De Maren op het Hogeland


In de middag op het water is onverwacht leuk. We huurden een bootje op het Hoge Land. Een stoer bootje, met een echt stuur en een motor. Onze watersportervaring is niet groot. Mijn lief kan een beetje zeilen en ik had vroeger een rubberen bootje. Als belangrijkste instructie kregen we van de verhuurder mee dat rechts voorrang heeft en dat je rechts moet houden. Easy dus. En zo kachelden we langzaam het dorp uit. Over de maren van het Groninger land. Op naar het Reitdiep.
In de volle zon was het warm. Maar het water verkoelde ons prima. Al snel zaten we tussen de rietkragen en de watervogels. Het landschap is goed te zien vanaf een bootje. Het zonlicht viel prachtig op de korenvelden. Af en toe passeerde een ander plezierbootje ons. Geroutineerd groetten wij met een handgebaar. Alsof we het altijd al zo deden. Op het Reitdiep, ooit het verbindingswater tussen Stad en Wad, voeren meer schepen. Een enkel zeilschip voer op de wind. Bij een sluisje troffen we een oude tjalk aan, imposant om vlak langs het houten roer te varen.
Bij Garnwerd genoten we van het appeltaartje en de koffie. De kids zwommen in het Reitdiep. Nederland is mooi, Groningen nog mooier. Op de terugtocht namen we een andere route. Met de zon in de rug genoten we opnieuw van het waterleven. Een vogel had een aaltje te pakken gekregen en het visje vocht spartelend, maar tevergeefs voor zijn leven. Verderop peddelde een muskusrat, eigenlijk een vredig gezicht, maar ook op hem wordt gejaagd, getuige de kooien die je overal ziet drijven. Voor de muskusrat zijn er genoeg dijken langs het Reitdiep. Duidelijke verwijzingen naar de tijd dat het water een open zeeverbinding was en er eb en vloed was. Het omliggende land diende beschermd te worden. Menselijk ingrijpen in de natuur kan na verloop van vele jaren iets moois en natuurlijks opleveren. Een koe was over de dijk aan de rand van het water geraakt. Ook koeien zoeken verkoeling.
Ons bootje tufte op zijn gemak naar de thuishaven. We legden aan, betaalden en reden naar huis. Trots om te mogen wonen nabij zo'n mooi decor. Jammer dat we afgelopen winter niet hebben geschaatst op deze plek. De laaghangende zon die weerkaatst wordt in het door vele messcherpe ijzers bewerkte ijs, een goudgeel kunstwerk. Misschien over een paar maandjes.

Vakantieverhalen: van Saris naar Durex

De buurt is leeggestroomd in deze eerste vakantieweek. Is het anders een drukte van jewelste in de straat, met kinderen die verstoppertje spelen en die met veel geroep duidelijk maken dat de spelregels ineens aangepast zijn ('Je mag wel vrijbuten, hoor!') of buurvrouwen die weliswaar drie tuinen verder hun rosé drinken, maar waarvan je woordelijk hun telefoongesprekken kunt meekrijgen, nu is het stil. Het is eigenlijk saai. Er is geen buurman die zijn motor op de oprit laat brullen. Ook worden we niet opgeschrokken door irritant gebrom van elektrisch tuingereedschap. Zelfs de achterbuurvrouw, die gewoon is op orkaansterkte met haar dochtertje te beppen, is stilgevallen. Rust in de tuin dus.

De afgelopen dagen verschenen de bagagekarretjes op de opritten. Dit jaar meer dan ooit. De kinderen zijn groot geworden en nemen meer ruimte in de auto in. De bagage pas niet langer tussen en onder de kids. Dus is Marktplaats afgestruind op zoek naar een Saris voor een prikkie. Auto's werden voorzien van dakkoffers. Fietsendragers werden gemonteerd op de trekhaak. En vanaf vrijdag, onder het mom van 'wat doen die kinderen de laatste dag nog op school', werd de reis aanvaard. Gezellig met andere Nederlanders een paar weken doorbrengen op een 'Franse' camping gerund door Nederlanders. Begrijp me goed, ik spot niet, maar het is wel een probleem. Vijftien jaar geleden kon je nog wel eens een plekje vinden waar de voertaal Frans was. De afgelopen jaren is dat ons niet meer gelukt. Ook de komende vakantie weet ik dat het niet gebeuren zal. En ja hoor, het is best gezellig.

In ons huis ontstaan overal stapeltjes vakantiespullen. Tentjes met toebehoren. Tas met beddengoed. Hoekje met slaapzaken en –matjes. Op de keukentafel groeit de stapel vakantieboeken. En ook het rijtje spelletjes wordt met de dag langer. Op het aanrecht ligt een lijstje met niet te vergeten items. De drogist en apotheek zijn al bezocht voor nieuwe vakantievoorraden. En in de trapkast staat een kratje met boodschappen voor de eerste dagen. Morgen de dakkoffer op de auto. Nog even en alles is klaar voor vertrek. Anders dan vele buren nemen wij een flinke aanloop naar het vertrek. Langzaam geraken wij in een vakantiesfeer. Versnelling in de laagste stand, tandje eraf.

De afspraak van de iedereen-weer-thuis-BBQ is al gemaakt. Gezellig met een drankje en een hapje de vakantie-avonturen uitwisselen. Hoe druk het was op de camping, hoe erg het noodweer en hoe duur Italië is geworden, maar niet zo duur als in Frankrijk, dat soort thema's. En natuurlijk de ervaringen met de aanhangwagentjes. Je weet nooit hoe een aankoop op Marktplaats afloopt. Nog een paar jaar en al de kinderen uit de straat gaan zonder ouders. De gesprekken op de buurtborrel zullen dan een heel andere wending krijgen. Van Saris naar Durex, zoiets…

Verslaafd aan nachtelijk schrijven

Voor de derde keer deze week ben ik 's nachts wakker geworden en gebleven.

