MAD MEN kijken!


Mad Men wint opnieuw een Emmy Award. De serie is bekroond als beste tv-drama in de VS. In ons land wordt de serie weggestopt in nacht. Kwaliteit kent kennelijk geen prioriteit. Wij hebben de serie op DVD en kijken nu al uit naar deel vier. In de VS wordt die nu uitgezonden.

Wat is er zo leuk aan de serie? Natuurlijk is het perfect vormgegeven. Alle kleuren, kleding, voorwerpen en gebruiken zijn typisch jaren zestig. Prachtig gedaan. Maar niet genoeg om het tot een superserie te maken. Is het de verhaallijn? Op zich niet, het gaat over het wel en wee van een groep ambitieuze reclamemannen op Madison Avenue in New York. Wordt de opdracht wel binnengehaald en wordt het kantoor opgekocht of niet? Omdat soort kwesties draait het. Natuurlijk zijn verwikkelingen in de onderlinge relaties interessant. Hoe gaat Pete om met zijn vrouw? Gaat Peggy een verhouding aan met de concurrent? Blijft Paul bij zijn zwarte vriendin? Krijgt Sal een homo-vriend? En natuurlijk wanneer gaat Betty definitief weg bij Don? Over Don gesproken, wie onthult zijn geheime afkomst? De karakters en hun relaties maken het zeker interessant. Het blijft boeien. Dus goede verhaallijnen, mooie vormgeving, interessante karakters dragen bij aan het succes.

Wat ook sterk is aan de serie is het typeren van de tijdgeest. Vrouwen zijn typegeiten of huismoeders, kinderen mag je hard straffen of afbekken, drank en nicotine worden massaal genuttigd, de scheiding tussen blank en zwart is duidelijk (zwarte huishoudhulp of liftboy, blanke managers), dameskleding is preuts, maar mag ook verleidelijke vormen tonen, mits niets bloot valt. Het is waarschijnlijk die perfecte aanraking van de mentaliteit die in de vroege jaren in de VS heerste, die de serie boeiend maakt. Mad Men toont de sfeer van de VS in zijn bloeitijd. Ongekende consumptie, groeiende welvaart, aangeharkte suburbs, ogenschijnlijke rust van de minderheden, nog geen deconfiture van Vietnam of Watergate, kortom de American Dream die uit is gekomen. Als kijker weet je dat die bloeitijd is verdwenen, maar de karakters geloven nog in meer groei en mogelijkheden. Dat contrast maakt het succes van de serie.

En verder zijn het natuurlijk prachtige koppen en lijven om naar te kijken. Betty in Rome, Don met zijn scheve lachje en zijn zoveelste Lucky Strike, Sterling die toch nog maar een borrel neemt, Peggy die ook vrouwelijke verleidende vormen vertoont, en Sal, die maar blijft worstelen met zijn geaardheid, terwijl hij dapper meelacht om de hetero grappen over vrouwen. Joan, die als geen ander heupwiegend tussen de bureaus paradeert in een niets ontziende jurk. Zelfs Pete zou je in zijn branie-achtigheid nog wel iets knaps, nee nu overdrijf ik.
Hoe dan ook, Mad Men: kijken!

LSD is niet goed voor de mens


Artikel BBC over Leon Armuntier Leon Armunier, een van de slachtoffers
In het Zuid-Franse dorpje Pont Saint Esprit heeft de CIA in de eerste jaren van de Koude Oorlog (1951) een gruwelijk experiment uitgevoerd. Hank Alberalli beschrijft in zijn boek A terrible mistake hoe een week lang de inwoners gek werden van de hallucinaties. Mensen zagen wilde dieren om zich heen, een man dacht dat hij kon vliegen en sprong uit het raam en sommigen voelden zich omringd door vuur. Vijf doden, talloze psychiatrische opnames en veel onrust. De dorpsbakker kreeg al snel de schuld. Ten onrechte, het was de CIA die er achter zat.
De veiligheidsdienst wilde weten of LSD kon worden gebruikt om mensen tijdens verhoren loslippig te krijgen. LSD was begin jaren vijftig een nieuwe vinding van het Zwitsrse Sandoz. Om te voorkomen dat de Sovjetunie ermee aan de haal ging, kocht de CIA de hele voorraad op. Een deel daarvan schijnt gebruikt te zijn in Frankrijk. Waarom het in Pont Saint Esprit gebeurde is onduidelijk. Die voorraad LSD werd gemaakt in de buurt van Pont Saint Esprit. Waarschijnlijk is het feit dat PSE vlakbij de fabriek lag de reden voor het verspreiden van LSD in de plaats. Een ongelukkig toeval. Hoe dan ook een bizar verhaal. Het past wel in de tijd. Op eilandjes in de Stille Oceaan of in woestijnen werden ook experimenten gedaan met atoombommen zonder echt te zorgen voor de omstanders.

Anyway, een video: http://www.grenswetenschappen.nl/blogs/Proefgekonijnde-LSD-burgers/

Toch is LSD meer gebruikt in defensiekringen. In het Britse leger is gekeken hoe troepen reageren op het middel. Op dit filmpje is een Monty Python achtige reportage te zien over een groep soldaten die met LSD achter de kiezen het veld wordt ingestuurd. Let vooral op de man in de boom en op de soldaat die de communicatie verzorgen moet.

http://www.youtube.com/watch?v=n-rWnQphPdQ&feature=related


Uiteindelijk leiden de effecten van LSD tot zoveel verwarring dat afgezien is van toepassing.
Ik denk dat ik het vandaag bij koffie houd.

Vader met een bevreesd hart


Puberjongens gaan natuurlijk niet op hun dertiende uit in de grote stad. Maar een bezoek aan een sportwedstrijd in een nabijgelegen zaal, dat moet kunnen in de avonduren. Er naar toe gaan in het licht van de vooravond vond ik geen probleem. Maar na negen uur begint het te schemeren, vooral in het park. Natuurlijk was het niet nodig om ze op te halen. Ze waren toch samen? Nou ik dacht daar anders over. Ik informeerde welke terugweg ze zouden nemen. In verband met het Bommen-Berend-feest in de stad, was de gebruikelijke fietsroute afgesloten. Ze beloofden de route langs de snelweg te nemen. Een goed verlicht fietspad, zij het wat stil. Ik hoefde echt niet te komen.

De hele avond gluurde ik op de klok. Was de wedstrijd al afgelopen? Ik schatte dat rond kwart over negen de pot basketbal gespeeld zou zijn. Om acht uur stond ik al klaar met mijn fiets. Te vroeg. Nog even wachten. Om de vijf minuten checkte ik de schemering. Rond half negen vond ik het tijd voor de straatverlichting, pas rond negen uur ging die aan. Ik voelde een vaderlijke ongerustheid zich meester maken van mij.

Afgelopen week had ik dat ik ook toen mijn zoon van zijn training moest terugkomen. De avond verdween in de mist, terwijl de klok maar door tikte. Toen ik het niet meer uit hield van de zenuwen en ik steeds vaker dacht: 'stel toch dat….', stapte ik op mijn fiets. Ik deed mijn voor- en achterlicht aan en ging op zoek. Natuurlijk kende ik de route die hij zou volgen. Door het park, over de twee rotondes, langs het ziekenhuis, richting het kanaal. Toen ik de brug over stak, ging mijn mobiel. Op het display las ik 'thuis'. Het was mijn zoon. Hij meldde dat hij er al was. Omdat het regende had een vriendelijke vader de jongens met de auto vervoerd en moest mijn zoon het laatste stuk langs een andere weg fietsen. Gerustgesteld draaide ik om. Thuis drukte ik hem op het hart in vervolg even te bellen.

Als puberjongen is het leven niet makkelijk met een vader als zenuwpees.

Dus ook vanavond snelde ik met een bevreesd hard door het park. Ik reed de jongens tegemoet. Ik zou ze wel door het gevaarlijke, donkere park leiden. Overal in het park stonden politiemannen en verkeersregelaars fietsers op hun plaats te wijzen. Niemand ontsnapte aan hun aandacht. Waarschijnlijk was het de meest veilige avond van het jaar in het park. Bij de rotonde kwam ik ze tegen. Luid kletsend en lachend. De vrienden waren net aangehouden door een politieagent omdat ze zonder licht reden. Vol bravoure vertelden de twee pubers hoe ze onder een boete waren uitgekomen. Behalve de verkeersregelaars kwamen we niemand tegen in het park. Veilig brachten de twee mij thuis.

Boschrijft: Nederland, op naar de volgende acte in de operette van de democratie

Boschrijft: Nederland, op naar de volgende acte in de operette van de democratie

Nederland, op naar de volgende acte in de operette van de democratie


bron:
http://hugofreutel.blogspot.com/2009/09/gehaaide-politicimaxime-verhagen.html
Hoe moet Verhagen zich voelen nu hij dagelijks kritiek uit eigen kring krijgt? Hoe groot zal zijn afkeer zijn van het gekonkel achter zijn rug? Eerst was er Van Agt. Toen kwam Lubbers. Nu weer een open brief die via de NRC de wereld in geslingerd wordt. Een protest onder leiding van Veerman, toch een prominent met een eigen karakter. Ook Wijffels, Lodders, De Vries en oud-eurotopman Andriessen ondertekenden de protestbrief. Kort gezegd willen de prominenten dat Verhagen stopt met het samenwerken met de PVV. Het pas niet bij het CDA en ook niet bij Nederland om groepen uit te sluiten. Nederland zal internationaal een belachelijk indruk maken. Veerman vreest zelfs een afsplitsing in het CDA. Dus roept hij Verhagen op om zich te bezinnen.
Maar Verhagen ligt er geen moment wakker van. Hij zal ze over een paar weken verbazen met zijn onderhandelingsresultaat. Verhagen trekt zich niets aan van de kritiek. Hij weet dat er een zwijgende meerderheid is. Die groep steunt hem, zij het niet in de openbaarheid. Hij weet dat na deze turbulente fase van formeren rust zal komen. Het stof zal neerdalen en het CDA zal als grootste uit de strijd komen. Dat is wat Verhagen op de been houdt. Een afsplitsing, daar is hij niet bang voor. En al die oud-toppers? Ach, de nieuwe generatie is nu aan de beurt. Laat die oudjes maar zeuren. Kortom, Verhagen staat er boven. Wat nou, partijdemocratie? Jaloers kijkt hij naar de partijdiscipline van Wilders.
Opstelten, de nationale burgemeester, is ondertussen bezig de laatste plooien aan het wegstrijken. Nog een week of twee, baste hij. Met zijn leerling Rutte bouwt hij rustig door. Het is opvallend hoe stil het is in hun partij. Met genoegen kijken ze naar het 'gedonder' over Wilders in het CDA. Dat hebben zij al gehad. Wilders hoor je helemaal niet, afgezien van wat rabiate tweets.
En zo stevent Nederland af op de volgende acte in de operette van de democratie.

Feest op de bank

Een puberzoon is een hele zorg, zeker in de zomervakantie. Die vakantie is nu bijna ten einde. Een maand of twee, drie, zo voelt het. Franse ouders sturen hun kinderen in de zomer naar het platteland. Naar het huis van de grootouders of naar een kamp in de wildernis. Op zich is het gezellig dat hij thuis is. Nou ja, gezellig? Hij blijft steeds langer in bed liggen. Het record staat nu op twaalf uur. Laten we zeggen dat er nog gebruncht kon worden. In die lange vrije periode is hij jarig geweest. Dat moest eigenlijk nog gevierd worden. Maar hoe? En met wie? En waar? Als goedbedoelende ouders deden wij tal van suggesties. Een klimavontuur in de bossen van Drenthe. Een bezoek aan de bioscoop. Stiekem dachten we aan een spelletjesmarathon of aan een speurtocht.

Uiteindelijk werd een dag of twee geleden de knoop doorgehakt. Mama Lief stelde voor om een stapel video's ('mam, je bedoelt dvd's') te huren. Zoon speurde op het internet en selecteerde enkele titels. Beetje actie, maar wel met humor, graag. Het zoeken naar het videopasje duurde kort ('kan het niet vinden'), met één greep in de rommellade had ik het te pakken. Op zijn fiets, die nu eigenlijk al te klein aan het worden is, karde zoon naar de stad om de films op te halen. Mama Lief had gezorgd voor het feestmaal: pizza's en ijsjes. En als afterdiner: chips, cola, en sinas. De jongens kwamen op tijd. Bij binnenkomst stond de appeltaart klaar. Eigenlijk wilden ze meteen met hun films beginnen, maar even een potje voetballen was ook goed.

De studeerkamer hadden we omgebouwd tot thuisbioscoop. Flastscreen, dvd-speler, surround-geluid. Zitplaatsen op de bank, Fatboys op de grond, deur dicht en het feest kon beginnen. Als ouder sta je dan achter een gesloten deur. Vroeger moest je alert zijn. Elke minuut kon het kinderfeestje uit de land lopen of nog erger, je eigen kind liep huilend weg van het feestje. Snel een spelletje doen, een verhaal vertellen of wat snoep in de groep gooien. Waar zijn de indianenpakjes gebleven? Ik mocht vanavond ook al geen zakjes snoep meegeven aan de jongens. Als ouder van een puber word je mooi overal buitengehouden. Gelukkig maar, want niemand zit te wachten op oubollige grapjes van een belegen vader. Dat is gelukt.

