Mubarak op de foto

clip_image002

Deze foto stond in de Volkskrant vandaag. Bekend tafereel: woedende betogers vernietigen billboard van de gehate leider. De twee mannen, moderne beeldenstormers, worden aangemoedigd door een menigte. De vlag van Egypte wappert boven de hoofden van de joelende massa. Tot zover de bekende beelden.

Net als bij een gemiddeld optreden van een popidool of een ongeluk in het stadscentrum, houden de omstanders hun mobieltjes en digitale camera’s boven hun hoofd. In meervoud wordt de gebeurtenis vastgelegd. Waarom doen die mannen dat? Enkele antwoorden:

· Om te bewijzen dat ze erbij waren toen Mubarak viel

· Om de beelden door te verkopen aan persbureaus

· Om door te sturen naar vrienden en bekenden om de censuur te omzeilen.

Wat ook de reden zal zijn, historici en archivarissen moeten een antwoord vinden op een andere vraag: hoe behouden we dit soort historisch bronnenmateriaal voor de toekomst? De tijd van Zapruder is al lang voorbij. Zou Kennedy vandaag vermoord worden, dan was er genoeg amateur beeldmateriaal voor een avondvullende documentaire.

Hoe kom ik toch af van die middelbare school?

 Keuzestress

Kom ik er dan nooit af van die middelbare school? Eerst zat ik er zelf op. Vervolgens ging ik er lesgeven. En nu zijn mijn kinderen zo oud dat zij er heen gaan. Althans, de oudste is een ervaringsdeskundige. De jongste zit in het stadium van de open dagen. In onze stad is het aanbod groot. Mijn dochter kan kiezen uit wel tien scholen. Om het nog lastiger te maken biedt een college ook nog eens vier soorten brugklassen aan, op meerdere niveaus. Kortom: keuzestress.

Uit die stomme jas!

Zaterdag begon de cyclus van open dagen. Dochter ging de school van haar broer bezoeken. Haar grote broer trok zijn hulp aan de open dag preventief in. Thuis liet zijn zus hem geen kans iets te vertellen over zijn school. Ze wilde het zelf ontdekken. Zo ging ze met haar moeder op pad. Ze instrueerde mijn vrouw nadrukkelijk. ‘Niet die stomme jas aandoen!’ en ‘Je gaat niet hele verhalen houden, hè?’ Haar moeder knikte braaf. Ik kuste mijn lieven gedag en wist dat ik er voorlopig niet van af kwam, van de middelbare school.

Professie zonder leasebak of i-phone

In onze omgeving zijn de meeste gezinnen (of wat er nog van over is) toe aan die middelbare school. Ineens herinnert men zich dat ik daar een link mee heb. Jarenlang werd ik genegeerd met mijn professie (oninteressant omdat je geen lease-wagen of i-phone van de zaak krijgt). Maar voor buren met kinderen in de brugklas, ben ik ineens de vraagbaak. Voortdurend verdedig ik de collega’s voor de klas. Ik leg uit hoe versnipperd het werk is en hoe lastig het is om voor elk kind apart de gebruiksaanwijzing toe te passen. Veel ouders vergeten het verschil tussen de overzichtelijke basisschool (een juf op een groep, en dat de hele week lang) en de complexiteit van de middelbare school (veel gezichten voor de klas). ‘Maar ik had het nog zo gezegd dat mijn kind niets uit zichzelf doet.’ Het zal ongetwijfeld ergens in een aantekening staan, maar eer het doorgedrongen is tot het veelkoppige onderwijsteam van dit kind, is de voorjaarsvakantie nakende. Ik heb heel wat uit te leggen in onze wijk. Nee, van dat middelbare onderwijs kom ik niet snel af.

