Buutnereedners monddood maken

Gisteren gekeken naar Pauw en Witteman. PVV-er Martin Bosman zat aan tafel. Haar in een rechtse scheiding en een dito tongval. Keurig bezigde hij de PVV-doctrines. En dat aan het altaar van de Linkse Kerk. Uiteraard had hij het over de Staatsomroep; de publieke omroep kon de vergelijking met de media in China doorstaan stelde hij. De man sprak kant en klare PVV-taal. Taal die in hapklare brokjes wordt uitgestoten. Geen franje, geen opsmuk, maar staccato oerkreten. Makkelijke soundbytes, geen woord Spaans is er bij. Taal in zwart-wit opmaak.

Jan Kuitenbrouwer heeft geschreven over Wilders woorden. Hij onderscheidt enkele vaste waarden in diens retoriek:

- Superlatieven (overtreffende trap)

- Metabolen (overdrijvingen)

- Antitheses (tegenstellingen)

- Metaforen (beeldspraak)

- Anaforen (herhalen van woorden)

Zie : http://www.kennislink.nl/publicaties/een-kijkje-in-de-trukendoos-van-de-taaltovenaar

Je neemt een tegenstelling, zet die flink aan waarbij je in de hoogste versnelling gaat, versiert het met enkele treffende beelden en zet het in een kader waarin je herhalingen toepast. Bedenk bovendien ludieke woorden die lekker allitereren, niveau kletskoek. Het is een formule. Heel de fractie is voorzien van deze totale tong. De cursus hoort bij de inburgering. De woordkeuze is oer-Hollands, geen jargon of leenwoorden. De zinnen zijn kort: de krant hoeft geen kop meer te bedenken. De chocoladeletters druipen van de woorden af. Een betoog van de PVV oogt als een opening van de Telegraaf.

Zo ontstaat een nieuwe spraak. Het chique van de taal verdwijnt. Het zijn kreten uit de sporthal, zinnen uit het café, woorden van de shoppende meute. De taal van de PVV blijft hangen in de koppen van het volk. Kort en krachtig. Oneliners die aankomen. Bewust wordt deze taal gebruikt. Men weet uit de marketing dat het effect groot is. En dat is wat telt. Bovendien is de concurrentie in de politiek klein. Echte retorische talenten zijn er niet. Dus vrijspel.

Ik kon het gisteren niet langer aanhoren. Heel hard wilde ik roepen tegen mijn flatscreen dat we niet gek zijn. Ik hoef geen troep-taal in mijn gezicht gestompt te krijgen. Laat mij met rust. Hou toch op met op de man spelen en bewust op open zenuwen trappen. Mag het alsjeblieft vormelijk en hoffelijk? Waarom moet iemand die de vrijheid van meningsuiting zo hoog heeft zitten, op deze toon en in deze stijl de mening uiten?

In 1933, ik weet de vergelijking loopt mank, maar toen Hitler en trawanten een eind ging maken aan de Republiek van Weimar, veranderde het straatbeeld. De mannen in het bruin heersten in de Berlijnse binnenstad, de rood-zwarte swastika-vlag kleurde de gevels, het bloed de straten. Gelukkig is die overeenkomst niet aan te wijzen. Maar wat wel een overeenkomst lijkt is het taalgebruik. De daadkrachtige termen overspoelde ook toen de taal van een ieder. En met de woorden die de mensen overnemen, sluipen ook de ideeën de hoofden binnen. Woorden die overdreven en herhaaldelijk op angst voor appelleren, zorgen uiteindelijk voor reële vrees. De versimpeling van het taalgebruik zorgt voor een zwart-wit weergave van de werkelijkheid. En daar zit mijn weerzin.

Het is daarom dat ik pleit voor een normaal taalgebruik. Een land dat hoogopgeleid is, moet ook op niveau debatteren en in kwalitatieve bewoordingen problemen analyseren, en gericht aanpakken. Voor buutnereedners mag daarin geen plaats zijn. //***

Ontbijten bij IKEA

Mijn zoon moest een nieuw bed. Het matras besliep hij al een tijdje. Provisorisch lag hij op een noodbed. Nu moest het bed nog gekocht worden. Hij had er met zijn moeder al een gezien, lang geleden. In de IKEA-catalogus konden we het oorspronkelijke ledikant niet vinden. Ook de site bood geen uitkomst. Merkwaardig genoeg gaf de Belgische site wel aan dat onze keus aanwezig was. Maar dat leek ons te ver rijden. Dan maar het houten bed in plaats van die van metaal.

