Vader met een bevreesd hart


Puberjongens gaan natuurlijk niet op hun dertiende uit in de grote stad. Maar een bezoek aan een sportwedstrijd in een nabijgelegen zaal, dat moet kunnen in de avonduren. Er naar toe gaan in het licht van de vooravond vond ik geen probleem. Maar na negen uur begint het te schemeren, vooral in het park. Natuurlijk was het niet nodig om ze op te halen. Ze waren toch samen? Nou ik dacht daar anders over. Ik informeerde welke terugweg ze zouden nemen. In verband met het Bommen-Berend-feest in de stad, was de gebruikelijke fietsroute afgesloten. Ze beloofden de route langs de snelweg te nemen. Een goed verlicht fietspad, zij het wat stil. Ik hoefde echt niet te komen.

De hele avond gluurde ik op de klok. Was de wedstrijd al afgelopen? Ik schatte dat rond kwart over negen de pot basketbal gespeeld zou zijn. Om acht uur stond ik al klaar met mijn fiets. Te vroeg. Nog even wachten. Om de vijf minuten checkte ik de schemering. Rond half negen vond ik het tijd voor de straatverlichting, pas rond negen uur ging die aan. Ik voelde een vaderlijke ongerustheid zich meester maken van mij.

Afgelopen week had ik dat ik ook toen mijn zoon van zijn training moest terugkomen. De avond verdween in de mist, terwijl de klok maar door tikte. Toen ik het niet meer uit hield van de zenuwen en ik steeds vaker dacht: 'stel toch dat….', stapte ik op mijn fiets. Ik deed mijn voor- en achterlicht aan en ging op zoek. Natuurlijk kende ik de route die hij zou volgen. Door het park, over de twee rotondes, langs het ziekenhuis, richting het kanaal. Toen ik de brug over stak, ging mijn mobiel. Op het display las ik 'thuis'. Het was mijn zoon. Hij meldde dat hij er al was. Omdat het regende had een vriendelijke vader de jongens met de auto vervoerd en moest mijn zoon het laatste stuk langs een andere weg fietsen. Gerustgesteld draaide ik om. Thuis drukte ik hem op het hart in vervolg even te bellen.

Als puberjongen is het leven niet makkelijk met een vader als zenuwpees.

Dus ook vanavond snelde ik met een bevreesd hard door het park. Ik reed de jongens tegemoet. Ik zou ze wel door het gevaarlijke, donkere park leiden. Overal in het park stonden politiemannen en verkeersregelaars fietsers op hun plaats te wijzen. Niemand ontsnapte aan hun aandacht. Waarschijnlijk was het de meest veilige avond van het jaar in het park. Bij de rotonde kwam ik ze tegen. Luid kletsend en lachend. De vrienden waren net aangehouden door een politieagent omdat ze zonder licht reden. Vol bravoure vertelden de twee pubers hoe ze onder een boete waren uitgekomen. Behalve de verkeersregelaars kwamen we niemand tegen in het park. Veilig brachten de twee mij thuis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.