Kleinschaligheid

Mijn kinderen kiezen zelf. Zij gaan voor kleinschaligheid. Intuïtief negeren zij de grote, overvolle leerfabrieken. Te druk, te vol. Bovendien weerstaan zij de verleidingen van de binnenstad (tot mijn opluchting). De keuze van de jongste wordt natuurlijk belemmerd door de keuze van haar broer. Het is not done te kiezen wat hij ook heeft gekozen. Maar toch ging ze kijken. Enthousiast is ze zaterdag thuis gekomen. De school is een serieuze kandidaat. Dochterlief had in veel lokalen gesnuffeld aan de proeflesjes. Het gebouw viel op door de overzichtelijkheid. De andere kinderen oogden normaal, geen nerds of bitches. Om alles eens goed te overdenken (hoe zwaar weegt het feit dat haar broer daar rondloopt op tegen die leuke vakken en fijne sfeer) bracht zij de rest van de dag door in haar kamer.

Opendagen-cyclus

Volgende week is de tweede ronde van de opendagen-cyclus. In de gezinsagenda staat mijn naam als begeleidende ouder. Wel nog even vragen welke jas ik aan moet en wat ik allemaal niet mag zeggen. En zo kom ik er inderdaad niet snel af, van die middelbare school.

Pimp je keuken op

Open keuken

Je leert elke dag weer bij. Vandaag heb ik mijn kennis van keukens opgevijzeld. In ons huis staat een keuken. Een open keuken. Bovendien een keuken die wij niet zelf gekozen hebben. Elke dag kijken we naar de keuken. Ook maken we bijna elke dag ons eten in die keuken. Het functioneert prima die keuken, maar ja het oog dat ook wat wil knaagt al geruime tijd.

Wat is er mis? Nou, ik vind het prima zo, maar door Mijn Lief heb ik andere inzichten gekregen. De deurtjes beginnen te hangen. Is waar. Het frontje van de deurtjes heeft een ingegroefd paneeltje. Dat is een feit. De deurtjes zijn daarom niet mooi. Dat is een mening, en meningen kosten geld in keukenland, heb ik vandaag geleerd. Het keukenblad is van nephout en heeft een opstandrandje. Klopt helemaal. Is ook niet fraai. De tegeltjes hebben een glanzend glazuurtje en zijn smal. Oordeel moge duidelijk zijn.

Oppimpen

Plan van handeling was om terug te gaan naar de leverancier. Die kon makkelijk deurtjes en andere goedmakertjes leveren om de keuken op te pimpen. Wij steken liever geld in goed eten dan in dure kookeilanden. Dus geen nieuwe keuken maar een optische beurt. Met enige moeite vonden we op het Groninger industrieterrein de keukenzaak. Geen grote glimmende keukentoonzaal. Kleinschalig daar houden we van.

Corpushoogte

Na ons eerste rondje door de geschakelde keukens, kwam een oudere verkoper in ribbroek op ons af. Natuurlijk kon hij ons helpen. Hij knikte behulpzaam bij elke vraag die wij hem voorlegden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de onnozele echtgenoot speel in dit soort showrooms. Gaat mij prima af dit soort rollen. Helaas was onze keuken afkomstig uit een ter ziele gegane fabriek. Bovendien leverde dat bedrijf keukens in afwijkende maten. Zitten wij mooi opgescheept met een keuken waarvan de ‘corpushoogte’ geen 71 maar 68 cm is. Ook is onze plint erg hoog. Kijk maar, wees onze keukenadviseur. Tja, ook een afwijkende maat dus. Nee, concludeerde de man, nieuwe frontjes van andere merken zullen nooit passen. De voorgeboorde gaatjes voor de scharnieren zitten op een andere plaats. En ja, tegenwoordig heeft een beetje keuken drie scharnieren in plaats van twee. Kijk maar, en hij opende een deurtje uit de modelkeuken. Toen hij het deurtje dicht deed, viel op dat dit vertraagd ging. Ja ook dat bemoeilijkte ons plan. ‘Dus lekker uit woede met de deurtjes smijten als de aardappelen aanbranden, is er niet meer bij?’ Ik had mijn grijns al klaar, maar zag de kitchen-salesmanager geen sjoege geven. Heeft kennelijk een goed huwelijk. Ik haakte af. Dit dreigde uit te draaien op een compleet nieuwe keuken.