Omdat het herfstvakantie is, wilden we gebruik maken van het ontbijt-aanbod: voor een euro ontbijten. Op de ringweg kwamen we al in de drukte te staan. Heel de IKEA-family stond op de afrit. Natuurlijk wist ik een slimmere route. Gevat constateerde mijn zoon dat mijn route een forse omweg inhield. ‘We zitten bijna in Duitsland, pap.’ Ik bromde dat ik wist wat ik deed, - hoopte ik. Via het bedrijventerrein, vol autodealers en bouwbedrijven, worstelde ik mij naar het blauw-gele gebouw. Ineens zag ik een klein weggetje waarvan ik meende te weten dat dit leidde naar de achteringang van onze bestemming. De weg werd een klein kronkelpaadje. Hoon van de bijrijdersstoel was mijn deel. Maar ik had toch gelijk. Triomfantelijk draaide ik de parkeergarage van IKEA binnen. Pappa weet raad, dat gevoel.

Voor de ingang, een roltrap die naar de IKEA-hemel gaat, voegden wij ons in de mega-rij. In het restaurant kon geen mens meer bij. Even aarzelde ik nog om mij in het ontbijtgewoel te storten. Gelukkig is mijn nageslacht slimmer. ‘Dat gaan we echt niet doen, kom op.’ Op naar de beddenafdeling. De routing van IKEA dwong ons om langs woonkamers, keukens en kinderkamers te slenteren. Tempo maken lukte ons niet. Via het home-design doolhof stonden we na tien minuten weer voor het restaurant. Natuurlijk, we hadden bij het restaurant naar beneden moeten gaan in plaats van een rondje te lopen. Lachend en ginnegappend, maar inwendig grommend, hobbelde ik achter mijn zoon aan. Hij leek warempel de weg te kennen. Maar ook hij liep zich vast. Toen ik een short cut voorstelde en via de afdeling ‘Opbergen’ naar het Doe-Het-Zelf-Magazijn te lopen, wist hij het niet meer. Ik kon de macht weer in handen nemen en leidde ons naar de stelling 41, rij 7 waar het pakket lag met het bed Stöllö of Mäkkö of hoe dat ook in het fantasie Zweeds mag heten. Omdat alle klanten nog aan het ontbijt zaten – of in de wachtrij voor het restaurant – konden we zo doorstomen naar de kassa.

In de parkeergarage wisten we de twee pakketten met bedplanken in de auto te krijgen. Omdat ik een IKEA-ontbijt had beloofd, stelde ik voor om terug te keren naar het restaurant. Het zou nu wel rustiger zijn. Dus opnieuw het gebouw in, roltrap op en daar stonden wij. Een enorme massa mensen bewoog zich met dienbladen door elkaar heen. Ik overzag de etende ellende. Ineens hoorde ik opnieuw de wijze stem van mijn zoon: ‘Dit gaan we echt niet doen, hoor.’

Thuis laadden we de auto uit. In de keuken smeerde mijn zoon zijn ochtendboterhammen. Ik gaf hem een kopje thee. Ook lekker zo’n ontbijt. Morgen kan hij lekker uitslapen, in zijn nieuwe bed.

Animatie bevruchting

Slimme jongens van het Guggenheim. Ze hebben een prijs uitgereikt en wel aan Evelien Lohbeck. Zij maakt een video-animatie kunstwerk. Het zijn korte, eenvoudig ogende animatiefilmpjes over alledaagse onderwerpen. Het beeld bestaat uit een gefilmde werkelijkheid waarin een animatie opkomt als special effect. Op haar website zegt ze te spelen met de illusie en de verwachting van het publiek. Het effect is bij mij een vette grijns en regelmatig een schaterlach. Als je een ei in een eierdopje op tafel ziet staan en vervolgens een zwart kikkervisje verwoede pogingen ziet doen door de eierschaal heen te breken, moet je wel lachen. Of je ziet een vliegtuig overkomen en plots klapt iemand in beeld – tussen de camera en het vliegtuig – in zijn handen, weg vliegtuig; filmpje heet airplanecrash. Ook bijzonder komisch en knap bedacht is de getekende laptop die mooie animaties toont van bijvoorbeeld een broodrooster. Het werk was haar afstudeerproject.

