De gekleurde brug; op weg naar het zuiden

We rijden over de ring van Antwerpen. De auto zit vol met vakantiespullen en het gezin. Ik zie de stad rechts van mij liggen. Is het de Onze Lieve Vrouwen Kerk? Links het Sportpaleis. Het groene dak is eraf. Bouwvakkers zijn bezig met een nieuwe dakbedekking. Zouden er nog een Zesdaagse gefietst worden? Of is het nu een rock-arena geworden? Vragen doemen op tijdens de rit naar het zuiden. De auto's razen over de drie rijstroken. Vrachtwagens persen zich naar links. De camions leven in een eigen wereld. Ze houden geen rekening met de luxe wagens. Men strijdt met de clingature. De vrachtwagen met hun drie-assige hoog opgebouwde aanhangers walmen hun dieseldampen de wereld in. Er wordt geremd voor de Kennedy-tunnel. Op de matrixborden staat de maximum snelheid: 70 km. Hoe hard reed Kennedy destijds in Dallas, in zijn open wagen? In de tunnel is het een oranje wereld. We komen heelhuids boven, dochter L. vraagt: 'Zijn we al door de tunnel?' Ze had het te druk met de DS en met het meezingen. Acda en de Munnik zingen over het Vondelpark. Mijn Lief rijdt en zingt voor zich uit, eerst zachtjes en dan galmend. Op naar Gent. Op naar de gekleurde brug. Ergens op de route naar het zuiden is een ijzeren brug, saai van ontwerp, maar opgeleukt met rood, blauw en gele verf. Waar is de gekleurde brug? In Frankrijk of in België? De weg naar het zuiden door België is een vieze strook versleten beton en asfalt. In de smalle middenstrook is een betonnen opstaande rand, waarin hoge schijnwerpers staan. Bij St. Niklaas rijden we door een landschap dat bestaat uit een lange reeks bedrijfshallen. Eenvormige systeembouw. De hoogspanningsmasten zijn rood en wit geverfd. De snelweg is niet opgemaakt, het is het gezicht van een afgetobde vrouw waarvan de man vreemd is gegaan. De vegen en vouwen maken het gezicht nog ouder. Nog steeds geen spoor van de gekleurde brug. Wel twee cowboys op motoren die rechts inhalen, zich tussen een vrachtwagen en een caravan wurmen. De caravan bestuurder schrikt. Zijn combinatie trilt over de rijstrook.

Ik zie alles te laat. Zie de invoegers niet op tijd, en rem op mijn bijrijderstoel driftig mee. Tevergeefs. Mijn Lief rijdt meer dan 130 km/h. Ze remt goed bij, ziet alles tijdig en anticipeert. En ik? Ik knijp mijn billen samen en heb een knoop in mijn buik. Mijn schouders staan strak van de spanning. Als het maar goed gaat. Kan niet ontspannen meerijden. Voor ons rijdt een blauwe Peugot. De afstand tot de Peugot is te klein, vind ik. Ik zeg niets. Hoeveel meter is de remweg? Hoeveel reactietijd is er? Hoe bereken je ook al weer het afremmen? Is Kortrijk de plaats van de gekleurde brug? Hoe luidt de Franse naam voor Kortrijk? Hond P. krult zich op de achterbank in zijn slaapstand. Langs de weg is een geluidsscherm. De kleuren zijn geel en paars. Een golf van de twee kleuren siert de boarding. Is dit de aankondiging van de gekleurde brug? Heeft Kortrijk misschien geen Franse naam? Rijssel is Lille. Een geel bordje waarschuwt voor mogelijke files. Mijn ogen houd ik met moeite open. Mijn arm voelt pijnlijk aan. De letters komen tergend traag uit mijn pen. De woorden worden onleesbaar.

File bij Nazareth, geen flauwe toespelingen maken. We staan stil naast een Van der Valk, belastingoplichting. Lief streelt mijn nek, nu ze even niet hoeft te rijden. File valt mee, we tijden weer, weliswaar op een noodstrook, maar we rollen weer naar het zuiden. Kortrijk, Rijssel een rommelpotje. Een vastgekoekte stedenknoop. Vlak bij Frankrijk zijn we nu. Dat is het leuke van België: je bent er zo doorheen gereden. Tussen mijn voeten staat de tas met de mondvoorraad voor de reis. Koeken, broodjes, krentenbollen, mueslirepen, snoep, fruit. Ik moet graaien en zoeken in de tas. Heb de neiging om zelf al het brood op te eten omdat dat lekker opruimt; eten creëert een groter overzicht. Ik reik mijn gezin hun voedsel aan. Als een soigneur langs de route van de Touretappe, houd ik broodjes en chocola voor de hongerige koppies. Parijs is nog ver. We zijn Kortrijk voorbij. Mijn Lief heeft een afslag naar Parijs genomen. Ik twijfel of het klopt. Moet ik de kaart erbij pakken? Ik check het en natuurlijk klopt het. Lief kan op haar gevoel dwars door Parijs rijden zonder te hoeven keren.

De ring om Kortrijk is opvallend modern en netjes. Overzichtelijk bijna en minder vol met vrachtverkeer. Ik denk dat de gekleurde brug in Frankrijk staat. We rijden vlak langs Roubaix. Nog 235 km naar Parijs. Waarom fietsen ze eigenlijk naar Roubaix? Was het Velodrome daar altijd al? Om half twaalf rijden we Frankrijk binnen: Bienvenue en France.

Ik heb de gekleurde brug net gemist. Ik lag te doezelen met mijn hoofd tegen het zijraam. Mijn Lief riep ineens iets waardoor ik wakker werd. 'Dat was de gekleurde brug!' Ik draai me om en zie vaag de contouren van het ijzeren gevaarte. Ik had een fotootje willen maken. Moet dan maar volgend jaar. Ik kon nog net wat letters noteren van de nabijgelegen plaats DOUIA. En ja het is in Frankrijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.