Ribbroek

Mijn Lief werkte haar lijstje af. Hoe zat het met werkbladen, inbouwapparatuur (we ontdekten dat volgens de keukenstatistieken een koelkast maar ZES jaar meegaat), glazen achterplaatjes en vooral wat ging het kosten? Bladerend door een dikke ordner met alle opties die je maar kon bedenken, maakte de man een inschatting. Uiteraard kon dit niet precies verteld worden, maar 19 deurtjes vervangen doe je niet onder de duizend euro. En weeg het dan maar af tegen een nieuwe keuken, was het slotwoord van de ribbroek.

Ontwerp je eigen keuken

IKEA, fluisterde ik, we gaan door naar IKEA. Toen we in de blauw-gele wereld liepen, ontdekten we al snel dat het optisch opfrissen hier minder ging kosten. De jong keukenverkoopster in opleiding, hielp ons keurig. We kregen een huiswerkopdracht mee: teken online je eigen keuken met al je keukenwensen. Kom dan terug om het ontwerp te bespreken en te bestellen, krijg je meteen alles mee.

En nu zijn we weer thuis. In de keuken staan allerlei nieuwe leuke IKEA snuisterijen. Hoera ik heb een messenblok! En we hebben ook nieuwe borden gekocht. Uit de pan stijgt een heerlijke geur op. In het schemerdonker is de keuken best mooi.

Zoektocht in de Universiteit

Academisch kwartiertje

Kom je ooit af van het academisch kwartiertje? Vanochtend was het weer eens zo laat. Of beter: te laat. We hadden om tien uur afgesproken. In de mail waren we het eens geworden over de plek. We zouden elkaar treffen in het kantoorgebouw van de promovendi. Op de bovenste etage vond ik het kantoortje waar ik moest zijn: leeg. In de gang kwam ik een jonge onderzoeker tegen die mij vertelde dat er verder nog niemand aanwezig was. Okee, dan ga ik weer, zei ik. De witgemarmerde trap naar beneden deed mij terugdenken aan de studiejaren. Het was dezelfde steensoort als die in het faculteitsgebouw waar ik toen vaak kwam. De smaak van flauwe koffie kwam terug. Veertig cent kostte die doorgekookte koffie.

 

Universiteitsbibliotheek

Ik liep naar het plein voor de universiteitsbibliotheek. Misschien trof ik mijn afspraak daar. Een beetje historische onderzoeker zoekt altijd naar geschreven bronnen. Voor de UB plaatste ik mijn fiets in de rekken. Goed op slot, want hier ben ik ooit mijn blauwgeverfde studentenfietsje kwijtgeraakt. Een trauma voor altijd. Voor de ingang van de UB wachtte ik kort. Studentenmeisjes, in korte rokken, met zwarte panty's in de onvermijdelijke gehakte laarzen, liepen af en aan. Het was na tienen: de studieweek was nu echt begonnen. Nog een snel sigaretje terwijl de vetste weekendroddel werd gedeeld. Nog steeds stond ik alleen.

 

Zaal Geschiedenis

In de UB bracht ik ooit veel tijd door. Literatuur gezocht, tentamens geleerd, bronnen geraadpleegd en heel veel koffie gedronken op het dakterras. Ik besloot tot een korte snelle memory-tour. Bij de garderobekluisjes merkte ik dat de vooruitgang toegeslagen had. Een gecomputeriseerd kluisjessysteem, met een ellenlange instructie, schrok mij zo af. Ik hing mijn jas daarom maar onbewaakt aan een kapstok. Snel de trappen op, naar de uitleenzaal: ooit heerste hier rust. Nu zoemden de pc’s en tikten studenten op hun toetsenborden de stilte uiteen. Het hele bibliografisch centrum leek verdwenen. Nog een etage hoger: de zaal Geschiedenis. Gelukkig: de inrichting was nog intact. Encyclopedieën en andere naslagwerken in de hoek. En nog altijd stonden de historische handboeken bij de glazen wand. De ruimte tussen de boekenkasten was gevuld met werktafels. Net als vroeger waren alle tafeltjes bezet. De grauwe grijze vloerbedekking lag er als vanouds. En de ondertussen ook grijze en op leeftijd zijnde bibliothecaresse zat nog achter haar bureau. Snel een kijkje nemen in de tijdschriftenzaal. Ook hier leek het allemaal hetzelfde: grote schuinopgestelde boekenplanken voor de verzamelde tijdschriften en kranten. Toch ook hier oprukkende computerschermen.

