidelijk. Hoorde dat bij de test? Moest ik afgeleid worden? Ben ik er nu ingetuind? Toch eens googlen of iemand daar iets over schrijft.

Helaas niets te vinden.

Ik moest dus gezichten onthouden en aangeven of de afgebeelde mensen jonger of ouder dan veertig jaar waren. Ook moest ik zeggen of het een mannetje of vrouwtje betrof. De foto's waren begin jaren zeventig genomen. Deze mensen zijn nu allemaal boven de veertig wilde ik roepen. De assistente keek mij neutraal aan, niet in voor een geintje. Toen schoot mij te binnen dat met de overvloedige haarmode van de zeventiger jaren het verschil jongen – meisje nauwelijks te zien was, tenzij de man een baard droeg. Allemachtig wat waren de mensen lelijk ik nog heel klein was. Nog een geluk dat de meeste mensen toen nog niet in kleur fotografeerden. Al met al veel afleiding. Of ik veel antwoorden goed heb, is de vraag.

De allereerste foto uit de fototest, toonde een meisje dat Liesbeth heette. Die naam zou ik later moeten noemen. Ik prentte de naam in mijn hoofd. De achternaam vergat ik al in de eerste minuut. Ik dacht aan Liesbeth uit de brugklas, klein van stuk, rood krullend haar, Rotterdams accent en zonder moeder, want die was dood. Later stierf ook de vader en mocht zij bij haar vriendin wonen. Ondertussen zien de meiden elkaar niet meer. Liesbeth runt nu een ICT-bedrijf. Ik dacht terug aan de eerste klas van de MAVO. En toen kwam dat groene autootje langs en moest ik mijn sleutels inleveren, die ik na afloop van de opdracht moest terugvragen, en als het belletje ging moest ik vragen van de assistente wanneer de volgende afspraak zou zijn. Dat belletje had ik op tijd door. Die sleutels was ik bijna kwijt geweest. Als de assistente mij geen hulpvraag had gesteld (moest je niet iets vragen?) zaten die nog steeds in haar laatje. En toen noemde ik Liesbeth Marjan. Zo heette die vriendin. Snap je wel?

Ik ben benieuwd naar de uitslag. Ook kon ik de weg in de dierentuin niet uitstippelen. Ik kon de leeuwenkooi niet opnemen in de route. Kortom, ik werd er moe van. Volgende week deel twee.


 

Vrouwtje Grijs in het theater

Wat kan ik toch een hekel hebben aan oudere mensen.

Gisteren naar een voorstelling geweest. Wij gingen op de een na achterste rij zitten. Op de hoek om lekker ruim te kunnen zitten. Dan weet je dat er mensen langs moeten schuiven. Part of the job. Wij zaten voor een stel grijsjes die al zuchtten voor wij konden neerploffen. 'Kun je het nog wel zien?' vroeg vrouwtje Grijs aan mannetje Grijs. Achter me hoorde ik gesnuif. Ik rekte me expres uit. Maakte me nog breder. Deed omstandig mijn jas uit. Grijs vrouwtje verschoof haar stoel.

Er kwamen nieuwe toeschouwers op zoek naar een plaatsje achter in de zaal. 'Je mag er langs als je die rugzak af doet. Ik wil hem niet in mijn gezicht!' snerpte vrouwtje Grijs. Het meisje dat met een rugzak (waarom dat nou moest was mij ook onduidelijk) binnenkwam beloofde hem af te doen. Gemopper steeg op achter mijn rug. Ook het verliefde stelletje dat met een biertje in de hand binnen kwam kreeg een hoofdschuddend ontvangst. Gelukkig had mijn vrouw een kriebelhoest. Ik stond op scherp. Eén opmerking over haar onderdrukte hoesten en ik….

