Albert Heijn is dood

Albert Heijn is niet meer. In zijn kasteel in Engeland is de kleinzoon van de oprichter overleden. Ik reed net de ringweg op; Radio 1 deed bericht van het sterfgeval. De regen viel met bakken neer. Prima weer voor een somber bericht. Gememoreerd werd dat Albert Heijn het supermarktconcept in Nederland geïntroduceerd had. De winkel en de klant beheersten zijn leven. Tot vlak voor zijn dood belde hij met de top van het bedrijf. Even checken hoe het toch zat met die voorverpakte vis. Ik glimlach als ik het hoor. Het is mooi om te horen over hoe mensen geleefd hebben. Misschien een mooi radio-format: Van de Doden niets dan Goeds. Een programma over vers-overleden mensen die een boeiend verhaal achterlaten. Met weemoed verteld door achterblijvers. Ik bedenk dit als ik hoor vertellen hoe Albert Heijn na zijn pensionering in Engeland doodleuk een winkel begon en na enige tijd zelfs filialen ging openen. Zoals een machinist na zijn 65ste lekker een modelspoorbaan begint, bouwde Heijn een klein ketentje op.

Hoe zou het zo meteen zijn in het AH-filiaal waar ik nu naar toe rijd? Ik krijg er ineens zin in. Zouden de medewerkers een rouwband dragen? Is de cake in de bonus? Kun je ergens in de winkel je medeleven aan de familie laten blijken? Of is de muziek aangepast en klinkt er stemmig klassiek? In ieder geval verwacht ik een vlag halfstok. Vol verwachting draai ik het bijna lege parkeerterrein op. Het is donker, koud en regenachtig. Geen vrolijke boel dus.

De AH-winkel straalt enorm veel licht uit. De blauwe vlaggen wapperen wild in de wind. Reclameborden met hamsters roepen op tot actie. De bonusactie: De Tweede Gratis, maakt een graai-consument van mij. Ik moet mij ernstig toespreken om niet in deze slimme marketingtruc te trappen. Ik moet me beperken tot mijn lijstje. Al zegt iets in mij dat ik iets vergeten ben.

Het is rustig in de winkel. Er lopen meer personeelsleden rond dan klanten. Ik neem niets waar van een grafstemming. Even lijkt het alsof de muziek uit staat. Maar als ik bij de vleeswaren sta, en tot mijn spijt zie dat er nog geen worst of kaas klaar liggen om te proeven, hoor ik de bekende AH-deuntjes. Muziek die nauwelijks stoort bij het bijeengraaien van de dagelijkse boodschappen. In het gangpad bij de wijnen, staan twee medewerkers vrolijk te kletsen. Als de bakker zijn containers vol verse broden door de winkel rijdt, hoor ik hem zelfs onbekommerd fluiten. Weten ze wel wie er dood is? Moet ik het ze nog mededelen?

Ach, denk ik als ik mijn handgeschreven boodschappenlijstje inspecteer (weer kan ik er niet opkomen wat ik vergeten ben) het zal wel in de geest van de oude Heijn zijn. Wat er ook gebeurt, de winkel gaat open en de omzet moet worden gehaald. De dood is geen excuus om te verslappen. Ook als kritische consument moet ik dus gewoon in mijn rol blijven. In plaats van te zoeken naar openlijke blijken van rouw en verdriet, zet ik de bonusscanner aan. In korte tijd vind ik wel drie producten met een 35-procentssticker.

Ik vind het jammer dat de winkel er niet treurig bij staat. Het is business as usual. Alles is erop gericht om zo snel mogelijk geld te verdienen. Uit protest tegen dit gebrek aan rouwbeklag houd ik een slow-down actie. Bij de kassa neem ik lekker veel tijd om de boodschappen van de band in het kratje en de vier tassen te pakken. Vervolgens ga ik tergend langzaam over tot een slome pinbeweging. Allemaal leuk en aardig die efficiëncy-slag die Albert Heijn ooit bedacht, zogenaamd tijdbesparend voor de klant. Maar zijn primaire doel bleef om zo weinig mogelijk kosten te maken. Als de caissière mij de bon geeft en mij een prettig weekend toewenst, zie ik in het rek met de kranten op een van de voorpagina´s het bericht met foto van de overledene. Ze moeten het hier dus toch geweten hebben.

Als ik de boodschappen in de auto til, weet ik ineens dat ik de cake vergeten ben.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.