 

Promovendi

Mijn jas! De trap van de UB valt goed te nemen als je haast hebt. Wel even oppassen voor kletsende studenten die halverwege op de trap in de weg staan. Met een sprongetje bereikte ik de begane grond. De portiers, nog altijd met een zweem van laatdunkendheid en gekleed in een flauw blauw overhemd, keken mij dreigend aan. Wat gaan wij doen, zo keken ze. Van een afstandje zag ik de kapstok. Gelukkig hing mijn jas er nog. Nog gerustgestelder werd ik toen ik buiten mijn fiets weer terug zag. Ik besloot terug te gaan naar de promovendi-kantoren. Misschien dat mijn afspraak alsnog door zou gaan. ‘Ik heb hem gebeld hoor!’ zei een jonge vent, die mij voor de UB passeerde, ‘We zagen elkaar toch zojuist bij mijn kantoor? Hij komt er zo aan.’

En inderdaad, een academisch kwartiertje later dronken we koffie en bespraken de ins en outs van zijn historisch onderzoek.

Winterbanden en zorgen

 

natte sporen

Het lijkt wel herfst, heb ik daar winterbanden voor gekocht? De wind waait om het huis. De deuren klapperen. Mijn vingertoppen voelen koud aan. De hond komt met kletsnatte poten binnen. Een spoor van hondenpootjes loopt door het hele huis. Hond P. tippelt heel wat af. Natte boel dus buiten. Maar het zou moeten sneeuwen. De temperatuur moet onder het nulpunt komen. Niet omdat ik hoop op een Elfstedentocht. Of wacht op ijsvrij. Nee, ik maak mij zorgen om mijn winterbanden.

wijsheid

In december namen mijn Lief en ik een wijs besluit. Na de glibberwinter die achter ons lag, hadden wij gezegd: dit nooit meer. Maar zoals dat gaat in een modern gezin: we vergaten het. Of beter, mijn Lief vergat het en ik probeerde er niet meer aan te denken. Want winterbanden zijn duur. In al mijn wijsheid had ik gedacht dat twee keer achter elkaar een strenge winter niet kon voorkomen. Dus winterbanden in een kwakkelwinter? No way, zonde van het geld. En toen begon het al in november te sneeuwen en te vriezen. Ineens kreeg ik het niet meer uit mijn hoofd. Voor een paar lullige euro’s je laten verongelukken op de snelweg? Of nog erger, thuis zijn en een telefoontje krijgen van de reddingsploeg met een verschrikkelijk bericht. ‘Tja, als uw wagen winterbanden had gehad, was het anders afgelopen.’

winterbanders

Vandaar dat wij sinds december bij de winterbanders horen. Weliswaar niet van de soort zonder siervelgen, maar we doen leuk mee. Pas dit jaar begrijp ik waarom er zoveel auto’s zonder siervelgen rondrijden. Moet ik het uitleggen? Of weet iedereen, en ben ik weer de laatste, hoe dat zit met winterbanden die met velg en al gemonteerd worden? Nou ja, ik ben nooit zo snel met dit soort dingen. Het kostte mij ook vijftien jaar om te snappen dat Hu Lang een Chinees was. Maar goed, winterbanden dus.

pole position

Angstvallig hield ik afgelopen week de thermometer in de auto in de gaten. Als grens noemde mijn garagist een graadje of zeven. Al dagen kom ik daar drie graden boven. Moet ik nu wisselen? De zomerbandjes liggen voor het grijpen in de schuur. Maar wat als de winter toch nog terugkomt? Moet ik dan weer terugwisselen? Of mag ik gewoon doorrijden? Ik had gedacht dat ik onbezorgd kon doorkarren met die winterbanden. Als een formule-één-coureur twijfel ik nu bij het starten van mijn auto aan mijn bandenkeuze.