Helaas hoefde ik niet in actie te komen. Liefje wist haar hoestoverlast tot een minimum te beperken. Bijna geluidloos hoestte zij. Met een flesje water spoelde ze de hoestprikkels weg. Stiekem hoopte ik op een hoestbui. Niet om haar, maar om te kijken wat de reactie van Stel Grijs zou zijn. Ik zou niet slaan, maar iets sissen of toebijten. Ik zinde op een scherpe reactie. Een uitspraak waarop alleen verdwijnen mogelijk zou zijn. Ik kon niets bedenken. Gelukkig hield mijn lief zich in. Het kwam niet tot een uitbarsting.

Nog voor het slotapplaus was het stel vertrokken. Als eerste stonden zij weer buiten. Ik vind eigenlijk dat ik ze had moeten aanspreken. Het stel verspreidde zoveel negatieve energie, dat moet toch eens iemand tegen ze zeggen? Die rol had ik graag op mij genomen. Jammer genoeg ben ik te verlegen om vreemden aan te spreken. De Grijsjes lopen dus nog gewoon vrij rond. Vrouwtje Grijs had een te moderne blauwe bril op en een te jonge haardracht. Watch them!


 

Plan je vrije tijd

Plannen van je tijd is belangrijk. Timemanagement is noodzakelijk. Agendavoering krijgt prioriteit. Datumprikkers worden belangrijke tools in werkzame leven.

Maar dan.

Ik sta nu buiten het arbeidsproces. En nu blijkt dat de agenda ook daar onmisbaar is. Mijn begeleidingsteam maakte mij dat duidelijk. Belangrijkste agenda-item: rust houden.

Vanaf morgen ga ik mijn tijd goed indelen. In een digitale agenda houd ik mijn leegte bij. In kleurrijke balkjes ga ik mijn activiteiten opnemen. Om het leuk te houden synchroniseer ik het mijn mobiel. Ik heb al een tijdje in Outlook zitten klooien. De dag moet opgebouwd worden rondom de rustmomenten. De activiteiten moeten niet te vermoeiend zijn qua duur. Beperkte taakjes in en om het huis.

Om vast te leggen of ik mij houd aan de planning, maak ik een overzicht van mijn agendadiscipline. In een fijn tabelletje ga ik noteren of de taak is uitgevoerd. Ik ga mijn eigen functioneren evalueren.

Ja, ik ben er maar druk mee, met rustig aan doen.

Stiekem wil ik dit natuurlijk niet en sta ik in de verweerstand. Hakken in het zand, je kent dat wel. Ik zin op sabotage. Ik kan zo’n agenda-opdracht natuurlijk geheel faken. Of gewoon niet doen. Onder het excuus dat ik me er maar niet toe kon zetten. O ja, ik weet het, het heeft met acceptatie te maken. Ik wil er niet aan omdat ik mijn ziekte niet heb aanvaard. Voor je het weet schrijf je verhalen onder de titel ‘Ik en mijn vriend de Ziekte’. Acceptatie en weerstand, vertel mij iets nieuws! Ik neem dit maar op als een agenda-item: tien minuten trauma-verwerping.

Ondertussen is de zaterdag ook al weer vergleden. Dat ging best makkelijk zo zonder agenda. Ik heb zelfs rust genomen.

Wie heeft er nog een suggestie voor een agenda-item? Geef je suggestie aan bij reacties.

Mad Men

Ik ben op een man gevallen. Don Draper is zijn naam. Ik ken hem van tv. Het is een man uit een reclameblok. Wit shirt, goed pak, whiskyglas in de hand en knap balancerend met zijn eeuwige Lucky Strike. Zijn scheve lach staat in zijn gezicht gebeiteld. Hij doet niets anders dan drinken, roken en overspel plegen. Zijn veroveringen zijn vrouwen die niet passen in het standaardbeeld. Het is een louche selfmade komiekenmanager, een vrijgevochten dochter van een homoëske burggraaf of een blowende dame uit de beatnikscene. Zijn keurige echtgenote laat hij achter in de suburbs. Daar verdoet zij haar tijd met koken, kinderen en klagende buurvrouwen. Don is een compleet fout type. En toch ga ik voor hem. Zijn sterke kant is zijn duistere verleden. Hij vecht tegen schimmen van lang geleden. Hij is zoekende naar zijn identiteit.