Is het een bijwerking van de medicijnen of een symptoom van de ziekte? Is het erg? Is het een beperking of een mogelijkheid? In ieder geval heb ik regelmatig mooie zonsopkomsten meegemaakt. Ook vanochtend kleurde de hemel prachtig. Maar om daarvoor nu elke nacht het bed voor uit te komen? Of is het een verslaving? Dat schijnt voor te komen bij mijn ziekte. Dwangmatig wakker worden?

Een google-rondje met de zoekterm 'verslaving' maakt me niet gelukkig. Op allerlei forums stelden lotgenoten elkaar vragen over tal van bijwerkingen. De merknamen en bijwerkingen van medicijnen rolden over het scherm. Vluchtig nam ik kennis van de ervaringen. Ik merk dat ik in ieder geval geen lotgenotenverslaving heb ontwikkeld. Solistisch als ik ben, dobber ik liever zonder lotgenoten weg van de werkelijkheid. Mijn nachtelijke waken zijn niet droevig. Ik zit niet met Kleenex op de bank. Geen nachtelijk gepieker. De tijd benut ik om wat te schrijven. Zo heb ik heel wat uren doorgebracht in de studeerkamer. Alles beter dan naar het plafond liggen staren, terwijl mijn lief lekker doorslaapt. Stiekem kan ik zelfs een beetje genieten van de rust in de nacht.

Mijn stelling is dat in de nacht geen hectiek voelbaar is. De drukte van overdag is afwezig. Het moeten en het vliegen van de medemens is tot bedaren gekomen. In plaats van een kolkende mensenmassa vol beweging en energie, is er ruimte en rust. Niemand zeurt aan je kop. Geen telefoon, geen geraas van het verkeer, geen opdrachten, geen lijstjes die afgewerkt moeten worden. Al die hersenactiviteiten overdag zorgen voor een web van hersengolven dat je gevangen houdt. 's Nachts hoef je niets, alleen maar slapen. In die rust kom ik terecht als ik niet slapen kan. Ik waak er voor om geen ongezonde gewoontes te ontwikkelen. Geen snoep, ribbelchips, suikernootjes, stokbroodjes brie of drank. Natuurlijk is het beeld van een whisky in de nacht aanlokkelijk, maar ja, verslavingsgevoeligheid ligt op de loer. Nee, ik houd het liever droog. Dan maar geen Don Draper. Ik typ rustig door.

Maar vannacht kon ik geen letter op het scherm krijgen. Ik kon niet bedenken waarover ik iets kon vertellen. Geen verhalen over moedertjes die mijn private diner verstoren of een stukje over massahysterie tijdens het WK. Soms is het even op. En dan toch de aanvechting voelen om een blog te schrijven. Over verslavingen gesproken.


 

‘Ja, tiramisu,’ riep het moedertje en een knoopje sprong los van haar bloesje


Gegeten bij een Italiaans restaurant dat zich 'osteria' noemt. Achter het bloedhete restaurant is een binnenplaats dat volgestouwd is met terrastafeltjes. Een zeil is als overkapping aangebracht. Hoe dit afdakje het noodweer heeft moet doorstaan is onduidelijk. De ober lispelt met een zuidelijk accent en kweekt een artistiek sikje. Zijn gezicht is smal en zijn neus opvallend scherp gebogen. Hij brengt ons de prosecco. Mijn lief en ik drinken de fluitjes, fris en vol belletjes.
Terwijl we ons buigen over de kaart, denken we hetzelfde: stel met te jonge kinderen naast ons. Onze kinderen zijn ouder en logeren een nachtje elders. Je zult het altijd zien: ga je uit eten zonder je kinderen, even samen en intiem, krijg je te maken met andermans kinderen. De twee jongetjes zaten keurig aan tafel. Gelukkig maar want beide krullenkoppies droegen een bril en een oogpleister. Als die knaapjes toch zouden gaan rondlopen zouden zij grote moeite hebben met hun oriëntatie. Dat zou tot snijwonden en kapotte knieën leiden. Nee, gelukkig bleven ze slechtziend aan tafel zitten. Ze werkten twee puntjes pizza weg en lieten hun stille vader de rest opeten. Kortom, kinderen die je er wel bij kunt hebben, geen enkel probleem.
Maar ja, ze hadden hun moeder meegenomen en een saaie, nietszeggende vader. Elke zin van mams eindigde met een uithaaltje. De moederstem werd steeds luider. De appelsapflesjes van de broertjes noemde ze 'biertjes'. Of de jongens nog een 'biertje' mochten, vroeg ze serieus aan de ober. Tuurlijk. O wat waren de biertjes lekker. Ondertussen zweeg de vader. Hij ging zelfs wat achteruit met zijn stoel; hij zat er gewoon tussen uit te knijpen. Het leeftijdsverschil was ook wel erg aanwezig. Uiteraard deed moeder zich jonger en kecker voor dan ze was. Ze was het soort moeder dat ondanks drukke baan en vol gezin nog altijd wist hoe zich diende te kleden. Dus de juiste broek, hakken exact op de millimeter en het bloesje strak over de borstjes dichtgeknoopt zodat het leek alsof er geen zwangerschap geweest was. De tietjes stonden fier overeind, zij het gestut en ondersteund. Dat kon je niet zeggen van de vader; hij was duidelijk ouder. Hij was reeds op leeftijd gekomen, hij oogde gezapig, hij had de langste tijd gehad, dat soort kwalificaties. En dan moet de hele kampeervakantie in Frankrijk nog beginnen. Niks geen Romaanse kerkjes of interessante musea bekijken, never overnachten in rustieke dorpshotelletjes of landelijke gites. Nee, spetteren in het zwembad van de camping met je kinderen die pas na half twaalf 's nachts in slaap vallen en dus uitgeput zijn na een week buitenleven. Wekenlang niet verder komen dan de inleiding van je boek. Je zag de man verstijven bij de gedachte alleen al. Hij had zich het tweede leven met een jongere vrouw toch anders voorgesteld.
Ondertussen kregen wij ons voorgerecht. Wij concentreerden ons op de heerlijkheden en dronken onze wijn. 'Tiramisu', riep ineens het moedertje, een knoopje van haar bloesje sprong los. 'Ja, jullie krijgen tiramisu. Dat kocht mama laatst in een bakje. Daar smulden jullie van. Ja, tiramisu, met slagroom. Ja tiramisu, dat doen we.' Mama keek blij. De ober noteerde tiramisu met twee lepeltjes en voor de ouders espresso met limocello. Ja, wij kennen ons digestieven. Het oudste mannetje bleef maar herhalen: 'ja tiramisu!' De mama leek mee te gaan doen, maar ineens ging de papa wat zeggen. Ik zag de pleister op het oog van het jongetje en stond bijna op om het over zijn mond te plakken. Gelukkig had de ober door dat dit moest stoppen. Hij bracht het nagerecht. Na drie happen bleek de tiramisu niet zoet genoeg. 'Je moet het leren eten,' dwong de moeder het kind. Hoeveel amoretto zou er door zitten? Gelukkig had papa nog een plekje om de tiramisu te stouwen. Al snel kwam de rekening en werd het heerlijk rustig op de binnenplaats. We hoefden geen nagerecht.

