Kerstmisdaad

 

In klas 2 van de lagere school had ik een strenge juf. Als ik het goed herinner kwam in haar achternaam het woord ‘haai’ voor. Tegenwoordig zou je zeggen dat ze ‘bitchy’ was, maar dat was in 1976 nog niet uitgevonden. Om ons te motiveren de tafels van vermenigvuldiging uit het hoofd te leren, werd ons een reep chocolade beloofd. Om die reep te krijgen moest je voor de klas de tafels tot en met dertien op kunnen dreunen binnen een bepaalde tijd. Natuurlijk deed ik mijn best. Als een van de eersten probeerde ik de kruisjes achter mijn naam gevuld te krijgen. Voor elke tafel die je beheerste kreeg je een kruisje op een schema dat op het prikbord hing. Zo’n kruisje kreeg je als je aan het bureau van juf Haai in een privé-sessie de tafel op kon zeggen. Als je die voorronde had gehaald mocht je door naar de publieke finale. De lust in chocola was bij mij enorm. Het lukte mij om de lastige tafels van twaalf en dertien uit mijn kop te leren. Ik slaagde met vlag en wimpel. Uit het laatje van haar bureau haalde juf Haai de choco-reep. Het bleek een reep Bros te zijn. Namaak chocola, meer lucht dan choco. Gadverdamme, ik walg er nog van. Genept voelde ik mij. Ik zon op wraak.

Dat moment kwam toen het kerst werd. De klas was mooi versierd. Kerststal, kerstslingers, engeltjes, kaarsjes en een kerstboom in de klas. Die ochtend zouden wij na de gymles kerstmis vieren: een kerstverhaal en kerstknabbels en daarna creatief kerstkaarten maken. De juf maakte ons lekker door ’s ochtends de kerstkransje (met echte roomboter bereid) en de chocolade kerstsnoepjes in schaaltjes klaar te zetten onder de boom. Helaas kon ik niet mee doen aan de gymles. Samen met een ander net weer beter klasgenootje mocht ik in de klas achterblijven. De rest ging naar de gymzaal onder leiding van juf Haai. Wie het bedacht heeft weet ik niet meer, maar we hebben alle chocolaatjes opgesmuld. Toen de klas terugkwam, zag juf Haai direct wat er was gebeurd. Natuurlijk ontkenden wij onze betrokkenheid bij deze chocomisdaad. Helaas werden wij niet geloofd. Op de gang met onze neus tegen de wand, hoorden wij, snoepkonten, hoe juf Haai het kerstverhaal over de stal en de ster van Bethlehem vertelde. Telkens als ik nu nog een kerststal zie moet ik denken aan de kerstboom in de klas en de chocolade hulsttakjes. Juf Haai loste het probleem op door ons op de gang te zetten en de directeur in te lichten, die zou onze oren wel eens wassen. De andere kinderen kregen in plaats van een chocolaatje een reep Bros mee naar huis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.