Inzichten in onderwijs

Deze week kreeg ik een prachtig linkje toegemaild. Het is inhoudelijk interessant omdat het een prikkelende visie op onderwijs geeft. Ook wat presentatievorm is het boeiend. Het gesproken woord wordt op een cartooneske wijze verbeeld. De animatie geeft de mening van Ken Robinson weer. Kijk, geniet en leer:


Ken Robinso
n

\

Zomertijd

Vannacht kwamen we later dan gewoon terug van een feestje. Het moet rond half twee zijn geweest dat we de oprit op reden. Ik besloot de hond uit te laten. Hond P. is een drukke snuffelaar, zelfs midden in de nacht. En soms gaat hij er bij zitten. Of liggen. Op de stoep, op het grasveld, op het fietspad of op een kruispunt. Zo ook vannacht.

Het duurde dus lang eer ik terugkwam. Het moment van de zomertijd was al verstreken. Eindelijk had ik de kans om bewust de klok op het afgesproken tijdstip vooruit te draaien. Volgens de afbeelding in de krant moet je om twee uur ’s nachts de grote wijzer verzetten. Maar op dat moment stond ik hond P. vriendelijk te vervloeken.

Normaal verzet ik de klok voor het naar bed gaan. Dit keer was ik moe, koud van het wandelen, gefrustreerd door het sjorren aan de hond, en na de feestelijke biertjes klaar met het waken. Snel het bed in. Voor de klok, de grote wijzer en de zomertijd had ik geen interesse meer.

Vroeg wakker, plassen, zon schijnt, geen kater. Het is nog vroeg, of niet? Is die klok nu wel aangepast? Terwijl ik de hond uitliet heeft mijn lief vannacht de klokken verzet. Kennelijk. Ik loop de tijdplekken in huis langs: klokje naast de keuken, klokje van de dvd-speler, klokje op de kast, klok in de studeerkamer, klok op de overloop, allemaal hetzelfde tijdstip. Maar hoe weet ik nou of dit de nieuwe tijd is? Mijn Lief wil ik niet storen, die slaapt nog lekker. De computer aanzetten? Die gaat immers automatisch op zomertijd. Mijn mobiel, die had ik gisteren bij me, en ja hoor die geeft een uur vroeger aan. OF later? Gaat die ook automatisch?

Kortom, ik kon geen klok meer zien. Laat de tijd de tijd, morgen zijn we wel weer gewend. In ieder geval was het vanavond heerlijk zonnig tot na het eten. De lente begint nu echt, met die zomertijd.

Gorgelende gootsteengeluiden

Onheilspellende geluiden klinken als er wordt doorgetrokken in ons huis. Met kracht uit onbekende bron borrelt het water omhoog in de gootsteen. Gorgelende waarschuwingen: hier zit iets niet goed. Natuurlijk heb ik onderzoek gedaan. Zwanenhalsjes open gemaakt, afvoerpijpjes losgedraaid, trekveren in het buizenstelsel geleid, dat soort werk. Eigenlijk allemaal zonder resultaat. De leidingen voelen van binnenuit vies, plakkerig, vettig aan. De restjes van onze heerlijke maaltijden ogen niet alleen onappetijtelijk, ze voelen slijmerig aan. De drab in het afvoerputje van de douche is ook al niet smakelijk. Goor is het woord dat van toepassing is.

Internetforums, nooit fora vreemd genoeg, heb ik bezocht. De discussies over ‘borrelende geluiden na doortrekken’ leerden mij dat het of om een bijna verstopping gaat, of om een gebrekkige ontluchter. Die verstopping stop ik ver weg, ergens op mijn favoriete plekje onder het zand, daar waar ik mijn kop graag verberg. Maar die ontluchter houdt mij op de been. Ik vermoed dat op het dak van ons huis de oplossing van alles zit. Daar moet een pijpje zitten die wellicht verstopt zit.Ik zal het nooit te weten komen, want het dak is voor mij een no-go-area. Straks grijp ik mis en lig ik achter het huis, op het terras. Dan ben ik helemaal ver van huis, dus beter van niet. Maar het kriebelt wel. Ik zou zo graag de man van de oplossingen zijn; was ik maar een klusheld.