Om tien uur was het feest afgelopen. Tot die tijd rolde er regelmatig een lachsalvo uit de studeerkamer. Dat lachen gebeurde op verschillende toonhoogtes. Gebrom en gekakel vulden de ruimte. Wat ook de kamer vulde was de geur van puberzweet. Ondanks deo's en showergel roken we zelfs in de woonkamer de jongensluchtjes. Geuren roepen herinneringen op. Via mijn neus kwam ik even terug in mijn eigen brugklastijd. Het eindeloze wachten op het onbekende iets, dat soort gedachten. Gelukkig ging toen de bel; de eerste ouders kwamen hun zonen ophalen. Op de oprit hoorde ik een van de jongens tegen zijn vader zeggen dat het echt heel leuk was geweest.

Het jongere zusje had haar eigen feestje. Ze kroop lekker in een met kussens overladen hoekje van haar kamer. Een van de dvd's bekeek zij op de laptop. Toen ik haar halverwege de avond wat lekkers ging brengen, vond ze me heel lief.

Nog een jaar of drie en dan zullen we terugdenken aan de cola+pizza-feestjes als we in discussies belanden of er op het tuinfeest wel of geen bier gedronken mag worden en of na afloop het vriendinnetje wel of niet mag blijven slapen op zijn kamer. Ja, het is een fijn vooruitzicht. Mijn stem slaat er bijna van over.

Verhagen grijpt de macht

Ongekend is het hoe voormalige toppolitici van het CDA de koers van de partij bekritiseren. Diverse oud-premiers (De Jong, Van Agt en Lubbers) hebben hun bedenkingen geuit. Als de PVV indirect mee gaat doen aan het kabinet dan brengt dat het CDA op het essentiële vlak van de vrijheid van godsdienst en het bijzonder onderwijs in het nauw. Het duo Verhagen en Bleker negeert de oproep van Lubbers voor een time-out. Het tweetal pokert er danig op los. Alles moet wijken voor regeringsdeelname. Als het lukt, kan de PVV de borst nat maken. De partij zal door V&B worden uitgekleed. Verhagen wil ook voorkomen dat links kan regeren. Vandaar dat hij de oproep van Lubbers en co niet accepteert. Verhagen lijkt het risico te nemen van een opstand in zijn partij. Het komende congres zal hij met zijn voorzitter zeer strak moeten regisseren.

Het oproer in het CDA is niet goed voor het beeld van de politiek. Het valt niet uit te leggen dat de leiding van een democratische partij de kritiek uit eigen geledingen zo resoluut naast zich neerlegt. Het beeld van betwetende regenten doemt op. De top vaart op eigen kompas en laat zich door de bemanning die wijst op ijsschotsen, niet van de wijs brengen. Als een solozeiler stuurt Verhagen zijn bootje de storm in. Ooit zal men hem roemen, zo lijkt hij te denken, dat hij de partij en het land uit de problemen heeft gehaald. In extreme situatie, zo redeneert Verhagen, mag je eigenwijs en dominant opereren. Juist in ingewikkelde processen als deze formatie moet je je lak hebben aan de kapiteintjes aan de wal. Het is machtspolitiek van de eerste orde. Verhagen lapt de democratie aan zijn laars. Hij speelt de sterke man. Eigenlijk begint hij te lijken op Wilders. Die doet precies wat hij wil en onderdrukt alle interne kritiek. In die zin past Verhagen in de school van Wilders.

De komende week gaat beslissend worden voor de formatie. Als Verhagen de druk van zijn achterban kan weerstaan en de opstand in zijn partij luwt, is voor hem de weg vrij om het regeer- en gedoogakkoord te ondertekenen. Nog even standvastig zijn, zo luidt zijn tactiek, om binnenkort te oogsten. En binnen dat kabinet wordt de salamitactiek op de PVV toegepast. Een spel waar de VVD graag bereid is te helpen. Met verwijzing naar de immer veranderende omstandigheden zal Verhagen steeds weer iets vinden om af te komen van afspraken met de PVV. Net als hij nu zijn partij uitrangeert, zal hij dat straks met de PVV doen. Met de macht in handen kan hem dan weinig gebeuren.

Lubbers en andere critici ten spijt, het CDA is terug in het centrum van de macht. And they're here to stay.

Zwarte journalistiek uit Foute kranten in de Koninklijke Bibliotheek


De site van de Koninklijke Bibliotheek is een van de mooist gevuld plekjes op het net. De collectie die de Koninklijke wordt in alle pracht getoond. Je kunt er online in boeken bladeren of mooie afbeeldingen bekijken. De KB is een belangrijke bewaarplek voor onze geschreven cultuur. Handschriften, boeken, tijdschriften en kranten herbergt de KB. Het vormt een letterlijk archief. Voor letterkundige en historici een fantastische instelling. Is een boek nergens meer te krijgen dan biedt Den Haag redding.
En nu bemoeit iedereen zich met de KB. Omdat ook de schaduwzijde van de Nederlandse schrijfcultuur een plaats krijgt in de digitale collectie. Onder het kopje 'Erfgoed van de Oorlog' is er geld om 'foute' kranten te digitaliseren. Het past in de doelstelling om alle kranten, boeken en tijdschriften vanaf 1470 (wie weet nog waarom dit jaartal genomen is?) digitaal op te slaan. De kritiek is niet van de lucht. De NSB-kranten zouden mensen op slechte ideeën kunnen brengen, zo valt te horen. Alsof men daar oude kranten voor nodig heeft. Ook zou het grievend zijn voor de slachtoffers. Er dreigt zelfs een proces: de KB zou haatdragende discriminerende informatie verspreiden.
Het moet niet gekker worden! Hoe kan men dit serieus menen? De kranten liggen al ter inzage; iedereen kan naar de leeszaal en de informatie tot zich nemen. De KB moet doorgaan met het digitaliseren. Het vergroot de mogelijkheid om historisch onderzoek te doen. Toegankelijkheid is daarbij een belangrijk goed. Bronnen moeten openbaar zijn. Juist internet vergemakkelijkt het zoeken en vergroot derhalve onze kennis van het verleden.
De kranten wegstoppen uit angst dat een rechts-extremist er mee aan de haal gaat is ridicuul. In het debat over de interpretatie zal uitgevochten worden of er sprake is van misbruik. Juist wanneer de foute kranten niet op internet verschijnen en misschien zelfs in papieren versie achter slot en grendel moeten, is het gevaar van valse voorwending van zaken groot. Het doet mij denken aan de verborgen boeken uit De naam van de Roos van Umberto Eco. Om te voorkomen dat monniken kennis zouden nemen van klassieke schrijvers, die andere interpretaties in geloofszaken beschreven, werden die boeken onder extreme veiligheidsmaatregelen weggestopt. Iedereen die te dicht naderde vond de dood. Zo'n angstig klimaat moeten we niet hebben. In een democratie moet alle kennis openbaar zijn, net als het debat erover. Dus laat de zwarte kranten uit de oorlog digitaal beschikbaar worden. Laat maar zien en lezen wat onze foute medelanders schreven en dachten. Ruim baan voor de Zwarte Journalistiek!
Bovendien: mochten de papieren archieven tot stof zijn overgegaan dan hebben we de digitale versie nog tot onze beschikking. Dat zijn wij met onze middelen verplicht aan ons nageslacht.
Geïnteresseerd in het krantenproject van de KB? Kijk op de volgende linkjes:
http://kranten.kb.nl/
http://www.kb.nl/nieuws/2010/oorlogskranten.html

Tonight, I’m gonna have myself a good time


Het is weer eens nacht. Een stille nacht. De wegwerkers aan de ring zijn naar huis. De wind is gaan liggen. Door het maanlicht is het ook een heldere nacht. En het is een slaaploze nacht. Het bed is niet om te waken. Starend in het schaarse nachtlicht dacht ik aan hits met aandacht voor de 'nacht' in de song. Tijd voor een lijstje.
  • Beatles, Hard day's night
  • Patti Smith, Because the night
  • Moody Blues, Nights in white satin
  • Randy Crawford, Rainy night in Georgia
  • Rolling Stones, Under cover of the night
  • Creedence Clearwater Revival, Midnight Special
  • Westside Story, Tonight
  • Phil Collins, In the air tonight
  • Eric Clapton, You look wonderful tonight
  • U2, I'll go crazy if I don't go crazy tonight
  • Bee Gee's, Saturday night fever
  • Caro Emerald, Night like this
  • Bruce Springsteen, I'll prove it all night
Tja, je komt er de nacht wel mee door met zoeken. Maar welke vind ik de mooiste? De sofste is makkelijk. Moody Blues. Zwijmelmuziek. Phil Collins is te gezocht en bombastisch. Stones over de top en te aangezet. U2, onnatuurlijk nummer voor deze band. Twee nummers lijken op elkaar Because the night en I'll prove it all night. Logisch, want beide geschreven door Springsteen. Wel met veel energie en passie, altijd handig in de nacht. Beatles te vaak gehoord. Nee, eigenlijk vind ik het nummer uit de Westside Story het lekkerst. De tekst schettert, een dialoog tussen Tony en Maria. Ze bezingen de liefde en de nacht:
Tonight
Tonight, tonight
The world is full of light
With suns and moons all over the place
Tonight, tonight
The world is wild and bright

Prachtig, hoe helder de nacht is. En het eindigt ook zo hoopvol:
Tonight
Tonight, tonight
The world is full of light
With suns and moons all over the place
Tonight, tonight
The world is wild and bright

Hier een linkje naar het nummer: http://video.google.com/videoplay?docid=-3766646406299276024#
Ook lekker uit die film is America dat bewaar ik maar voor een andere nacht.

Sex sells, de Volkskrant leert je hoe je sex moet bedrijven


Het is bijna gedaan met de komkommertijd. De foto's van volle stranden, overstromende riolen, sfeerreportages van Lowlands en niemendalletjes over Sail vulden de afgelopen weken de krant. Uit de formatie-onderhandelingen klapte niemand uit de school. Die liberalen houden hun blaaskaken stevig op elkaar. De PVV'ers negeren de Volkskrant van nature. Het enige dat de krant probeert is de onrust in het CDA aan te wakkeren. Een abonnement op de krant en een vrije keuze uit de webwinkel is uitgeloofd voor de dissident binnen het CDA. Elke dag een nieuwe aflevering van de zoektocht naar de CDA'er met gewetensbezwaren. Zo krijg je de zomerkrant wel vol.
Vandaag werd een andere komkommerkaart gespeeld: seks. De Volkskrant zette op de internetversie een verhaal over jongeren en seks. Een sfeervolle foto toont een liefdespaar dat in bed ligt en elkaars hand vasthoudt. De strekking van het verhaal is dat een kwart van de jongeren seks heeft in de verkeerde volgorde. Zij beginnen met geslachtsgemeenschap en slaan strelen en zoenen over. Sterker nog: zij hebben geen ervaring met deze onderdelen van het liefdesspel. Ze weten niet eens dat het bestaat. Doelgericht gaan zij op zoek naar het orgasme. Een onderzoekster van de Rutgers Nisso groep, heeft vastgesteld dat het hier gaat om allochtone jongeren of kinderen met lage opleidingen. Deze groep heeft moeite de eigen gevoelens te uiten en gaat daarom maar meteen over tot de daad. Wat moet je anders als je niet over je gevoelens kunt praten? Uit de vragenlijsten die de onderzoekster liet invullen blijkt dit. Waarschijnlijk begreep de neuk-gerichte jonge probleemgroep de vragen niet, immers ze zijn laagopgeleid of zijn het Nederlands niet machtig. Onduidelijk blijft of dit in het onderzoek is verdisconteerd. Wat moet ik met deze informatie? Een leuk weetje? Moet ik boos worden over de seksuele ontaarding? Kan ik een petitie tekenen voor betere seksuele voorlichting in Vogelaarswijken? Is het voeding voor het nieuwe kabinet? Zou dit bijvoorbeeld in het gedoogakkoord komen? Zo van, wij accepteren de ontdekte discrepantie, maar spreken af er geen beleid op te zetten? Of is het weer een voorbeeld van infotainment? Lekker lachen om die domme buitenlandse en laagopgeleide jochies die denken dat klaarkomen alles is. Nee, wij weten wel beter. Lang leve het voorspel!
De service van de Volkskrant, je bent interactief en multimediaal of niet, bestaat uit een instructief YouTube-videootje van de SchoolTV: hoe leer ik tongzoenen. Dit soort filmpjes bestaan echt en komen via de digiborden tot onze kinderen. Met als gevolg dat ik tijdens het eten moet praten met mijn gezin over orale bevrediging. Die boterham met pindakaas is ineens niet meer zo smeuïg. Onderaan de internetpagina staat een verwijzing naar een artikel over ouders in de stress bij opvoeding. Ouders realiseren zich dat zij hun kinderen kunnen maken of breken. Zij weten uit de daaruit voortkomende voorzichtigheid geen raad met hoe zij hun kids moeten aansturen. Te streng of te vrij, het heeft beide gevaren. Moet ik nu wel of niet mijn kinderen het gevaar van de fellatio uitleggen? 'Doe het maar met een condoom met aardbeiensmaak, meisje. Mag ik trouwens de jam van je?' Ik ontbijt liever alleen, met de krant. Van de opvoedstress krijg ik geen hap meer binnen. Verder op de pagina staat een verhaal over de Friese jonge vrouw die vier baby's in het geheim kreeg en die ze om het leven bracht. Of zij gestreeld en getongd heeft is onbekend. Om het nog wat op te leuken heeft de webredacteur een link geplaatst naar de belevenissen van een Duits stel dat uit hun huis is gezet omdat zij te luidruchtige sex hadden. Het hoogtepunt van de sekssectie in de krant komt uit België. Het bericht gaat erover dat Vlaamse liberale kiezers het vaakst sex hebben en ook nog van hoge kwaliteit. Dus met strelen en tongzoenen en dan pas penetreren. Maar dat bleek een fake-bericht.
En dan komt de aap uit de mouw. Onderaan de Volkskrant-pagina prijkt een reclame voor middelen tegen erectieproblemen. Kassa. Internet en sex: een winstgevende combinatie. Nee, de Volkskrant is een echte kwaliteitskrant, ook op het internet. Gelukkig staat er ook nog een artikel in over de omgevallen boom van Anne Frank. Of valt dat onder de erectieproblemen? Hoe ging dat liedje ook alweer over de Volkskrant, van Jaap Fischer?

