Onze gastheer: suburban facility manager


Moderne wijken kennen geen sfeer. De nieuwe woonplekken worden afgedaan als 'vinex-locaties'. Vinex is gaan staan voor grootschalig, onpersoonlijk, slechte verbindingen en geen voorzieningen. Mensen leven er niet, ze overnachten er. 's Ochtends trekken ze in een file van lease-wagens naar hun bedrijventerreinen om pas tegen het avondeten terug te keren. De twee-onder-een-kappers en de vrijstaande optrekjes staan overdag leeg. De straten zijn leeg en verlaten. Af en toe rijdt er een lesauto door de straten of loopt er een eenzame achterblijver met een hond of een buggy rond. Eenzaam en alleen. Vinex is synoniem geworden voor een leven dat draait om een drukke agenda met weinig vrije tijd. Het is het saai, sfeerloze leven.
Onze wijk wordt ook wel eens gezien als een vinex-wijk. Als je vertelt dat je er woont aan iemand die een stadswoning bezit, dan krijg je een meewarige blik. Levend begraven in de suburbs, dat soort blikken. Dat je vlak bij het Stadspark woont, maakt ook niet uit. Het is vlees nog vis. En toch wordt hier met plezier gewoond. Bewoners van de wijk roemen de sfeer en het leven. Hoe komt dat toch? Natuurlijk zijn de huizen prima, ruim en modern. De straten breed en rustig. En ach, die binnenstad is met een beetje wind in de rug zo bereikt. Nee, dat is prima in orde. Of is het de steeds stijgende huizenprijs die het wonen in hier tot een heerlijkheid maakt? Er zullen best wijkgenoten zijn die vol opwinding op Funda de koersen bijhouden, maar of dat nou het unique selling
point van de wijk is, lijkt me niet.
Nee, het geheim van de wijk is dat er hier een sociaal netwerk is ontstaan dat voor een aangename sfeer zorgt. Natuurlijk ontstond dat netwerk door de kinderen: de school, het spelen, het sporten. Je ontmoet elkaar en legt over de ruggen van de kinderen contact met je buurtgenoten. Vanuit de kindervriendschappen wordt samen geleefd door de ouders. Bij kinderen gaat het vanzelf. Ze komen bij elkaar, roepen wat ze willen spelen, en na wat gehakketak wordt er gevoetbald, verstoppertje gespeeld, geknikkerd, skelter gereden, geskeelerd en noem maar op. Als je goed kijkt is er altijd wel een jongetje of meisje dat het spel op de wagen zet, de spin het web. Het zijn de kleine organisatoren, de evenementenmakers die nieuwe spelletjes bedenken en voor de spullen zorgen. Het zijn de animatiemeisjes en –jongens van de straat. Zij faciliteren het straatspel.
Wat kinderen in het klein doen, doen volwassenen in het groot. Nou rennen de ouders niet over straat en verstoppen ze zich niet in de tuinen van de buren. Maar figuurlijk doen ze dat wel. Overal zie je volwassenen samen komen om iets in een groepje te ondernemen. Straatgenoten sporten samen, met wijkgenoten worden popconcerten bezocht, sommigen mensen gaan samen met de buren op vakantie of komen elkaar toevallig tegen op verre stranden en drinken dan een glas. Er zijn straatgenoten die lekker samen op de motor gaan toeren of een sportwedstrijd bezoeken. En natuurlijk wordt er voetbal gekeken als oranje speelt. Net als de kinderen het fijn vinden om samen te spelen, vinden de volwassenen het heerlijk om samen tijd door te brengen. En net als bij de kinderen zijn er volwassenen die buurtevenementen organiseren om samen te komen. Zonder dit soort initiatiefnemers, deze spinnen in het web, zou het stil en saai worden in de wijk, de vinex-sfeer zou heersen.