Ik moet nu kiezen: of leren leven met opborrelend geluiden uit de wc-pot en in de keukengootsteen, of een rioolontstopdienst inschakelen. Het leven is vol van keuzes maken. Hier is er weer één.

Schoorsteen valt om

Ik ben wezen kijken naar het opblazen van de schoorsteenpijp van de Suikerfabriek. Leuk om te zien. Kijk maar mee:





en natuurlijk op YouTube:
http://www.youtube.com/watch?v=Lx2LtWnuw5M



Shit, ik kom te laat, schoot door me heen, toen ik rond acht uur de ochtendplas voelde komen. Over een kwartier zou de schoorsteenpijp van de Suikerfabriek opgeblazen worden. Snel naar beneden, wat kleding bij elkaar gegrist, appeltje mee, camera op de schouder en naar de Peizerweg. Ik had een mooi plekje bedacht op het parkeerterrein van de Gamma. Op de fiets door de ochtendkou zag ik dat ik niet alleen was. Overal liepen en fietsten mensen die dit niet wilden missen.

Naast de Gamma stond een select groepje Groningers gewapend met camera’s te turen naar de pijp. Over tien minuten zou het gebeuren. We stonden te ver weg om te kunnen horen of zien of er al iets ging gebeuren. Ineens klonk een sirene en een metalen stem die aftelde. Hij kwam netjes tot één, en toen helemaal niets. Het bleef stil. Er viel niets om.

De omstanders maakten hun grappen. ‘Elektriciteit valt uit’, ‘Verkeerde knopje’, ‘Morgen weer verder’. Iemand bedacht dat dit op 1 april een prachtige grap had kunnen zijn: in plaats van een explosie zou na het aftellen een meterslang doek langs de pijp uitgerold worden met de tekst ‘1 april’.

De toeschouwers aarzelden. Camera’s zakten. Wat nu? Wachten, hoe lang? Of weg gaan? Iemand zei dat je het dan zou meemaken dat de pijp omviel juist op het moment dat je in je auto stapte. Dat zou zonde zijn. En dus bleef iedereen staan, kijken naar een pijp die al jaren te zien was.

En toen was er weer die sirene, nu echt. Aftellen en een enorme knal, een beetje dof. Er leek niets te gebeuren. Ik klikte en hoopte dat ik een serietje foto’s kon maken van de vallende pijp. In het vizier van de camera zag ik hoe rustig en precies de 100 meter hoge pijp achterover viel. Even leek het rustig. Als slotstuk van deze voorstelling een geweldige stofwolk.

Sommigen uit ons publiek applaudisseerden. De meesten keken op hun schermpje of de foto’s gelukt waren. Ik geeft toe, ik ook. Tevreden fietste ik naar huis. En met mij de halve wijk.

Sacksioni speelt soepel en sober

Al jaren probeer ik een acceptabel geluid uit mijn gitaar te krijgen. Soms lukt het. Maar sinds gisterenavond ken ik mijn plaats: heel erg in de achterhoede. Vingervlug en uiterst charmant zorgde Harry Sacksioni hiervoor. Hij trad op in Groningen in de kleine zaal van de Oosterpoort. Helemaal in zijn uppie trad hij op. Op een kaal podium, geen decor en zonder geraffineerd lichtplan, alleen de gitarist met zijn vier gitaren en een versterker. Dat hij ongelooflijk (stopwoordje van de gitarist) goed kan spelen wist ik al. Ook herinnerde ik me van een eerder optreden dat hij leuke anekdotes kan vertellen. Zo vertelde hij over een optreden voor de koningin dat stijf en saai begon, totdat tijdens een nummer Beatrix haar entree maakte, met een vrolijk hupje, waarna het toch nog gezellig werd.