Generatie luiwammes aangepakt

Eindelijk is de digitale generatie ingehaald en geklopt op eigen terrein. HBO's en universiteiten hebben hun plagiaatscanners op grote schaal ingezet. En met resultaat. Geen student durft een gekopieerd paper in te leveren. Wetenschappelijke studenten bedreven tot voor kort steeds intellectueel bedrog. Massaal nam de generatie 'knip en plak' zonder gewetensbezwaren scripties e.d. in het geheel over, of delen daarvan. Klaarblijkelijk zagen de studenten er geen kwaad in dit te doen. Onder het motto, 'waarom moeilijk als het makkelijk kan' werd plagiaat gemeengoed. Begeleidende docenten hadden er te weinig oog voor – waarschijnlijk lag de prioriteit niet bij het onderwijs – en tuinden er in.


 

Het is de mentaliteit van studenten die steekt. Men wil graag pronken met een prestatie. Een bul siert het CV. Het opent mogelijkheden voor een mooie loopbaan, met goede verdiensten, aanzien en perspectieven. Is de bul gehaald, dan wordt er volop gevierd. Maar hard werken voor die eindbeloning, ho maar. In dit land lopen dus afgestudeerden rond die er niet voor gewerkt hebben, die geen intellectuele inspanning hebben geleverd. Zij zijn door list en bedrog in bezit gekomen van diploma's. Dat heet handig gedaan, aan de bierpomp. In het echte leven noemt men dat intellectuele diefstal. Met andermans producten oogsten.


 

Het is de generatie die niet meer spaart, maar leent om de nieuwste gadgets te verwerven. Het zijn de jongens en meisjes die geen inspanning wensen te leveren voor de beloning. Op de middelbare school zijn ze zo door alle klassen en het examen gerold. Vervolgens leiden zij het hoger onderwijs om dezelfde tuin. Hoe gaan ze dan straks om met hun werkgevers, klanten en collega's? Je moet er niet aan denken om zo iemand op je werk naast je te krijgen. Egoïstisch en hedonistisch. 'I want it all, I want it now', dat is hun credo. Wie doet ons wat, dat is lang gedacht, door deze jongens en meisjes. Onaantastbaar, zo moeten ze zich gevoeld hebben. Met een digitale voorsprong hebben ze lange tijd kunnen doen wat ze graag wilden: lantefanteren en consumeren. Dankzij de goed werkend plagiaatscanners moet de generatie luiwammes nu eindelijk aan het werk. Laten ze maar eens zien wat ze waard zijn. Het is tijd om aan de boom te schudden.

Onze gastheer: suburban facility manager


Moderne wijken kennen geen sfeer. De nieuwe woonplekken worden afgedaan als 'vinex-locaties'. Vinex is gaan staan voor grootschalig, onpersoonlijk, slechte verbindingen en geen voorzieningen. Mensen leven er niet, ze overnachten er. 's Ochtends trekken ze in een file van lease-wagens naar hun bedrijventerreinen om pas tegen het avondeten terug te keren. De twee-onder-een-kappers en de vrijstaande optrekjes staan overdag leeg. De straten zijn leeg en verlaten. Af en toe rijdt er een lesauto door de straten of loopt er een eenzame achterblijver met een hond of een buggy rond. Eenzaam en alleen. Vinex is synoniem geworden voor een leven dat draait om een drukke agenda met weinig vrije tijd. Het is het saai, sfeerloze leven.
Onze wijk wordt ook wel eens gezien als een vinex-wijk. Als je vertelt dat je er woont aan iemand die een stadswoning bezit, dan krijg je een meewarige blik. Levend begraven in de suburbs, dat soort blikken. Dat je vlak bij het Stadspark woont, maakt ook niet uit. Het is vlees nog vis. En toch wordt hier met plezier gewoond. Bewoners van de wijk roemen de sfeer en het leven. Hoe komt dat toch? Natuurlijk zijn de huizen prima, ruim en modern. De straten breed en rustig. En ach, die binnenstad is met een beetje wind in de rug zo bereikt. Nee, dat is prima in orde. Of is het de steeds stijgende huizenprijs die het wonen in hier tot een heerlijkheid maakt? Er zullen best wijkgenoten zijn die vol opwinding op Funda de koersen bijhouden, maar of dat nou het unique selling
point van de wijk is, lijkt me niet.
Nee, het geheim van de wijk is dat er hier een sociaal netwerk is ontstaan dat voor een aangename sfeer zorgt. Natuurlijk ontstond dat netwerk door de kinderen: de school, het spelen, het sporten. Je ontmoet elkaar en legt over de ruggen van de kinderen contact met je buurtgenoten. Vanuit de kindervriendschappen wordt samen geleefd door de ouders. Bij kinderen gaat het vanzelf. Ze komen bij elkaar, roepen wat ze willen spelen, en na wat gehakketak wordt er gevoetbald, verstoppertje gespeeld, geknikkerd, skelter gereden, geskeelerd en noem maar op. Als je goed kijkt is er altijd wel een jongetje of meisje dat het spel op de wagen zet, de spin het web. Het zijn de kleine organisatoren, de evenementenmakers die nieuwe spelletjes bedenken en voor de spullen zorgen. Het zijn de animatiemeisjes en –jongens van de straat. Zij faciliteren het straatspel.
Wat kinderen in het klein doen, doen volwassenen in het groot. Nou rennen de ouders niet over straat en verstoppen ze zich niet in de tuinen van de buren. Maar figuurlijk doen ze dat wel. Overal zie je volwassenen samen komen om iets in een groepje te ondernemen. Straatgenoten sporten samen, met wijkgenoten worden popconcerten bezocht, sommigen mensen gaan samen met de buren op vakantie of komen elkaar toevallig tegen op verre stranden en drinken dan een glas. Er zijn straatgenoten die lekker samen op de motor gaan toeren of een sportwedstrijd bezoeken. En natuurlijk wordt er voetbal gekeken als oranje speelt. Net als de kinderen het fijn vinden om samen te spelen, vinden de volwassenen het heerlijk om samen tijd door te brengen. En net als bij de kinderen zijn er volwassenen die buurtevenementen organiseren om samen te komen. Zonder dit soort initiatiefnemers, deze spinnen in het web, zou het stil en saai worden in de wijk, de vinex-sfeer zou heersen.
Dus een nieuwbouwwijk heeft mensen nodig die evenementen organiseren. Gelukkig hebben wij die hier in de straat. Onze gastheer van vanavond is zo'n type. Ik vermoed dat hij gezeten op zijn veranda, onder de gasbrander, voortdurend ingevingen krijgt. Als we nou eens met wat mensen een kook workshop gaan volgen? Is het niet leuk om naar een jaren zeventig festivalletje te gaan, met golden oldies? Wordt het niet eens tijd voor een kerstborrel? En als we terugkomen van vakantie, moeten we dan niet samen de barbecue ontsteken? Onze gastheer, en zijn geliefde, plannen het, sturen mailtjes, plegen telefoontjes en het spel is op de wagen. Net als de kinderen wachten op het teken van de jongen die alles bedenkt, wachten de volwassenen van de straat op de eerste signalen van onder de gasbrander.
Op de barbecue of borrel, is onze gastheer geheel in zijn rol. Je ziet hem voortdurend rondlopen met een fles, om bij te schenken. Geen moeite is hem te groot. Geen witte wijn, uit de andere hand wordt een rode geschonken. De hapjes serveert hij met verve, ongemerkt brengt hij nieuwe snacks rond. Helemaal knap is het als hij tegelijkertijd de oliebollen uit het vet haalt, een Sonnema of een warme glühwein inschenkt en twee gesprekken weet te voeren en om dan ook nog eens een nieuw blok hout in de vuurkorf te mikken. Onze gastheer is misschien wel zijn roeping misgelopen. Moet hij zich niet omscholen tot kroegbaas, of nee, tot eigenaar van een strandpaviljoen, liefst op Ameland, zodat hij van zijn hobby zijn vak kan maken? Voor de buurt is het niet te hopen dat dit gebeurt. Want als hij zich zou terugtrekken op een Waddeneiland, tussen helmgras en zandstranden, zou het hier in de wijk gedaan zijn met de sfeer. Net als de kinderen die doelloos op straat rondhangen, als hun leider er niet is, zouden de volwassenen met hun ziel onder de arm rondlopen zonder onze gastheer. Het chagrijn zou groot zijn, men raakt depressief, gaat in eigen huis aan de drank, men vervreemdt van elkaar. Kortom, onze wijk zou inderdaad een vinex-locatie worden, die je 's ochtends opgelucht verlaat en met lood in je schoenen na zessen weer inrijdt. Er werd dan ook opgelucht gereageerd, toen onze gastheer na een zomervakantie op Ameland gewoon weer terugkeerde.
Conclusie. De sfeer in de wijk wordt dus gemaakt door de mensen zelf. Ze worden in staat gesteld om samen te zijn in prettige omstandigheden. Die faciliteiten worden georganiseerd door een persoon die er belang bij heeft om dit te doen. Hij wil namelijk leven te midden van levensgenieters, dus zorgt hij ervoor dat er wat te genieten valt. Dit is een mooi voorbeeld van sociaal facility management. Onze gastheer is die spin in dat web.
Om het belang van en de waardering voor deze onzichtbare rol te benadrukken het volgende. Ik wil onze gastheer uitroepen tot Suburban Facility Manager van onze straat. Het is een titel die verdiend is met het ontplooien van initiatieven op het terrein van het buurtvertier. De onbaatzuchtige manier waarop hij gebouwd heeft aan het vestigen van een straattraditie en daarmee aan het prettige leefklimaat, is een voldoende reden om deze titel te verlenen. Hij mag op grond van zijn facilitaire verdiensten, deze titel dragen zolang hij leeft. Tenzij hij alsnog besluit af te reizen naar het strand van Ameland om het strandpaviljoen uit te gaan baten. In dat geval vervalt de titel.

Orthodontist, een woord dat je met een beugel in niet kunt uitspreken

Vandaag bij de orthodontist geweest in het keurige Haren. Niet voor mijn gebit; mijn dochter is beugeldragende. Elke nacht draagt zij een buitenboordbeugel. Met een zwart elastiek om haar hoofd worden de tanden en kiezen in een rechte positie getrokken. En het werkt. Mevrouw dr. Ortho klonk tevreden. We verzwegen dat de beugel niet altijd de volle veertien uur in was geweest. Toen mijn dochter onlangs ging logeren bij een buurmeisje, kwam ze om twaalf uur 's nachts nog even langs om de beugel te halen. En overdag weigert ze het ding in het openbaar te dragen. Dus het strenge voorschrift van veertien uur wordt zelden gehaald. Maar het resultaat is goed. Het bezoekje duurde kort. In krap drie minuten werd gekeken naar de stand van het gebit, stelde mevrouw dr. Ortho het metalen framepje bij en klaar was Kees. Bijna riep ik uit dat dit makkelijk verdiend was. We zullen wel betalen voor de vaardigheid en de kennis van de tandheelkundige dame.