Gelukkig heb ik op mijn eigen oprit altijd de pole-position.

Albert Heijn is dood

Albert Heijn is niet meer. In zijn kasteel in Engeland is de kleinzoon van de oprichter overleden. Ik reed net de ringweg op; Radio 1 deed bericht van het sterfgeval. De regen viel met bakken neer. Prima weer voor een somber bericht. Gememoreerd werd dat Albert Heijn het supermarktconcept in Nederland geïntroduceerd had. De winkel en de klant beheersten zijn leven. Tot vlak voor zijn dood belde hij met de top van het bedrijf. Even checken hoe het toch zat met die voorverpakte vis. Ik glimlach als ik het hoor. Het is mooi om te horen over hoe mensen geleefd hebben. Misschien een mooi radio-format: Van de Doden niets dan Goeds. Een programma over vers-overleden mensen die een boeiend verhaal achterlaten. Met weemoed verteld door achterblijvers. Ik bedenk dit als ik hoor vertellen hoe Albert Heijn na zijn pensionering in Engeland doodleuk een winkel begon en na enige tijd zelfs filialen ging openen. Zoals een machinist na zijn 65ste lekker een modelspoorbaan begint, bouwde Heijn een klein ketentje op.

Hoe zou het zo meteen zijn in het AH-filiaal waar ik nu naar toe rijd? Ik krijg er ineens zin in. Zouden de medewerkers een rouwband dragen? Is de cake in de bonus? Kun je ergens in de winkel je medeleven aan de familie laten blijken? Of is de muziek aangepast en klinkt er stemmig klassiek? In ieder geval verwacht ik een vlag halfstok. Vol verwachting draai ik het bijna lege parkeerterrein op. Het is donker, koud en regenachtig. Geen vrolijke boel dus.

De AH-winkel straalt enorm veel licht uit. De blauwe vlaggen wapperen wild in de wind. Reclameborden met hamsters roepen op tot actie. De bonusactie: De Tweede Gratis, maakt een graai-consument van mij. Ik moet mij ernstig toespreken om niet in deze slimme marketingtruc te trappen. Ik moet me beperken tot mijn lijstje. Al zegt iets in mij dat ik iets vergeten ben.

Het is rustig in de winkel. Er lopen meer personeelsleden rond dan klanten. Ik neem niets waar van een grafstemming. Even lijkt het alsof de muziek uit staat. Maar als ik bij de vleeswaren sta, en tot mijn spijt zie dat er nog geen worst of kaas klaar liggen om te proeven, hoor ik de bekende AH-deuntjes. Muziek die nauwelijks stoort bij het bijeengraaien van de dagelijkse boodschappen. In het gangpad bij de wijnen, staan twee medewerkers vrolijk te kletsen. Als de bakker zijn containers vol verse broden door de winkel rijdt, hoor ik hem zelfs onbekommerd fluiten. Weten ze wel wie er dood is? Moet ik het ze nog mededelen?

Ach, denk ik als ik mijn handgeschreven boodschappenlijstje inspecteer (weer kan ik er niet opkomen wat ik vergeten ben) het zal wel in de geest van de oude Heijn zijn. Wat er ook gebeurt, de winkel gaat open en de omzet moet worden gehaald. De dood is geen excuus om te verslappen. Ook als kritische consument moet ik dus gewoon in mijn rol blijven. In plaats van te zoeken naar openlijke blijken van rouw en verdriet, zet ik de bonusscanner aan. In korte tijd vind ik wel drie producten met een 35-procentssticker.

