Wantaal in een woonkeuken

Elk vak kent zijn jargon. Vaak is het afgezaagde en uitgekauwde taal. Voetbaltrainers bezigen clichés en ict’ers doorspekken hun conversaties met applicatietaal. De kunst is er doorheen te kijken. Je moet je niet ergeren aan onoorspronkelijk taalgebruik. Het hoort erbij zoals de conducteur aan het eind van het traject je verzoekt ‘te denken aan je persoonlijke eigendommen en deze ook mee te nemen.’ Glimlach erom en doe wat je gezegd wordt.

Maar soms kan ik het even niet meer hebben en begin ik te grommen. Vanmorgen was het weer eens zover. Ik las een rapport door gemaakt door een orthopedagoge. Ze had het goed verwoord. Vooral de beschrijving van haar observaties vond ik treffend. Maar ja, in een dergelijk verslag moeten ook onderzoeksresultaten worden gemeld. En dan duikelen de nietszeggende begrippen en de afgekloven formuleringen over elkaar heen. Woorden krijgen spontaan een hoofdletter, alsof het een Duitse tekst is geworden, om de importantie van de onderzoeksresultaten te onderstrepen. Zonder gêne gebruiken de makers van de test als aanduidingen woordsamenstellingen van wel vier woorden. Het levert een gebruiksaanwijzingtaal op. Je kunt het wel volgen, het klopt allemaal, maar leesbaar en verteerbaar is het niet. De onderzoeker ontkomt er niet aan de wantaal te gebruiken in het verslag. En zo huiverde ik van ‘betrouwbaarheidsinterval’, ‘interne inconsistentie’, ‘disharmonisch profiel’, ‘Perceptuele Organisatie’. Maar gelukkig word ik getroffen door het onderdeel ‘Plaatjes Leggen’ (jammer van die hoofdletters). Ook glimlach ik bij het item ‘Onvolledige Tekeningen’.

Langzaam ontdooi ik door deze heerlijk onschuldige benamingen van de subtesten. Ik laat mijn grommende ik voor wat het is. Het rapport ligt op de keukentafel van de orthopedagoge. Ze heeft een praktijk aan huis en gebruikt de keuken als spreekkamer. De koelkast bromt en de Friese staartklok houdt in de woonkamer de tijd keurig bij. Ik merk dat de huiselijke omstandigheden mij bij zinnen brengen. Ik tracht de test-termen-terreur te vergeten. Ik luister hoe de dames een plan van aanpak bedenken. Als goed vader beaam ik op het juiste moment en doe mijn best op tijd te hummen. Ternauwernood weet ik nog een goede vraag te bedenken. Net op tijd doe ik mee als volwaardig gesprekspartner en draag ik mijn steentje bij.

Als ik door het keukenraam kijk, zie ik de volgende afspraak het erf op lopen. De moeder en het jongetje nemen plaats in de wachtruimte waar ’s avonds de zoon des huizes op zijn drumstel dreunt. Wij ronden af en stellen dat we ons in de conclusies en het rapport kunnen vinden. De vervolgafspraak is gemaakt. Ik ontdek ineens wat mijn irritatie had opgeroepen. De treiterende test-termen detoneren volledig in de orthopedagogische woonkeuken. De opgeblazen blufkretologie past niet bij de persoon van deze orthopedagoge die speculaasjes bij de koffie serveert en de temperatuur van de kachel nog even controleert. Haar inlevende vermogen hoort niet bedolven te raken onder brute Amerikanismen. Ik ben blij dat ik mij op tijd heb kunnen herpakken. En zo reden we terug, thuis voelde ik mij harmonisch consistent en dat voelde goed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.