Juichen voor de middelmaat

Oranje is geland en vaart over de grachten door Amsterdam. Blije gezichten, gejuich voor het zilver. De spelers hebben nu pas door wat het WK heeft losgemaakt. Prachtig gezicht al die bootjes op het IJ. De eerste fan liggen al in het water. Nieuwe mode: je blote billen laten zien, billen met een tekst. Tja, wat een gekte. Het Museumplein is geheel gevuld. De NOS zendt zowel op tv als radio de zegetocht uit, al heel de dag.

Tijd voor een zuur stukje. De intocht is een bewijs van ons vaderlands minderwaardigheidsgevoel. Manmoedig spraken we de Oranjeploeg na: wij worden wereldkampioen. Het was wennen, zo'n bravoure houding. Nederland dat de toppositie kan innemen, is onrealistisch. We schreeuwden om het hardst dat het kon lukken omdat we diep van binnen het niet konden geloven. Waar excelleren we nog? Songfestival, no way. Wimbledon, vergeet het maar. Tour, jamais. Europese president, in your dreams. We kunnen het niet omdat we zijn opgevoed met de Olympische gedachte: meedoen is belangrijker dan winnen. Het-doe-maar-gewoon-idee, dat in onze genen zit. De enige reden dat we zo uit ons dak gaan met een zilveren plek is dat we weten dat we onze vuistjes mogen dichtknijpen met deze prestatie. Zelfs een derde plek zouden de mensen op de straten feest gaan vieren.

We vieren feest omdat we ons niveau net een beetje hebben overstegen. Net iets beter, maar je zag het zondagavond, Nederland durfde gewoon niet te winnen. We hadden ons geen raad geweten.

Dus trekken we onze oranje plunje weer aan en juichen. Gelukkig zijn we toch maar mooi tweede geworden, dat juichen de mensen in Amsterdam. Gelukkig een feestje, zie je mensen denken. Onbekommerd beesten.

Waar een tweederangslandje goed in is: juichen voor de middelmaat, bang voor de top.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.