Ik vind het jammer dat de winkel er niet treurig bij staat. Het is business as usual. Alles is erop gericht om zo snel mogelijk geld te verdienen. Uit protest tegen dit gebrek aan rouwbeklag houd ik een slow-down actie. Bij de kassa neem ik lekker veel tijd om de boodschappen van de band in het kratje en de vier tassen te pakken. Vervolgens ga ik tergend langzaam over tot een slome pinbeweging. Allemaal leuk en aardig die efficiëncy-slag die Albert Heijn ooit bedacht, zogenaamd tijdbesparend voor de klant. Maar zijn primaire doel bleef om zo weinig mogelijk kosten te maken. Als de caissière mij de bon geeft en mij een prettig weekend toewenst, zie ik in het rek met de kranten op een van de voorpagina´s het bericht met foto van de overledene. Ze moeten het hier dus toch geweten hebben.

Als ik de boodschappen in de auto til, weet ik ineens dat ik de cake vergeten ben.

Wie is de Mol

Al jaren kijken we, en nog nooit heb ik doorgehad Wie de Mol Was. Waarschijnlijk heb ik samen met Mijn Lief alle edities vanaf de bank gezien. Wij zijn fan vanaf de tijd dat er nog onbekende Mollenjagers in de arena verschenen. Omdat ik slechtziend ben, miste ik alle clues die in de afleveringen verstopt zaten. Mijn Lief die nog lang niet aan een brilletje toe is, maar vroeger ogen als een roofvogel had, beweerde het wel altijd te weten. Het kan ook zijn dat ze goede mensenkennis heeft.

Looking for clues

Sinds vorig jaar kijken we elke aflevering vanaf de DVD-recorder. Terugspoelen, frame voor frame bekijken, inzoomen op gezichten, zoeken naar kleine symbolen op t-shirts enz. Maar bij mij helpt het niets, ik verzamel van allerlei aanwijzingen maar kan er niets mee. Wat stond er voor op de bus (iets met een A?)? Welke blanke figuur zat er nog meer in de bus? Wie reageert het meest ingestudeerd bij de mededelingen van Pieter Jan H? Overduidelijk die jongen met dat rode shirt. Ik heb nu drie keer aflevering 1 gekeken, maar ik weet het niet meer.

Met z’n allen zoeken

Probleem is dat tegenwoordig het hele gezin meedoet. Zoonlief was grieperig en dus thuis op de bank. TV aan en verdomd hij keek naar de herhaling van de Mol. Gisteren had hij met Zus live gekeken. Hij kwam weer met hele nieuwe aanwijzingen. Op Radio 2 had hij de Mol horen spreken. De aanwijzing luidde: ‘Ten eerste.’ Niet meer dan dat. Maar wie had als eerste een vrijstelling en wie ging als eerste de bus in, juist! De man met blonde krullen. Kortom, nieuwe twijfel.

Who cares who’s the Mol

Ondertussen is de rest van Nederland ook druk bezig. Ik checkte net even een site met hints en aanwijzingen. En nu weet ik het nog minder. Ik ben nu al uitgeput. Bovendien vraag ik me ineens af waarom ik het wil weten Wie de Mol is? Who cares Who’s the Mol? Vanavond toch nog even die opname op de DVD bekijken. Want wie is die persoon met dat roze shirt in de bus?

Was het al maar weer donderdag, krijgen we weer nieuwe ideeën.

Niets is wat het lijkt…

http://www.widm.nl/verdenkingen.html

Het actuele verleden

Is het verleden wel actueel genoeg? In Frankrijk en Argentinië wel. Daar kijken ze nog wel eens om naar vroeger. Althans, af en toe. In beide landen struikel je over de historische helden. Elke Franse plaats kent historische plein- en straatnamen. Het liefst getooid met een ferm standbeeld. Place du Vauban, platanen, petanque en de kop van de militaire strateeg, dat soort werk. Of simpelweg een datum: 3 juli 1961, onafhankelijkheid Algerije, 6 juni 1944, D-Day. Zo hou je het verleden levend.

Militaire heldenverering

Ook in Argentinië doen ze aan heldenverering. Net als in Frankrijk moet je je best doen de standbeelden te ontwijken. Roemruchte helden genoeg, daar op de pampa. Helaas niet allemaal van onbesproken gedrag. In beide landen roemt men graag militaire helden.