Mijn vrouw weet ervan. Ook zij is bezweken, voor deze mad man. We smullen op de bank van de DVD-box Mad Men, de tweede serie. Fantastisch gestylde serie over een reclamebureau in het New York van de vroege jaren zestig. Mooie dialogen, prachtige karakters en onpeilbare diepgang.

Eigenlijk is het niet Don Draper, maar Peggy Olson waarvoor wij gaan.

Het doodgewone meisje uit Brooklyn dat met paardenstaart, ruitjesjurken en tot haar hals toe gesloten truitjes oogt als een schoolmeisje. Zij klimt op van typiste tot copywriter. Haar verbaasde blik oogt naïef, haar opmerkingen, if any, zijn ontroerend eerlijk. Peggy houdt het liefst haar notitieblok voor haar borsten. Dit in tegenstelling tot de andere meisjes op kantoor, die hun boezems opstuwen tot wolkenkrabbers. Peggy toont zich als een a-sexuele nobody. Op het eerste gezicht is zij onzichtbaar. En dat is lastig in een wereld waar je het maken kan met een flitsende entree.

En daar houden wij van.

Ondertussen komt Peggy ongemerkt vooruit. Zij troeft iedereen af. Haar loopbaan gaat in volle draf vooruit. Maar ooit komt de dag dat zij Don Draper als tegenstander zal treffen. Die spanning is voelbaar. Peggy vs. Don.En voor wie moeten wij dan kiezen? De keuze voor Don zal er een zijn voor het image, de vervloekte buitenkant. Hij staat voor opportunisme. De optie Peggy is die van de authenciteit. Zie daar: een levensvraag in HD-kwaliteit. Diepgang of oppervlakte? Maar omdat beide figuren zoeken naar hun ik, zijn de twee eigenlijk één. Vandaar dat het niet uitmaakt dat wij van beide karakters houden.

Ondertussen zit de vierde schijf uit de DVD-box in de dvd-speler. Serie twee loopt op zijn einde. Er nadert een diep donker zwart gat.

Voldoening

De nacht is gevallen. Het huis verkeert in een diepe rust. De hond ligt te slapen. Ik waak. 's Nachts kan ik rustig schrijven. In de studeerkamer wacht ik op inspiratie. Af en toe surf ik wat op internet. Het is Pasen, de nieuwsmachine staat stil. Het leven moet overdacht worden. Lijden, dat hoort bij Pasen. Opofferen, liefst kruisgewijs. Mijn gedachten dwalen af. Sinds vorige week overpeins ik het begrip 'voldoening'. Iemand stelde de vraag wat voldoening geeft. Als ik ad rem geweest was, had ik geantwoord: sex. Maar daar paste niet in de setting. Toch is het een juist antwoord. Diverse mensen die ik dit vertelde, beaamde het. Voldoening kan dus bevrediging van lust zijn.

Toch moet er meer zijn dat voldoening kan bieden. Ik antwoordde dat ik een voldaan gevoel krijg als ik iets schep, als ik creatief ben geweest. Een mooi verhaal schrijven, bijvoorbeeld. In de zelfde adem noemde ik ook dat ik dan wel de waardering wil horen van een ander. Complimenten ontvangen vergroot de voldoening. Ook voldoening krijg ik als ik mij iets voorneem te doen en het dan netjes volgens plan uitvoer. Dat lukt me de laatste tijd minder goed. Onvoldaan beëindig ik dan ook regelmatig mijn dagen. Ik moet leren dat ik ook met kleine dingen een voldaan gevoel kan krijgen. Zelfs met niets doen moet mij dat gaan lukken. Ik moet voldaan worden door mijn energie goed te verdelen.

Voldoening krijgen betekent tevreden zijn. Zo gesteld klinkt het minder ingewikkeld. Een boterham tevredenheid is zo gesmeerd. In een andere betekenis kom je op het betalen van schulden. Dat maakt het ingewikkelder. Hoe moet je dat regelen? Afronden, afmaken, het duidt op een voltooiing. Je moet je schuldenhuishoudboekje goed beheren om te weten wat je moet aflossen.