In de behandelkamer staan vier stoelen die voortdurend bezet zijn. Het lijkt wel alsof de totale huidige generatie pubers scheve tanden heeft. Een oneindige stoet tien- tot vijftien jarigen trok langs. De assistenten doen het eenvoudige, standaardwerk. De leiding is duidelijk in handen van mevrouw dr. Ortho. Zij heeft de eindregie. Telkens vragen haar gezellen haar oordeel. Hier heerst de ambachtelijke gezagsstructuur. De meester en leerlingen / gezellen werken in hiërarchische verhoudingen. Mevrouw dr. Ortho heeft haar eigen stoel in de hoek. Vanuit die positie overziet ze haar beugelstudio. Ze straalt gezag uit. Goed gestyled, gecoiffeerd en gedistingeerd heerst ze in haar praktijk. Bij haar uiterlijk vallen de medewerkers in het niet. Van hun salaris valt geen merkbril of schoonheidsspecialist te betalen. Ze ogen nog net niet slonzig of onverzorgd, maar overtuigend en zelfverzekerd zijn ze niet. Het is Haren versus Vinkhuisen, met alle respect. De assistenten worden bij de voornaam genoemd, de orthodontist heet mevrouw. Haar doctorstitel hoeft nog net niet gebruikt te worden.

Mevrouw dr. Ortho heeft haar praktijk tot in de puntjes geregeld. Fris geverfd, aardige decoraties en trendy prullenbakken. Met een pasje moeten de beugelbekkies zich inscannen. Geen receptioniste komt eraan te pas. Een nieuwe afspraak wordt totaal geautomatiseerd geregeld. Een keurig uitgeprint labeltje met een barcode kan op het pasje geplakt worden.
Hiermee kun je je de volgende keer probleemloos aanmelden. Als je aan de beurt bent hoor je dat via een intercom. Dat is een beetje ouderwets, maar het werkt. Ook gedateerd is de tijdschriftenmap die klaarligt. Ik zie mevrouw dr. Ortho nog niet 's avonds de map met de Story en de Weekend doornemen. Misschien moet ze de roddelbladen vervangen voor lifestyle glossies. Dat heeft meer cachet en dus passend.

Binnenkort wordt de buitenboordbeugel vervangen door een vast exemplaar. De drie afspraken staan op het kaartje. De derde keer mogen we vijf kwartier in de beugelsuite verblijven. Mevrouw dr. Ortho zal dan tot het uiterste gaan. We groeten haar bij het verlaten van de behandelkamer. Ze geeft geen hand; ze is al weer bezig met het bekijken van de digitale gebitsfoto van de volgende patiënt. Als ze dag wil zeggen wordt haar expertise ingeroepen bij een van de assistenten. We verlaten geruisloos het pand. Hier wordt hard gewerkt.

Kuurne, Tirana en Leusden-Centrum

Bloggen is verslavend. Bij alles denk ik aan mijn berichten. Kan ik hier een verhaaltje van maken? Om niets te vergeten, trek ik met een notitieboekje de wijde wereld in. Ik noteer dan wat ik zie en wat ik denk. Tegenwoordig gaat het schrijven met de hand niet zo snel en duidelijk meer. Soms begrijp ik dan ook niet meer wat ik had opgeschreven. Af en toe gebruik ik daarom mijn mobieltje om notities te maken. Vervolgens kan ik ze niet meer oproepen. In het geheugen van de 06 dwalen tal van gedachten en observaties. Daar valt dus niet altijd chocola van te maken. En dat terwijl de schrijfbehoefte groot is en gevoeld wordt.

Ook verslavend is het bijhouden van de statistieken. Via een tellertje worden de bezoekers op het weblog geregistreerd. Zo kun je op een site aflezen hoe lang iemand het weblog raadpleegde, hoeveel pagina's men per keer bekeek en waar de gast vandaan kwam. Er staan geen namen bij. Ik kijk naar de harde cijfers. Het belangrijkste gegeven is het aantal bezoekers. Als de trend naar boven gaat is het goed. Sinds kort kijkt mijn lief mee. Zij is geïnteresseerd in de plaatsen van herkomst. Op een wereldkaartje prijken gele cirkeltjes. Hoe groter het rondje, hoe groter het aantal lezers in die plaats. Natuurlijk is Groningen de koploper. Logisch want daar kennen we veel mensen. Ook in de woonplaatsen van familieleden wordt vaak gekeken. Met wat fantasie is het mogelijk te gissen wie waar het blog leest.

Moeilijker is het bij plaatsen waarmee je geen band hebt. In Moldavië, Canada en Brazilië staan bezoekers genoteerd. Niets mee aan de hand: men bleef niet hangen, 0 seconde op de site. Bij toeval stuitte men erop en klikte meteen door. Geen probleem. Maar dan. In Kuurne, België, is iemand geruime tijd gebleven op het blog en riep diverse pagina's op. Wie is het? Wat las hij? Of keek hij alleen? Als Belg zou hij het kunnen lezen. Ik ken Kuurne alleen als van een wielerwedstrijd; niemand ken ik daar, maar ik word er gelezen. In Wilhelmshafen in Duitsland zit ook een gast. Ken ik ook niet, nooit geweest. Heeft wel zitten lezen. Kunnen ze daar Nederlands lezen? Frankrijk is een makkie. De kijkers in Parijs en Marseille zijn bekende vakantiegangers en trouwe lezers. In het Verenigd Koninkrijk in Staines heeft iemand geruime tijd besteed aan diverse pagina's. Zitten daar ook landgenoten? Of een Engelse kenner van onze taal? Of is iemand weggelopen bij zijn pc toen hij op mijn blog terechtkwam en sloot hij pas na een tijdje de boel af. Allerhande vragen doemen op bij de statistieken. Ook opvallend is een kijker uit Uithoorn. Die kijkt tot een bepaalde datum trouw om de dag en blijft hangen. Ineens stokt het: hij kijkt niet meer. Wat is er gebeurd? Vond hij het niet meer leuk? Is zijn computer total loss? Is hij dood? Of verhuisd? Ik ken de persoon niet, dus de vragen blijven onbeantwoord. En wie keek er in Tirana? Of in Leusden Centrum? Of die trouwe bezoeker uit Grijpskerke, wie gaat er schuil achter die getalletjes?

En zo zit je te turen naar een verzameling gegevens en vraag je je van alles af. Voor je het weet is het verwerkt tot een bericht. Benieuwd of het lezers trekt. We zullen het morgen zien.

Einde aan vakantietijd

De nacht bracht regen, de ochtend zonneschijn. De zomer toont een herfstig gezicht. De vakantie is nu officieel ten einde. Vandaag begint mijn lief weer te werken. Met frisse tegenzin zal zij straks het huis verlaten. Traditiegetrouw hoopt ze op een zonnige thuiskomst. Zo kan ze genietend van het avondzonnetje nog in vakantiesferen blijven. Volgende week start de basisschool en daarna ook de middelbare. We moeten dus weer in het ritme van roosters raken. Ik heb geen rooster meer. Ik mag het zelf uitzoeken. Dat is vreemd. Jarenlang werd ik op tijd gezet door treinen en lestijden, aangekondigd door fluitende conducteurs en snerpende schoolbellen. Het enige geluid dat de tijd nu aangeeft is de tik van de IKEA-klok. Die gaat tergend langzaam. Maar, om positief te blijven, hij gaat vooruit. Een oceaan van ruimte en tijd is ontstaan. Helaas ontbreekt mij de kracht om tegen de stroom in te zwemmen. Ik dobber derhalve, meegevoerd in de richting van het open water. En daar is een overvloed aan water. En golven.

In het leven zonder opgelegde rooster of deadlines, het beter om met jezelf afspraken te maken. Zeker vlak na een vakantie. Goede voornemens ontstaan in tijden van rust en inkeer. Elk jaar sommen we dingen op die anders, bewuster moeten. De voortekenen zijn ongunstig. Het jaarlijkse voornemen om geen tv te kijken, sneuvelde al op de avond van thuiskomst. Het lezen van boeken schiet er ook al weer bij in; de krant krijgt iedere ochtend een uitgebreide leesbeurt. Het bijhouden van de was stokte op het moment dat de vakantiewas de machine uitkwam. Dat belooft niet veel goeds. Ik heb de neiging om de boel maar voor me uit te schuiven. Daar ben ik goed in. In mijn afsprakenlijstje moet ik daar iets mee doen.

Een tijdje hield ik mijn dagindeling bij. Lachwekkend proces. Ik noteerde vooraf keurig mijn geplande bezigheden. In mijn mobiel programmeerde ik agenda-items als 'opstaan', 'douchen' en 'eten koken'. Ik kreeg de hele dag herinneringen toegebliept. Heel storend als je met andere dingen bezig bent. Jezelf in een keurslijf houden is dus moeilijk. De hele week is het zondag: een oneindige zee van tijd. Maar laat ik mij niet in een depressie praten: plannen maken, dat is het eerste agendapunt van vandaag.

Aan de slag.

Aanval van een hondeneigenaar

'Laat je je hond nooit loslopen ofzo?'

Ik wist niet zo snel wat ik moest antwoorden. Schaapachtig keek ik hoe de man in het zwart stond te worstelen met zijn fiets en zijn twee loslopende honden.

'Liever niet.'

Mijn hond lag in zijn meest onderdanige houding. Zijn kop op het wegdek van de brug. De man probeerde zijn honden in bedwang te houden. De fiets kantelde.

'Joris, hier blijven, ik zeg het niet nog een keer, hier blijven. Blijf Hier!'

'Rustig maar hond P.' Ik hield de lijn kort en strak. Hond P. hield zich gedeisd.

'Joris, hier, goed zo.' De man aaide de bouvier over zijn kop. Joris stond naast de fiets. Aan de andere kant van de man zat zijn tweede zwarte hond. Die was uit zichzelf rustig. De man keek mij ringschattend aan en zei: 'Je kunt je hond beter laten loslopen, ja. Anders krijg je problemen. Hij kan dan agressief reageren op andere honden, ja.'

'Nou ja, ik laat hem wel eens los, maar hij is nu wat onwennig, we zijn net terug van vakantie. Alles is weer nieuw voor hem.'

'Hoe oud is ie?'

'Zes maanden,' loog ik. Ik speelde even met de gedachte om over de puppycursus te beginnen.

'Ik heb al jaren honden, ja. Ik doe ze nooit aan de lijn. En ze komen altijd terug bij mij, ja.'

'Goed getraind dus?'

'Ze zijn niet anders gewend.'

'Ik laat hem steeds een stukje los. Heel voorzichtig. Misschien is het meer mijn eigen onzekerheid dat ik hem vasthoud.'

'Nou loop nou maar.' Zijn honden bleven stil naast de fiets staan. Ik volgde de aanwijzing op. Met wat trekwerk en een hondenkoekje lokte ik mijn hond mee. Hijgend en met slijm op de bek begon hij na een meter of twintig te snuffelen aan een struikje. De man in het zwart hoorde ik roepen: 'Joris, toe maar, rennen. Ja.'

Bij het veldje deed ik hond P. los. Zijn staart kwispelde. Ik riep en hij kwam langzaam snuffelend naar me toe.

'Je bent een brave hond.' Ik beloonde hem met een Frolicje.

Stoer doen op het strand

Aan het strand kun je natuurlijk stoer gaan vliegeren. Als je de vlieger niet bij je hebt, kun je uiteraard gaan beachvolleyballen. Ook kun je schelpen zoeken of een zandkasteel bouwen. Het liefst doe ik dat. Ik bouw dan graag een fort dat door de opkomende vloed wordt overspoeld. Mijn blauwdruk is simpel: een hoge berg in het midden, eventueel uitgehold, en er om heen een gracht. Gemiddeld maak ik een hoop zand met een meter doorsnede. Maar het was al eb toen ik arriveerde. Een zandkasteel zou dus per definitie droogstaan, en dat is niet stoer.

Het net drooggevallen stuk strand was lekker hard. Een ideale plek om een potje voetbal te spelen. Mijn zoon wil mij steeds poorten, dus ik kon mij dienstbaar opstellen. Hij wist mij meerdere keren te vernederen met lepe balletjes. Sommige trucjes wist ik te doorzien. Met harde hand greep ik dan in. Af en toe moest ik mij inhouden bij een charge. Omdat ik de vader ben, mag ik bepalen of het genoeg is. Genoeg gepanna'd, nu alleen een keer tikken, besliste ik autoritair.

Het kleine balletje ging van voet naar voet, van vader naar zoon en terug. Zo nu en dan raakten we de bal precies in het midden. Een mooie droge trap was dan hoorbaar. Stoer trapten we op het strand de bal in elkaars voeten. Het zand was dan wel hard, maar de bodem was niet egaal. De golfslag had een reliëf in het zand aangebracht. Toen ik een fraaie trap wilde geven, zwikte ik door mijn linkervoet. Een pijnscheut trok van teen naar enkel. Ik wilde doorspelen. Mijn zoon zag het en wilde stoppen. Niets daarvan, zei ik stoer. Ik beet de pijn weg. Het volgende balcontact gaf wederom een pijnlijk gevoel. Ik trapte met rechts en mijn gewicht plaatste ik op mijn linkervoet. Au. Niet stoer. Mijn zoon nam het initiatief en liep met de bal in zijn hand naar mij toe. Hij vroeg hoe het ging. Bezorgd keek hij er bij. We gingen terug naar onze handdoeken en keken naar de vrachtschepen die voorbij voeren.

