De jongste lotgenoot

Als jongste mocht ik vanochtend weer aanschuiven bij de tweede bijeenkomst van de lotgenotengroep. Het is een twijfelachtige eer om als enige onder de 45 jaar bij de club te horen. We kregen informatie over omgaan met stress. Ik geef toe dat ik lijd aan chronische recalcitrantie. Als ik eenmaal een afkeer voel opkomen, zet ik al snel alle sluizen open. Vanochtend was het weer zo ver. Ik kwam terug van het uitlaten van de hond en moest mij nog douchen. In plaats de warme waterstralen op te zoeken, liet ik mij weer in bed vallen. Ik riep naar mijn lief dat ik niet van plan was te gaan. 'Obligaat gedoe', riep ik uit. 'Ik weet alles al. Ik red me wel, samen met jou. Ik hoef de ellende van de anderen niet aan te horen.' Ik kreeg als repliek dat ik dat niet kon maken. Een appèl op mijn fatsoen werkt nog wel eens. Dus reed ik even later keurig achter mijn lief naar de lotgenoten.

Hoe vriendelijk de cursusleidster mij ook koffie aanbod, ik weigerde op een botte manier. Onderuitgezakt zat ik tussen de lotgenoten die vertelden over hun ervaring van de vorige keer. Ik dook weg achter de cursusmap. Om een houding te vinden, maakte ik aantekeningen over niets. Het rondje reacties naderde mij nu heel snel. Ik moest wat bedenken. Voor ik er erg in had hoorde ik mij vertellen dat ik samen met mijn lief over de cursus had gepraat, maar dat er niets bijzonders uitgekomen was. Ik had gewoon moeten zeggen wat ik in de slaapkamer had geroepen. Maar dat durfde ik niet.

De dienstdoende psycholoog introduceerde haar verhaal over omgaan met stress. De voorbeelden van de deelnemers volgden in rap tempo. Ik kon het niet laten om simpele oplossingen te noemen voor complexe problemen. Het kwam er op neer dat ik voorstelde om je compleet opnieuw te programmeren. Begin met niets en trek je van niemand wat aan. Ik weet het, weinig sensitief. Tot mijn verbazing vonden mijn ideeën weerklank. Na een uurtje volgde er een nieuw rondje: wat vond je van de ochtend. Ik kon niet zo snel iets anders bedenken dan: 'Tja, ik weet het niet, ik heb niet zoveel te evalueren.' En de psycholoog zei dat het goed was, volgende. Terwijl alles aan mij uitstraalde dat ik hier niet wilde zijn. In elk woord klonk weerzin. Dit was geen recalcitrantie, maar een nieuwe aanval van ontkenning. Hier kon ik niet mee wegkomen.

Na de theorie de praktijk. Sporten met beperkingen. Onder leiding van een fysiotherapeute en een bewegingsagoog – die had ik nog niet – deden we gezellige balspelletjes in de sporthal. Na elk spel evalueerden we er lustig op los. Ik merkte dat ik finaal over mijn grens heen gegaan was. Even de frustratie eruit sporten. Wel leuk om te doen. Na afloop kregen we van de psychologe nog wat nieuwe informatie voor de cursusmap. Ik propte het in mijn tas en spoedde me naar de uitgang. Ik had overduidelijk haast om weg te komen. Nog voor de eerste schuifdeur stond de psychologe naast me. 'Ik moet je nog wat zeggen, maar je ging zo snel weg.' Ik mompelde wat over vermoeidheid en de hond. Ik wist dat het nu ging komen. Of je houdt de volgende keer je fatsoen, of je kunt wegblijven, zoiets.

Maar het viel mee, ze informeerde mij netjes dat ze een andere baan had aangenomen en derhalve mij als patiënt zou overdragen aan een collega.

Ik heb haar keurig gefeliciteerd, zo ben ik dan ook wel weer.

2 opmerkingen:

  1. Hoi Albert Jan.

    ik heb het gevonden! Leuk om te lezen , Jij schrijft leuk en goed. Ik type moeizaam maar kan beter praten , Leuk om je moregn avond te zien. Lieve groet Paul

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Albert Jan,

    Wat een ontzettend leuk geschreven stuk! Ik heb het met een hele grote lach gelezen. Ik voel met je mee wat het recalcitrante betreft en je fatsoen houden. Heel herkenbaar. Ik hoop dat je de moed hebt om je eigen advies ter harte te nemen: trek je van niemand iets aan!

    Groetjes en liefs, ook voor je lief, Linda

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.