Dus een nieuwbouwwijk heeft mensen nodig die evenementen organiseren. Gelukkig hebben wij die hier in de straat. Onze gastheer van vanavond is zo'n type. Ik vermoed dat hij gezeten op zijn veranda, onder de gasbrander, voortdurend ingevingen krijgt. Als we nou eens met wat mensen een kook workshop gaan volgen? Is het niet leuk om naar een jaren zeventig festivalletje te gaan, met golden oldies? Wordt het niet eens tijd voor een kerstborrel? En als we terugkomen van vakantie, moeten we dan niet samen de barbecue ontsteken? Onze gastheer, en zijn geliefde, plannen het, sturen mailtjes, plegen telefoontjes en het spel is op de wagen. Net als de kinderen wachten op het teken van de jongen die alles bedenkt, wachten de volwassenen van de straat op de eerste signalen van onder de gasbrander.
Op de barbecue of borrel, is onze gastheer geheel in zijn rol. Je ziet hem voortdurend rondlopen met een fles, om bij te schenken. Geen moeite is hem te groot. Geen witte wijn, uit de andere hand wordt een rode geschonken. De hapjes serveert hij met verve, ongemerkt brengt hij nieuwe snacks rond. Helemaal knap is het als hij tegelijkertijd de oliebollen uit het vet haalt, een Sonnema of een warme glühwein inschenkt en twee gesprekken weet te voeren en om dan ook nog eens een nieuw blok hout in de vuurkorf te mikken. Onze gastheer is misschien wel zijn roeping misgelopen. Moet hij zich niet omscholen tot kroegbaas, of nee, tot eigenaar van een strandpaviljoen, liefst op Ameland, zodat hij van zijn hobby zijn vak kan maken? Voor de buurt is het niet te hopen dat dit gebeurt. Want als hij zich zou terugtrekken op een Waddeneiland, tussen helmgras en zandstranden, zou het hier in de wijk gedaan zijn met de sfeer. Net als de kinderen die doelloos op straat rondhangen, als hun leider er niet is, zouden de volwassenen met hun ziel onder de arm rondlopen zonder onze gastheer. Het chagrijn zou groot zijn, men raakt depressief, gaat in eigen huis aan de drank, men vervreemdt van elkaar. Kortom, onze wijk zou inderdaad een vinex-locatie worden, die je 's ochtends opgelucht verlaat en met lood in je schoenen na zessen weer inrijdt. Er werd dan ook opgelucht gereageerd, toen onze gastheer na een zomervakantie op Ameland gewoon weer terugkeerde.
Conclusie. De sfeer in de wijk wordt dus gemaakt door de mensen zelf. Ze worden in staat gesteld om samen te zijn in prettige omstandigheden. Die faciliteiten worden georganiseerd door een persoon die er belang bij heeft om dit te doen. Hij wil namelijk leven te midden van levensgenieters, dus zorgt hij ervoor dat er wat te genieten valt. Dit is een mooi voorbeeld van sociaal facility management. Onze gastheer is die spin in dat web.
Om het belang van en de waardering voor deze onzichtbare rol te benadrukken het volgende. Ik wil onze gastheer uitroepen tot Suburban Facility Manager van onze straat. Het is een titel die verdiend is met het ontplooien van initiatieven op het terrein van het buurtvertier. De onbaatzuchtige manier waarop hij gebouwd heeft aan het vestigen van een straattraditie en daarmee aan het prettige leefklimaat, is een voldoende reden om deze titel te verlenen. Hij mag op grond van zijn facilitaire verdiensten, deze titel dragen zolang hij leeft. Tenzij hij alsnog besluit af te reizen naar het strand van Ameland om het strandpaviljoen uit te gaan baten. In dat geval vervalt de titel.

2 opmerkingen:

  1. Wat een leuke column AJ, geweldig, ik wist dat je dit in je had maar wat leuk dat je dit ook werkelijk doet! Jammer dat we Grunberg al hebben als plaatsvervanger van Bril, je zou een waardig opvolger zijn en wat zouden de huizenprijzen dan niet doen aan de Vredewoldlaan?

    Groetjes Mathilde

    BeantwoordenVerwijderen
  2. stijgen tot hoogtes als in A'dam Oud-Zuid?

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.