De wedstrijd werd georganiseerd door het Guggenheim en YouTube. Uit ruim 23.000 inzendingen werd een selectie gemaakt van 125 video-kunstwerken. In de live op YouTube te volgen bekendmaking van de 25 winnaars, werden de video’s op de muren van het Guggenheim geprojecteerd. Lohbecks werk is dit weekend te zien in de Guggenheims in New York,Venetië en Bilbao. Maar gelukkig kun je ook via internet het werk bekijken:

http://www.evelienlohbeck.com/films.html

 

 

ps had het berichtje bijna gemist, gelukkig wijst iemand mij wel eens de weg in de kunstbijlage, tnx!

Muziek en sport

Muziek en sport zijn elkaar versterkende grootheden. Bij een sportwedstrijd hoort een goed stuk muziek. Scoort een voetbalclub dan klinkt er altijd hetzelfde nummer. Bij een doelpunt van de Groninger FC is die eer aan de local heroes Pé Daalemmer en Rooie Rinus. Hun instrumentale rock and roll bewerking van het Groninger volkslied (Stad en Ommeland) galmt over het gejuich van de Z-side heen na een doelpunt. Ik ben niet vaak in de Euroborg, maar de keren dat ik het meemaakte, kreeg ik kippenvel. Zo sentimenteel ben ik.

Afgelopen week bezocht ik een basketbalwedstrijd van de Flames. Of zo als de Groninger supporters zeggen: Donar. Rondom de wedstrijd speelt muziek een belangrijke rol. Het begint met het voorstellen van de helden. Een voor een betreden de lange mannen het veld. Het publiek gaat traditiegetrouw staan en klapt voor elke speler die door de speaker wordt aangekondigd. Ze betreden het veld door een haag van cheerleaders. De schaarsgeklede meisjes wapperen met hun glitterbollen, de mannen geven elkaar hartstochtelijke een high five. Dit ritueel wordt muzikaal ondersteund door Jump van Van Halen. Zodra die song door de Martiniplaza klinkt en het licht wordt gedempt, is de wedstrijd eigenlijk al begonnen. De teams stellen zich op en de laatste drie minuten tot het beginsignaal luisteren we naar Start me up van de Stones. En dan begint de wedstrijd echt. Ineens is het stil. Tot de grote trom van de harde kern geroerd wordt. Dan barst het lawaai op de tribune weer los.

De speaker roept om wie persoonlijke fouten heeft begaan en hoe het scoreverloop is. Op soms onverwachte momenten start hij een muziekfragment in. De elektronische klanken hebben geen naam voor mij, maar het publiek weet wat er moet gebeuren. Hartstochtelijk wordt er meegelalalaad. Er zijn momenten die een vast liedje hebben. Als een speler van de bezoekers vijf persoonlijke fouten heeft gemaakt en van het veld gestuurd wordt, hoort hij Hit the road Jack, en ziet hij de fans wuifgebaren maken.

Muziek kan opzwepend werken. Als de speaker de juiste tonen laat horen, kan hij het publiek wild maken. En dat heeft het team af en toe nodig. Hartstochtelijke aanmoedigingen, fans op de stoelen. Queens We will rock you wil nog wel eens helpen. Helaas is het soms gewoon stil. Geen geluid behalve een stuiterende bal en piepende schoenzolen van de spelers. Eigenlijk zou elke speler een eigen muziekje moeten hebben dat weerklinkt zodra er een actie van hem is. Een muzikaal applaus.

Hang je lijden in de boom van Walarick

Vandaag stond een wandeling op het programma. Vanuit ons tijdelijke onderkomen op het Gelderse platteland liep ik achter mijn Lief de natuur in. Gewapend met fotocamera en in zwart-wit gekopieerd gidsje gingen wij op pad. In de lucht zagen we nog net een klein stukje blauw, daar hielden wij ons maar aan vast.

Over een ruiterpad en karrenspoor bereikten we een slordig geasfalteerd fietspad. De aandacht van de ontwikkelaars van dit stukje natuur ging duidelijk niet uit naar de infrastructuur. Wel was er ingegrepen in deze omgeving. Twee grote waterplassen, ontstaan door vele bomen te rooien, en riet bepalen nu de ruimte. Het moet waarschijnlijk watervogels trekken, maar die waren er vandaag niet. De natuurmakers hadden hier een duidelijke keuze gemaakt. Het moest alleen nog bekend worden bij de waterdieren.

