De zwarte moeder-supporter

Het is natuurlijk een bekend maatschappelijk probleem: ouders langs de kant van het sportveld. Vanochtend zat ik naast een bijzonder geval. De tribune bij de sportclub van mijn dochter is klein en het zicht op de tribune is niet optimaal. Ik was op tijd dus had ik een goed plekje weten te bemachtigen. Ik kon de basketbalvelden goed overzien en zag hoe mijn dochter en haar teamgenoten hun best deden. De tegenstandsters speelden al een tijdje in. Hun trainer had de wind er goed onder.

Terwijl ik de spelers observeerde, kwamen er twee vrouwen de tribune op. Een doorsnee en een excentrieke moeder. Ze kwamen voor de tegenstanders was mijn al snel duidelijk. Voorzichtig gingen de twee op het bankje naast mij zitten. ‘Oei, wat is dit smal,’ kraaide de opvallende moeder. Zo voorzichtig mogelijk keek ik op zij; ik wilde onder geen beding in contact komen met haar. Ik heb zo mijn grenzen, die ik goed wil bewaken.

De doorsnee toeschouwer zou het niet in het hoofd halen zich zo uit te dossen. Haar laarsjes met kleine stipjes die subtiel in haar kousen terugkeerden, zorgden ervoor dat ze net groter was dan haar metgezel. Op haar jas, zwart, lang en getailleerd pronkte een grote rode stoffen bloem. De kraag van de mantel omlijstte haar spitse gezicht, de lippen gestift in een net iets feller tint dan haar rood geverfde, halfkort geknipte haar. In haar handen, verpakt in subtiele vingerloze handschoentjes, hield zij een klein rieten mandje dat ze had versierd met brede linten van kleurige bloemenstof. Aan een van haar vingers maakte een brede zwarte ring haar outfit compleet. De ring paste uitstekend bij de grove kralenarmband die zij over haar jasmouw had geschoven. De moeder was keurig gekleed. Overdressed, zou je ook kunnen zeggen.

Op zich is het niet erg om er bijzonder gekleed bij te lopen. Het is weer eens iets anders dan de geijkte spijkerbroek met inkijk in de bilspleet of het gebloemde rokje over de ziekmakende legging en de eeuwige laarzen. Maar de zwart geklede moedersupporter kon haar mond niet houden. Tegen iedereen die binnen haar attentie-zone kwam, sprak ze te luid. Haar vriendelijkheid uitte zich op luide toon. De vader die met een kopje koffie op de tribune verscheen, vroeg ze of de kantine al open was. Wel vroeg ze er keurig bij of ze dat wel mocht vragen. ‘En welke van de meisjes is van u, als ik zo nieuwsgierig mag zijn?’, vroeg ze hem daarop. Ongemakkelijk schoof de man van haar weg. Omdat hij op de hoek van de bank zat, kon hij niet ver genoeg van haar komen. Pas in het derde kwart redde een collega-vader hem door een gesprek over het werk te beginnen. Tot die tijd moest hij de aanmoedigingen van de zwarte moedersupporter ondergaan. ‘Kom op, meisjes!’ en ‘Overspelen’, riep ze vrolijk tegen haar dochter en de andere meiden. Dat dochterlief en kompanen ruw en onsportief speelden merkte ze niet op. De beugel van mijn dochter werd bijna doormidden gebeukt, maar mevrouw bleef het gezellig houden. ‘Yes’, en stak de arm met het armbandje in de lucht, toen het zoveelste punt gescoord werd. ‘Doorgaan!’ was haar standaard-aanmoediging. Altijd handig van die adviezen.

De wedstrijd werd dik verloren. Mijn meisje en haar team konden er niet tegen op boksen. In de auto op weg naar huis zei ze: ‘Ze waren gemeen, krabden en waren te fel. En wij te lief.’ De analyse klopte als een bus. Ik knikte. Vaderlijk merkte ik op dat ze dan wel te lief waren geweest, maar toch ook sportief, zeker ook onderling. ‘En jij, heb jij het leuk gehad op die tribune?’ Ik vertelde dat ik altijd wel iets leuks zie. ‘Ja, zeker die aparte moeder.’ Ik knikte en wees op mijn notitieboekje. ‘Het is maar goed dat zulke mensen bestaan', zei ze. Opnieuw knikte ik. We grinnikten samen. Ik gaf extra gas zodat we eerder thuis zouden zijn voor de tosti.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.