Genant publiek

Ik schaam me er nog steeds een beetje voor. Afgelopen donderdag was de beslissende wedstrijd in de halve finale van de strijd om de nationale basketbaltitel. Onze lokale trots moest dit vijfde duel winnen, vond ik en met mij vierduizend stadsgenoten. Met mijn zoon en dochter vond ik een plek hoog op de tribune. Een half uur voor aanvang zaten wij op onze stoeltjes. De spelers deden hun warming up. Rondom de speelvloer hingen kinderen over de boarding om een handklap van de spelers te krijgen. Ik zag hoe mijn kids aan dit ritueel meededen. De klok telde de minuten weg en met nog zes minuten tot het startsignaal trokken de spelers zich terug van het veld. Het publiek klapte lauw bij de presentatie van de tegenstanders. De spelers klopten elkaar op de borst om er nog iets van te maken, maar het oogde sneu. De entree van onze ploeg verliep als gebruikelijk. Van Halen's Jump, toepasselijk voor een basketbalteam, knalde uit de boxen. De in blauwwit gehulde cheerleaders maakten hun dansjes. Dit maal werden ze geassisteerd door de nieuwe mascotte. Zijn naam is Thunder en het is een witte tijger. De man of vrouw die het pak droeg, danste goed mee in het midden van de echte danseressen. En toen beleefde ik mijn eerste schaamtemoment: ik juichte en klapte voor de nieuwe mascotte. Alsof je tegen de knuffels van je kinderen staat de praten. Met kippenvel op mijn armen schreeuwde ik mij schor.

De spelers kwamen een voor een op het veld. Hun opkomst werd uitgelicht door een volgspot. De speaker brulde de namen. Bij nummer vijf, de langste speler, juichte ik extra. Een tijdje terug had hij bij een clinic mijn hart gestolen: hij balde toen op aandoenlijk met de deelnemende kinderen. Ik glom van trots om mijn zoon met een ster van het team te zien spelen. Natuurlijk weet ik ook dat zo'n speler dat doet omdat het in zijn contract staat. Maar het is toch mooi. Dus gilde ik luidkeels toen Blue op het veld kwam.

Waar ik geen schaamtegevoelens bij kreeg was de minuut stilte die de ruim vierduizend mensen publiek in acht nam. Nog nooit had ik in zo'n grote menigte iets of iemand herdacht. Iedereen dacht op dit moment aan het vliegtuigongeluk. Merkwaardig was dat het publiek de minuut afsloot met een donderend applaus. Ik klapte mee, waarom weet ik eigenlijk niet. Maar dat gebeurt in grote groepen: je doet dingen op de automatische piloot.

In de wedstrijd moest de zesde man het verschil gaan maken. En dat deden wij vol overgave. De ploegen ontliepen elkaar nauwelijks. Bij elke rake bal stak ik mijn rechtervuist omhoog, vinger in de lucht. Regelmatig gepaard gaand met een kreet. Iets van 'yess'. Regelmatig sprong ik op wanneer onze ploeg een mooie actie maakte. Ik vergat mijn rust. Zelfs als de tegenstander een rebound mistte applaudisseerde ik. Ook mijn normale acceptatie van het scheidsrechterlijke gezag liet ik varen. Het merendeel van de afgefloten fouten begreep ik niet, maar ik was het er zelden mee eens. Ik verwerd tot een onredelijke fan.

De laatste vier minuten hield ons team de voorsprong vast. Het publiek deinde mee op een André Rieu melodie. Handen in de lucht en maar zwaaien van links naar rechts. Ik had het ritme al snel lekker te pakken. Toen het deuntje was afgelopen stond ik nog te wiegen op mijn plekje. In de laatste vijftien seconde renden mijn kinderen naar beneden om de ereronde van dichtbij mee te maken. Het eindsignaal klonk. Ik stond en juichte uit volle borst mee. Armen in de lucht en maar gillen. Totaal uit mijn dak ging ik. Terwijl de toeschouwers om mij heen hun jassen aantrokken stond ik nog te schreeuwen.

Tja, mysterieuze krachten in de sport, zullen we maar zeggen.

Schor geschreeuwd begaf ik mij naar de uitgang. Mijn kinderen hadden hun fietsen al gepakt. 'Waar bleef je nou?' vroegen ze. Ik legde met schorre stem uit dat ik vast zat tussen al die mensen. En ik moest nog juichen, gaf ik eerlijk toe. Ik beloofde ze dat we een finalewedstrijd zouden bijwonen. Hopelijk winnen ze weer, aan mijn supportersschap zal het niet liggen.

Totaal uitgeput kwam ik thuis. Op tv zag ik een korte samenvatting van de wedstrijd. De shots van het publiek stelde mij gerust. Ik was niet de enige die er als een waanzinnige bij had gestaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.