In plaats van een pijnscheut, trok een golf van liefde door mij heen.

Stoer hoor, zo'n zorgzame zoon.

Hoe een zeilboot ingehaald wordt

Ochtend aan het strand is ook mooi. De zon kwam net op toen ik aankwam. Er waren weinig mensen op het strand, wel vogels. Ze zaten op de kustlijn en op de houten palen. Toen ik dichterbij kwam om een foto te maken, vlogen ze op. Hier aan de kust komen de schepen vlak aan het strand. Met een beetje geluk kun je de bemanning aan het werk zien. Hoog verheven boven de golven varen ze langs. Majestueus is het woord, zeker toen een zeilschip passeerde. Het bootje viel weg tegen de massieve oranje carrier. Het schip oogde log en traag, toch voer het snel. Binnen de kortste keren was het gevaarte uit de zoeker van mijn camera verdwenen, de zeilboot dobberde er nog in.

Ik liep langs de vloedlijn en zocht naar aangespoelde voorwerpen. Slechts wat plastic dekseltjes en half vergane blikjes trof ik aan. Geen mooie opbrengst voor een potje jutten. De strandtent was nog gesloten, ook de strandhuisjes hadden de luikjes nog dicht. In de verte zag ik een stel hun hond uitlaten. Behalve het geronk van de vrachtschepen en het geruis van de bescheiden golfjes was het stil. Het werd eb, kleine stroompjes zeewater kronkelden over het zand. Langzaam was de zon opgeklommen. Over de rand van de duinen kwamen de eerste zonnestralen. Bij het strandpaviljoen bracht een vrachtwagen nieuwe voorraden. Er moet weer heel wat geconsumeerd worden. Ik kreeg er honger van.

Bij een klein supermarktje stond de deur al open. De personeelsleden waren druk in de weer om hun winkel in orde te brengen. Ik informeerde of ik al binnen kon komen. Dat kon. En zo kocht ik een broodje en een krantje. Terug bij ons trekkershutje zag ik de zon verder opkomen. Mijn gezin lag lekker te slapen. Hond P. maakte het meeste lawaai. Hij likte zich af en toe schoon, slobberde uit zijn drinkbak en draaide zich af en toe om. De rest van de slapers deed dat niet, die droomden lekker door. Ik las op het verandaatje over de formatie en nam de voetbaluitslagen tot mij. De FC had gelijkgespeeld, niet gek voor de nieuwe coach. De dag kan beginnen. Eerst maar eens een ontbijt maken voor de mijnen.

Zonsondergang in Zeeland

Vlak voordat de zon onderging, staken we de duinen over om nog even een kijkje op het strand te nemen. De strandtent zat aardig vol. Om een statafel hingen jong volwassenen met fleurige zomerhoeden een vrijgezellenfeestje in te luiden.

Zucht.

Op het strand was gelukkig meer te zien dat de moeite waard was. De zon verdween te snel achter een paar vervelende donkere wolken, regiefoutje. Dan maar kijken naar de mensen op het strand. De vliegeraars mogen hier pas na zeven uur aan de slag. Een vlieger is tegenwoordig niet zomaar een ruitvormige knutselwerkje, maar een heuse outdoor utility. Stoere jongemannen, met van die zonnebrillen met elastische koorden om het hoofd en kekke zwembroeken, hangen achterover in het zand om hun vlieger – of moet ik 'kite' zeggen? – in bedwang te houden.

Ook stoer is het om met je dochter van zeven te gaan paardrijden in de branding. Het Shetlandertje van dochterlief had helaas een eigen willetje, net als het meisje. Wij werden bijna omvergehinnekt door dit miniatuurruitertje. Gelukkig wist mama op haar hoge merrie raad en met wat handige gebaren en geluiden voorkwam ze een ongeluk. Fijn dat er nog verantwoordelijke moeders zijn in dit land.

De gebruikelijke honden renden af en aan. Ze buitelden over elkaar heen en renden rondjes in de hoogste versnelling. Overmoedige jongetjes doken nu nog in de golven terwijl het met wind en zonder zon toch echt fris was geworden. Waar waren hun verwekkers? Die moeders zaten waarschijnlijk al lang en breed op de loungebanken van het strandtentje achter hun beach-cocktailtje. En hun vaders bouwden nog mee aan een zandkasteel, eigenlijk bedoeld voor die leuke kleine mannetjes, maar stiekem voor de blonde rondborstige goedlachse eindelijk-weer-in-de-bikini, hopelijk-valt-het-mee-met-de-zwangerschapsstrepen moeders van die jochies. Hoe die mannen zich ook uitsloofden in het zand, ze werden niet gezien. Forever Young, moet je maar denken.

Aan de duinrand staat een stelletje ongegeneerd te zoenen. Als we er langs lopen is het geluid hoorbaar van een rustig kabbelend speekselstroompje van hem naar haar en weer terug. Twee jonge meiden, strak in de foundation en mascara, klimmen de duinopgang op. Ze checken hun mobiel. Vast op zoek naar een spannende ontmoeting met die leuke gasten van vanmiddag, als ze maar komen, zie je ze denken.

In de strandhuisjes die in een rij aan de voet van de duinen staan, worden de eerste kaarsjes aangestoken. Vanuit de kleine woninkjes kun je straks mooi het nachtelijke strandleven observeren. Op de verandaatjes zitten diverse strandslapers al op hun post. Met een flesje wijn en wat lekkere hapjes zijn dat prima plekjes om de avond en nacht door te brengen.

We staken de duinen weer over, terug naar ons blokhutje aan het suikerbietenveld.

Efficiënt boodschappen doen

In Frankrijk moet je ook boodschappen doen, net als thuis. Een mens moet immers eten. Fransen houden van eten. Het is een onderdeel van de cultuur. Elke streek zijn eigen gerechten, wijnen en kazen. Omdat een van de leuzen van de Franse republiek 'liberté' is, is in de gemiddelde hypermarché de Amerikaanse kreet 'choise is freedom' werkelijkheid geworden. Het assortiment is uitgebreid. Heb je in een Albert Heijn een aardige collectie toetjes, hier kun je een maand lang elke dag een ander nagerechtje kiezen. Wil je alle kaassoorten proberen en doe je gemiddeld drie dagen over een stuk kaas, dan heb je een jaar nodig. Voor vleeswaren en wijnsoorten geldt hetzelfde.

Naast een enorme sortering, is de Fransman gewend in het groot in te slaan. In het frisdrankgangpad, is het drie-liter formaat de standaard aan het worden. Pakken sap van twee liter zijn normaal. Een conservenblik van een kilo is niet gek. Ook de wasmiddelen zijn verpakt in groottes van een gemiddelde wasmand. Om al die grote spullen mee te torsen naar de kassa, staat een mega-winkelwagen tot je beschikking. Het lukt de gemiddelde Fransoos makkelijk om zo'n wagentje afgeladen vol te krijgen. De gangpaden zijn lekker breed dus je kunt snel je weg zoeken in de winkel. Bij elk pad staat duidelijk wat het thema is: zuivel, wijn of vlees. Alles is zo ingericht dat er snel, veel en makkelijk kan worden ingeslagen. Allemaal leuk en aardig, die keuzevrijheid, maar er moet wel met zo weinig mogelijk kosten zoveel mogelijk verdiend worden. 'Choice is money.'

Ook het aantal kassa's is immens, dertig is de ondergrens. De caissière scant razendsnel de boodschappen, weegt het fruit en de groente automatisch en biedt de mogelijkheid om met de pinpas te betalen. Alles is gericht op efficiency. Snel en doeltreffend moet de consument geholpen worden. De meeste klanten doen enthousiast mee. Hoe sneller men uit de shopping mall bij de Peugot of Renault staat, hoe beter. Toch is er ook een 'resistance-beweging' zichtbaar: de langzaamaan Frans. Niets is dan mooier om een Fransman het systeem te zien ondermijnen. Tergend langzaam worden de boodschappen op de band geplaatst. Er wordt gevraagd om plastic zakjes, die al jaren niet meer worden verstrekt uit oogpunt van milieu. Zuchtend worden de spullen dan weer in het wagentje getild. Als alles is verplaatst en de kassadame al een poosje het bedrag heeft genoemd, wordt netjes gevraagd hoeveel het is. De langzaamaan-actie bereikt nu een hoogtepunt. Uit de binnenzak wordt een kortingsbon gehaald. Om die korting af te trekken van het eindbedrag moet eerst het product gescand worden, maar die drie pakken sausijsjes liggen natuurlijk onder de berg boodschappen in het megakarretje. Niet echt effectief. Als de korting is verrekend, moet de creditcard getrokken worden. Maar nee, de portemonnee wordt geopend en de langzame klant gaat zijn contante geld uittellen. Kleine euro-briefjes en muntjes van vijftig en tien cent worden neergelegd op het smalle kassaplankje. Als uiteindelijk blijkt dat er te weinig cash is, komt de finale. Uit de broekzak wordt het chequeboek opgediept. Op de witte formuliertjes kun je een bedrag invullen, je handtekening plaatsen en kan de kassajuffrouw de gegevens van de hypermarché invullen. Ondertussen staat de pinautomaat werkeloos in het midden van deze ouderwetse betaalmethodes. Ik verdenk de slome klant dat hij ook nog eens in Franse Franken wil afrekenen.

En zo sta je efficiënt te wachten in de Franse hypermarché.

Arlington aan de Normandische kust

Aan de Normandische kust kun je er niet omheen: de Tweede Wereldoorlog. Al is het 66 jaar geleden dat de invasie hier plaatsvond, het is hier nog elke dag D-Day. Drommen toeristen rijden langs de kust om de historische plaatsen te bezoeken. Waar ooit de oorlog de aarde verminkte, heerst nu een merkwaardige rust. Neem bijvoorbeeld Point du Hoc. Het terrein boven de metershoge rots dat door de Duitsers tot een onneembare vesting was omgebouwd en dat door de Amerikaanse Rangers met veel verliezen van levens werd ingenomen, is na de invasie bewaard gebleven als slagveld. Het gebied kleurt nu groen, maar is bijna onbegaanbaar. De bezoekers moeten slalommend tussen de bomkraters doorlopen over smalle paadjes. Van de Duitse bunkers resteren nog de geraamtes. De gewapende betonnen gevaartes zijn kapotgebombardeerd door de slagschepen die de Rangers dekking gaven met een spervuur van granaten. De ravage is ook nu nog altijd imponerend.

Toch heeft het iets vreemds. Je loopt daar met het besef dat hier vele jonge levens in bloed zijn gesmoord. Drie dagen lang heerste de hel en nu is het groen en stil. Stil en onder de indruk zijn de bezoekers. Niemand heeft de invasie bewust meegemaakt. Hier loopt de generatie The Longest Day en Saving Private Ryan. Iedereen kent die openingsbeelden van de Hollywood-kaskrakers. The Longest Day nog in zwart-wit, SPR in full color en met surround geluid. Hoe de kogels je ook om de oren vliegen in de films en hoe het bloed ook uit de wonden spuit op het scherm, boven op de klif voegt zich een nieuw aspect toe tot de ervaring: de derde dimensie. Als de granaten zo diep konden inslaan, en als de bommen het beton zo konden beschadigen, hoe kon je hier overleven? Als je hier al heelhuids weg kon komen, dan moet het geweld je de rest van je leven geestelijk zijn blijven achtervolgen. En dan die hoogte van de rots. Welke angsten hebben die soldaten gevoeld toen zij hun maten omhoog zagen klimmen, langs touwen en uitschuifbare laddertjes. Wat ging er door hen heen op het moment dat het hun beurt was om aan de klimpartij te beginnen? Door de diepte zelf te ervaren, en van een afstand te zien hoe makkelijk de aan een touw bungelende Rangers tot een niet te missen doelwit werden, komt de verschrikking van de strijd heel dicht bij.

Enkele kilometers oostwaarts heeft men de Amerikaanse soldaten begraven. Kortgeschoren gras, Macleans witte grafzerken, enorme Amerikaanse vlaggen en een bombastisch vredesbeeld tekenen de Memorial van het Amerikaanse leger. De bezoekers kunnen hier alleen maar eerbiedig en nederig rondlopen. Dat doet men dan ook. Net als tussen de bommenkraters zijn de mensen rustig en vergeten ze even dat ze consumenten zijn. En toch ontstond er een ongedwongen sfeer. Tussen de grafstenen liepen mensen de opschriften te lezen. Men wees elkaar op zerken met opvallende namen of bloemen. Het leek een rustige jaarmarkt, waar geïnteresseerden op hun gemak de waren keurden. Met respect liep men rond, terwijl men niet bezweek onder de Amerikaanse Arlington bombast.

Bij het verlaten van de begraafplaats, liep een Duits gezelschap voor ons uit. Hun leeftijden schatte ik tussen de vijftig en twintig. Hoe zouden zij dit ervaren? De trots van de overwinnaars hing tussen de zegezuilen. Ik vroeg mij af, waar zijn die Duitse slachtoffers gebleven? Heeft men het respect gehad om voor deze slachtoffers ook zo'n veld in te richten? Natuurlijk vroeg ik het de Duitse bezoekers niet.

