Mamamini

Het was nog net geen tien uur. Voor het hek wachtte ik tot de tweedehandswinkel openging. Sinds de zomer was ik op zoek naar een versterker. Ik wilde mijn oude platenspeler weer kunnen gebruiken. Op mijn huidige installatie kon geen pick-up aangesloten worden. De platencollectie stond stof te verzamelen op zolder. En dat was jammer. Ik verlangde naar de elpees. Hoe klonk Prefab Sprouts en de oude Robert Cray met Albert Collins? Op de computer kon ik via kabels en omwegen wel wat geluid toveren, maar het echte platen draaien was het niet. Ik ondernam al talloze vergeefse pogingen bij Mamamini. De dag dat ik een voltreffer zou maken, begon ik te vrezen. Ik vond het veel te leuk om rond te scharrelen tussen de rommelmarktspullen. Af en toe kocht ik wat boeken, een dvd voor een euro en een keer een gaaf ladenkastje. Voor mijn zoon vond ik een goed paar skates.

Nog leuker vond ik de mensen die er rondliepen. Uiteraard waren er studenten. Zij kochten huisraad. Oude banken, stoelen en tafeltjes. Met de bakfiets van Mamamini vervoerden zij hun aankopen naar hun studentenhokken. Bij de kleding zag ik alternatieve dames van in de veertig. Zij keken naar kekke jasjes en pasten kleurrijke bloesjes. Af en toe rommelde een van de vrouwen tussen de schoenen. Bij de puzzels en de speelgoedjes zochten oma's naar spullen voor de kleinkinderen.

Die ochtend toen ik stond te wachten op het opengaan van het hek, verzamelden zich naast mij wat oudere mannen. Grijs en grauw, Gronings tot in hun botten. Ze kenden elkaar. Van rommelmarkten en van het grof vuil. De meest markante was de man met een honkpalpetje op zijn grijze hoofd. Hij droeg een slap paardenstaartje, bijeengehouden door een elastiekje. Zijn voeten waren gestoken in sandalen, met sokken. Zijn portemonnee die uit zijn kontzak stak, zat vast aan een ketting. Het gesprek van het groepje ging snel heen en weer. Van het weer, via de paardenraces naar de atoomramp in Tsjernobyl. Uiteindelijk bespraken ze de giftige Aagrunol-fabriek die in de jaren tachtig gesloten werd in de stad. De grond was zo vervuild dat die geheel moest worden afgegraven. Het terrein was nu compleet gesaneerd en behoorde tot de schoonste grond van de stad. Om aan te geven hoe smerig de toestand in de fabriek was vertelden zij elkaar hoe een vriend die daar gewerkt had er aan toe was. Diens handen waren compleet vergeeld door het gif waarmee hij werkte. Heel zijn handen waren geel geworden, en ook zijn armen, tot aan zijn ellebogen. De mannen wapperden met hun handen. En geen bescherming of wat dan ook, baste de grijze paardenstaat.

Het verhaal stopte ogenblikkelijk toen het hek openging. De mannen drongen de Mamamini binnen. Ik volgde op een kleine afstand de paardenstaart. Wat zocht hij? Antiek? Of kwam hij kijken naar oude wandkaarten? Met een snelle blik zag ik dat in de hoek van de tv's en radio's niets nieuws binnengekomen was. Snel richtte ik mij weer op de grijsaard. Hij stond bij het aardewerk. Kop en schotels, gebaksbordjes, gebloemde schalen, genoeg om meerdere buffetkasten te vullen. Met zijn grote handen, vuil onder de nagels, pakte hij tussen het breekbare goed een klein blauw gedecoreerd melkkannetje op. Hij controleerde het op barstjes. Hij checkte het merkje dat op de onderkant stond. Tevreden liep hij weg. Uit zijn zak pakte hij een doek. Het kannetje werd er zorgvuldig in gewikkeld. Met zijn schat liep hij nog even rond. Zijn maten hadden hun buit ook binnen. Ze toonden de spullen aan elkaar. Een van de mannen had een pak kaarsen gescoord. De ander liep met een wandlampje. Tevreden betaalden zij en verlieten zij het pand. Volgende week zullen ze er weer staan.

Ondertussen heb ik een versterker gekocht via Marktplaats. Ik moet nu iets nieuws verzinnen als alibi voor mijn bezoeken aan Mamamini. Misschien een botervlootje?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.