Zoektocht in de Universiteit

Academisch kwartiertje

Kom je ooit af van het academisch kwartiertje? Vanochtend was het weer eens zo laat. Of beter: te laat. We hadden om tien uur afgesproken. In de mail waren we het eens geworden over de plek. We zouden elkaar treffen in het kantoorgebouw van de promovendi. Op de bovenste etage vond ik het kantoortje waar ik moest zijn: leeg. In de gang kwam ik een jonge onderzoeker tegen die mij vertelde dat er verder nog niemand aanwezig was. Okee, dan ga ik weer, zei ik. De witgemarmerde trap naar beneden deed mij terugdenken aan de studiejaren. Het was dezelfde steensoort als die in het faculteitsgebouw waar ik toen vaak kwam. De smaak van flauwe koffie kwam terug. Veertig cent kostte die doorgekookte koffie.

 

Universiteitsbibliotheek

Ik liep naar het plein voor de universiteitsbibliotheek. Misschien trof ik mijn afspraak daar. Een beetje historische onderzoeker zoekt altijd naar geschreven bronnen. Voor de UB plaatste ik mijn fiets in de rekken. Goed op slot, want hier ben ik ooit mijn blauwgeverfde studentenfietsje kwijtgeraakt. Een trauma voor altijd. Voor de ingang van de UB wachtte ik kort. Studentenmeisjes, in korte rokken, met zwarte panty's in de onvermijdelijke gehakte laarzen, liepen af en aan. Het was na tienen: de studieweek was nu echt begonnen. Nog een snel sigaretje terwijl de vetste weekendroddel werd gedeeld. Nog steeds stond ik alleen.

 

Zaal Geschiedenis

In de UB bracht ik ooit veel tijd door. Literatuur gezocht, tentamens geleerd, bronnen geraadpleegd en heel veel koffie gedronken op het dakterras. Ik besloot tot een korte snelle memory-tour. Bij de garderobekluisjes merkte ik dat de vooruitgang toegeslagen had. Een gecomputeriseerd kluisjessysteem, met een ellenlange instructie, schrok mij zo af. Ik hing mijn jas daarom maar onbewaakt aan een kapstok. Snel de trappen op, naar de uitleenzaal: ooit heerste hier rust. Nu zoemden de pc’s en tikten studenten op hun toetsenborden de stilte uiteen. Het hele bibliografisch centrum leek verdwenen. Nog een etage hoger: de zaal Geschiedenis. Gelukkig: de inrichting was nog intact. Encyclopedie├źn en andere naslagwerken in de hoek. En nog altijd stonden de historische handboeken bij de glazen wand. De ruimte tussen de boekenkasten was gevuld met werktafels. Net als vroeger waren alle tafeltjes bezet. De grauwe grijze vloerbedekking lag er als vanouds. En de ondertussen ook grijze en op leeftijd zijnde bibliothecaresse zat nog achter haar bureau. Snel een kijkje nemen in de tijdschriftenzaal. Ook hier leek het allemaal hetzelfde: grote schuinopgestelde boekenplanken voor de verzamelde tijdschriften en kranten. Toch ook hier oprukkende computerschermen.

 

Promovendi

Mijn jas! De trap van de UB valt goed te nemen als je haast hebt. Wel even oppassen voor kletsende studenten die halverwege op de trap in de weg staan. Met een sprongetje bereikte ik de begane grond. De portiers, nog altijd met een zweem van laatdunkendheid en gekleed in een flauw blauw overhemd, keken mij dreigend aan. Wat gaan wij doen, zo keken ze. Van een afstandje zag ik de kapstok. Gelukkig hing mijn jas er nog. Nog gerustgestelder werd ik toen ik buiten mijn fiets weer terug zag. Ik besloot terug te gaan naar de promovendi-kantoren. Misschien dat mijn afspraak alsnog door zou gaan. ‘Ik heb hem gebeld hoor!’ zei een jonge vent, die mij voor de UB passeerde, ‘We zagen elkaar toch zojuist bij mijn kantoor? Hij komt er zo aan.’

En inderdaad, een academisch kwartiertje later dronken we koffie en bespraken de ins en outs van zijn historisch onderzoek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.