Toen wij terugreden naar ons maison normandie, reden we langs een Duitse militaire begraafplaats: het woord Friede maakte deel uit van de naam. Ik heb mij voorgenomen om daar een kijkje te nemen.


 

Naschrift: enkele dagen later kwamen we op de Duitse begraafplaats. Hier geen heldendom, maar de nadruk op de persoonlijke herinnering. Ook was gekozen om de internationale vrede te promoten. Het kleine herdenkingscentrum benadrukte de zinloosheid van de oorlog. Indrukwekkend was het verhaal van een Duitse weduwe die bijna 50 jaar na het omkomen van haar echtgenoot een bericht uit Engeland kreeg. Door bureaucratische miskleunen waren persoonlijke notities van haar man terecht gekomen bij een Engelse familie. Een van de jonge dochters nam de Duitse papieren mee naar school en via haar meester kwam het terecht op de plaats waar een halve eeuw een leegte was.

Overigens zijn de Duitsers begraven op de plek waar eerst Amerikanen lagen. Toen die verplaatst werden naar officiële en grotere begraafvelden, of naar de VS, konden de Duitsers hun plekken innemen. Toch een beetje wraak ondanks alle mooie woorden over vrede….

Ralentiser

p

Fransen rijden niet veilig. Het liefst racen ze over landweggetjes en maken ze snelheidsovertredingen op de snelweg. Elke Fransman in zijn Megane of Peugeot 407 waant zich koning tussen zijn vier wielen. 'Le Roi, c'est moi', dat idee. Dus op de snelweg moet er ingehaald worden zodra de Franse bestuurder die impuls krijgt: knipperlicht uit, naar links, kijken in de spiegel is niet nodig, en gassen. Dat de auto achter je, die met een inhaalmanoeuvre bezig is, moet afremmen, deert hem niet. Hij gaat door.

Fransen rijden ook graag met gevaarlijke aanhangers. Het liefst met een bagagekarretje, natuurlijk gevuld met koffers en fietsen. Zo'n karretje moet meegesleept worden met een gangetje van 130 km/h. Anders is er niets aan op de snelweg. Een beetje kar kan dat aan. Maar met die smalle bandjes van de Franse karretjes? Ik heb er heel wat zien stuiteren op de tolwegen. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik nog nooit een ongeluk gezien heb met of door zo'n aanhangertje.

Wat Fransen ook graag doen is aan hun auto een fietsendrager monteren. Niet zoals wij op de trekhaak, maar met een klemsysteem op de achterruit. Met een paar sjorbandjes wordt de boel vastgehouden. De mountainbikes van papa en mama en de drie fietsen van de kinderen hangen aan de wagen. Zowel boven als naast de auto steekt de fietsenmassa uit. Het belemmert het zicht aan alle kanten. Door de kluwen fietsenwielen is het remlicht totaal onzichtbaar. Als je achter zo'n fietsenberg rijdt, is het net alsof je in de mist rijdt. Je moet maar hopen dat je op tijd kunt reageren op onverwachte remacties van de wielrenner voor je.

O ja, wat Fransen ook graag doen, om het riskante van het leven nog gevaarlijker te maken, is in de regen te hard te rijden en geen lichten te voeren. Gecombineerd met de favoriete witte of grijze uitvoeringen van hun bolides, is het rijden op de snelweg een Russisch roulette. Nergens ter wereld, zie je meer grafmonumenten in de berm dan in Frankrijk.

Over een trekkershut en de oerdrift tot Corona en prosecco

De duinen zijn vlakbij, de zee dus ook en de wind natuurlijk. In het met toeristen overspoelde Zeeland zijn we nu aangeland. Onze slaapplek is een trekkershut. Het huisje is vijf bij vijf meter groot, telt vijf slaapplaatsen en heeft een klein keukentje met een zitje. Eigenlijk is het een veredeld tuinhuisje. Er zijn mensen die zo'n ruimte benutten om er hun grasmaaier en tuingereedschap in op te bergen. Wij slapen erin. Naast ons staat een auto en daarnaast weer zo'n huisje. De twee hokjes staan achter een boerderij die geheel is omgebouwd tot appartementen. Overal duiken mensen op die hier een overnachting geboekt hebben. Een toeristisch mierenhoopje.

Loop je het straatje uit dan kom je langs campings. Minicampings welteverstaan. Al maken vele kleine campings weer een grote. Iedereen doet mee om toeristen te kunnen onderbrengen. Aan de staat van de vaste woonhuizen te zien, lukt het aardig om wat te verdienen met de verhuur. Veel woningen zijn opgeknapt, steken goed in de verf en worden omringd door fraaie tuinen. Zeeland kent dus een grote toeloop van toeristen. Het doet mij altijd wat huiveren, de drukte die dat met zich meebrengt. Al die mensen die de zee en het strand opzoeken. Het hoopt zo op. Bovendien moet er geld aan verdiend kunnen worden. Dus strandtenten met fris, bier en ijs. Verkooppunten van snacks. Verhuur van strandstoelen en strandtentjes. Alles in dezelfde felle kleuren. Zou je ook geld moeten betalen voor het graven van een kuil? Of voor het oplaten van je vlieger? Als het aan de uitbater zou liggen wel, lijkt me. Gelukkig is het nog wel mogelijk een gratis duik te nemen in de zee.

Het gekke is dat veel mensen zonder bezwaar rondom de rood-gele parasolletjes samenklonteren. Alsof ze bang zijn voor een leeg strand. Liever het geroezemoes van medemensen dan het krijsen van een zeemeeuw in een eenzame duinpan. Wat trekt hen aan? Is het de nabijheid van voedsel en drank? Of wil men niet te ver lopen vanaf de strandopgang? Het kan ook zijn dat de badgasten het prettig vinden dat het zand is aangeharkt. Al met al klonteren de strandgangers samen op het zand. Het zal wel een oerdrang zijn: net als in de prehistorie zoekt men geborgenheid en veiligheid in het binnenste van de grot. Zat men toen om een haardvuur, nu komt men samen rondom de flessen prosecco en corona-bier. Wat de overeenkomst is, is dat men samen wil zijn. Men is bereid daarvoor een forse prijs te betalen. Alles beter dan alleen op het strand opgescheept te zitten met een meeuw die rondom je hoofd en tegen de wind in krijst. Nee, strand en zee is leuk, maar het moet niet te natuurlijk worden.

Bluetooth aan de péage

In de hele vakantie was er steeds een piepje dat uit het dashboard klonk. Eigenlijk was het er altijd al, zo'n vijftien seconde na het starten. Maar tijdens deze Franse trip klonk het op de meest verassende momenten. Zo ook vandaag. We stonden in een file op de Pont Normandie, in een diagonale houding, met de neus naar beneden. Ik was bang dat we door de remmen zouden schieten. En toen klonk het piepje. Zie je wel dacht ik, daar gaan de remmen, we knallen op de voorganger. Maar de remblokken hielden stand. Is het dan een automatische verklikker voor een lekke band? Of is het een signaal dat de achterklep open zal springen?

Niets van dat alles, vanaf de achterbank klonk de vraag of iemand een Nokia bluetooth bij zich had. De enige Nokia in de auto was een lege knop op het dashboard, afkomstig van de mobielaansluiting van de vorige eigenaar. Het ronde dopje naast het stuur had geen functie zo dacht ik, twee jaar lang. Totdat mijn zoon met zijn mobiel contact legde met de auto bluetooth. Ineens begreep ik het: een hands-free-kit. Gaaf! Meteen proberen. Ik klikte mijn mobiel aan de Nokia vast en ik belde met een ander 06-apparaat. En toen schalde mijn stem door de cabine; over de speakers sprak ik met mijzelf. Leuk hoor, na twee jaar een nieuwe gadget ontdekken.

Ik hoopte op een telefoontje, maar ik ben niet zo populair. Ondertussen stonden we vast voor een tolpoortje. In het poortje kwamen we 40 cent tekort voor de betaling, de creditcard weigerde dienst. In alle hoeken en gaten van de auto zochten we naar muntjes. Nada. De hulpjongen die langs kwam, opgeroepen door het getoeter van de ongeduldige Franse jakkeraars achter ons, begreep het half, incasseerde vijf euro en liet het poortje opengaan. Voor bijna het dubbele tarief konden we doorgaan. Iedereen aan boord van onze Japanse gezinsauto was verontwaardigd. Ook hond P. gromde mee.

En toen werd er gebeld, onze afspraak in Nederland aan de lijn. Hoe lang het nog duurde eer we in Zeeland zouden arriveren. Ze klonk vaag en blikkerig in de cabine, ik brulde iets terug, blij dat het werkte. Tot mijn geluk belde ze later nog een keer. Om te vertellen dat we een mooie tafel aan het strand gingen bezetten deze avond. Lang leve de bluetooth, ineens waren we onze boosheid over de vijf euro kwijt. Opgetogen reden we door, naar de volgende tolpoort. Er zouden er nog vele volgen. Alle poortjes haperden maar wij konden door, naar de Zeeuwse kust!

Tien angsten in de auto

Goed, mijn Lief is de vakantie-chauffeur. Sterker nog: zij is de grote organisatrice en aanjager. Vandaag stond een bezoek aan het strand op het programma. Een eind rijden, over de Franse Route National. In mijn bij-rijderstoel kweet ik mij van mijn vaste taken. Lichtpuntje was de i-pod, die ineens te ontvangen was op een lege FM-zender. Toch leuk als de techniek meewerkt. Tevreden over de muzikale omlijsting zakte ik weg in mijn stoel. Tijd om mijn angsten in de auto op een rijtje te zetten.

  1. Een wiel dat tijdens een inhaalmanoeuvre losraakt en voor de auto uitrolt. Lijkt onwaarschijnlijk, toch overkwam het een collega. Wel was zijn camper dat jaar nauwelijks door de APK gekomen.
  2. De bagagekoffer op het dak schiet los en alle bagage komt terecht op de tolweg. Angst is onterecht, we rijden al jaren met een dakkoffer. De eerste keer had ik er sjorbanden omheen bevestigd. De koffer bleef zitten. Sjorbanden waren in de eerste honderd kilometer al terechtgekomen op het achterliggende verkeer.
  3. De fiets op de fietsendrager trilt los met als gevolg dat de fiets kilometerslang achter de wagen meegesleept wordt. Kan echt gebeuren. Mijn zoon heeft ooit zijn opa geholpen met het vastmaken. Oma haar fiets lag later in de berm van de A1. Dus een reële angst.
  4. De creditcard komt niet uit het tolpoortje terwijl de slagboom wel opengaat en mijn Lief vol gas geeft. Angst voor verdwijnende of niet terugkerende pinpassen en VISA-cards heb ik bij elke niet bemande gleuf. Check altijd of er een noodtelefoonnummer op de automaat staat. Overigens heb ik altijd mijn pas teruggekregen, ben wel eens vergeten tweehonderd euro mee te nemen. Nam wel de pinpas mee.
  5. Ik tank loodvrij in mijn dieseltank. Doe dus altijd double-check. Weet ondertussen dat ik een gele tanktuit moet hebben. Verlang naar LPG-slangen en geklooi met banjonetten. Kreeg ooit in België de adapter er niet meer af. De combinatietang lag diep verborgen onder de vakantiebagage. Waarschijnlijk kreeg mijn Lief het onding er wel van af.
  6. In een scherpe bocht slaat het achterportier open en een van de kinderen valt naar buiten. In angsten gebeurt alles tegelijk. Driepuntsgordels worden genegeerd in deze angst.
  7. Ik lees de kaart, bepaal welke afslag wij moeten nemen en zeg het op het moment dat wij al lang en breed deze afslag hebben genomen. Deze angst komt dagelijks voor. Geen commentaar, heb er mee leren leven.
  8. De auto botst tegen een stilstaande wagen en de contactsleutel boort in mijn knieschijf. Is nog geen reden om in een Saab rond te gaan rijden, heeft sleutel hoog in dashboard geplaatst, ter hoogte van milt.
  9. Mijn autonachtmerrie is al jaren dat ik op de achterbank zit en ineens bemerk dat ik alleen in de rijdende auto zit. Ik moet over de voorstoelen kruipen om de wagen en mijzelf te redden. Lukt overigens altijd. Ben er handig in geworden.
  10. Ik lig met mijn benen op het dashboard en ineens zet de airbag zich in werking. Onwerkelijke angst, krijg benen toch niet boven het handschoenenkastje. Benen zitten overigens toch klem tussen cd-mappen en voorraadtas.

De angsten verlammen mij maar ten dele. Ik sla mij er doorheen, rem lekker mee en blijf blij als de I-pod werkt.

