Frans voor beginners

Gisteren moest ik afrekenen bij een pompstation. Het kassagesprekje stokte al bij het eerste woord. Ik kon niet zo snel op het Franse woord voor 'vijf' komen. Met een handvol vingers gaf ik het pompnummer aan. Natuurlijk 'cinq', hoe kon ik dat nou vergeten? Ik mompelde, terwijl ik zag dat mijn creditcard geaccepteerd werd, iets van 'ca marche' en het kassahulpje begreep me. Ik beheers de Franse taal zeer beperkt. Eigenlijk was alles weggezakt toen ik jaren geleden hier voor het eerst kwam. Door elk jaar maar weer naar Frankrijk op vakantie te gaan, kan ik mij een heel klein beetje redden. Vanochtend bij de bakker ging het al wat beter. De 'pain a raissin' en 'baguette' rolden er snel uit. Ik kon zelfs vragen of die broodjes van een euro gevuld waren met appel of abrikozen. Toen ik later een hap nam, bleek dat. Bij de krantenkiosk, op zoek naar een L'Equipe voor de uitslag van de Touretappe, legde ik de mevrouw zelfs uit dat dit de eerste dag in Frankrijk was en dat ik de woorden nog moest zoeken. Serche le mots, of zoiets. De madame knikte begripvol en zei dat ze vond dat ik het goed verwoordde. Althans, dat denk ik. Met kunst- en vliegwerk communiceer ik. Het zal allemaal wel niet kloppen, taalkundig, net als de spelling in dit stukje, maar ik vind het mooi dat het lukt.

Om bij te leren lees ik de bordjes langs de weg. 'Biennevenu', 'droite' en 'gauche' leerde ik zo. Van de lijstjes met ijsje leerde ik de kleuren. Toch bestelde ik ooit een 'jeune' ijsje toen ik een geel ijsje wenste. Vandaag oefende ik Franse woordjes met mijn zoon. Ik wees op bordjes met opschriften. Hij had er duidelijk geen zin in. Hij gaf niet thuis bij 'gare', 'velo' en 'autres directions'. Of wist hij het echt niet meer. Toen wij langs een stadshuis liepen wees hij op het opschrift 'marie'. Dat kende hij dan weer wel.

Het nadeel van te doen alsof je Frans spreekt is dat men hele verhalen gaat houden in het Frans. De gids in het kasteel vroeg of ik het Frans machtig was. Ik hield het bescheiden: 'un peu'. Een uitgebreide instructie volgde over de routing in het kasteel van Blois. Ik knikte ten teken dat ik het snapte. Ik begreep ervan dat je altijd weer op de binnenplaats kon terugkomen. Ik knikte en liep met mijn kinderen, die niet echt intrinsiek geïnteresseerd waren in het kasteel, achter mij aan naar de binnenplaats. Ook het verhaal van onze gastvrouw ging ten dele verloren in mijn Franse onkunde. Wel begreep ik dat zij twee kinderen had en acht kleinkinderen. Een van haar kinderen had zes nazaten. Althans als ik het goed begrepen had. Ik checkte het door zes vingers op te steken en vol ongeloof te kijken. 'Oui, six.' Ze keek overgelukkig. Toch kon ik in het Frans een grapje maken over het opklapbed. Ze lachte gul.

In de kledingzaak Devred kocht ik voor een prikkie vier zomerse shirts in de uitverkoop. Net als in de voorafgaande jaren. Aan de kassa probeerde ik te bedenken hoe ik dit kon vertellen aan de verkoper. Het leek mij leuk om hem te zeggen dat ik elk jaar speciaal voor de uitverkoop langskom. Ik kon niet uit mijn woorden komen. Ik liet het er maar bij. De verkoper was hoorbaar verkouden. Hoe ik hem beterschap kon wensen, wist ik niet. En zo loop ik tegen mijn taalkundige beperkingen aan. De weg naar het toilet vragen in een restaurant lukt mij nog wel. Nou ja vragen…. Met de combinatie 'ou' en toilet komt de boodschap wel over. Vergeef mij de flauwe woordspeling.

Voor het slapengaan vroeg ik mijn zoon of hij nog wist wat 'velo' en 'gare' betekenen. Hij wist het nog. Wie weet wat we morgen van de bordjes zullen opsteken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.