Bijna achteloos speelt hij zijn stukken. Hij laat zich niet afleiden. Al zat het gisteren niet mee. De snaren die hij ’s ochtends op zijn gitaar had gespannen, raakten steeds ontstemd. Het irriteerde hem maar van het stemmen wist Harry S. toch ook een mooi melodietje te maken. Die hobbel viel te nemen. Lastiger werd het toen er een telefoonalarm afging. Niet gewoon een riedeltje, maar het geluid van een luchtalarm weerklonk. Harry wilde net aan een anekdote beginnen, en stelde de vraag wat er zo dringend was. Licht verbouwereerd hoorde hij de jongen in het publiek vertellen dat over vijf minuten de tv-documentaire over Bob Marley zou beginnen. Die had hij graag willen zien, maar zijn vrienden hadden hem overgehaald hier te komen. Gevat reageren Harry dat dat maar beter was ‘want Marley is al lang dood.’ En verder ging Harry.

Af en toe leek het optreden een advertorial. De nummers van zijn laatste cd speelde hij, natuurlijk want daarop dreef het programma. Hij besteedde aandacht aan de jubileumbox met boek, cd en dvd. Ook zeer de moeite waard. Vervolgens gaf hij een mini-master-class gestoeld op zijn gitaarlesmethode die in grote hoeveelheden verkocht is in binnen- en buitenland. Uiteindelijk nam hij plaats op de rand van het podium om uit de koffer zijn cd’s te verkopen aan het publiek. Natuurlijk mag dat; een kunstenaar moet ook eten en leven. En dat het genereren van inkomen niet makkelijk is, bleek uit zijn verhaal over rechten op muziek. Hij betaalde jarenlang royalty’s aan Paul Simon voor het gebruiken van diens muziek, terwijl dat voor een traditional niet hoeft. Ook ontdekte hij dat er een nummer van hem, waarvan hij vergeten was de rechten te deponeren bij BumaStemra, opdook in een verfreclame. Maar Harry S. vertelt het met charme en speelt daarna prachtig door, dus dat van die advertorial is niet erg.

Troostend waren zijn woorden dat het hem er niet om ging hoe hij speelt, dat je dat als publiek niet hoeft te weten, (had ik de hele avond voor niets ingespannen getuurd naar zijn rechthandbewegingen en de activiteiten op de hals) hoe de gitaartechniek in elkaar stak. Nee, de muziek is een gevoel en dat moet alles zeggen, ongeacht de techniek. Dus ik hoef me niet te verdiepen in de drie dingen die de duim en de drie vingers van de rechterhand moeten doen. Gewoon genieten van de muziek, dat is wel gelukt.

Tja en vandaag maar weer pingelen in mijn hoekje in de achterhoede. Toch maar eens kijken of ik die gitaar-methode van hem kan vinden.

Femalepleasure voor Groningse Gooische Vrouwen

Meisjes van veertig gingen naar de film. Ook die van mij ging mee. Op het fietsje naar de Pathé voor de Gooische Vrouwen. Een bijzondere avond, al was het niet de première, voor een rode loper haalt Groningen de neus op (of is het andersom?). De filmavond was er een van het type ‘Ladies night’ of was het ‘Girls only’? Hoe dan ook, de chocola en de witte wijn waren groot ingekocht.

De meisjes van veertig verzamelden zich aan het begin van het fietspad. Precies de plek waar dochter elke ochtend haar klasgenootjes opwacht. Tot zover ik kon zien had geen enkele dame zich getooid in Gooische stijl. Ook de cabrio ontbrak. Met een bovengemiddeld opleidingsniveaus, niet uit te vlakken intelligenties en zware beroepsverantwoordelijkheden fietsten de ladies naar de stad.

Uren later, ik lag al een tijdje in bed, hoorde ik Mijn Lief thuiskomen. Zachtjes tikten haar hakjes op de houten vloer. Nog stiller beklom ze de trap en betrad ze het echtelijke bed. Ik lag klaar om haar verhaal te horen. Ze vertelde over het onthaal in de Pathé. In de foyer was een heuse Gooise gadgetmarkt opgebouwd. Over de catwalk liepen hondjes gekleed in de laatste mode. Zelfs aan slipjes voor de viervoeters was gedacht. Bij de stand van de femalepleasure was het druk. Ook Groningse vrouwen lopen warm voor een erotische tuperwareparty. Ben benieuwd wat de gastvrouw van de erotische homeparty voor geschenk krijgt. Het welkomstdrankje vol bubbels, dat elke dame kreeg, was al snel op.

