Afscheid van werk

Afscheid nemen van het werk gaat geleidelijk bij mij. Een of twee keer per week ga ik naar mijn school. Mijn vaste klussen in de afdeling zijn definitief overgenomen door een goede collega. Het is een pleister op de wonde dat zij het heeft overgenomen. Vanaf de zijlijn kijk ik goedkeurend naar hoe zij de functie heeft opgepakt. Ik kan de stress en het voortdurend improviseren van de klus niet meer aan. Dat is jammer, ik heb het te lang tevergeefs geprobeerd dus ik weet zeker dat ik het niet meer kan. Daar heb ik vrede mee.

Afbouwen met werk betekende ook verhuizen. Ik heb mijn kantoortje ontruimd. Deze week kwam ik in mijn oude kamer. Een opvolger had zich prima genesteld. Leuke spulletjes aan de wand, helemaal eigen gemaakt. Ik heb hem veel plezier gewenst in de ruimte. Ik liep naar de overkant waar mijn bureau en spulletje waren opgeslagen. Mijn nieuwe roommate, met wie ik toevallig in het verleden ook al heb samengehokt, heeft het al een beetje ingericht. Ik vind het leuk om zo verder te gaan. Een vast hoekje in de grote school.

Het blijft merkwaardig om vanuit de rust en eenzaamheid van thuis in de hectiek terecht te komen van een school vol leerlingen en docenten. Ik zie er telkens tegen op. Maar elke keer ben ik blij dat ik geweest ben. Ik heb altijd wel een leuk gesprek of doe iets nuttigs. De opbrengst is van waarde voor mij. Toch ben ik blij als ik in mijn auto zit en de A-28 weer oprijd. Terug naar huis, naar de rust en het eigen ritme.

Morgen maar eens een beetje inrichten. En een klein klusje doen. Een beetje werken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.