Buutnereedners monddood maken

Gisteren gekeken naar Pauw en Witteman. PVV-er Martin Bosman zat aan tafel. Haar in een rechtse scheiding en een dito tongval. Keurig bezigde hij de PVV-doctrines. En dat aan het altaar van de Linkse Kerk. Uiteraard had hij het over de Staatsomroep; de publieke omroep kon de vergelijking met de media in China doorstaan stelde hij. De man sprak kant en klare PVV-taal. Taal die in hapklare brokjes wordt uitgestoten. Geen franje, geen opsmuk, maar staccato oerkreten. Makkelijke soundbytes, geen woord Spaans is er bij. Taal in zwart-wit opmaak.

Jan Kuitenbrouwer heeft geschreven over Wilders woorden. Hij onderscheidt enkele vaste waarden in diens retoriek:

- Superlatieven (overtreffende trap)

- Metabolen (overdrijvingen)

- Antitheses (tegenstellingen)

- Metaforen (beeldspraak)

- Anaforen (herhalen van woorden)

Zie : http://www.kennislink.nl/publicaties/een-kijkje-in-de-trukendoos-van-de-taaltovenaar

Je neemt een tegenstelling, zet die flink aan waarbij je in de hoogste versnelling gaat, versiert het met enkele treffende beelden en zet het in een kader waarin je herhalingen toepast. Bedenk bovendien ludieke woorden die lekker allitereren, niveau kletskoek. Het is een formule. Heel de fractie is voorzien van deze totale tong. De cursus hoort bij de inburgering. De woordkeuze is oer-Hollands, geen jargon of leenwoorden. De zinnen zijn kort: de krant hoeft geen kop meer te bedenken. De chocoladeletters druipen van de woorden af. Een betoog van de PVV oogt als een opening van de Telegraaf.

Zo ontstaat een nieuwe spraak. Het chique van de taal verdwijnt. Het zijn kreten uit de sporthal, zinnen uit het café, woorden van de shoppende meute. De taal van de PVV blijft hangen in de koppen van het volk. Kort en krachtig. Oneliners die aankomen. Bewust wordt deze taal gebruikt. Men weet uit de marketing dat het effect groot is. En dat is wat telt. Bovendien is de concurrentie in de politiek klein. Echte retorische talenten zijn er niet. Dus vrijspel.

Ik kon het gisteren niet langer aanhoren. Heel hard wilde ik roepen tegen mijn flatscreen dat we niet gek zijn. Ik hoef geen troep-taal in mijn gezicht gestompt te krijgen. Laat mij met rust. Hou toch op met op de man spelen en bewust op open zenuwen trappen. Mag het alsjeblieft vormelijk en hoffelijk? Waarom moet iemand die de vrijheid van meningsuiting zo hoog heeft zitten, op deze toon en in deze stijl de mening uiten?

In 1933, ik weet de vergelijking loopt mank, maar toen Hitler en trawanten een eind ging maken aan de Republiek van Weimar, veranderde het straatbeeld. De mannen in het bruin heersten in de Berlijnse binnenstad, de rood-zwarte swastika-vlag kleurde de gevels, het bloed de straten. Gelukkig is die overeenkomst niet aan te wijzen. Maar wat wel een overeenkomst lijkt is het taalgebruik. De daadkrachtige termen overspoelde ook toen de taal van een ieder. En met de woorden die de mensen overnemen, sluipen ook de ideeën de hoofden binnen. Woorden die overdreven en herhaaldelijk op angst voor appelleren, zorgen uiteindelijk voor reële vrees. De versimpeling van het taalgebruik zorgt voor een zwart-wit weergave van de werkelijkheid. En daar zit mijn weerzin.

Het is daarom dat ik pleit voor een normaal taalgebruik. Een land dat hoogopgeleid is, moet ook op niveau debatteren en in kwalitatieve bewoordingen problemen analyseren, en gericht aanpakken. Voor buutnereedners mag daarin geen plaats zijn. //***

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.