De gastvrijheid van P.


Het pinksterweekend brachten we door op een camping in het land van Ellert en Brammert, Drenthe dus. De campingbaas, P. die ook drumt en een collega van school is, had twee mooie caravans in de aanbieding om de nacht in door te brengen. De kids in de een en ik met mijn lief (en de hond) in de andere. Gelukkig houden wij van kleinschalige kampeerterreinen want groot was het niet. Maar wel groen en sfeervol. De campingbaas is een echte gastheer. In alles laat hij zien dat hij zijn gasten serieus neemt. Wij kennen hem al wat jaartjes dus waren wij niet verbaasd dat hij al snel een praatje onder de luifel kwam maken. Andere kampeerders hoorde ik een poging wagen om een verhaal af te steken. Wij wisten wel dat dat onbegonnen werk was. P. associeert hardop en reageert bij voorbaat. Gastvrij als hij is had hij ons uitgenodigd voor het avondeten. Wel moesten we er voor half zes zijn want 's avonds moest hij nog even naar een opening van een tentoonstelling. Ietswat gehaast togen wij derhalve naar onze ontspanningsplek. Door wegwerkzaamheden - de provincie Drenthe moest zo nodig nog een fietspad aanleggen- kwamen wij later aan dan gepland. Terwijl wij in de woonkeuken snel zijn familie begroetten, legde P. de laatste hand aan de avondmaaltijd. Gehaast nam het gezelschap plaats aan de al gedekte tafel. De nasi smaakte prima. De sfeer was meteen goed. Zijn kinderen en die van ons snuffelden even aan elkaar, maar kletsten al snel honderduit. Dit weekend zouden ze elkaar goed leren kennen.
Het geheim van deze kampeerbaas is dat hij zijn gasten tot elkaar weet te brengen. Daarmee maakt hij sfeer op zijn camping. Ik zag hoe hij met alle kampeerders gesprekjes bij de tent of caravan aanging, grappen maakte met de kinderen en dan toesloeg. Hij nodigde alle kampeerders uit voor het kampvuur. Op zondagavond stond dat gepland. Elk gesprekje eindigde hij met een herhaling van die afspraak. 'Jullie komen toch ook?' De verwachting groeide zo met het uur. Voor mijn gevoel kon het alleen nog maar tegen vallen, dat kampvuur. Bovendien hadden wij voor onze caravan al een eigen vuurkorf en drie kuub hout van P. gekregen. Een collectief vuur hadden wij dus niet nodig. De eerste avond laaide ons privĂ©-vuur hoog op. Voor we het wisten kwam onze kampeerbaas met zijn vrouw langs. Aangestoken door de gastvrijheid, deelden wij onze fles port met hen. Ook de toevallig passerende zwager en zus dronken mee. Nee, wat gastvrijheid betreft lieten wij ons niet kennen.
De tweede avond kwamen wij de halve camping tegen op het feest van de buren. P. drumde daar met zijn band en had ons nadrukkelijk uitgenodigd. En inderdaad, het was de moeite waard. Ik zag hem op zijn trommels en bekkens slaan; het plezier spatte er af. Ook mooi vond ik hoe hij de soundcheck deed en de manier waarop hij speurde naar de vervelende brom in de apparatuur. P. is techneut. Hij heeft niet alleen verstand van elektronica, ook van bouwen weet hij veel. De houten schuur naast zijn huis is zijn meest recente meesterwerk. Knap hoor. Toen ik de volgende ochtend met hem over het kampeerterrein liep, langs campinggasten, kippen en konijnen, complimenteerde ik hem met fraaie stand van zaken op de camping. Met gepaste trots nam hij het compliment in ontvangst. Ik roemde de sfeer die hij wist te bereiken. Hij begon weer over het kampvuur.
De kinderen mochten natuurlijk het kampvuur beginnen. Na enige gepruts was er een lekker vuurtje ontstaan. Meerdere kruiwagens houtblokken werden die avond aan het vuur geofferd. Aanvankelijk gebeurde er niets spectaculairs. Iedereen zat in een grote kring om het vuur. De gasten mengden zich niet met elkaar. Na de eerste glazen wijn en flesjes bier fluisterde P. dat het zo meteen zou gebeuren. Dan zouden de mensen door elkaar heen gaan zitten en met het vallen van de duisternis zouden de gesprekken alle kanten opvliegen. En daar was het hem om te doen: de ontmoeting van de gasten. Mensen voelden zich zo vrij, dat als zij starend in de vlammen en verwarmd door de gloed van het vuur werden, zij allerlei ontboezemingen deden aan elkaar. Ik nipte van mijn wijn en luisterde naar het geroezemoes om me heen. Na een tijdje wist ik het. Hij had gelijk: ik hoorde allerlei persoonlijke verhalen. Ik hoorde zinnen als: 'als ik eerlijk ben', 'ik voel', 'ik vind het belangrijk dat'. 'hij vindt in onze relatie belangrijk dat…'. Kortom, rondom het haardvuur werd gechat in levende lijve. Terwijl het zoveelste haardblok vlam vatte en de groep steeds kleiner werd, wist ik dat de volgende ochtend de campinggasten op een andere manier naar elkaar zouden kijken. Hun groet zou morgenochtend oprecht klinken. Ze hadden elkaar immers al eerder ontmoet.
De laatste ochtend kregen wij voor het ontbijt vier warme broodjes en vier gekookte eitjes van P. Ook kwam hij nog even kletsen. Het was hem gelukt om zijn gasten tevreden te stellen. De grond rondom de vuurplaats straalde nog steeds warmte uit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.