Ausweis-momenten in het donker

 

Het perron waar ik jarenlang de trein instapte naar mijn werk, kon ik zien tijdens het gesprek. Ik zat aan het bureau van een keuringsarts. Zij moest bepalen hoe het mijn mogelijkheden stond om te kunnen werken. Het gesprek was om acht uur ’s ochtends gepland. Met de auto glibberden we door de donkere stad. Voordeel van het vroege tijdstip is dat je nog met gemak een parkeerplaats kunt vinden. De arts hield bureau in een van de panden rondom het station. Op de routebeschrijving stond dat de ingang tegenover de halte is waarvandaan de bus naar Schiermonnikoog vertrekt. Mooie bestemming, als de wind je niet op een zandbank blaast. In het keuringsgebouw overheerste de kleur groen, felgroen, overal groen. Vanuit de spreekkamer kon je de besneeuwde sporen zien liggen.

Rustig stelde de arts haar vragen. Naar vermogen gaf ik antwoord. Ik zag hoe het notitieblad gevuld werd. De aantekeningen werden aan het eind van het gesprek in de grote dossiermappen gevoegd. Net als het kopietje van mijn paspoort en mijn medicijngegevens. Die medicijnen moest ik laten zien, in originele verpakking en met etiketten waarop mijn naam stond. Aan alle mogelijkheden van fraude is gedacht. Gelukkig kon ik bewijzen dat ik ik was, welke ziekte ik had, en dat ik de slikker van mijn medicijnen was. Ik onderdrukte de neiging om er opmerkingen over te maken.

Dan maar nu: Wat een maatschappij, waar de beschaafde mens niet vertrouwd wordt en met bewijzen moet komen omdat de hufters in onze samenleving misbruik hebben gemaakt van de sociale voorzieningen. Op je woord kun je niet meer geloofd worden. Nee, om je recht te halen moet je door een labyrint heen worstelen van valstrikvragen en booby-trap procedures en een spervuur van ausweis-momenten zien te overleven. Hoe durf je het in je hoofd te halen om gebruik te willen maken van sociale voorzieningen? Als je het dan zo graag wilt, kom dan maar voor kantooruren, wie weet staan we je te woord. Maar dat slikte ik allemaal weg.

Tijdens het gesprek vertrokken er drie treinen van perron vier. Het begon langzaam licht te worden buiten. Even stopte het met hagelen en sneeuwen. Tussen de donkere wolken verscheen even de zon. Hoe ging dat liedje van Ede Staal ook al weer?

t Het nog nooit, nog nooit zo donker west,
of t wer altied wel weer licht...

Het gesprek was gelukkig achter de rug. In de stationsrestauratie dronken mijn Lief en ik nog een koffie. Over perron vier liepen we terug naar de auto. Het begon weer te sneeuwen.

1 opmerking:

Laat hier je reactie op het bericht achter.