Merkgeil

Mijn billen pasten perfect in de spijkerbroek 34/34. Met geluk wist ik uit de grote stapel afgeprijsde jeans mijn maat te vinden. Het voelt altijd goed om een passend voordeeltje te vinden. W34/L34, toen ik nog hard en ver liep kon ik met gemak in 31 of 32, maar de buikomvang is nu een beetje toegenomen. Door toeval belandde ik vandaag met mijn gezin in een outletstore nabij de IJssel. In de regionale krant die in ons gastenverblijf op de mat lag zag ik de advertentie: tot wel 70% korting. In de auto stelde ik voor om ons bezoek aan Deventer te bekorten om bij de modezaak aan te gaan. Vanaf de A1 reden we het groene landschap in. Het kleine dorpje werd overspoeld met middenklaswagens op zoek naar nieuwe pantalons, hoge-boorden-overhemden en casual colberts. Op aanwijzingen van de verkeersregelaars (goed in het pak gestoken!) parkeerde mijn lief ons voor de ingang. Al kon ik niet wachten naar binnen te stormen, geduldig hield ik halt om mijn lief de kans te geven haar ogen op te maken. Stiekem vind ik dat een heel mooi vrouwelijk gebruik: lijntje trekken in het spiegeltje boven het stuur.

Nog op de deurmat hadden wij beet. Althans, onze dochter. De juiste Birckenstock in het blauw voor een schappelijk prijsje. Als een kind zo blij liep zij met de schoenendoos onder haar arm de winkel binnen. Haar buit was binnen. Tijd voor een quick scan. De zaak had zijn collectie ingedeeld op merken. Gant, Gaastra, Hillfiger, G-Star, Napapijri, Boss, Stoner, Replay en vele andere merken. Ik liet mijn lief en dochter als verkenners voor mij uit lopen. Snel vonden zij de juiste maten en zo hadden wij mijn target gehaald. Gaandeweg merkte ik mijn merkengeilheid op. Belachelijk maar waar, ik stond serieus te graaien in de afgeprijsde Napapijri kleding. Ik wilde rondlopen met een Noors vlaggetje op mijn mouw en borstbreed een logo rondtorsen. Wat bezielde mij? Tot welke doelgroep wilde ik behoren? Ik rij echt geen Volvo V70. Ik zou niet weten welk merk bij een Toyota hoort. Dat zal vast iets degelijks zijn. Beter van niet. Bijna was ik bereid om een voordelig vest uit de schappen te halen, voor maar honderdnegenennegentig euro's. Ik kon niet zeggen dat het kledingstuk echt mooi was, maar het had een vlaggetje….

Een uur later waren we in Deventer. In een outdoor shop scharrelden wij in de uitverkoophoek. Een totaal verkeerd gekleurd jack trok mijn aandacht. Het was een uitgesproken lelijk jasje, maar het had wel op schouderhoogte een North Face logo op de achterkant. Daar wilde ik wel mee gezien worden. De honderdnegenentwintig euro had ik er wel voor over. Gelukkig keek mijn lief bedenkelijk genoeg om mij wederom te weerhouden van deze impuls aankoop. Ook de fleece van hetzelfde merk liet ik hangen. Deventer verliet ik met slechts een aankoop: de zaterdagse Volkskrant.

1 opmerking:

  1. In het kader daarvan een o zo prettige opmerking van S.W. in die zaterdagse Volkskrant: Kleding voor het hele gezin koop je in een halfuurtje bij een Mall. "Heel gewone kleren, zoals iedereen die hier draagt, want de behoefte om zich door opvallende kleding van andere mensen te onderscheiden is de meest Amerikanen volkomen vreemd." zelfs ik denk dan: was ik toch maar wat meer veramerikaniseerd! Ar

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.