Even verder op stond een boom versierd met lapjes stof. Terwijl de meeste bomen nog aarzelden om zich te tooien in herfstkleuren, wapperde deze kleine eik met zijn bijzondere blaadjes. Ons kleine gidsje legde uit dat het hier ging om een oude traditie. Walarick, een oude edelman uit de achtste eeuw, wilde zijn dochter genezen. Hij kreeg van missionaris Willibrord de opdracht om haar haarband in een eeuwenoude eik te hangen en zo haar koorts te verdrijven. Als goed vader volgde hij het advies op. Zijn ondergeschikten werden woedend toen zij zagen dat hun leider zich inliet met het moderne christelijke geloof. Als dank voor het genezen van zijn dochter liet Walarick zich dopen. Walarick vond onder zijn boom de dood. De legende was geboren. Tot op de dag van vandaag hangen mensen stroken in de boom. Sommige stukken stof zijn beschreven met wensen. Het gaat niet alleen meer om bestrijding van koorts, las ik. Men gebruikt de oude koortslapjes in de hoop allerlei lijden te bestrijden. De oude eik was vervangen door een verse. Ook in legendes voert de mens het onderhoud geregeld uit.

Ingrijpen is dus het adagium. Bewust kiezen is een levenskunst. In het leven is het de kunst los te laten wat je vasthoudt. Vaak ploeter je voort op een pad waarop je bij toeval bent beland. Pas als je vastloopt en je niet meer verder kunt, moet je opnieuw je koers bepalen. Fatalisten spreken van een gedwongen keuze, optimisten zien de nieuwe mogelijkheid. Welke positie kies je?

Mijn Lief zei laatst dat ik weer meer in de ‘je vorm’ spreek als ik het over mijzelf heb. Terwijl ik toch echt met de billen bloot moet durven gaan. Dus opnieuw:

Ingrijpen is dus het adagium. Bewust kiezen is een levenskunst. In mijn leven is het de kunst los te laten wat mij vasthoudt. Vaak ploeter ik voort op een pad waarop ik bij toeval ben beland. Pas als ik vastloop en ik niet meer verder kan, moet ik opnieuw ik koers bepalen. Fatalisten spreken van een gedwongen keuze, optimisten zien de nieuwe mogelijkheid. Welke positie kies ik?

walerick

Langzaam wint bij mij de gedachte dat er onverwachte mogelijkheden zijn ontstaan door het doodlopen van mijn levenspad. Door mijn ziekte kan ik niet verder op de oude voet. Knarsetandend ben ik tot stilstand gekomen. Ik sta nu stil en kijk rond. Mijn hoofdpad achter mij had wel degelijk allerleci aftakkingen, maar in de vluchtigheid van het gehaaste leven heb ik er geen van waargenomen, ik ben er aan voorbij gegaan. Nu ik stil sta en rondkijk, blijken op dit ogenschijnlijk doodlopende stuk ook kleine paadjes en sluipweggetjes te bestaan. Het stopt hier niet, maar het gaat op een andere manier verder. Kiezen dus. De optimistische weg. Het grote voordeel is dat ik nu kan kiezen zonder druk. De route van de afgelopen vijftien jaar is mij overkomen, het was geen weg die ik uit hartstocht heb ingeslagen. Dus nu kan ik kiezen wat ik wil. Ik moet niet denken aan opbrengsten van financiële aard. Ik moet niet rekenen in euro’s. Mijn geluk moet ik tellen in eenheden van plezier, voldoening.

Mijn koortslapje moet ik hangen in de eik van Walarick. Genezing is niet mogelijk. Maar de wens om te doen wat ik echt wil kan ik noteren op het strookje stof. Ingrijpen, niet langer voortdobberen. Ik ga op zoek naar uitwegen, op weg naar nieuw fortuin. Optimistisch ingrijpen. De te kiezen weg staat niet in een slordig gekopieerd gidsje, voert langs slecht geasfalteerde paden.

http://www.overasseltpromotions.nl/historiedorp.html#Koortsboom

De Zeven dagen van Den Uyl: tv en geschiedenis

De VARA zond vanavond het eerste deel uit van ‘De zeven dagen van Den Uyl’, de driedelige dramaserie over Den Uyl en het Lockheedschandaal. Prins Bernhard had geld nodig voor zijn buitenechtelijke kinderen. Dit ritselde hij door zich te laten betalen door de Amerikaanse vliegtuigbouwer. In ruil daarvoor zou hij orders regelen in Nederland. Een spannend gegeven, on-Nederlands. Den Uyl kreeg de taak om als socialist, als leider van het meest progressieve kabinet ooit, als verre opvolger van Troelstra – die de revolutie ooit uitriep - de kastanjes uit het vuur te halen. De waarheid moest boven tafel komen, het koningshuis mocht niet ten onder gaan, de prins moest waardig bestraft worden, om maar een paar hete aardappels te noemen. Den-Uyl- biografe Annet Bleich heeft het beschreven in haar boek ‘Den Uyl’. In zoverre niets nieuws onder de zon. Als onthulling bracht zij het nieuwtje dat de sociaal-democratisch premier een dossier met een andere omkopingszaak van Bernhard in de la liet liggen. In de tv-serie wordt hiermee wel zeer nadrukkelijk gespeeld. Maar dat wisten we al.