Een fraaie is ook vervulling. Dan zit je al snel op wensen. Die kunnen in vervulling gaan. Wensen, ik wou dat ik ze had. Ik zit in een situatie dat het wenselijke onmogelijk lijkt. Dus ook hier moet ik het doen met kleine dingen. Ik wens dat mijn gezin de rust die het nu kent, mag houden. Ik wens dat ik mijn lief kan blijven liefhebben. Ik wens dat ik mijn kinderen gelukkig zie worden. Als die wensen in vervulling mogen gaan, geeft mij dat voldoening.

Vanavond huppelde mijn dochter naast onze hond voor mij uit. Zij deed dit onbekommerd zo als meiden van tien dan kunnen. De hond kwispelde nadrukkelijk. Dat beeld wil ik vasthouden. Dit tafereel trekt mij door de nacht. Ik wens nog veel van dit soort momenten te mogen verzamelen. Voldoening schuilt in de kleine kieren van het grijze alledaagse leven. Als je goed kijkt, zul je ze kunnen zien.

Mamamini

Het was nog net geen tien uur. Voor het hek wachtte ik tot de tweedehandswinkel openging. Sinds de zomer was ik op zoek naar een versterker. Ik wilde mijn oude platenspeler weer kunnen gebruiken. Op mijn huidige installatie kon geen pick-up aangesloten worden. De platencollectie stond stof te verzamelen op zolder. En dat was jammer. Ik verlangde naar de elpees. Hoe klonk Prefab Sprouts en de oude Robert Cray met Albert Collins? Op de computer kon ik via kabels en omwegen wel wat geluid toveren, maar het echte platen draaien was het niet. Ik ondernam al talloze vergeefse pogingen bij Mamamini. De dag dat ik een voltreffer zou maken, begon ik te vrezen. Ik vond het veel te leuk om rond te scharrelen tussen de rommelmarktspullen. Af en toe kocht ik wat boeken, een dvd voor een euro en een keer een gaaf ladenkastje. Voor mijn zoon vond ik een goed paar skates.

Nog leuker vond ik de mensen die er rondliepen. Uiteraard waren er studenten. Zij kochten huisraad. Oude banken, stoelen en tafeltjes. Met de bakfiets van Mamamini vervoerden zij hun aankopen naar hun studentenhokken. Bij de kleding zag ik alternatieve dames van in de veertig. Zij keken naar kekke jasjes en pasten kleurrijke bloesjes. Af en toe rommelde een van de vrouwen tussen de schoenen. Bij de puzzels en de speelgoedjes zochten oma's naar spullen voor de kleinkinderen.

Die ochtend toen ik stond te wachten op het opengaan van het hek, verzamelden zich naast mij wat oudere mannen. Grijs en grauw, Gronings tot in hun botten. Ze kenden elkaar. Van rommelmarkten en van het grof vuil. De meest markante was de man met een honkpalpetje op zijn grijze hoofd. Hij droeg een slap paardenstaartje, bijeengehouden door een elastiekje. Zijn voeten waren gestoken in sandalen, met sokken. Zijn portemonnee die uit zijn kontzak stak, zat vast aan een ketting. Het gesprek van het groepje ging snel heen en weer. Van het weer, via de paardenraces naar de atoomramp in Tsjernobyl. Uiteindelijk bespraken ze de giftige Aagrunol-fabriek die in de jaren tachtig gesloten werd in de stad. De grond was zo vervuild dat die geheel moest worden afgegraven. Het terrein was nu compleet gesaneerd en behoorde tot de schoonste grond van de stad. Om aan te geven hoe smerig de toestand in de fabriek was vertelden zij elkaar hoe een vriend die daar gewerkt had er aan toe was. Diens handen waren compleet vergeeld door het gif waarmee hij werkte. Heel zijn handen waren geel geworden, en ook zijn armen, tot aan zijn ellebogen. De mannen wapperden met hun handen. En geen bescherming of wat dan ook, baste de grijze paardenstaat.