Rampjournalist zoekt lijk onder omgewaaide caravans

Noodweer trof gisteren ons land. Harde wind, stortbuien en onweer kregen we te verwerken. Op de buienradar werd het onheil met felrode vlekken op de kaart van ons land aangekondigd. Een weeralarm volgde. Zoals het ons Nederlanders betaamt werd de waarschuwing schouderophalend genegeerd. Het zal wel weer mee vallen. Overdreven gedoe. Maar dit keer viel het niet mee. De natuur liet zich zien van haar meedogenloze kant. Een windhoos trok een spoor van vernielingen. Elektriciteitsmasten knapten, bomen werden ontworteld en op een camping tilde de wind diverse caravans de lucht in. Meerdere gewonden en zelfs een dodelijk slachtoffer waren te betreuren. Noodweer met noodlottige gevolgen.

Het NOS-journaal was snel gearriveerd op de rampcamping. De journalist deed een standuppertje, met de caravans die in de waterplas dreven, als achtergrond. Veel meer dan vertellen wat er plaatsgevonden had, kon hij niet. De dienstdoende agent met voorlichtingstaken, las uit zijn aantekeningen voor wat we al wisten. De beelden van de minicamping dienden slechts als decor. Het had totaal geen zin om op de rampplek verslag te doen op camera. De verslaggever vertelde ons dat het dodelijk slachteroffer nog niet van het terrein gehaald was. Ooggetuigen waren niet beschikbaar. Het crisisteam had zich al over hen ontfermd. Omdat de camping in een dun bevolkt gebied ligt, kon er geen toevallige toeschouwer worden geïnterviewd. Kortom: het NOS-journaal zocht de sensatie maar kon die niet in beeld brengen.

De windhoos-journalistiek bleek ook uit de afsluiting van het blokje noodweer. Uit het land kwamen rampbeelden: bomen die op auto's gevallen waren, daken waarvan de pannen waren gewaaid en straten vol regenwater. De nieuwslezer riep de kijkers op om foto's van het natuurgeweld op te sturen naar de site van het journaal. Om mensen over te halen hun digitale materiaal beschikbaar te stellen kregen we al een voorproefje. Rampfoto's uit het land. Op de site staan de resultaten. Een geknakte boom in Born, wolken boven Helmond, omgevallen boom in Horst, takken op de weg in Maastricht, gevaarlijke situatie in Roermand, dat waren enkele onderschriften bij de foto's. Nee, het NOS-journaal neemt de gewone man met camera zeer serieus. Er wordt geluisterd en meegekeken naar de gewone man in de straat. Het journaal gaat op de knieën en speelt mee in de zandbak.

Het NOS-journaal hoeft zich niet bezig te houden met volks-tv. Daar is SBS-6 met Hart voor Nederland voor. Die kunnen dat in hun rood-oranje decor veel beter; daar staat de gewone man echt in het midden. Ik hoef het niet te zien bij de NOS. Laat ze daar alsjeblieft een bepaalde grandeur behouden, het mag best elitair zijn. Af en toe kan het wat luchtiger, maar behandel de kijker niet als een ramptoerist. Ik wil best geïnformeerd worden over schade en slachtoffers. Maar doe dat niet met een razende reporter die ter plekke is in de hoop een glimp van een lijkwagen te kunnen tonen. De teloorgang van het instituut dat het journaal was, de grote meneer, moet gestopt worden. Stop met infographics, van die verbindingspijlen voor laagopgeleiden, powerpoint schermen met opsommingsbolletjes en houd op met voorgekookte vraag- en antwoordspelletjes met correspondenten ter plekke. Geef informatie en achtergrond, en doe dat op niveau. Het journaal is voor grote mensen, die serieus genomen willen worden. De NOS moet aan deze publieke vraag simpelweg voldoen.

De beessies worden bedankt.



Het WK is voorbij, de oranjemannen zijn weer thuis, de cup in Spanje en de Bavariababes zijn ook niet meer in de cel en Jack van G. is back in Amsterdam. Dus we gaan over tot de orde van de dag. De beessies hebben hun aanmoedigwerk gedaan en gaan de afvalbak in. Of krijgen ze een tweede leven, zoals de Albert Heyn wil. Ik trof er vandaag een aan op een parkeerplaats langs de A28. Het beessie was met liefde geplaatst op een picknicktafel. OF beter, ten vondeling gelegd, langs de levensader van het Noorden. Terwijl de vrachtwagens en de leasebakken hun route vervolgden op de snelweg, stond ik stil bij het lot van de supportersknuffel. Even was ik ontroerd.








