Kreeg ik toch last van Oranje-koorts, en goed ook


Nederland werd vanochtend wakker uit een oranje voetbaldroom die echt was.
Ik had mij voorgenomen om de wedstrijd van gisteren in alle rust, in huiselijke kring te bekijken. Gewoon rustig kijken naar de nakende uitschakeling. Geen spanning opbouwen, kalmpjes nippen aan mijn glaasje water. Geen gegil of gejuich, geen oehs of aahs. Je moet per slot van rekening het goede voorbeeld geven aan je kinderen. Mijn verwachting was een snelle harde charge op Robben, een noodgedwongen spelerswisseling en een snel tegendoelpunt van Brazilië. Het duel zou beslist worden met een uitgekookte Braziliaanse provocatie die rood voor Oranje zou opleveren en een strafschop tegen. De Nederlanders zouden onbesuisd reageren op de tegenslag. Gele kaarten gingen neerdalen over de twintigers van Oranje. De eerst helft leek mijn gelijk te bevestigen. Het leek nergens op. Nog voor de rust hield ik het voor gezien. In de tuin wachtte nog een klusje. Gewapend met mijn kruiskopschroevendraaier doe-het-zelfde ik op het terras.
Ogenschijnlijk had ik afscheid genomen van dit WK. Ik was er nooit voor in de stemming gekomen. De voetbalkoorts kreeg mij dit keer niet te pakken. Al klussend hield ik toch mijn oren open. Hoorde ik niet een kreet van verrukking? Klonk daar niet een overwinningsmelodie uit een vuvuzela? Ik sloop weer terug naar de woonkamer, waar ik de start van de tweede helft net meemaakte. De coach had het elftal intact gelaten. Ik schudde mijn hoofd. Ineens zag ik mijn gezin opspringen: een goal! Gelijk! Ik juichte niet. Waarom zou ik? Het WK was voorbij. Overdreven gedoe. Buiten klonken vreugdekreten, ergens ging een vuurpijl de lucht in. Aanstellers.
Nou vooruit, dan maar weer kijken. Met iets meer belangstelling volgde ik de spelers op de flatscreen. Warempel, de Brazilianen leken het op te geven. Ik kroop dichter naar de tv. Voor ik er erg in had, begon ik mee te leven. Mijn hartslag ging omhoog. Ik begon te roepen: 'Naar rechts', 'Afleggen', 'Niet terugspelen', 'Daar loopt niemand', 'Ja, dat is goed, hij komt er aan, ik voel het!' Kortom in eens leefde ik nog maar voor een doel: wereldkampioen worden. Ik ontplofte bij de tweede goal. 'Ik ben fan van Sneijder, hij is echt goed!' Ik heb het echt gezegd. Nee, ik gaf een prima voorbeeld aan mijn kinderen. De laatste tien minuten zat ik op de houten vloer, mijn handen voor mijn gezicht. De klok, rechtsboven in beeld, tikte de minuten weg. Om de tien seconden vertelde ik mijn gezin hoe lang nog gespeeld moest worden, alsof ze dat zelf niet konden zien. Ik sloeg met mijn hand op de vloer bij een mislukte aanval. Bij de gevaarlijke tegenstoten van de Zuid-Amerikanen, hield ik mijn adem in.
Na het eindsignaal heb ik een kwartier alleen maar kunnen uitstoten: 'Twee-een, ongelofelijk, twee-een.' Het is echt waar. Ik ben bevangen door de voetbalkoorts. Ik ben blij in een wijk te wonen waar de oranje vlaggen, spandoeken en een oranje vogel de aanhankelijkheid aan de Oranje machine onderstrepen. Ik denk eraan om ook iets van oranje te bevestigen aan mijn auto.

1 opmerking:

  1. Die oranje ooievaar staat er nu nóg! Ik zal onze voetbalgek eens aan zijn jas trekken.

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.