Camping met ligplaats

In veel Franse dorpen en steden is na de Eerste Wereldoorlog een monument opgericht ter herinnering aan de gesneuvelden. Menig gedenkteken is getooid met een Franse haan of een beeld van een stoere Franse soldaat. In de film La longue dure de Dimanche komt een figuur voor die een soort postorderbedrijf in herdenkingsartikelen heeft. Hij is een slachtoffer van de oorlog, en profiteur van de herdenkingshype in de jaren twintig. Als dorp kon je zo vanuit de catalogus bepalen welk symbool je op je memorial wilde hebben. Hoe groter de haan of hoe heldhaftiger de soldaat, hoe groter de status van de omgekomen mannen. Gevolg van deze manie, vergelijkbaar met de bouw van monumenten na 1945 in ons land, is dat de dood overal aanwezig is in Frankrijk.

Mort pour la patrie.

Als aanhangsel bracht men vaak een plaquette aan om de statistics van de Tweede Wereldoorlog niet te vergeten. Soms zie je dezelfde namen als op het hoofdtableau; de zonen en de neefjes sneuvelden ook voor het vaderland. Hun glorie wordt herdacht op een ingevoegd blad in het album der herinnering. Tja, twee monumenten op het dorpsplein is ook een beetje te gek. Voor je het weet kun je niet meer een spelletje petanque spelen. Dorpen die historisch goed onderlegd zijn - of de pech hebben voor de derde keer hun jeugd met noodlottige gevolgen, ten oorlog hebben zien gaan - hebben een Algerijns aanhangsel. Een Vietnamees dodenlijstje heb ik nog nooit gezien. Oorlog hebben die Fransen in de twintigste eeuw genoeg gevoerd, maar weinig gewonnen.

Naast oorlogsmonumenten kent een beetje Frans dorp een begraafplaats. In het dorpje waar wij nu verblijven is het dodenveldje en het oorlogsmonument gesitueerd tegenover de dorpsschool. Tot zover niets bijzonders. De school is ongeveer gelijk gebouwd als het er naast gelegen dorpshuis. Een mooie sociale driehoek. School, dorpshuis en begraafplaats. Het leven en de dood, dat bindt de mensen. Toen ik langs de begraafplaats liep, zag ik in de aangrenzende tuin drie stenen graven liggen. De zerken van verweerde stenen en de grafplaatsen omzoomd door dezelfde soort stenen als waarmee men hier de huizen bouwt, leken goed te zijn onderhouden. Kennelijk mag dat hier, een familiegraf in de achtertuin. Als je gehecht bent aan de grond die al generaties lang in het bezit van de familie is, is het logisch dat je in die aarde je laatste rustplaats wilt vinden. Dus liggen opa en oma in de achtertuin, waar mama haar groente kweekt, papa de barbecue ontsteekt en de kinderen met hun nintendo spelen. Life goes on, naast de grafstenen.

Maar wat als de familie om wat voor reden het familiebezit moet verkopen? Verkoop je de graven dan mee? Of kun je een graf overbrengen naar je nieuwe stekkie? Het terrein van de Nederlanders die hier de camping runnen, herbergt naast staanplaatsen voor kampeerders ook ligplaatsen. Tussen de tenten en de caravans is een plek afgezet met een manshoge haag. Een smal doorgangetje vormt de ingang naar vijf graven van de familie Renaud. Voor de oorlog zijn ze gestorven, niet in het harnas, gewoon omgevallen. Op de stenen zerken zijn ronde geëmailleerde plaquettes te zien. Naam en leeftijd staan keurig vermeld. Merkwaardig om je tent op te zetten naast een grafmonument, maar ja, de dood is in Frankrijk alom aanwezig.

Bericht van jagersfront

Tijdens de wandelingen met de hond kom je van alles tegen. Achter de camping is een natuurlijk pad. Daar, omringd door bomen, met uitzichten op het graanveld en af en toe dreigende luchten, laten wij hond P. uit. Hij snuffelt daar dat het een lieve lust is. Alles is nieuw en dus aantrekkelijk. Op de grond ruikt hij andere dieren. Ik zie er nooit een, maar hond P. weet wel beter. Ik houd in de gaten dat hij geen vreemde dingen opvreet. Om te weten wat hij tegenkomt, is mijn blik veelal op het pad gericht.

Al tijdens mijn eerste uitlaatronde viel mijn blik op gekleurde hulzen. Hulsjes van jagers, achtergelaten na een schot hagel. Ook in Nederland kom je ze tegen op paden tussen de weilanden. Het pad waar ik de hulzen vond lijkt mij, als leek op het jagers vlak, geschikt om onbespied het wild op te wachten. De rand is hoog opgeworpen of het pad diep uitgeslepen. In ieder geval is het een wal tussen pad en veld. Vanuit de aarden wal steken bomen en struiken de lucht in. Een jager kan zo zonder gezien te worden, het ree of misschien wel een vos te grazen nemen. Op het pad trof ik drie kleuren hulzen uit een buks aan: groen, rood en blauw. Is het een verschil in kracht? Is er onderscheid te maken in prooi, bijvoorbeeld voor zwijnen rood en voor lynxen blauw? Of is het een kwestie van ervarenheid, net als de skipistes in de Alpen? De stille getuigen van de jacht lagen aan mijn voeten.

Op het pad trof ik nog meer resten aan. Een plastic containertje wijn, leeg. Een blikje vis of paté, leeg. En een stuk plastic, zwart. Het plastic zat grotendeels onder de grond. Een klein flapje stak tussen twee keien uit. Hond P. bleef er nadrukkelijk bij staan snuffelen. Wat zou hij ruiken? Ik combineerde snel en concludeerde dat er een lijk begraven lag. Waarschijnlijk had een jager, die teveel wijn had genuttigd en onfrisse paté had gegeten, overmand door dit maal, de verkeerde huls in zijn buks laten ontploffen met noodlottige gevolgen. Zijn gesneuvelde maat begroef hij onder het pad. Omdat hier toch nauwelijks iemand komt, leek het een veilige plek. Al jaren ligt daar de verdwenen jager. Totdat hond P. op de crime scene verscheen.

Ik heb hem niet laten graven, voor je het weet ben je verdachte. En zo goed is mijn Frans immers niet. Rustig vervolgden wij onze weg, hond P. snuffelde aan een ondergeplaste steen, likte eraan en ik zag niets behalve een boer die het graan van zijn land afhaalde. Een rustgevend gebrom van de oogst op de achtergrond. Veilig bereikten wij onze camping.

Eten met een doel

Een vast ritueel op boerencampings is het gemeenschappelijke maal op zondagavond. De campingbaas inventariseerde in de afgelopen dagen wie mee wilde eten. Aan de langgerekte tafel in de hangar te zien had hij bijkans alle campinggasten weten te interesseren. De bedoeling is natuurlijk om de mensen tot elkaar te brengen. Maar de eigenlijke reden is financieel. De maaltijd is niet voor pelgrimgangers, er moet wel boter bij de vis. Die pelgrims kunnen hier wel degelijk langskomen. Uit de verhalen aan tafel begreep ik dat we hier aan de route van de tocht naar Santiago del Compostella zitten. Vorige week bezocht een religieuze reiziger de kampeerplaats. De Belgen die haar wilden voeden, moesten extra vroeg hun bed uit, een pelgrim ontbijt duidelijk niet om half elf in de ochtend. Gisteren waren er geen pelgrims. Wel Nederlanders en dus enkele Vlamingen.

De voorbereidingen voor de maaltijd konden we vanaf ons terras goed volgen. Of beter: het schijnbare gebrek aan voorbereidingen. De beheerders brachten een groot deel van de ochtend en middag door met koffie drinken en praten met vertrekkende gasten en bevriende Nederlanders uit de buurt. Beheerder J. was 's ochtends wel vol goede moed begonnen met het voltooien van een schuurtje bij het zwembad. De flex die hij wilde gebruiken, moest eerst gerepareerd worden. Tijdens het bezoek lag het apparaat op de terrastafel. Na het bezoek werd er nog geluncht en gelezen op de hangbank. Pas in de tweede helft van de middag kregen wij een signaal dat het koken was gestart. Beheerster B. riep ons toe dat wij niet gek moesten opkijken als er gezang uit de keuken zou klinken. Als het koken en bakken goed verliep zong zij graag. Tot mijn grote verontrusting hoorden wij niet veel kookliederen. Als dat maar goed kwam. Wel zong de flex uit volle borst.

Zo'n gemeenschappelijke avond moet de gasten verbroederen. De eerste gang kon staand genoten worden. Wijntje, broodje met lekkers. Je krijgt de kans om wat te snuffelen. Wie moet je vermijden, met wie kun je het een avondje volhouden aan tafel. De gesprekjes kun je uittekenen: waar kom je vandaan, is dit je eerste camping (biedt mogelijkheden om uit te bouwen naar eerdere campingverhalen), leeftijd van de kinderen inschatten en natuurlijk werk en studie. We spraken mensen die ook in Groningen hadden gewoond. Altijd leuk om over thuis te praten. Met de Belgen wisselden we actuele kwesties uit (conclusie: Nederland gaat politiek gezien België achterna). Een lollige Amsterdammer probeerde mij met mijn gitaar uit de kast te lokken. Ik weigerde resoluut. Ik treed alleen op voor mijn Lief. Maar Amsterdams als de man was, hield hij vol. Hij pakte het slim aan. Via mijn dochter ging hij door met zijn pogingen mij over te halen. 'Papa, waarom ga je niet gitaarspelen?' Een donkere blik in haar richting was de enige manier om duidelijk te maken dat dit geen slimme vraag was. Ik volhardde in mijn weigering.

Ondertussen zaten we aan de meterslange tafel. De beheerders hadden een grote pan paëlla voorbereid. Op een kampvuur werd het gerecht klaargemaakt. Beheerster B. werkte zich in de hitte van het vuur in het zweet en kreeg rook binnen. Met rode koontjes voltooide zij haar klus. Eigenaar J. koos mij uit om de pan van het vuur op de tafel te tillen. Had ik maar niet zo schaapachtig moeten zitten toekijken. Als beloning kreeg ik als eerste mijn eten. Het slot van het diner bestond uit vruchten, ijs voor de kinderen en zelfgemaakte taart. Het gebak viel in goede aarde. Niemand kon een tweede stukje weigeren. Zelfverzekerd stelde B. dat al haar taarten, hoeveel zij ook bakte opraakten bij dit soort gelegenheden.

Of de campinggasten nu zijn verbroederd is onduidelijk. Het groeten gaat nu wel meer natuurlijk. De Belgen hebben wij zojuist uitgezwaaid als oude bekenden. In de supermarkt kwamen wij een man tegen die zijn caravan verderop heeft staan. We zeggen gedag alsof wij elkaar al jaren tegen het lijf lopen in de Intermarchée. Maar om nou te zeggen dat het een grote vriendenmassa is geworden… Misschien had ik toch met gitaar over mijn verlegen schaduw moeten stappen. Hopelijk hebben de beheerders er financieel meer aan overgehouden. Dat is ook wat waard.

Slapen met beperkingen

Jarenlang hebben wij tijdens een vakantie geslapen in tentjes. Van hele kleine trekkerstentjes tot een piramidejoekel. Het opzetten vergde tijd en vaardigheid. Uiteindelijk maakten we er altijd ons huisje van. Centraal in het tentje stond de slaapplek. We begonnen met een matje van één cm. dikte. Na drie weken verlangde ik enorm naar mijn eigen bed, zo erg, dat ik er tegenop begon te zien om te gaan slapen. Het luchtbed dat we vervolgens kochten lag beter, maar het oppompen en het ontluchten was een crime in de warmte. Na verloop van tijd werd de inflatable uitgevonden. Fantastisch! Matje neergooien, en uiteindelijk wat bijblazen en slapen maar. Heerlijk geslapen. Uiteindelijk hadden we er een van bijna tien centimeter dik. Van primitief kamperen was eigenlijk geen sprake meer.

Dit jaar slapen wij voor het eerst niet meer in een tent. Op campings huren we nu gites. Klinkt luxe, in feite zijn het verbouwde schuurtjes of opgekalefaterde tuinhuisjes. Primitief en Spartaans. Ons bed is nu een slaapbank. Qua ligcomfort lijkt het op het eerste matje dat wij in de tent hadden. Dun en hard. De hele nacht zochten we naar een manier van liggen waar je niet de rand van de bank voelde die dwars door het matras stak. In de morgen, na onrustige hazenslaapjes, kregen we een idee. Als we alle kussens uit het bankje onder het matras zouden leggen, zouden wij in de-prinses-op-de-erwt-hoogte niets meer voelen van de bankrand. We bouwden onze slaaptroon op en inderdaad, het lag zacht. De hond begon langzaam wakker te worden. Hij gromde en piepte een beetje, maar ging toch weer slapen. De vliegen daarentegen niet. Om het rustieke en rurale karakter van de camping kracht bij te zetten, zwermen hier veel vliegen rond. Leuk en aardig, maar ze moeten niet in de ochtend op mijn neus of voorhoofd gaan zitten. En zo eindigde onze eerste nacht in een vroege ochtend. We besloten er maar het beste van te maken. Lekker douchen, broodje en kopje thee en van de ochtendrust op de camping genoten. Gekeken hoe de bakker het brood met zijn bestelbus afleverde en geconstateerd dat de bakker een echte bolle Bakkertje-Deeg buik meetorste. Zijn croissantjes smaakten prima.

