Plannen is nooit mijn ding geweest en SMART ben ik ook niet

Onderwijs maak ik tegenwoordig thuis mee. Ik ben gezegend met puberkids, een in klas 2, de ander in groep 8. De jongste heeft zelden huiswerk, de oudste voortdurend. Hij komt thuis en gaat na wat drinken meteen aan de slag. Kijk zo hoort, kwestie van een goede opvoeding. De jongste komt af en toe met huiswerk uit school. Dat staat dan op een verfrommeld kopietje. En dat zit in haar tas en daar blijft het dan. Soms laat je een steekje vallen in de opvoeding. Als ik haar broodtrommel en drinkbeker pak, zie ik het papier liggen. Het is topografie. ‘Wanneer heb je de toets?’ Ze kijkt me even aan en zegt dat ze gelooft dat het volgende week is. ‘En heb je het al geleerd?’ Ik weet dat ze nu gaat zeggen dat het nog wel komt, maar dat ze eerst nog even iets anders gaat doen. Uitstellen is haar middlename. Ik betwijfel of de opvoeding nou echt wel geslaagd is. Gelukkig heb ik geleerd SMART-doelen te stellen. We spreken af wanneer ze aan de slag gaat om de landen en hoofdsteden van Zuid-Amerika te leren. Mega-zucht, zo kun je haar reactie omschrijven. Ze omlijst haar zucht met rollende ogen en een hartgrondig ‘tssss’-geluid. Vrij vertaald: ik doe wat ik wil, wat je ook zegt. Valt weinig tegen op te plannen.

In mijn rol als huisvader heb ik goed zicht op het thuisgebeuren van school. Ik heb er niet altijd de kracht en energie voor om alles bij te houden, maar ik doe mijn best. Ik waak ervoor om niet in een strijd te belanden. Rustig blijven, niet uit mijn slof schieten, dat is het parool. Als is mijn zoon direct begonnen met zijn huiswerk en ik weet dat hij eigenlijk een streber is, ga ik toch regelmatig even checken in de studeerkamer. In de hal hoor ik hem tikken op de pc. I-tunes knalt er de ene na de andere hit uit. Gelukkig heeft hij mijn voorkeur voor gitaarrock overgenomen (ook een kwestie van opvoeden). Als ik binnenstap zie ik net hoe hij enkele vensters wegklikt. Hyves ligt altijd op de loer. Ik begin mijn riedel over geconcentreerd werken en pleit voor rust in de studeerkamer. ‘Jahah, weet ik, ik checkte alleen even mijn cijfers op Magister.’ En trots vertelt hij dat hij een ruime voldoende op wiskunde heeft gehaald. ‘Toen had ik ook de muziek te hard, weet je nog?’ Hij herinnert me aan de preek die ik toen afstak. ‘Moet ik je nog overhoren met NASK?’ Als dat zo is moet ik me inlezen, zoveel weet ik niet van het berekenen van het volume van cilinders en het bepalen van de massa. ‘Nou straks, eerst even mijn Engelse Stones leren.’ Over zijn schouder zie ik dat het gaat over het gebruik van het woord should. Vaag herinner ik me dat je should gebruikt als iets zou moeten.

En zo run ik mijn eigen huiswerkinstituut. Zo nu en dan is er crisis. Een opeenhoping van toetsen en opdrachten. Hoe die school dat ook voor elkaar krijgt om alles in een week te proppen, mopper ik als ik een puberjochie naast me heb staan die vecht tegen de tranen. Hij knikt. ‘Ik zal wel even mailen met je mentor dat dit te gek is.’ Maar dat is niet de bedoeling. ’s Avonds maakt hij met mijn Lief een planning. Ook hier is alles SMART en de rust keert terug.

Uit de tas van dochter diep ik een blad op met de instructie voor een werkstuk. Zelfstandig thuis te maken. Of ze al een idee heeft wanneer ze wat gaat doen? Voor ze er erg in heeft, heb ik een opzet van hoofd- en deelvragen gemaakt en een overzicht van wat in het verslag moet komen. En ik maak een planning. Het moet geen haastklus worden. Ze knikt en legt mijn krabbels naast de computer. Als het verslag klaar is, ligt mijn opzet er nog steeds, onaangeroerd. Bij de gratie Lots, mag ik het werkstuk lezen. Ik zie dat paginanummers en conclusie missen. De zinnen vormen geen alinea’s. Op elke bladzijde staat een spelfout. Als ik het waag er iets van te zeggen, is het hommeles. Ik bijt mijn tong af. Even later zie ik in het magazine van de Volkskrant een foto staan die perfect past bij het onderwerp van het werkstuk. Natuurlijk opper ik om het uit te knippen en in het mapje te doen. Oeps. Iets te veel vaderlijk initiatief. Prepuberend negeert ze mijn advies.

Nee, thuis zitten is geen pretje, zeker niet als de kinderen huiswerk moeten maken. Wat zou zo’n huiswerkinstituut kosten? De stress van het begeleiden en plannen kan ik dan uitbesteden. Geen boze blikken of strijd om het huiswerk. Geen ontwijkende antwoorden meer hoeven aan te horen als ik informeer of het verslag voor biologie al klaar is. Geen gemopper als de printer het niet doet wanneer over een half uur de les gaat beginnen. Niemand die ik achter de broek hoef te zitten. Geen planningsperikelen meer. Een serene rust zal over mijn gezin neerdalen. Maar voorlopig blijf ik schooltje te spelen in mijn eigen keuken. Ik inventariseer het werk en controleer de voortgang. Deadlines van de kinderen houd ik scherp in de gaten. Hoe komt het toch dat ze pas gaan werken als de tijd bijna verstreken is?

Zoon zit aan de ontbijttafel met zijn geschiedenisboek. SO, derde uur. Ik neem een slokje thee en smeer mijn beschuitje. Mijn laptop staat naast mijn bordje, ik scroll door de tekst. ‘Pap, kun je me even overhoren?’ Ik schud mijn hoofd: ‘Nee jongen, ik heb geen tijd, ik moet dit stukje af hebben anders missen mijn collega’s straks mijn column. Ik heb nog twintig minuten.’ Terwijl ik mijn tekst probeer af te ronden, hoor ik hem zeggen: ‘Je moet wel alles goed inplannen, hoor, en op tijd beginnen.’ Tja, opvoeden is niet alleen vertellen hoe het moet, maar vooral ook voordoen hoe het moet. Gehaast werk ik toe naar deze slotalinea. Als ik het stuk wil doormailen zie ik dat het internet eruit ligt. Ik hou me in, maar inwendig kook ik. Waarom ben ik er ook zo laat mee begonnen? Plannen is nooit mijn ding geweest en SMART ben ik ook niet.

1 opmerking:

  1. Leuke en herkenbare blog voor iedereen die puberende kids heeft en met deadlines werkt.

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.