Het Stadspark, voortuin van onze wijk


Het Stadspark is de voortuin van onze wijk. Ik kom er bijna dagelijks om naar de stad te fietsen of om de hond uit te laten. Natuurlijk is het ook de plaats om met mijn lief te wandelen en ik zou er graag willen hardlopen of skaten, maar ja. Vanmiddag reed ik op mijn fiets naar de school van mijn dochter. Dat betekent een fietstocht dwars door het park. Er is dan van alles in zien. Natuurlijk kwam ik tal van medeouders tegen op weg om hun kroost van school op te halen. Natuurlijk groet ik met een knikje of een handgebaar, ik kan wel sociaal zijn.
Op een klein veldje nabij de vijver, zag ik een ouder echtpaar praten met een ander stel dat iets jonger leek. De oudste man keek bedenkelijk; dit schoot niet op. Hij probeerde het gesprek te ontwijken, hij wilde verder met zijn poging om de voortent aan hun caravan te bevestigen. Straks in Frankrijk moest dat vlekkeloos gebeuren. Geen gemier, een vlekkeloze operatie, dat is zijn wens. Niet voor het oog van de ANWB-volk voor schut staan met een instortende luifel. Voordat de koffie in de caravankeuken was doorgelopen moest de voortent hangen. De oudjes hadden hun auto op het veld gereden om hun caravan en voortent uit te proberen. Om het echt te laten lijken hadden ze een plekje aan de rand uitgekozen. Ze hadden duidelijk nagedacht over hoe de zon ten opzichte van het veld stond. Op deze plek zou er 's avonds zon zijn en in de ochtend schaduw tot een uur of negen. Uitslapen was er toch niet meer bij. Het zag er naar uit alsof de plek de komende week bezet zou zijn. Wildkamperen in het Stadspark. Niet alleen de nieuwe voortent moest getest worden, ook de fietsendrager, die handig tussen de auto en de caravan paste, werd uitgeprobeerd. De fietsen stonden keurig achter de caravan. Als de luifel klaar was, kon het duo een rondje gaan fietsen.
In plaats van een snelle actie moest de man nu toekijken hoe zijn vrouw verwikkeld raakte in een ingewikkeld gesprek met de andere vrouw. Het ging waarschijnlijk over een gemeenschappelijke kennis, waarvan de zus een vervelende ziekte had. Bovendien had die zus net haar man verloren. Beide mannen stonden er ook verloren bij. De jongere man wilde eigenlijk doorfietsen, maar zag dat zijn vrouw haar rijwiel al had geparkeerd en in de kletshouding stond. Dit ging lang duren. De oudere man ging van lieverlee maar in zijn eentje de stokken van de voortent in elkaar schuiven. Ik reed door want mijn dochter houdt niet van wachten. Een klein half uurtje later fietste ik zonder dochter weer terug. Dochter ging bij nader inzien toch maar met een vriendinnetje naar het zwembad. Het is immers zomer. Op het veldje was niemand meer te bekennen. De voortent stond fier rechtop. Het doek strak gespannen, de haringen in een rechte lijn. De stellen waren verdwenen. Wie weet waren ze gevieren naar de ijsverkoper gefietst voor een hoorntje met twee balletjes ijs. De mannen hadden dat, vond ik, zeker verdiend.
's Avonds liep ik mijn hond achterna. Bij de vijver trok hij mij bijkans het water in. Een niet zo heel jonge dame, die zich op een dekentje met boek en i-pod aan de rand van de vijver had geïnstalleerd, merkte op dat ik niet zo'n overwicht op de hond had, als de hond op mij had. Ik reageerde met een poging tot ad rem zijn. Dat lukte niet zo goed. De hond daarentegen gaf wel blijk van snedigheid. Met al zijn charme kreeg hij het voor elkaar dat hij geaaid werd. Om aandacht te krijgen is niets hem te gek. Keurig ging hij naast het dekentje liggen, de franjes liet hij links van zijn bek liggen. Ik stond nu voor een probleem. Om te bewijzen dat ik wel degelijk de baas was over de hond moest ik hem zonder te trekken aan zijn halsband met een duidelijk commando meekrijgen. 'Ga je mee?' vroeg ik de hond onderdanig. Hij bleef liggen. Hoon was mijn deel. Omdat ik vergeten was hondenbrokjes mee te nemen, riep ik toen maar 'eten'. Gelukkig kwam hij toen. Na drie stapjes in de goede richting maakte hij een bocht om onder laaghangende takken zijn weg te vervolgen. Voorovergebogen strompelde ik er achteraan. Nee, ad rem in woord en daad, that's me.
Door de ingewikkelde route die mijn hond had gekozen stonden we ineens op het veld van de oudjes. Het graslandje lag er verlaten bij. Toch geen wildkampeerders. Na hun fietstochtje waren ze meteen begonnen om alle onderdelen van de luifel in de daarvoor bestemde foedraaltjes op te bergen. Ik hoop voor de man dat hij nu precies op schema zijn klus had kunnen klaren. Mannen hebben het toch al zo moeilijk als er vrouwen in de buurt zijn.
Zo zie je maar, ik vermaak mij prima in het Stadspark, de voortuin van onze wijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.