Het begint iets van een traditie te worden: moderne politieke geschiedenis in tv-drama’s. De geschiedenis van Bernhard werd in ‘Schavuit van Oranje’ verbeeld, Wilhelmina kwam aan bod in ‘Wilhelmina’ en ook Juliana kreeg haar serie onder haar eigen naam. Onlangs liet ‘De Troon’ ons genieten van de drie koningen Willem. Ook de affaires van het koningshuis zijn in series op de buis verschenen. De entree van Maxima en de affaire Mabel (‘De Kroon’ en ‘Het meisje en de prins’) konden we op tv bekijken. Thomas Ross heeft net een serie geschreven over Beatrix. De VPRO gaat die uitzenden. In al die producties figureren politici die te dealen hebben met de gevoeligheden die het Koninklijk Huis met zich meebrengt. Zo hebben we Kok zien zwoegen met de vader van Maxima en nu dus Den Uyl met Bernhard. Het is blijkbaar interessant te kijken naar welke geheime geschiedenissen zich achter de muren van Paleis en het Torentje afspelen.

De serie over Den Uyl heeft iets Amerikaans. Alsof je zit te kijken naar JFK van Oliver Stone. Oude nieuwsfragmenten en nagespeelde verhoren, gebaseerd op originele verslagen, worden door het verhaal heen gesneden. Ondertussen volgen we de hoofdpersoon in zijn strijd. Hij verschijnt in vergaderingen, moet de pers te woord staan, komt af en toe thuis waar hij met vrouw en kinderen te dealen krijgt. Zo deed Stone het met openbaar aanklager Garrison, en zo zagen we het vanavond Den Uyl doen. Het levert op verschillende manieren interessante televisie op.

Het is prima dat de geschiedenis wordt vastgelegd in gedramatiseerd beeld. Natuurlijk is het uitvoerig gedocumenteerd in Bleichs biografie en op andere plaatsen. Maar met een tv-serie bereik je meer mensen. Gevaar is wel dat het indringende karakter van tv ervoor zorgt dat dit het beeld van de werkelijkheid wordt. In die zin is de macht van de tv nog altijd groot.

Een ander nadeel is dat je als kijker heel erg gaat kijken of alles wel klopt. De auto’s, het meubilair, de beschuitbus, de telefoons en natuurlijk bij dit soort drama’s: is de koning goed gekozen en is het accent van Bernhard treffend? De karikatuur van Van Agt leek te zijn gekomen uit de afvalbak van Koefnoen. Of je gaat letten op de maniertjes die de acteur gebruikt die Den Uyl speelt: zal ie morsen met zijn sigaar, gaat hij zijn bril op en af zetten en zal hij onhandig iets laten vallen? Ook kun je zitten wachten op de onvermijdelijke anekdotische liflafjes: Den Uyl en het ping-pongspel, Den Uyl en het broodjes kaas met melk, Den Uyl met de tent op vakantie, Den Uyl die vriendelijk doet tegen zijn chauffeur, het zat er allemaal in.

Toch heb ik met genoegen gekeken. Ons (koninklijk) verleden is interessant genoeg om politieke historische dramaseries te maken. Wat dat betreft mogen we Bernhard en de zijnen wel dankbaar z

John Lennon: Just Like Starting Over

John Lennon zou nu zeventig zijn geworden. Later dit jaar, in december, wordt zijn dertigste sterfdatum herdacht. De man is al langer dood dan hij beroemd is geweest. Ik was te laat geboren om de Beatles mee te hebben gemaakt. Toch hebben de songs van de Fab Four mijn muzikale interesse gekleurd. Vanaf mijn twaalfde, toen Lennon werd vermoord, heb ik bijna dagelijks wel een Beatles-nummer beluisterd. Ik hou van die muziek, al ben ik geen grote kenner. Op mijn ipod heb ik standaard enkele albums van ze staan.