De Gaullle en Pétain

Dat generaal De Gaulle vereerd wordt in Frankrijk is logisch. Hij redde de Republiek en zette Frankrijk na de oorlog neer als sterke natie. Vanzelfsprekend dat je zijn naam op het stratenplan tegenkomt. Maar die andere generaal, die Pétain, held uit de Eerste Wereldoorlog, hoe zit het daarmee? Wat doe je met iemand die een dubbel historisch verleden heeft? Want naast redder van Verdun, heulde Pétain met de Duitsers in 1940-1944. Hij leidde het Viché-Frankrijk. Bovendien hielp hij mee aan de Jodenvervolging. Dit is pas echt bewezen in de afgelopen jaren. Toen dit bleek geneerden Fransen zich te moeten wonen in Rue Pétain. De een na de andere gemeente verving de naam van de generaal voor een onschuldige held. Deze week verdween het laatste straatnaambord in Frankrijk in Trembois les Carnigan. Dit gehucht telt drie straten. Rue Pétain bestaan niet daar niet meer.

Julio Argentino de man van 100 pesos

Argentinië heeft ook zo´n probleem op straat. En in de portemonnee. De generaal heet Julio Argentino Roca. Hij leefde van 1834-1914. Hij was president van het land en militair. Onder zijn leiding werd het land groot en welvarend. Ook onder zijn leiding werden indianen uitgemoord en uitgebuit. Hierdoor kent Argentinië tegenwoordig het laagste percentage Indianen in heel Zuid-Amerika. Roca werd vereerd, kreeg ook plekje op een bankbiljet. Het briefje van 100 pesos is versierd met zijn portret. In Argentinië woedt nu een felle discussie of dit wel kan. Er wordt zelfs geld ingezameld om het grote standbeeld van Roca te vervangen voor een herdenkingsmonument voor zijn slachtoffers. Roca heeft zijn langste tijd gehad als straatnaam en als geldicoon.

Willem Barentsz 3D

En zo is in vele landen het verleden hartstikke actueel. En bij ons in de polder? In Nederland gaat Reinout Oerlemans een film maken over Willem Barentsz. De overwintering op Nova Zembla. Als dat maar geen heldenepos wordt. Volgens de producent gaf de reis van WB het Nederlandse volk een morele oppepper die het nodig had in de strijd tegen de Spanjaarden. Het legde de basis voor latere overheersing in het Verre Oosten. Ben benieuwd of er een debat op gang gaat komen over Barentsz. Wie weet worden er ook in Nederland straks straatnaambordjes verhangen.

Kerstwens deel 2

Heb ik een probleem met kerstkaartjes? Nou, in ieder geval elk jaar een keer. Kerst en Nieuwjaar zijn officiële wensmomenten. Het zijn kruispunten van clichés. Probleem daarbij is dat het opgelegd is: en nu ga je iemand iets moois toewensen. Ook is het woordgebruik niet origineel. Het zijn standaardwensen. Ten slotte zijn de wensen niet realistisch. Over het algemeen deden wij vrolijk mee. Maar nu werd het dit jaar tijd voor een ander soort wens.

Een wens

Het werd een aparte wens. Niet een wens met iets positiefs in de zin van:

· ‘goed’,

· ‘fijn’,

· ‘gelukkig’ of

· ‘fantastisch’.

Zo ontstond een droge toewensing: ‘houd vol’, ‘ga zo door’, ‘ploeter maar lekker door’, of zo. De wens zegt: neem afstand van holle frases. Gebruik geen woorden die onhaalbaar zijn. Ontdoe je van de voorgestanste woorden. De wensers ontbreekt het niet aan goede bedoelingen. Ze zijn oprecht. Natuurlijk denkt men na over wat men elkaar toewenst. Al blijkt dat niet altijd.

Een cynische wens?

De wens lijkt cynisch. Cynisme is: een wantrouwende houding tegenover iemands goede bedoelingen of grote ongevoeligheden voor de gevolgen van eigen daden. Ik geloof niet dat ik mensen wantrouw die mij een wens toesturen. De bedoeling van de wenser is in principe goed: hij wenst iets positiefs toe. Hij zegt niet krijg de kolere, maar blijf gezond. Dus cynisch, nee.

