Bericht van jagersfront

Tijdens de wandelingen met de hond kom je van alles tegen. Achter de camping is een natuurlijk pad. Daar, omringd door bomen, met uitzichten op het graanveld en af en toe dreigende luchten, laten wij hond P. uit. Hij snuffelt daar dat het een lieve lust is. Alles is nieuw en dus aantrekkelijk. Op de grond ruikt hij andere dieren. Ik zie er nooit een, maar hond P. weet wel beter. Ik houd in de gaten dat hij geen vreemde dingen opvreet. Om te weten wat hij tegenkomt, is mijn blik veelal op het pad gericht.

Al tijdens mijn eerste uitlaatronde viel mijn blik op gekleurde hulzen. Hulsjes van jagers, achtergelaten na een schot hagel. Ook in Nederland kom je ze tegen op paden tussen de weilanden. Het pad waar ik de hulzen vond lijkt mij, als leek op het jagers vlak, geschikt om onbespied het wild op te wachten. De rand is hoog opgeworpen of het pad diep uitgeslepen. In ieder geval is het een wal tussen pad en veld. Vanuit de aarden wal steken bomen en struiken de lucht in. Een jager kan zo zonder gezien te worden, het ree of misschien wel een vos te grazen nemen. Op het pad trof ik drie kleuren hulzen uit een buks aan: groen, rood en blauw. Is het een verschil in kracht? Is er onderscheid te maken in prooi, bijvoorbeeld voor zwijnen rood en voor lynxen blauw? Of is het een kwestie van ervarenheid, net als de skipistes in de Alpen? De stille getuigen van de jacht lagen aan mijn voeten.

Op het pad trof ik nog meer resten aan. Een plastic containertje wijn, leeg. Een blikje vis of paté, leeg. En een stuk plastic, zwart. Het plastic zat grotendeels onder de grond. Een klein flapje stak tussen twee keien uit. Hond P. bleef er nadrukkelijk bij staan snuffelen. Wat zou hij ruiken? Ik combineerde snel en concludeerde dat er een lijk begraven lag. Waarschijnlijk had een jager, die teveel wijn had genuttigd en onfrisse paté had gegeten, overmand door dit maal, de verkeerde huls in zijn buks laten ontploffen met noodlottige gevolgen. Zijn gesneuvelde maat begroef hij onder het pad. Omdat hier toch nauwelijks iemand komt, leek het een veilige plek. Al jaren ligt daar de verdwenen jager. Totdat hond P. op de crime scene verscheen.

Ik heb hem niet laten graven, voor je het weet ben je verdachte. En zo goed is mijn Frans immers niet. Rustig vervolgden wij onze weg, hond P. snuffelde aan een ondergeplaste steen, likte eraan en ik zag niets behalve een boer die het graan van zijn land afhaalde. Een rustgevend gebrom van de oogst op de achtergrond. Veilig bereikten wij onze camping.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.