Lennon mag ik ook graag horen. Lange tijd heb ik het verborgen gehouden, maar ik durf er nu wel voor uit te komen: ik houd van nummers van zijn laatste elpee Double Fantasy. Woman vind ik lekker mierzoet. Het lied gaat over zijn liefde voor zijn vrouw. Hij kan niet zonder haar. Herkenbaar. ‘I’m forever in your debt’ en ‘please remember my life is in your hands’ of ‘you understand the little child inside the man’, die woorden zijn universeel als het om liefde gaat. Het clipje toonde Lennon lopend met Yoko. Slenterend in herfstkleuren door het park. Lange haren en rond brilletje met donkere glazen.

Ook mooi is Watching the Wheels:

I'm just sitting here watching the wheels go round and round,
I really love to watch them roll,
No longer riding on the merry-go-round,
I just had to let it go

clip_image001Het vertelt over voortdobberen, niet meer deel uitmaken van de ratrace. Af en toe neurie ik het liedje. Geef je over aan het leven. Als het tegenzit in mijn leven denk ik aan  dit nummer.

Het openingsnummer van het album is ook van hoge kwaliteit: ‘Starting Over’. Het is een track die lekker voortdendert. Gewoon een lekker nummer.

_

Ypj3F6sw

Double Fantasy werd slecht ontvangen. Het was niet de Lennon die men had verwacht. De vuige rebelse rocker was voorgoed verleden tijd. Het leren jasje was verdwenen. De popmuzikant had zijn thema’s verlegd, was meer over zijn eigen leven gaan schrijven. En dat bestond uit vrouw en kind. John
Lennon had zich opnieuw uitgevonden. Het schot in december voor zijn huis in New York maakte een einde aan die nieuwe Lennon. Door de moord werd het album een succes. Erkenning is pas later gekomen.

Tim Knol in de Oosterpoort gefilmd

Ik bezocht gisteren Tim Knol in de Oosterpoort, in Groningen. Hij speelde mooie nummers. Sam, When I’m King, Sounds Familiair vulden de theaterzaal. Hij is geen mooie man, maar hij trekt wel volle zalen. Het geeft maar weer eens aan dat kwaliteit altijd wint van het uiterlijk. Alhoewel? Juist zijn forse kop en zijn geruite overhemden zijn zijn trademarks geworden. Hij komt over als de gewone jongen uit 4VWO, die zo leuk zijn eigen liedjes speelt. Ik denk niet dat er diep over nagedacht is, maar het werkt wel. Hem kan nooit verweten worden sterallures te hebben. Tim is gewoon en daar houden we in Nederland van. Uiterlijk als unique selling point.

Het grappige bij het concert in de Oosterpoort vond ik dat hij, met zijn gewone uiterlijk, ontelbare keren is vastgelegd. Veel mensen in het publiek waren tijdens Tim Knols optreden druk in de weer met mobiel of digitale camera om de gewone man met gitaar vast te leggen in pixels. De lichtshow van de band kreeg ondersteuning van het flitslicht uit het publiek. Ongegeneerd overtrad het publiek het portretrecht. Geen beveiliger die optrad. En ik had van te voren nog wel getwijfeld, zal ik mijn camera meenemen? Ik zag ervan af, bij de ingangscontrole zou ik het apparaat toch moeten afgeven. Je mag immers geen opnames maken, zo leerde ik bij vroegere concertbezoeken. Het stond altijd expliciet op de entreekaartjes. En ik ben gezagsgetrouw.

Lang geleden maakte ik in de Kuip een optreden van de Rolling Stones mee. Uiteraard stond ik met mijn groepje in het voorste vak. Op tien meter afstand zag ik Mick Jagger en Keith Richards hun kunstje doen. Het was gaaf om iconen van de Rockgeschiedenis te mogen bewonderen. Vlak voor mij had een meisje de euvele moed haar camera te richten op het podium. Het was een eenvoudige compactcamera, met toen natuurlijk nog een filmrolletje. Ze schoot snel een serie van Mick Jagger, gaf bliksemsnel het toestel door aan haar vriendin die achter haar stond. Die overhandigde de camera aan een andere vriendin. In no-time was het apparaat in de menigte verdwenen. Naïef als ik was (en ben) bekeek ik dit merkwaardige tafereel. Ik snapte het waarom pas toen een boom van een veiligheidsman zich een weg baande door het publiek. Hij vroeg het meisje op barse toon het filmrolletje in te leveren. Niet begrijpend haalde het meisje haar schouders op, ze schudde haar hoofd. Ze wist niets van een camera. Ik begreep dat hier het portretrecht van miljonair Mick werd gehandhaafd. De beveiliger droop af, en liep weg door het publiek, al speurende naar fototoestellen of opnameapparatuur. In het geniep gebeurde het natuurlijk. In kleine krantenadvertenties werd later foto- en geluidsmateriaal van het concert van de Stones aangeboden. Stiekeme handelswaar.