In de filmzaal wachtte de volgende verrassing: een roze handtasje vol goodies. Dropjes, zeepje, popcorn, flesje water en exemplaren van de MarieClaire (in handbag size) en Grazia mochten de meisjes meenemen. Onderin de goodiebag flyers van ICI-Paris en Femalepleasure. Als voorprogramma van de film presenteerde de Pathé-directeur een Gooische-Vrouwen-kwis. Vragen over de wondere wereld van de Gooise Vrouwen. Hoe heet de zoon van De Moreno’s en uit welk land kwam hun au-pair. Mijn Lief liep op een haar na de hoofdprijs mis: een stofzuiger, niet iets wat je verwacht bij Gooise Dames. Waarschijnlijk was het marketingsbudget van Femalepleasure toch niet zo groot.

De film was leuk. Veel bekende acteurs en verhaallijnen die heerlijk over the top gingen. De scene van de overspelige Martin die tijdens de ouderavond op de school van zijn zoon betrapt wordt met zijn broek op zijn knieën, was kennelijk heel herkenbaar. Na afloop in het café bestelden de meisjes van veertig in stijl witte wijn. Het was een gezellige avond. Ongetwijfeld, ergens tussen het tweede en derde glas moet iemand geopperd hebben dat dit uitje een vervolg moest krijgen. Ik weet niet of toen al de flyers uit het goodie-tasje zijn gekomen. Als er binnenkort veertien meisjes van veertig op de stoep staan voor een alternatieve tupperwareparty, weet ik genoeg. Maar het kan ook zijn dat er afgesproken is om naar de première van de nieuwe dansvoorstelling van Wim Vandekeybus in de schouwburg. Dat is ook heel leuk, voor meisjes van veertig.

Eenzaam verjaardagsfeest met blokjes kaas

Ik ben sociaal wat onhandig. Het kan voorkomen dat mijn bedoeling ondersneeuwt in stunteligheid. Dat kan bij feestjes leiden tot vreemde situaties. Bijvoorbeeld dat er niemand komt op je verjaardag. Lang geleden, ik was nog in het bezit van een studentenkaart, was ik ook eens jarig. Ondanks mijn sociale stunteligheid had ik toch enkele vriendschappelijke banden aangeknoopt. Eerlijk gezegd liepen deze banden vooral over de toog en lagen ze na sluitingstijd van de kroeg slap over het cafétafeltje gedrapeerd.

Maar goed, ik meende er goed aan te doen om de jongens ook eens op mijn kamer uit te nodigen voor een verjaardagspartijtje. En dus moesten er hapjes komen. En een kratje bier. En chips en nootjes. En plakjes worst en kaas. Met veel moeite kreeg ik de kaas in blokjes gehakt, een studentenkeuken is niet altijd messcherp ingericht. Alle voorbereidingen liepen gesmeerd. Ik aarzelde even of ik nog prikkertjes bij de kaasblokjes moest serveren. Ik besloot dat het zo wel kon. In mijn kleine studentenkamer duwde ik de schaarse meubeltjes zo tegen elkaar dat al mijn zes gasten keurig naast elkaar konden zitten.

Ze zouden zo komen. Hoorde ik daar al iemand de trap opkomen? Het liep tegen achten. Niemand. Half negen. Ik nam een biertje. Staat de telefoon wel aan? Blokje kaas. Toch maar prikkertjes pakken. Na wat zoekwerk in de keuken, was het kwart voor negen. De bel. Eén vriend kwam binnen. Alleen. Moest ik de andere jongens nu bellen? Nee, dat zou genant zijn. Beter van niet.
Het kratje kregen we samen niet op. De nootjes ook niet. Wel deden we een ultieme poging de kilo kaas weg te knabbelen.