Toen ik terugliep zag ik een collega-beessie op de grond. Platgereden lag ie op het asfalt. De eigenaar had hem bruut uit zijn auto en leven gegooid.



Het WK is voorbij, de beessies worden bedankt.

Juichen voor de middelmaat

Oranje is geland en vaart over de grachten door Amsterdam. Blije gezichten, gejuich voor het zilver. De spelers hebben nu pas door wat het WK heeft losgemaakt. Prachtig gezicht al die bootjes op het IJ. De eerste fan liggen al in het water. Nieuwe mode: je blote billen laten zien, billen met een tekst. Tja, wat een gekte. Het Museumplein is geheel gevuld. De NOS zendt zowel op tv als radio de zegetocht uit, al heel de dag.

Tijd voor een zuur stukje. De intocht is een bewijs van ons vaderlands minderwaardigheidsgevoel. Manmoedig spraken we de Oranjeploeg na: wij worden wereldkampioen. Het was wennen, zo'n bravoure houding. Nederland dat de toppositie kan innemen, is onrealistisch. We schreeuwden om het hardst dat het kon lukken omdat we diep van binnen het niet konden geloven. Waar excelleren we nog? Songfestival, no way. Wimbledon, vergeet het maar. Tour, jamais. Europese president, in your dreams. We kunnen het niet omdat we zijn opgevoed met de Olympische gedachte: meedoen is belangrijker dan winnen. Het-doe-maar-gewoon-idee, dat in onze genen zit. De enige reden dat we zo uit ons dak gaan met een zilveren plek is dat we weten dat we onze vuistjes mogen dichtknijpen met deze prestatie. Zelfs een derde plek zouden de mensen op de straten feest gaan vieren.

We vieren feest omdat we ons niveau net een beetje hebben overstegen. Net iets beter, maar je zag het zondagavond, Nederland durfde gewoon niet te winnen. We hadden ons geen raad geweten.

Dus trekken we onze oranje plunje weer aan en juichen. Gelukkig zijn we toch maar mooi tweede geworden, dat juichen de mensen in Amsterdam. Gelukkig een feestje, zie je mensen denken. Onbekommerd beesten.

Waar een tweederangslandje goed in is: juichen voor de middelmaat, bang voor de top.

The Sky is Crying

Het onweert. De bliksem maakt van de nacht een lichtspektakel. Het is vier uur en de slaap is ver weg deze nacht. Niet alleen het weerlicht en de donder zorgen daarvoor. Vlak na de finale was het onrustig in de buurt. Vuvuzela's werden voor het laatst bespeeld. Vuurwerk werd uit frustratie toch maar afgestoken. Politiesirenes weerklonken, ergens in de stad dus gedoe. Groepjes voetbalfans fietsten onder luid gekanker en gescheld terug naar huis. Mooie scene: ik zag een buurtgenoot, groot sport- en vooral voetbalfan, terugfietsen naar huis. Ik groette hem, kreeg een korte keelklank te horen als antwoord en zag hoe hij driftig doorfietste, op twintig meter volgden zijn vrouw die hem niet kon bijhouden. Zelfs in het donker kon ik haar rode koontjes van inspanning zien. Buurman was duidelijk over de zeik, zoals hij het zou kunnen noemen.

De gebroken nacht komt natuurlijk ook door ook hoe de finale is verloren . Ik hou er niet van te wijzen op veld en scheidsrechter. Maar een voetbalveld met een grasmat van gewapend beton is niet te belopen en te bespelen voor een man als Robben. Ik weet het: dat geldt ook voor de tegenstander, die lopen op hetzelfde veld. Dus veld geen excuus. Dan toch wel de misser van Webb: hij kon zien dat Sneijders vrije trap afketste op de muur van Spanje en dat de bal zo naast het doel de achterlijn passeerde. Dat had een hoekschop moeten zijn. Zonneklaar. Dat uit de spelhervatting de goal van Iniesta valt, is dan zeer ongelukkig. Helemaal omdat er een buitenspel aan vooraf ging. En had Iniesta geen grotere straf moeten krijgen toen hij Van Bommel natrapte? Het is zuur om te verliezen met de kans op een gelijke stand en dus penalty's. Ik weet zeker dat Nederland die serie had gewonnen. We zijn genaaid. De buurman vond het ook, dus is het zo!

Ik had wakker kunnen worden als wereldkampioen. En nu? Weer tweede, weer net niet. Vice-wereldkampioen. Zilver. En dat allemaal door een Engelse scheidsrechter? Tot mijn grote schrik, zo zag ik in mijn rondgang langs internetsites, kan deze quote zo in het rijtje reacties op GeenStijl. Ik degenereer dus door het voetbal. Ook dat nog. Moet ik dan gewoon erkennen dat Spanje beter was? Moet ik toegeven dat Spanje net subtieler speelde en uitgekiender met overtredingen omging? Kennelijk wel.

En er waren toch zekere kansen. Ik gilde het uit toen Robben zijn kansen kreeg. Maar nee, hij kon het net niet halen.

Steek de vuvuzela's in brand. Berg de oranje vlaggetjes op. Het is voorbij. We zijn weer wat we waren: tweede.