Hoe anders gaat dat nu. Het concert van Tim Knol werd openlijk vastgelegd door het publiek. Ik zag iemand zitten met een digitale videocamera, die bij het opnemen een witte baan licht voor zich uitstraalde. Binnen een dag vond ik in ieder geval al drie filmpjes op YouTube.

 

Tim Knol Oosterpoort
Tim Knol Oosterpoort
Tim Knol Oosterpoort

Beginnende bandjes kunnen via YouTube bekendheid krijgen. Niemand die er moeilijk over doet. Het hoort bij de marketing. Het beeld van een band moet gevestigd worden. De filmpjes van fans helpen daarbij. De middelen daartoe zijn eenvoudig en effectief. Via internet is de overstap naar de TV (bv De Wereld Draait Door) makkelijk te maken. En dan gaat het los.

Ik vraag me af hoe er bij concerten van de Stones tegenwoordig omgegaan wordt met apparatuur in de zaal. Het is onmogelijk om het hele publiek te controleren. De oude heren zullen zich hebben neergelegd bij de moderne tijden. En uiteraard hebben ze een manier gevonden om ook hier hun financiële voordeel te benutten.

Tim Knol en korte rokken met hoge laarzen

Net terug uit de Oosterpoort. Tim Knol trad op met zijn band. Ik was samen met mijn zoon. Stukje opvoeding: leren hoe je een popconcert moet beleven. Wijzen wat de beste plek is voor het mooiste geluid, uitleggen wat een voorprogramma is en de kunst van het rondkijken leren beheersen. En rondkijken hebben we gedaan. Hij is een snelle leerling, zo bleek.

Tim Knol is hot. Al tijden geleden haalden we zijn muziek in huis. Vanochtend begon ik met zijn cd terwijl ik mijn werkzaamheden in huis deed. Twee, drie keer speelde ik zijn nummers af. Heerlijk, ik raakte helemaal in de stemming. Mijn zoon kwam in de middag uit school thuis, ging aan zijn huiswerk onder begeleiding van Knols muziek. Onze voorbereiding verliep ongemerkt parallel. Het effect was gelijk: we hadden er zin in.

In de zaal vonden we een goed plekje. Middenvoor op de tribune, mijn tijd als staande muziekfan is voorbij. Nadat we goed om ons heen hadden gekeken, kletsten we wat over muziek, sport en school. Aan onze kant van de tribune stroomde het publiek binnen. Ik constateerde dat het publiek niet oud en grijs was. Spottend werd ik gewezen op een bijna bejaarde man achter ons die de krant zat te lezen. Ondertussen paradeerde menig kortgerokte en hooggelaarsde jonge damesmeisje langs ons de zaal in. Na het korte voorprogramma staarde ik ademloos naar een blonde blootgeschouderde, idem gerokte laarsdame. Ineens voelde ik hoe de blik van mijn zoon zich verplaatste van deze verschijning in mijn richting. Tegelijkertijd betrapten we elkaar op een monsterende blik. Ik moest enorm mijn best doen om het niet te laten merken. Hij heeft mijn oog voor vrouwelijk schoon. Quasi grappig wees ik op een Russische vlag die door fans op het balkon was uitgerold. Zijn grijns sprak boekdelen. Tot overmaat van opgelatenheid vond de blonde aantrekkelijke jonge vrouw een plaatsje, schuin achter mij, binnen handbereik.

Juist op dat moment verdwenen de roadies van het podium en schroefde de technicus het geluid op. Jet airliner van Steve Miller knalde door de zaal, waar het licht werd gedempt. Ineens werd het stil en op het podium begon Tim aan een gevoelig lied, spaarzaam begeleid op zijn gitaar. Zelden zo’n start van een concert gehoord. Met zo’n klein lied pakte hij meteen de hele zaal in. In het donker zag ik allerlei i-phones en digitale cameraatjes oplichten. Het moment werd vastgelegd. Knol en de zijnen vervolgden met een reeks nummers van de debuut-cd. Het bewijs was geleverd: hij kan spelen en zijn band ondersteunt hem meer dan meesterlijk. Een heerlijk ouderwetse elektrische piano, alsof Billy Preston terug op aarde is, strakke bas, volle drums en een gitarist die van wanten weet. Knol is de frontman op zijn akoestische gitaar, die hij met een ruime draagband vol op de buik draagt. Af en toe zwaait het instrument naar voren of op zij. Later rockte hij op zijn Telecaster de zaal op zijn kop. Hij is geen knappe verschijning, maar hij trekt volle zalen, vol kortgerokte meiden, sommige getooid in het shirt met de tekst ‘Tim is Vet’.