Een week later sprak ik weer af met studievriendjes: het was in de tijd dat Ajax nog wel eens een Europese prijs pakte. Ik had niet gevraagd waarom ze niet gekomen waren. Eigenlijk wist ik het wel. Ik had ze te onhandig uitgenodigd. ‘Misschien vier ik mijn verjaardag nog wel even, misschien kom je eventjes langs? Zie maar wat je doet’ Zo luidde mijn uitnodigingstekst. Achter op mijn studentenfietsje bond ik het bijna volle kratje bier. ‘Ik had er nog een staan, en ik dacht, lekker voor bij de wedstrijd.’ Binnen korte tijd was het kratje leeg. Niemand vroeg nog naar mijn verjaardag. Ook zei niemand iets over de tuperware bak met blokjes kaas, met prikkertjes voorzien van hartelijke gefeliciteerd vlaggetjes.

Forever young

Verjaren
Verjaren. Het klinkt als afbladeren, of als verval, of bedaren, het roept associaties op met vergaan. Door te verjaren word je een bejaarde of een oudevandage. Stil in een hoekje, niet meer van waarde. Het is makkelijk om dramatisch te doen over verjaren. Als kind heb je de wens om ouder te zijn dan je bent, en als het zover is, wil je weer terug naar jongere leeftijd. Forever Young, dat idee heerst. Maar wat houdt het in?

Alsof het vroeger zo leuk was. Waar wil je naar terug? Terug naar de onzekerheden van de pubertijd? Aarzelend je tijd door zien te komen. Puisten en piekharen. Zoeken naar woorden en houding. Of terug naar de tijd met jonge kinderen. Spontaan verschijnen de wallen weer onder de ogen en dreunt het slaapgebrek in je kop. Aarzelende stapjes achter buggy, de blik in de achteruitkijkspiegel gericht op de maxicosy op de achterbank. Nooit meer onbevangen de wereld in. Of terug naar de kindertijd. Buitenspelen zolang het licht is en het liefst langer. Poedelen in een badje in de tuin, bouwen met je lego-stenen. Onbezorgd, onbewust. Misschien terug naar die tijd.

Forever Young gaat over alles in de hand hebben, kansen creëren en benutten. Geen belemmeringen voelen, doelgericht optreden. Zorg voor je eigen empowerment. Het is duidelijk dat ik niet kan terugverlangen naar die tijd. Nooit ben ik op die manier jong geweest. Altijd gedacht dat het nog gaat komen. Maar dan ben ik langzaam van terug gekomen. Het zal niet komen. Forever Young heeft er voor mij nooit ingezeten.

Nee, ik streef naar vroeg oud. Oud in de zin van wijs en welbespraakt, van een glas calvados en een goed boek, een houtkachel en fijn gezelschap. Het kan mij niet snel genoeg gebeuren. Laat het verjaren versneld over mij komen. Geen dwang om snel en flitsend te zijn. Maar alles mag bedaagd en vertraagd gebeuren. De stilte tussen twee zinnen blijft een stilte. Een wise crack of punch line is niet nodig, de komma heerst.

Zo bezien is verjaren best aantrekkelijk. Daarom kun je een verjaardag best vieren. Hij leve langzaam, heel langzaam.

verjaardagspartijtjes zijn gevaarlijk

Verjaardagpartijtjes zijn gevaarlijk. Er kan van alles misgaan. De hapjes kunnen verkeerd vallen, net als sommige opmerkingen. Om over het bier maar te zwijgen. Ook dat kan behoorlijk verkeerd vallen. Er is zoveel dat tegen kan vallen, bij een feestje, dat je je afvraagt: moet je er wel aan beginnen? Is het echt nodig om je verjaardag te vieren?

De problemen beginnen al bij het lijstje van genodigden. Wie mag er komen? Vrienden, buren, collega’s, familie? En wat geldt als criterium voor een uitnodiging. Als kind is het makkelijk: ik mocht niet bij hem komen op zijn feestje, dus is ie bij mij ook niet welkom. Kinderlijk eenvoudig. Maar ja het nadeel van een verjaardag is dat je ouder wordt en dus wijzer. In ieder geval nodig je als volwassene meer mensen uit dan als peuter, maar het blijft een lastige keuze. Mensen die mogen komen, moeten leuk zijn, iets te vertellen hebben, met een mooie vrouw langskomen, kortom men moet iets attractiefs hebben. Verder moet je rekening houden met de vraag of de gasten wel samen kunnen zijn: chemie is belangrijk. Mijd gasten met onderlinge controverses, houd hen buiten de deur.