De nacht gaat over in de ochtend. Ik zie de silhouetten van de huizen en de pruimenboom afsteken tegen de lichterwordende hemel. De regendruppels vallen met regelmaat op de dakkoepel. Het zou melodramatisch zijn om te zeggen dat de hemel schreit. Maar het is misschien wel een mooie afsluiting van de nacht: Elmore James en Stevie Ray Vaughan. Misschien als troost.

http://www.youtube.com/watch?v=hKEdlSTHjtU

http://www.youtube.com/watch?v=hVlsMLOejH0

De Koperen Ploert en Zaaf


Het is hittegolfweer. Hond P. komt niet ver. Hij ligt lui op een koel plekje in de garage. Mensen moeten goed op dieren letten. Zij verstaan de kunst van het aanpassen.
De zon is onverbiddelijk. In wielertermen heet de zon de koperen ploert. Om zo weinig mogelijk te doen, net als hond P., kijk ik toch maar weer naar de Tour de France. Het is ieder jaar weer het zelfde. Ik keer me er van af; ik zeg dat ik er genoeg van heb. Over twee jaar zal er een nieuw dopinggeval opduiken die de prestaties van de huidige renners ontmaskert. Ik heb er geen zin in om met dit mega-oplichtingsspel mee te doen. Aan de andere kant is de Tour een prachtige vergaarbak van verhalen. Ook in die verhalen is list en bedrog een vast onderdeel. De Tour is elk jaar weer een gewetensvraag. Tja, in de zon zitten is er niet bij. Het is te warm om een boek vast te houden, dat smelt in je handen. Dus plat op de bank, afstandbieding bij de hand, en je rustig laten wegvoeren door een sliert renners in het oneindige Franse decor. Zo keek ik vanmiddag met de hond aan mijn voeten naar de etappe. Het onvermijdelijke gebeurde. Ik volgde de twee renners die ontsnapt waren aan het peloton. De een sprong over de ander heen, er-op en er-over, en won de rit plus de gele trui. Mooi werk. Ik kan dit alleen navertellen nadat ik de herhaling van de etappe heb bekeken. In de zomershitte viel ik genadeloos in slaap.
Met hele kleine kinderen heb je vaak een badje in de tuin. Aanvankelijk wordt er lekker in gespetterd. Uiteindelijk raken de kinderen erop uitgekeken en staat de plas water voor hergebruik te wachten. Of op een verhitte papa. Helaas zijn mijn kinderen te oud. Het badje is vergaan. Ik geloof ook niet dat ze me mee willen naar het zwembad. Toch veel te druk. Of moet ik net als de hond de vijver in het Stadspark induiken? Kom ik wel met vuile pootjes thuis en moet ik door het vrouwtje worden schoongespoten met de tuinslang, aanlokkelijk idee. Maar toch, beter van niet.
Dus ben ik veroordeeld tot de Tour. Morgen een rit door de Alpen. Prima opvulling van de tijd tot de Finale WK gaat beginnen. Zeker als het morgen weer zo heet gaat worden. Doet me denken aan een verhaal over een renner in de jaren vijftig, Zaaf een Afrikaans coureur, die in een hittegolf ontsnapte, een mooie voorsprong opbouwde, afstapte om wat te drinken, wijn nota bene, en na twee flessen in slaap viel, ontwaakte en dronken in de verkeerde richting zijn etappe vervolgde. Het is maar de vraag of het echt zo ging. Camera's om het vast te leggen waren er niet. Een fotograaf wel.