Het verhaal stopte ogenblikkelijk toen het hek openging. De mannen drongen de Mamamini binnen. Ik volgde op een kleine afstand de paardenstaart. Wat zocht hij? Antiek? Of kwam hij kijken naar oude wandkaarten? Met een snelle blik zag ik dat in de hoek van de tv's en radio's niets nieuws binnengekomen was. Snel richtte ik mij weer op de grijsaard. Hij stond bij het aardewerk. Kop en schotels, gebaksbordjes, gebloemde schalen, genoeg om meerdere buffetkasten te vullen. Met zijn grote handen, vuil onder de nagels, pakte hij tussen het breekbare goed een klein blauw gedecoreerd melkkannetje op. Hij controleerde het op barstjes. Hij checkte het merkje dat op de onderkant stond. Tevreden liep hij weg. Uit zijn zak pakte hij een doek. Het kannetje werd er zorgvuldig in gewikkeld. Met zijn schat liep hij nog even rond. Zijn maten hadden hun buit ook binnen. Ze toonden de spullen aan elkaar. Een van de mannen had een pak kaarsen gescoord. De ander liep met een wandlampje. Tevreden betaalden zij en verlieten zij het pand. Volgende week zullen ze er weer staan.

Ondertussen heb ik een versterker gekocht via Marktplaats. Ik moet nu iets nieuws verzinnen als alibi voor mijn bezoeken aan Mamamini. Misschien een botervlootje?

Shit op de stoep

In het zuiden van de stad liep ik vrijdag door een straat met huizen uit de beginjaren van de twintigste eeuw. In de gevel volgden na vier ramen telkens vier voordeuren. Twee van de bovenwoningen en twee van de benedenwoningen. Op een rijtje van goed vier meter lagen de ingangen naar vier privédomeinen. In de huizen is het met de geluidsisolatie slecht gesteld. De dunne wanden laten makkelijk burengerucht door. De houten vloeren kraken. Hakken tikken dreigende ritmes. Een gesprek tussen echtelieden wordt met gemak gevolgd in de naastgelegen woonkamer. Het geduld van de moderne mens wordt op de proef gesteld. Geluiden en gesprekken die je niet wilt horen dringen zich op. Ongemerkt groeit de irritatie.

Op een van de vier voordeuren prijkte een A-4'tje. Het blad hing er net; het vel was niet gescheurd en wit als een laken. De zwarte letters staken fel af tegen de blanco achtergrond. De rode cirkel in het midden maakte de boodschap duidelijk. De kakkende hond in de cirkel, achter een rode schuine lijn, dat was de twistappel. De tekst liet geen twijfel, hier werd een burenstrijd uitgevochten.

'Buurman, betrapt, als je hond nog een keer voor de voordeur poept, volgt een verrassing.'

Ik zag voor me hoe een van de bewoners 's ochtends naar buiten stapte. Voor het eerst met de nieuwe sneakers de lente in. De blik gericht naar de stralend blauwe hemel, niet kijkend naar waar de voet zou landen. De stevige stap eindigde in een gladde prut. De teleurstelling bij het zien van de smurrie die zich in het profiel ophoopte, en erger de neus en de opgestikte versieringen aan de zijkant van de schoen verpeste. Een gesmoorde vloek. De man wist wiens hond dit had achtergelaten. Dit vroeg om wraak. Overdag ging de stereo een streepje harder. De hak van de laars kloste iets venijniger op het laminaat. De deur viel met een gepaste klap in het slot. Als 's avonds de buurdeur openging en de verwenste hond zijn kop naar buiten stak, gluurde de man van achter het gordijn naar zijn buurman die niet verder dan de vier deuren kwam met zijn hond. 'Zie je wel. Ik dacht het al,' fluistert de man. Hij maakte op de computer een documentje, printte het uit en ging naar buiten. Hij plakte zijn affiche op. De buurman was aan de schandpaal genageld.

Hoe dit afloopt is mij niet duidelijk. Ben benieuwd naar jullie ideeën. Geef mij antwoorden op de vraag hoe dit afloopt. Voor de leukste reactie een passend attentie. Kom maar op.