De kinderen liggen wel in tentjes. Op onze matjes. Zoals we ze geleerd hebben hadden zij hun tentjes overdag goed dicht gehouden. In de schaduw lagen zij, zonder gezoem van vliegen, prinsheerlijk uit te slapen. Het duurde wel anderhalf uur eer zij ter ontbijttafel verschenen. Redelijk goedgemutst aten wij ons eerste kampeerbroodjes op. Wij zaten onder de enorme kastanjeboom en genoten van ons buitenleven. Na het ontbijt prikten mijn ogen een beetje van de slaap. Mijn Lief had haar elektrische vliegendoder meegenomen en slaagde erin onze slaapkamer te ontvliegen. Vannacht zullen wij heerlijk slapen. Of zullen er nieuwe beperkingen opdoemen?

Vakantie als bijrijder

Ik berust in mijn bijrijderrol. Ik zit in de bijrijderstoel en ik rem mee, ik stuur mee en ik zie alles te laat. In de auto is mijn rol teruggebracht tot aanreiker. Snoepjes, koekjes, broodjes en waterflesjes geef ik aan mijn reisgenoten. De kaart ligt op mijn schoot, het is een groot formaat Michelin, in een spiraalbinding. Via de afslagnummers bepaal ik waar we zijn. Op de tolweg rijd je niet door plaatsjes. De enige bijzonderheden van de omgeving is te zien op grote bruine borden met een tekening van een kasteel of kerk, die de moeite waard is van het bezoeken. Eigenlijk rijd je op een tolweg door een doorzichtige en onzichtbare buis dwars door het landschap. Met je creditcard heb je toegang tot deze ruimte. Je passeert de slagboom en je komt in een andere wereld. Helaas hadden vandaag meer mensen dit bedacht en kregen we te maken met filevorming. Opschieten is er dan niet bij. Alle tijd om het leven in de wagen te observeren.

In de cabine is het een klein huiskamertje. Om mij heen hebben alle spullen een vast plaatsje. In het zijportier, in het vakje, liggen de kaarten en de informatie van onze accommodaties, netjes in een doorzichtig mapje. In het handschoenenkastje liggen vooral veel adapters. In ieder geval voor drie soorten mobieltjes en voor de ds-spelcomputers. Ook voor de i-pod is een stekker met zendertje. Deze gadget is een miskoop, je moet om de tien kilometer van zender wisselen en dat is lastig als je moet sturen. In het jaar dat ik het apparaatje kocht had ik als statement alle cd's thuisgelaten. Lange stukken van de reis moesten we toen afleggen zonder favoriete muziekjes. Ik heb halve dagen voorovergebogen op knopjes zitten drukken, zonder geluid. Gelukkig heb ik de cd-mapjes in ere hersteld en kunnen we weer genieten van onze muzikale helden. Vroeger gingen de cassettebandjes mee. TDK SA-90. Met hele albums, eind van het bandje leeg en dus doorspoelen om aan de andere kant vanaf het begin te kunnen genieten of opgevuld met extra tracks. Ook leuk was het als je van de radio je favorieten opnam. Soms gemankeerd doordat de opname net te laat gestart was. Soms een flard van een dj, die het nummer aankondigde. Zo'n tekstje werd dan onderdeel van het nummer. Hoorde je de onverminkte versie op de radio dan miste je toch iets. Muziek hoort bij reizen. Het versnelt de reis. Elke cd is ongeveer 75 km. Muziek kan ook herinneringen oproepen aan eerdere reizen. The long and winding road van the Beatles doet mij terugdenken aan de dam naar de Mont Saint Michel. Heerlijk zulke melancholische muziek. Gelukkig hebben de kinderen hun eigen i-pod tegenwoordig. Wij hoeven dus geen Kinderen voor Kinderen meer aan te horen en ook zijn we verlost van de luistercd's met de verhalen van Annie M.G. Schmidt. Ik kan Pluk niet meer horen, met die vermaledijde zeldzame Krullevaar, afschieten die vogel. Nee, het is beter zo. Het enige waar wij nu aan moeten denken is dat we het volume niet te hoog instellen anders krijgen we klachten van de achterbank.

De cd-mapjes en de tas met snoep, koek en broodjes tussen mijn voeten. Aan het dashboard hangen de mobieltjes in hun laders. Het tasje van mijn lief staat tussen onze stoelen in. Ik moet er af en toe een zonnebril of een zakdoekje uit friemelen. Soms lukt dat in een keer. In een klein bakje naast de versnellingspook liggen mijn pilletjes. Zonder dope geen hoop. Het zijn mijn tickets to ride. Ik berust dus in mijn bijrijderrol. Ik kan het bijna helemaal los laten. Ik spaar mijn energie om de vakantie te kunnen volhouden. Dus houd ik mij afzijdig van het inpakken van de auto. Ik loop een rondje als mijn lief zich aan dit klusje waagt. Zonder tent is het makkelijker vertrekken. Je hoeft minder op het laatste moment in te pakken. Vroeger waren we er heel goed in. Als een geoliede machine werkten wij onze inpaktaken af. Ieder wist wat hij moest doen. Efficiënt verdween ons tijdelijk huis in de foedralen en in de kratjes. Voor vertrek ontbeten we op een plaid. Met de modder tussen de nagels en de schrammen op de blote benen. Als we wegreden rook het naar zweet in de auto. Douchen schoot er nog wel eens bij in. Nu is het vertrekken makkelijker. En ook minder vermoeiend. Als het zo blijft houd ik het wel vol.

 

Een Bugatti in het toilet

Twee nachten verblijven wij in een bed and breakfast. Het is ruim, netjes en rustig. Precies wat je verwacht van een B en B. Het ontbijt betekende een goed gevuld begin van de dag. Naast zelfgemaakte jam ook een home made pruimentaart. Die mocht best op, zei onze gastvrouw. We hebben ons best gedaan. Ik heb heel wat ontbijtjes genuttigd in Frankrijk, maar negen van de tien keer kwam ik met een hongerig gevoel van tafel. Vanochtend was dat anders, en ik verheug me al op morgen. Ik kreeg zelfs een tweede kan koffie, zonder er om te vragen. De broodjes waren warm gemaakt en de abrikoosjes smaakten heerlijk in de yoghurt. Nee, mijn Lief heeft weer eens prima rondgeneusd op internet.

De bedden liggen lekker, al slapen wij wel heel dicht tegen elkaar aan. Het sanitair is zeer schoon en de douche is heerlijk op temperatuur te brengen. In het toilet wacht de grootste verrassing van de 'gite': het behang. Nou zijn Fransen wat betreft de decoratie van hun huizen niet de meest moderne. Veel bloemen en klassieke motiefjes. Ook gekostumeerde figuurtjes heb ik wel gezien. Maar zittend op de wc-bril kun je hier een serie fraaie oude automobielen bekijken. Ik herkende een Bugatti. Ook in het halletje sierlijke wandbedekking.

En dat terwijl in oude kastelen prachtige draperieën te bewonderen zijn. De erfenis van die woondecoratie is mager, maar de traditie leeft dus voort.


 

    


 

Frans voor beginners

Gisteren moest ik afrekenen bij een pompstation. Het kassagesprekje stokte al bij het eerste woord. Ik kon niet zo snel op het Franse woord voor 'vijf' komen. Met een handvol vingers gaf ik het pompnummer aan. Natuurlijk 'cinq', hoe kon ik dat nou vergeten? Ik mompelde, terwijl ik zag dat mijn creditcard geaccepteerd werd, iets van 'ca marche' en het kassahulpje begreep me. Ik beheers de Franse taal zeer beperkt. Eigenlijk was alles weggezakt toen ik jaren geleden hier voor het eerst kwam. Door elk jaar maar weer naar Frankrijk op vakantie te gaan, kan ik mij een heel klein beetje redden. Vanochtend bij de bakker ging het al wat beter. De 'pain a raissin' en 'baguette' rolden er snel uit. Ik kon zelfs vragen of die broodjes van een euro gevuld waren met appel of abrikozen. Toen ik later een hap nam, bleek dat. Bij de krantenkiosk, op zoek naar een L'Equipe voor de uitslag van de Touretappe, legde ik de mevrouw zelfs uit dat dit de eerste dag in Frankrijk was en dat ik de woorden nog moest zoeken. Serche le mots, of zoiets. De madame knikte begripvol en zei dat ze vond dat ik het goed verwoordde. Althans, dat denk ik. Met kunst- en vliegwerk communiceer ik. Het zal allemaal wel niet kloppen, taalkundig, net als de spelling in dit stukje, maar ik vind het mooi dat het lukt.

Om bij te leren lees ik de bordjes langs de weg. 'Biennevenu', 'droite' en 'gauche' leerde ik zo. Van de lijstjes met ijsje leerde ik de kleuren. Toch bestelde ik ooit een 'jeune' ijsje toen ik een geel ijsje wenste. Vandaag oefende ik Franse woordjes met mijn zoon. Ik wees op bordjes met opschriften. Hij had er duidelijk geen zin in. Hij gaf niet thuis bij 'gare', 'velo' en 'autres directions'. Of wist hij het echt niet meer. Toen wij langs een stadshuis liepen wees hij op het opschrift 'marie'. Dat kende hij dan weer wel.

Het nadeel van te doen alsof je Frans spreekt is dat men hele verhalen gaat houden in het Frans. De gids in het kasteel vroeg of ik het Frans machtig was. Ik hield het bescheiden: 'un peu'. Een uitgebreide instructie volgde over de routing in het kasteel van Blois. Ik knikte ten teken dat ik het snapte. Ik begreep ervan dat je altijd weer op de binnenplaats kon terugkomen. Ik knikte en liep met mijn kinderen, die niet echt intrinsiek geïnteresseerd waren in het kasteel, achter mij aan naar de binnenplaats. Ook het verhaal van onze gastvrouw ging ten dele verloren in mijn Franse onkunde. Wel begreep ik dat zij twee kinderen had en acht kleinkinderen. Een van haar kinderen had zes nazaten. Althans als ik het goed begrepen had. Ik checkte het door zes vingers op te steken en vol ongeloof te kijken. 'Oui, six.' Ze keek overgelukkig. Toch kon ik in het Frans een grapje maken over het opklapbed. Ze lachte gul.

In de kledingzaak Devred kocht ik voor een prikkie vier zomerse shirts in de uitverkoop. Net als in de voorafgaande jaren. Aan de kassa probeerde ik te bedenken hoe ik dit kon vertellen aan de verkoper. Het leek mij leuk om hem te zeggen dat ik elk jaar speciaal voor de uitverkoop langskom. Ik kon niet uit mijn woorden komen. Ik liet het er maar bij. De verkoper was hoorbaar verkouden. Hoe ik hem beterschap kon wensen, wist ik niet. En zo loop ik tegen mijn taalkundige beperkingen aan. De weg naar het toilet vragen in een restaurant lukt mij nog wel. Nou ja vragen…. Met de combinatie 'ou' en toilet komt de boodschap wel over. Vergeef mij de flauwe woordspeling.

Voor het slapengaan vroeg ik mijn zoon of hij nog wist wat 'velo' en 'gare' betekenen. Hij wist het nog. Wie weet wat we morgen van de bordjes zullen opsteken.

Parijs is gehaald

Michelinkaart nummer 41

Inzetkaart ANWB

Van Bobigny en over Creteil

Wijken waar je niet heen gaat

Langs De Gaulle en Asterix

In een streek naar Orly en Palaiseau

Wisselen van rijstrook

Met Franse slag

In tunnels walmende vrachtwagens en opdringerige Fransozen

Met grootlicht in de achteruitkijkspiegel

Claxons en middelvingers

Rechts inhalen sans rancune

De Eiffeltoren was niet te zien

A1, A3, A86, A10

Toegangscode naar het Zuiden

Péage

Ritueel bij de tolpoortjes. Ineens een verbreding van de weg, de belijning houdt op. Een lange rij kassahokjes en betaalautomaten doemen op. Raampje gaat naar beneden. Knop van de automaat ingedrukt. Ticket wordt aangenomen door mijn Lief. Slagboom gaat open, snel er doorheen. Het ding zou eens te snel naar beneden gaan. Ticket op schoot gemikt, schakelen, en gassen. Ik strek mijn hand uit om het kaartje te ontvangen. Zo ben ik nu eenmaal: gedienstig. Ik krijg niets. Eerst optrekken, opschakelen naar de vijfde versnelling. Mijn Lief houdt de andere wagens in de gaten die, nu er geen belijning op de weg is, kris kras rondrijden. Pas als er snelheid genoeg is en er lijnen op de weg staan, krijg ik het ticket. Ik berg het op in het asbakje in het dashboard. Naast het ijzeren krammetje dat ooit een lekke band veroorzaakte. Bij de afslag nabij onze bestemming haal ik het kaartje eruit. Ik geef het met de creditcard aan mijn Lief die alweer haar raampje heeft geopend. Fijn zo'n creditcard. Vroeger kon ik nooit op tijd genoeg Franse francs in haar handen drukken en liet ik het wisselgeld altijd vallen tussen onze stoelen in.