Formeren met sixpacks, Pringles, M&M’s tijdens Oranjes finale


In de luwte van de oranje-euforie wordt er een kabinet in elkaar gezet. Zonder al te veel publieke aandacht kijken de politieke leiders naar hun verschillen en zoeken zij formuleringen om samen op weg te kunnen gaan. Onder leiding van Jacques W. en Uri R. voeren ze hun overleg. Om de sfeer goed te houden wordt er samen voetbal gekeken. Gisterenavond deden ze dat in een verder lege Tweede Kamer, de oude wel te verstaan. Een groot scherm hing in het midden van de zaal, ongeveer waar ooit de voorzitter streng toezicht hield op de vergadering. Sinds de groene bankjes – die overigens nog steeds gebruikt worden in een van de vele commissiezaaltjes in het nieuwe parlementaire complex – zijn verwijderd en de oude Tweede Kamer omgetoverd is tot receptiezaal, ligt er een mooi tapijt met meters grote gekleurde vierkanten. Op een van die tegels kreeg elke aanvoerder een stoel toegewezen. Rutten en Cohen in het midden, Halsema en Pechtold aan weerszijde. Jacques en Uri liepen rond en observeerden. De wedstrijd begon. De politici bekeken de strijd met grote aandacht. Halverwege de eerste helft bleek de stoel van Pechtold tussen die van Job en Mark te staan. Ergens had hij kans gezien zich te verplaatsen. Femke was even weg, kwam terug met een paar bussen Pringles en drie sixpacks bier. Jacques vroeg indringend of ze niet stiekem getwitterd had. Ze ontkende, maar gaf ruiterlijk toe wel een Marlboro light weggerookt te hebben. Bij de een-nul sprongen allen op en juichten. Job maakte zich het eerste los van het kringetje hossende collega's en keek bedenkelijk. Hij imiteerde good old Herman Kuiphof: 'Zijn we er toch ingetuind.' Jacques begreep de verwijzing naar München '74 en klapte in zijn handen. Men ging weer op de plaats zitten. Bij de gelijkmaker opende Mark de eerste bus chips, nam een handje vol en gaf hem door aan Job. Het gebaar werd genoteerd door Uri. Met een oude Polaroid werd het moment vastgelegd. Vlak voor het pauzesignaal kwamen er drie kamerbewaarders binnen, die vier Fatboys plaatsen, de stoelen werden meegenomen. Onwennig gingen de vier op de zitzakken zitten. Ze kozen allemaal de kleur die het dichts bij hun politieke kleur lag. Toen na de pauze de tweede goal voor Oranje werd gemaakt begon Mark aan een wilde overwinningsspurt. Al de ingehouden energie van de afgelopen weken kwam eruit. Hij bleef maar roepen dat Oranje een voorbeeld van eenheid in verscheidenheid was. Pechtold riep alleen nog maar het woord focus. Job en Femke schoven de vier Fatboys tegen elkaar aan en formeerde zo een groot matras. De derde goal veroorzaakte een acrobatisch geheel. Job sprong een eind de lucht in en liet zich op zijn rug in de kussens vallen. Alexander maakte een salto en landde tussen de lange benen van Cohen. Femke en Mark liepen achterelkaar aan terwijl ze Robbens gebaar nadeden: hard tikkend op het voorhoofd. Uitgeput stortten ze na hun wildendans neer tussen Job en Alexander. De dassen van de heren gingen af, de jasjes werden achteloos in de richting van de observerende mannen gesmeten. De Marlboro's van Femke gingen nu zonder gene van mond tot mond. Jacques wilde wijzen op het rookverbod, maar Uri schreef snel op zijn kladblokje dat hij met de bewaking had afgesproken dat in het landsbelang een sigaretje mocht worden opgestoken. De koningin weet ervan, stond onderaan zijn papier. Dat Uruguay drie-twee scoorde en dat de scheidsrechter minuten te laat affloot kregen de vier niet meer mee. Ze kletsen honderduit. De sixpacks waren op voor ze erg in hadden. Een bode bracht een nieuwe voorraad en op verzoek van Job kwam er een schaal met nog meer M&M's.
Geen enkele journalist had lucht gekregen van dit formatiespel. Discreet en minutieus was de voetbalsessie voorbereid door Jacques en Uri. Vandaag bespraken ze de gebeurtenissen met Beatrix. De majesteit bekeek de foto's en luisterde aandachtig naar het verslag. Ze bedankte de twee en gaf een boodschap mee voor de vier bevriende politici. Op het koninklijk briefpapier stond te lezen dat de vier uitgenodigd waren om zondag aanstaande met de koningin samen te kijken naar de finale. Beatrix zou zorgen voor bier, Pringles en M&M's. Het verzoek aan de onstuimige politieke leiders was wel om niet te veel lawaai te maken, immers, zolang Willem en Maxima in Zuid-Afrika verbleven, zouden de kleinkinderen ook het weekend nog bij haar logeren. Amalia had haar vuvuzela moeten inleveren bij Beatrix en was daar koninklijk ontstemd over. Beatrix sloot af met de wens dat voor de wereldbeker op Nederlandse bodem was neergezet en voordat de woonboten in Amsterdam zouden zinken in de grachten er een nieuw kabinet was geformeerd. Balkenende zou hoe dan ook niet met die eer mogen gaan strijken. Haast was dus geboden.
Dus maandag een nieuw kabinet. Als Rutte en co. maar niet al te veel lawaai maken. Als ze de prinsesjes wakker maken is het gebeurd met de formatie. Voorzichtigheid is dus geboden.
Tot zover mijn formatiedroom.

Hond P en Beessies


Onze hond P. heeft sterke bijtneigingen. Hij heeft zijn tanden al in heel wat objecten gezet. Favoriet zijn de planten in de tuin en in het bijzonder rietstengels. Natuurlijk zijn schoenen en teenslippers zeer in trek. Iets minder fijn maar toch vaak in zijn bek te vinden zijn stenen. Voor een lekkere tak of slap bundeltje sokken doet hij het niet. Als hij iets tussen de kaken heeft waakt hij ervoor dat het afgepakt wordt. Een stap in zijn richting en hij spurt weg met de buit in zijn bek.

Vorige week wist hij een aantal beessies van de AH te pakken te krijgen. Ik probeerde het blauwe pluizige ding af te nemen. Niet om het kleinood te redden, hoe meer er verdwijnen des te beter, maar ik vond het gevaarlijk voor hond P's ingewanden. Een dolle achtervolging volgde door de achtertuin. Hond P. racete over het gras, via de border, vloog hij langs de pruimenboom, nam een scherpe bocht naar links, wachtte even, keek bij de prunus of ik nog volgde, en daar ging hij weer met een rotvaart. Hoe ik ook riep: 'Hier', vriendelijk, boos of smekend, hij kwam niet en hield het blauwe beessie klemvast.

Nu blijken beessies ijzersterk te zijn. Niet kapot te krijgen. Maar er is wel wat merkwaardigs: na een half uur in de bek van hond P. verandert de gelaatsuitdrukking van het beessie. Kijk maar.


Sinds dit beessie onder tanden is genomen door hond P. is de hondelijke belangstelling voor de AH-gadgets afgenomen. Wij kunnen de beessies rustig laten rondslingeren. De planten daarentegen zijn niet veilig. Die blijven favoriet.