Ander feestprobleem is de vraag: wat wil je hebben, wat zijn je wensen? Nou heb ik wel wensen, maar die ga ik niet aan jan en alleman uitspreken. Er zijn grenzen aan het betamelijke. Dus verder dan een obligaat rijtje kom ik niet: leuk boek, aardige cd, of sokken. Maar ja, dat kan iedere gast ook zelf bedenken. En dat terwijl het hele idee van een feestje toch gaat om het krijgen van cadeautjes. Ook daarin blijf je kind: iedereen kent de scene van het kinderfeestje waar het jarige jobje met alle net gekregen cadeautjes onder zijn arm wegloopt van zijn vriendjes, zich opsluit in zijn kamertje, en roept dat ze wel weg kunnen gaan. Immers, het doel (cadeautjes) is bereikt. Ik onderdruk die behoefte om met mijn cadeautjes te gaan spel en besteed keurig aandacht aan de gast en zijn geschenk, plaats een waarderende one-liner als ik het pakpapier wegscheur van het cadeau, dank de schenker voor zijn gulle giften en heb voor het geval ik het boek al heb mijn vaste uitspraak gerepeteerd: ‘Helaas, ik heb hem al, ik vond hem mooi, dus een goede keus, dit boek.’ Waarop ik het boek teruggeef of de kassabon opeis. Slimme gasten nemen boek en bon weer mee en beloven dat ze snel nog eens langskomen met een ander boek. Trek in dat geval meteen je agenda voor een afspraak, want voor je het weet word je vergeten.

Laatste feestprobleem: toe hoe lang mag het duren. Zelf vind ik de afterparty het leukst. Die kan voor mij niet vroeg genoeg beginnen. Maar ja, geen afterparty zonder een feestje, dus je moet je eerst door het feestje heen worstelen. Gesprekje hier, praatje daar, niet in je eentje in een hoekje gaan staan, drink niet te veel, socialiseren, kom op! Voor je het weet is achter de rug, zo erg is het toch niet? Als de meeste gasten zijn vertrokken (‘nee je hoeft echt niet af te wassen en die troep ruimen we zo wel op’) blijft er wel eens een select clubje achter en duikt er ergens nog een verse fles wijn of iets sterkers op. De vaatwasser snel vullen en restjes van het feestje weggooien en dan nog even een nazit., Nog even een goed gesprek voeren. Of ordinair alle gasten nog even doornemen. Om te concluderen dat het allemaal wel goeie gasten zijn. Van nog een glaasje, wordt het twee en erger.

Kortom, het is een wonder dat ik mijn verjaardag vier. Maar zolang het resulteert in leuke gesprekken en fijne ontmoetingen, een stapel boeken die al dan niet geruild moeten worden en een after party, is het wat mij betreft de moeite wel waard.

Borsten, koffie en Zomers

Ik dwaalde door de stad op weg naar nergens, toen ik mijn mobiel voelde trillen, een sms. Bericht van mijn Lief. Of we elkaar nog gingen opzoeken in de stad. Ik tikte terug dat om kwart over elf, de Korenbeurs onze ontmoetingsplek zou zijn. Tevreden hervatte ik mijn zonet nog doelloze stadsfietstocht.

Ik kwam natuurlijk te vroeg aan. Het kwartier doodde ik met een bezoek aan nog een boekenwinkel. Veel titels gezien, niet gekocht. Soms is het leuker om verleidingen te weerstaan dan om er voor te vallen. Tussen de marktkramen door, liep ik naar de Korenbeurs. Daar stond ze. Ze keek uit richting de Folkingestraat. Ik keek een kort ogenblik naar mijn vrouw in het wild. Tevreden over de aanblik, trok ik zwaaiend haar aandacht. Ze lachte.