Ik keek af en toe opzij. Zoonlief vermaakte zich prima, papa ook. Op de maat van de muziek, tikte de tijd weg. Het was lang geleden dat ik een concert meemaakte, waarbij elk nummer raak was. Toen we de zaal verlieten, merkte ik dat ik energie had gekregen. Knols muziek is eigen, al dacht ik soms Tom Petty te horen zingen en klonk het gitaarwerk een beetje als Johan, zelfs een vleugje Fatal Flowers knalde even over de PA. Maar wat je ook aan vergelijkingen maakt, Tim is zichzelf.

Ik ben fan. En niet alleen van korte rokjes.

 
http://www.timknol.nl/site/band/

Tim Knol

Noordelijke nuchterheid op CDA-congres

Het CDA komt momenteel bijeen in Arnhem (oud bolwerk van negentiende-eeuwse liberalen). Op televisie wordt het live uitgezonden. Elke lid krijgt de kans om in één minuut een statement te brengen. Na een rondje van zes reageert het podium in de persoon van De Jager en Bijleveld. De dagvoorzitster is druk bezig de orde en de tijd te bewaken. Sprekers worden keurig en netjes afgekapt. Sommige sprekers redden het net niet en spreken hun bezwaren uit in het volumeloze niets. Allerlei generaties treden op. Jonge Christen-Democraten verwoorden vlotjes hun mening, oudere ARP’ers getraind in de retorische vaardigheden op jongelingenavonden hebben moeite met de tijd, maar spreken beeldend en natuurlijk soms bijbels.
Mijn oud-collega Duits K., overtuigd en actief lid van het CDA trad zonet op. Net als hij bij ons op school deed als hij de schoolleiding weer eens kapittelde over voorgenomen onderwijsmaatregelen (vermaledijde Tweede Fase) bracht hij zijn kritiek duidelijk voor het voetlicht. Natuurlijk voerde hij het woord met zijn duidelijk noordelijk accent. Hij is een boerenzoon en denkt, zoals hij zelf zegt, met boerenverstand. Helder en in volzinnen formulerend betoogde hij dat het niet kies is in zee te gaan met de PVV. De PVV is een beweging die niet democratisch is. En dus stemt oud-collega K. tegen. Natuurlijk haalde hij het niet binnen de minuut. Terwijl hij werd afgekapt, perste hij er een slotwoord uit, helaas onverstaanbaar. En toen kwam het speciale wapen van oud-collega K.: zijn wijsvinger. Helaas niet meer in close-up, maar toch duidelijk in beeld. Op school wisten we: als de wijsvinger komt is het betoog klaar en het punt gemaakt. En waren we gewaarschuwd!
Na oud-collega K. moest de dagvoorzitster ernstig hard optreden. Het rumoer in de wandelgangen achter in de zaal werd te veel. De zaal kon al nauwelijks het debat volgen. Ze riep de mensen op om stil te zijn en te gaan zitten. In dezelfde zin zei ze meteen dat haar gezag te klein was. Toen de lunch aangekondigd werd, brak er tumult uit in de zaal. Achter de microfoon werd gemord dat niet iedereen aan het woord kon komen. Emotioneel werd er gesproken over ‘monddood maken’. Met de belofte dat de wachters na de lunch mochten spreken keerde de rust terug.
De NOS gebruikte de lunchtijd voor de nabeschouwingen. De analyse, het leek wel een middag in ijspaleis Thialff met Ferry Mingele als Marts Smeets en een CDA-ster als Ria Visser, en reacties van CDA-prominenten vulden de leemte tot het middagdeel. Het is interessante televisie. Geboeid zitten we op de bank. De uitkomst is natuurlijk al wel duidelijk: een substantiële meerderheid gaat voor het akkoord stemmen en er zal een uitspraak komen duidelijk en fel te ageren tegen de toon en inhoud van Wilders. Maar toch blijven we kijken, als is het alleen maar om mensen met noordelijke nuchterheid als oud-collega K en voorzitter Bleker te horen spreken.