Een prikkelrijke halve finale


De afspraak was snel gemaakt. Kijken naar de halve finale bij de buren. Gezellig, met een grote groep de match op tv meemaken. Ik kwam tien minuten voor aanvang binnen. De kamer was een zee van oranje. T-shirts, hoedjes, beessies, sjaals, Bavaria-babe-jurkjes en geschminkte gezichten. Een tafel vol hapjes en een drankbuffet op het kookeiland. De kinderen maakten met hun lawaai het volgen van de voorbeschouwing of het voeren van een gesprek over de te voeren tactiek onmogelijk. De eerste rij kids zaten op kussens, de tweede serie op de banken en daarachter stonden wat stoelen. Achter mijn stoel stonden buurmannen met een preseccootje. Moeders bespraken de komende vakantie en de schoolmusical die net achter de rug was. De wedstrijd was dus moeilijk te volgen ondanks het nieuwe flatscreen-breedbeeld van de buurman. Het commentaar bleef ergens in het feestgedruis steken. De oranje kinderen stonden om de haverklap op om nieuwe cola te halen. Zodoende werd het zicht met de minuut minder. De twee buven naast me produceerden een ontzaglijke klepvolume.
Ach, dat hoort bij de folklore. Toch lukte het niet om de wedstrijd te volgen doordat ik zoveel prikkels te verwerken kreeg. Een wedstrijd serieus volgen is so wie so al moeilijk; nu kreeg ik zo veel prikkels dat het eigenlijk totaal niet binnenkwam. Ik raakte vermoeid, alsof ik de rushes van Robben had gelopen. Na de rust hield ik het voor gezien. Ik keerde terug in de rust en ruimte van mijn eigen woonkamer. Het gelijke spel zag ik omslaan in een ruime voorsprong. Ik kon de volgende bal weer voorspellen en mistte geen pass.
Tja, omgaan met beperkingen, een sleutelzin. Ik kan het tegenwoordig overal toepassen. Jammer van het feestgedruis, fijn dat ik de wedstrijd nu toch heb meegekregen. Bij de doelpunten hoorde ik de buurkinderen op straat juichen en toeteren. Zelfs op een afstandje kwam het hard binnen.
Zo beleefde ik de spanning van de tweede helft. Tien minuten voor tijd wist ik dat het zou lukken. Drie minuten voor het einde vreesde ik voor een mirakel voor Uruguay. Geweldig hoe een wedstrijd kan eindigen in 3-2, terwijl het ook 5-1 had kunnen worden. Na 32 jaar opnieuw een oranje finale. Zondag, kan een hele mooie dag worden. Ik ga een rustig plekje zoeken om te zien hoe Sneijder en co de gouden cup in de wacht gaan slepen.

Wat Mario Kempes heeft verknald


Staan we aan de vooravond van een sport-historisch dag? Moet ik morgen een oranje shirt aan? Ga ik kijken met of zonder buurtgenoten? Moet ik iets doen aan bijgeloof? Moet ik mij zenuwachtig gaan voelen? Ik weet het nog niet.

Over 24 uur weten we of Oranje in de finale zal spelen. Ik ben eerlijk: ik had het niet voor mogelijk gehouden. Sinds 1978 volg ik de wedstrijden van Oranje met meer dan gemiddelde interesse. De tweede ronde in Argentinië moest Nederland Italië verslaan. En dat lukte: 2-1. Het is mijn eerste echte WK-wedstrijd die ik gezien heb. De finale tegen Argentinië heb ik van het begin tot het eind bekeken. Indruk maakte de juichende, krijsende, huilende massa op de tribunes. Het publiek dat scandeert 'Argentina, Argentina' terwijl men met witte doekjes zwaait, kan ik zo oproepen. Ik was tien en had geen weet dat in dergelijke stadions een heel ander geluid geklonken had. De vuile oorlog was mij onbekend.

In ieder geval heb ik jaren gewacht op een herhaling van die finale. Ik worstelde mij door de eerste jaren van het achtste decennium. Ik maakte 1982 en 1986 mee zonder Oranje, al zat ik alle kwalificatieduels voor de buis uit. In de jaren negentig zuchtte ik bij het WK in Italië en pas bij het WK's in de VS en Frankrijk kon ik weer genieten. Het gevoel van net niet gewonnen heeft mijn sportbeleving sinds 1978 heftig bepaald. Alle overwinningen die Nederlandse sporters sindsdien hebben behaald (WK schaatsen, Olympisch goud volleybal, tourzege Joop Zoetemelk, Wimbledon voor Krajiceck, dartskampioen Van Barneveldt, goud van Anky, medailles voor Van den Hoogeband en Inge de Bruyn, Champions League Ajax, gouden hockey-babes) het stond allemaal in de schaduw van 1978. Als dat kampioenschap gewonnen was had ik echt kunnen genieten van al die andere topprestaties. Nu voelde het allemaal als een troostprijs. Wel uitblinken in dressuur, maar geen WK-finale kunnen winnen. De EK-winst in 1988 is altijd een beetje surrogaat gebleven. Winnen van de Sovjetunie, een land dat toen al bijna verdwenen was, daar wis je geen frustratie mee uit.

Ik hoop voor de kinderen uit mijn straat dat zij morgen en zondag a.s. getuige mogen zijn van twee klinkende Oranje overwinningen. Zij zullen meemaken wat Mario Kempes en de zijnen mij ontnomen hebben: onvoorwaardelijke trots op het nationale elftal. Laat Beatrix samen met de komende premier Rutte voorgaan in de polonaise, zoals de zilveren ploeg in 1974 in de tuinen van het Catshuis premier Den Uyl meevoerde in een feestelijke vreugdedans. Laat de kinderen juichen.
Ik beken wederom: ik ben nerveus. In mijn achterhoofd hoop ik op iets heel moois, maar getekend als ik ben door 1978, weet ik hoe iets moois zo dichtbij kan zijn, en zo onbereikbaar kan zijn.




























   

Feesten met badeendjes


Afgelopen vrijdag vierde mijn dochter haar verjaardag. Ergens op weg naar haar feest was het besluit gevallen dat de hele klas een uitnodiging kreeg. De hele klas, ik besefte pas welke implicaties dat kon hebben toen ik ja had gezegd. Een hele klas dat zijn heel veel prepubers, jongens en meiden vol nukkige buien. Gelukkig zou het heel heet en benauwd worden dus heel druk zouden de jonge feestgangers niet worden.

Op de uitnodiging stond geschreven dat mijn dochter een nieuwe hobby heeft. Voor mij iets nieuws, maar ze bleek badeendjes te sparen. Voor haar verjaardag was haar collectie nog heel beperkt, nu is die uitgegroeid tot meer dan veertig. Elke gast had een of meer exemplaren meegebracht. Gele eendjes, oranje eendjes, een bruidseend, een souleend, een basketeend, een paarse eend, een weet ik wat eend, allemaal eenden. Het geld dat sommige kinderen hadden gegeven kan mooi omgezet worden in nog meer badeendjes.

