Een rookie in de arena van Donar

Donar speelde vandaag weer. Krappe overwinning, af en toe belabberd spel. Scheidsrechters waren ook niet je van dat. Maar ook dat hoort er bij als je kampioen wil worden. Ongeslagen gaan ze aan de leiding.

Ik richtte mijn aandacht op de bank van de tegenstanders. De vaste kern kwam in wisselende samenstelling het speelveld op. De rookies niet. Waarschijnlijk hoopte de coach op een stunt en wisselde dus op zeker. Een van de nieuwelingen had nummer 21. In de zomer sprak ik op een feestje de ouders van de jongen. Zestien jaar en toegelaten tot de selectie. Een prachtige kans om het echte werk van dichtbij mee te maken. Meetrainen met de grote jongens. Met gepaste trots en bescheiden vertelden zij over de kans van hun jongen. Als laatste betrad hij het veld bij de presentatie, vlak voor het beginsignaal. Een lange jonge vent, nog niet zo breed als zijn teamgenoten. Met flair draafde hij het veld op. De meegereisde supporters juichten ook voor hem. Stiekem klapte ik, zoals ik die zomer had beloofd aan zijn moeder.

Maar van spelen kwam niets terecht. Hij volgde op de bank fanatiek het spel. Sprong op als er een dubieuze beslissing van de scheids was. Bij mooie acties applaudisseerde hij voor zijn teammates. Bij time-outs kwam hij het veld op en luisterde aandachtig naar de aanwijzingen van de coach. Bij het fluitsignaal deed hij hartstochtelijk mee met de high fives en de vuistboxen. In alles straalde hij uit dat hij ondanks alles, one of the guys was.

De coach liep ijsberend langs de bank om zijn team te observeren en in te grijpen. Hij wees voortdurend jongens aan voor een wisselbeurt. Nummer 21 bleef buiten het spel. Ik kan me voor stellen dat je als broekie van 16 stiekem hoopt op een snelle achterstand. In zo’n hopeloze situatie kan de coach besluiten je speeltijd te gunnen. Maar ik zag aan de reacties van de jonge speler dat hij vurig wenste dat zijn club zou winnen van de landskampioen. Het had er in gezeten. Een andere optie was het uitvallen van spelers. In de eerste minuten van de wedstrijd driegde een ernstige blessure. Ook dat moet een twijfelmoment zijn geweest. Bezorgd keek hij toe hoe de jongen werd opgelapt. Hij moet teleurgesteld zijn geweest toen de blessure meeviel. Op het eind gloorde er weer een kans. Vlak achter elkaar moesten twee mannen met vijf persoonlijke fouten het veld verlaten. Het verschil was toen nog maar een punt of zeven en met nog vier minuten te gaan kon plus andere spelers die of bijna vijf P’s hadden of er geheel doorheen zaten, zou het mogelijk kunnen zijn dat een van de jonkies de arena mocht betreden. Het heeft niet zo mogen zijn. De ploeg verloor.

Maar stel je toch eens voor dat het verschil een punt zou zijn geweest. En de coach zet je er toch in. Zo van ‘Nou jij dan maar!’ En natuurlijk, geheel in de geest van de Tröckener Kecks (Iedereen wil naar de top), begaat je tegenstander een fout en mag jij de twee strafworpen nemen. En je raakt ze, alle twee. Geweldige apotheose. Verhaal uit een jongensboek. Ik weet niet of ik het dan droog had gehouden.

http://www.lyricstime.com/tr-ckener-kecks-naar-de-top-lyrics.html

1 opmerking:

  1. Dag Albert-Jan

    De link is inderdaad bij mij terecht gekomen en het was prachtig om te lezen hoe je een jongensdroom verwoordt. Dit is toch waar sport om gaat en waar we allemaal over kunnen fantaseren. Het moet op het veld gebeuren, maar in je brein mag je alle kanten op.

    Groet Hero Waalkens

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.