De loopband

Kilometers heb ik tijdens mijn fysiotherapie hard gelopen op een loopband en ik kwam maar niet verder. De digitale tellers voor tijd en afstand gaven in rode bolletjes hun waarden door. In de verzamelstaat liep ik kolommetjes. Per minuut werd de gemiddelde snelheid weergegeven. Als ik harder dan 12 km per uur liep kreeg mijn kolom een oranje topje. Daar deed ik het natuurlijk voor. En voor de bewonderende blik van mijn fysiotherapeute. In het begin van mijn therapie lukte het mij geregeld om in de 16 te lopen. Ik ben alweer vergeten welke kleur je dan ziet op je kolom.

Het is stompzinnig lopen op de band. Je uitzicht blijft steeds gelijk. Na twee keer ken je de gezichten en de te wijde heupbroeken om je heen wel. Het blijft behelpen. Toch heb ik op deze manier weer leren hardlopen. Ik herwon de controle over mijn weigerachtige ledematen. Ik weet nu hoe ik moet 'cueen'. Tijdens het rennen tel ik tot vier om mijn benen en armen in een goed zwaairitme te houden. Vooral de linkerarm heeft daar moeite mee. Het letten op die zwaai leidt af van het rennen. Regelmatig zette ik mijn linkerbeen vooruit en zwaaide ik mijn linkerarm er achter aan. Geen goed idee op een loopband, gevaarlijk. Regelmatig moest ik op een grote passpiegel kijken naar mijn zwoegende evenbeeld. Zo kon ik checken hoe ik uit de pas liep.

De grootste belemmering die ik moest overwinnen was een mentale. Ik kon het niet accepteren dat ik geen hoge snelheden en lange afstanden meer kon lopen. Waarom zou ik mij tevreden stellen met tien minuten hardlopen? Dan maar niet. Wie de Marathon in de benen heeft kan niet meer zonder. Gefrustreerd zag ik in het park de lopers draven. Ik verlangde hartstochtelijk naar lopen in de buitenlucht. Maar ik weigerde, het was de moeite niet waard. Op de band ging het met de week minder hard en ver.

De afgelopen weken lukte het mij toch weer door de tien minuten heen te breken. Ik werd blij van twaalf minuten lopen. Elke week vroeg de therapeute of ik, nu de winterse kou was verdreven, al buiten had gelopen. Telkens antwoordde ik dat het er niet van gekomen was. In werkelijkheid had ik het geblokt. Geen moment wilde ik het echt. Maar vanochtend stond ik op, zag ik de zondagse ochtendzon en voelde dat het goed was. Voor mij was het duidelijk: dit was het moment. Ik pakte mijn Aesics uit de kast en trok mijn tight en loopshirt aan. Nog wat stroef liep ik de straat uit, richting Stadspark. Het tempo lag laag, maar het ritme voelde goed. Ik deed het! Over de parkpaadjes, langs de camping rende ik voort. Ik voelde mijn benen, hoorde mijn ademhaling, ik rende! Ik liep hard in de buitenlucht. Na een minuut of twintig stond ik weer in mijn tuin, te rekken en te strekken. Mijn lijf onder het zweet. Ik was tevreden met de loopactie.

Een mooi begin van de dag.

En nu volhouden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.