In de chillhoek, die wij van kussens en een oud vloerkleed onder een luifel in de hoek van de tuin gemaakt hadden, lagen de meiden en de paar jongens af en toe uitgeteld op elkaar. Plots kwamen ze weer in beweging om te dansen op Lady Gaga of op Shakira. De enige tekst die zij konden meebrullen, was het lieden van Lily Allen, getiteld Fuck You. Echt swingen deden ze niet. Het was bij een enkeling een nabootsing van TMF-beelden. Toch een beetje ongemakkelijk om elfjarigen wiegende heupbewegingen te zien maken. Op een gegeven moment hoorde ik er eentje roepen, we gaan paaldansen. Een slecht plan, gezien het feit dat mijn tentstokken daar niet tegen bestand zijn. Ik was blij dat mijn dochter een ouderwets spelletje stoelendans inzette. Ik mocht de muziek op het juiste moment stopzetten. Dat kon ik heel goed.

Er werd goed gedronken en gegeten, niet alleen chips en ijs, maar ook fruit, altijd een fijne graadmeter voor de feestvreugde. Niemand deed iets fout, dus het feest was geslaagd. En toch, waar is de tijd gebleven dat er kinderen verkleed als Indiaantjes rondliepen, of dat er met paard en wagen naar het park gereden werd? Hoe lang is het geleden dat we een spelletjesparcours hadden uitgezet of een kook- en knutselfeestje organiseerden? Meiden van elf regelen het zelf wel. Liepen wij tot voor kort met spiekbriefjes rond om op tijd de spelletjes te laten starten, nu was het onze dochter die de regie ter hand had genomen. Keurig dirigeerde zij haar klasgenoten de chillhoek in om ze te instrueren voor een partijtje, Wie-Ben-Ik? Een kwartier lang liepen de kids met een briefje op hun voorhoofd aan elkaar te vragen of ze een ding of een mens waren. Het liep gesmeerd.

Helemaal trots werden we toen onze elfjarige spontaan ging meehelpen opruimen, of was dat om nog niet naar bed te hoeven, al was het al half twaalf. Voor het slapen ging ze nog even in bad, inderdaad vergezeld door vierenveertig badeendjes.

Kreeg ik toch last van Oranje-koorts, en goed ook


Nederland werd vanochtend wakker uit een oranje voetbaldroom die echt was.
Ik had mij voorgenomen om de wedstrijd van gisteren in alle rust, in huiselijke kring te bekijken. Gewoon rustig kijken naar de nakende uitschakeling. Geen spanning opbouwen, kalmpjes nippen aan mijn glaasje water. Geen gegil of gejuich, geen oehs of aahs. Je moet per slot van rekening het goede voorbeeld geven aan je kinderen. Mijn verwachting was een snelle harde charge op Robben, een noodgedwongen spelerswisseling en een snel tegendoelpunt van Brazilië. Het duel zou beslist worden met een uitgekookte Braziliaanse provocatie die rood voor Oranje zou opleveren en een strafschop tegen. De Nederlanders zouden onbesuisd reageren op de tegenslag. Gele kaarten gingen neerdalen over de twintigers van Oranje. De eerst helft leek mijn gelijk te bevestigen. Het leek nergens op. Nog voor de rust hield ik het voor gezien. In de tuin wachtte nog een klusje. Gewapend met mijn kruiskopschroevendraaier doe-het-zelfde ik op het terras.
Ogenschijnlijk had ik afscheid genomen van dit WK. Ik was er nooit voor in de stemming gekomen. De voetbalkoorts kreeg mij dit keer niet te pakken. Al klussend hield ik toch mijn oren open. Hoorde ik niet een kreet van verrukking? Klonk daar niet een overwinningsmelodie uit een vuvuzela? Ik sloop weer terug naar de woonkamer, waar ik de start van de tweede helft net meemaakte. De coach had het elftal intact gelaten. Ik schudde mijn hoofd. Ineens zag ik mijn gezin opspringen: een goal! Gelijk! Ik juichte niet. Waarom zou ik? Het WK was voorbij. Overdreven gedoe. Buiten klonken vreugdekreten, ergens ging een vuurpijl de lucht in. Aanstellers.
Nou vooruit, dan maar weer kijken. Met iets meer belangstelling volgde ik de spelers op de flatscreen. Warempel, de Brazilianen leken het op te geven. Ik kroop dichter naar de tv. Voor ik er erg in had, begon ik mee te leven. Mijn hartslag ging omhoog. Ik begon te roepen: 'Naar rechts', 'Afleggen', 'Niet terugspelen', 'Daar loopt niemand', 'Ja, dat is goed, hij komt er aan, ik voel het!' Kortom in eens leefde ik nog maar voor een doel: wereldkampioen worden. Ik ontplofte bij de tweede goal. 'Ik ben fan van Sneijder, hij is echt goed!' Ik heb het echt gezegd. Nee, ik gaf een prima voorbeeld aan mijn kinderen. De laatste tien minuten zat ik op de houten vloer, mijn handen voor mijn gezicht. De klok, rechtsboven in beeld, tikte de minuten weg. Om de tien seconden vertelde ik mijn gezin hoe lang nog gespeeld moest worden, alsof ze dat zelf niet konden zien. Ik sloeg met mijn hand op de vloer bij een mislukte aanval. Bij de gevaarlijke tegenstoten van de Zuid-Amerikanen, hield ik mijn adem in.
Na het eindsignaal heb ik een kwartier alleen maar kunnen uitstoten: 'Twee-een, ongelofelijk, twee-een.' Het is echt waar. Ik ben bevangen door de voetbalkoorts. Ik ben blij in een wijk te wonen waar de oranje vlaggen, spandoeken en een oranje vogel de aanhankelijkheid aan de Oranje machine onderstrepen. Ik denk eraan om ook iets van oranje te bevestigen aan mijn auto.