Is voortkabbelen realistisch?

Dan maar geen wensen? Nee, maar in ieder geval geen standaardwens. Niet een voorgedrukte kaart, maar een eigen gemaakte wens. In eigen woorden iemand iets toewensen dat was de bedoeling. Dus denk je na wat je zou willen bereiken in 2011. Hopen op stabiliteit, continuïteit: vasthouden wat bereikt is. Vandaar: voortkabbelen, ga lekker door, houd vol. Het lijken wensen van niks, maar probeer het maar eens.

De wens om ‘voort te kabbelen’ is oprecht en realistisch. Waarom zou je iemand iets toewensen wat onmogelijk is? De hemel komt echt niet op de aarde. Wens wat werkelijkheid kan worden. Liever een wens die haalbaar is dan een cliché-wensgedachte die buiten de realiteit staat.

Het is wel wat nonchalant

Wel is de wens wat nonchalant opgetekend. Het zinnetje ‘Je ziet maar in 2011’ hangt er slordig bij. Bekijk het maar, doe maar wat, klooi maar wat aan, dat had er ook kunnen staan. Het is een merkwaardig slot. Het laat de lezer in verwarring achter. Hoe zo: je ziet maar? Laat het de wenser koud wat er met je gebeuren zal? Of moet je het lezen als: kijk goed naar het haalbare in 2011?

Nonchalant, tja,

Cynisch, nee.

Maar onder die ogenschijnlijke nonchalance schuilt iets anders. Eigenlijk is de wens tweeledig: de wens om het vol te houden en de wens je niet te verliezen in clichés. Natuurlijk mag iemand gebruik maken van standaardwensen. Vandaar ook het ‘zie maar’. Zie maar wat je met de wens doet, het is geen verplichting. Als je graag gelooft in superwensen die nooit kunnen uitkomen, dan mag dat. De realistische kerstwens is er een alternatief voor. Of je het oppakt ligt aan jezelf. In die zin is het ‘je ziet maar’ bedoelt

Wensen worden werkelijkheid

Ze stroomden weer binnen de afgelopen weken: kerst- en nieuwjaarskaartjes met obligate wensen. Optimistisch termen als engelenhaar gedrapeerd over de kerstwens. ‘Gelukkig’, ‘prettig’ en ‘fijn’, hangen als afgeleefde kerstballen aan de kerstdagen en het Nieuwjaar. Sommigen wensen origineler en maken het te bont: ‘kleurrijk’, ‘geïnspireerd’ of ‘creatief’.

Met de feestdagen wensen we de hemel op aarde. Elke dag feest. Het hele jaar in galajurk. Elke ochtend je smoking weer aan en altijd gepoetste schoenen. Dat dit onmogelijk is logisch, maar toch ploffen wenskaarten met die implicaties op de mat. Het zijn afgesleten, tweedehands woorden; wensen die als afgekloven kalkoenbotjes de wereld in worden geslingerd.

Je wenst niemand een ‘rustig’, ‘voortkabbelend’ of ‘saai’ jaar toe. Terwijl het daarop zal uitlopen: een jaar vol alledaagse beslommeringen, 52 weken vol sleur en kleurloosheid, 12 maanden van uitgegroeide permanenten en verbleekte highlights. We varen wel bij die alledaagsheid. Maar omdat toe te wensen? Nee, dat doen we niet.

Dus een statement: stop onmogelijke wensen. Ook geen flauwekulwensen als ‘de beste wensen’ of ‘al wat wenselijk is’, waarop je reageert met ‘insgelijks’ en waarbij je je wang zo ver mogelijk afhoudt van de natte lippen die de overjarige buurvrouw getuit houdt. Geen holle wensen voor een goed jaar of fijne feestdagen. Maar werkelijke wensen als: ‘ga lekker door’ of ‘houd vol’, of ‘het komt wel goed’ of ‘ploeter maar lekker door’. Of zo.

Kortom: Je ziet maar in 2011!