Ontbijten bij IKEA

Mijn zoon moest een nieuw bed. Het matras besliep hij al een tijdje. Provisorisch lag hij op een noodbed. Nu moest het bed nog gekocht worden. Hij had er met zijn moeder al een gezien, lang geleden. In de IKEA-catalogus konden we het oorspronkelijke ledikant niet vinden. Ook de site bood geen uitkomst. Merkwaardig genoeg gaf de Belgische site wel aan dat onze keus aanwezig was. Maar dat leek ons te ver rijden. Dan maar het houten bed in plaats van die van metaal.

Omdat het herfstvakantie is, wilden we gebruik maken van het ontbijt-aanbod: voor een euro ontbijten. Op de ringweg kwamen we al in de drukte te staan. Heel de IKEA-family stond op de afrit. Natuurlijk wist ik een slimmere route. Gevat constateerde mijn zoon dat mijn route een forse omweg inhield. ‘We zitten bijna in Duitsland, pap.’ Ik bromde dat ik wist wat ik deed, - hoopte ik. Via het bedrijventerrein, vol autodealers en bouwbedrijven, worstelde ik mij naar het blauw-gele gebouw. Ineens zag ik een klein weggetje waarvan ik meende te weten dat dit leidde naar de achteringang van onze bestemming. De weg werd een klein kronkelpaadje. Hoon van de bijrijdersstoel was mijn deel. Maar ik had toch gelijk. Triomfantelijk draaide ik de parkeergarage van IKEA binnen. Pappa weet raad, dat gevoel.

Voor de ingang, een roltrap die naar de IKEA-hemel gaat, voegden wij ons in de mega-rij. In het restaurant kon geen mens meer bij. Even aarzelde ik nog om mij in het ontbijtgewoel te storten. Gelukkig is mijn nageslacht slimmer. ‘Dat gaan we echt niet doen, kom op.’ Op naar de beddenafdeling. De routing van IKEA dwong ons om langs woonkamers, keukens en kinderkamers te slenteren. Tempo maken lukte ons niet. Via het home-design doolhof stonden we na tien minuten weer voor het restaurant. Natuurlijk, we hadden bij het restaurant naar beneden moeten gaan in plaats van een rondje te lopen. Lachend en ginnegappend, maar inwendig grommend, hobbelde ik achter mijn zoon aan. Hij leek warempel de weg te kennen. Maar ook hij liep zich vast. Toen ik een short cut voorstelde en via de afdeling ‘Opbergen’ naar het Doe-Het-Zelf-Magazijn te lopen, wist hij het niet meer. Ik kon de macht weer in handen nemen en leidde ons naar de stelling 41, rij 7 waar het pakket lag met het bed Stöllö of Mäkkö of hoe dat ook in het fantasie Zweeds mag heten. Omdat alle klanten nog aan het ontbijt zaten – of in de wachtrij voor het restaurant – konden we zo doorstomen naar de kassa.

In de parkeergarage wisten we de twee pakketten met bedplanken in de auto te krijgen. Omdat ik een IKEA-ontbijt had beloofd, stelde ik voor om terug te keren naar het restaurant. Het zou nu wel rustiger zijn. Dus opnieuw het gebouw in, roltrap op en daar stonden wij. Een enorme massa mensen bewoog zich met dienbladen door elkaar heen. Ik overzag de etende ellende. Ineens hoorde ik opnieuw de wijze stem van mijn zoon: ‘Dit gaan we echt niet doen, hoor.’

Thuis laadden we de auto uit. In de keuken smeerde mijn zoon zijn ochtendboterhammen. Ik gaf hem een kopje thee. Ook lekker zo’n ontbijt. Morgen kan hij lekker uitslapen, in zijn nieuwe bed.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.