We besloten eerst maar koffie te gaan drinken. Schuin tegenover de Korenbeurs is Zomers gevestigd. In een statig achttiende-eeuwse stadswoning is dit café-restaurant gevestigd. We komen er regelmatig. Leuke lui, fijne kaart en een goed terras met zon en luwte, prima plek om bij te komen van de stadsdrukte. Ooit was dit pand een woonhuis. Vandaar dat je in een gang met marmer op de vloer binnenkomt, als je de uitgesleten treden van de buitentrap ben opgeklommen. In de monumentale gang die over de hele lengte van het pand loopt, staat in de regel niets in de weg. De bediening loopt zo ongestoord met volle dienbladen van de keuken naar de klanten in het restaurant. Een tafel met een bloemstuk is het enige dat er normaal staat.

Maar vanochtend stonden er minstens zeven kinderwagens gestald. Tegenwoordig is een kinderwagen onbescheiden breed. Forse wielen en bolle randen maken duidelijk dat er een uniek kind in de bak ligt. Met moeite konden we ons langs het wagenpark heen persen. Even aarzelden we. Waren we wel welkom zonder baby? De deur naar het restaurant zwaaide open, een bedienmeisje laveerden tussen de buggies door met haar dienblad vol vieze kopjes. Er klonken babyhuiltjes.

Achter de bar stond een van de eigenaren. Vertrouwd gezicht. In het voordeel zag ik twee moeders met hun kleintjes op de arm. Maar achterin, weggestopt achter, de bar wemelde het van moeders met pasgeborenen. Gelukkig stond in de voorkamer een tafeltje vrij. Een veilig tafeltje want ernaast zaten twee studentes te overleggen over hun afstudeerproject. Van die ambities zouden we geen last hebben tijdens onze koffiebreak.

De eigenaar kwam bij ons tafeltje. Als mede-ouder weet hij hoe fijn het is om zonder kinderen de stad in te kunnen. Even geen moeten, dat idee. Hij glimlachte op onze vraag of wij zonder buggy mochten binnen komen. Met een tja-ik-kan-het-ook-niet-helpen gebaar, wenste hij ons een fijne ochtend zonder kinderen toe, geniet ervan, zo zei hij. Hij verdween tussen de moeders.

Het fijne van Zomers is dat je geen last hebt wat er in het belendende vertrek gebeurt. Al zouden alle baby’s tegelijk krijsen om moedermelk je hoort het nauwelijks. Ongestoord konden wij onze koffie drinken. Waarschijnlijk net zo ongestoord gaven de jonge moedertjes hun borstvoeding. De melk stroomde overvloedig. Al snel waren al de baby’tjes in een diepe roes terechtgekomen. Fijn voor de mama’s, dan konden ze nu hun vergelijkende gesprekjes voeren met hun collegaatjes gaan voeren. Gesprekken die steevast eindigen met ‘nou dat heeft die van mij helemaal niet.’ Als het bijvoorbeeld gaat om het huilend inslapen, of om driftbuien van de kleine.

’s Avonds aan het avondeten, vertelde ik over onze avonturen in Zomers. Mijn dochter, oplettende tv-kijkster, riep meteen dat ze wist hoe het zat. Ik keek haar verbaasd aan toen ze mij uitlegde dat op vrijdagochtend Zomers een borstvoedingscafé organiseerde. Had ze op OOG-tv gezien. Al geloofde ik haar op haar woord, ik heb toch even gegoogled. En ja hoor, het bestaat. http://www.borstvoeding.com/zoekdskndgn/bv-cafes/bvcafe050.html

Sommige ondernemers denken ook aan alles.

Stemmen in de Smurf

Vandaag gestemd. Natuurlijk heb ik gestemd. Ik stem altijd. Kan me niet voorstellen dat je niet gaat stemmen. Zoals altijd mocht ik mijn stem uitbrengen in het stembureau dat in Peuterspeelzaal De Smurf is gevestigd. Een oud schoolgebouwtje nabij een woonwagenkamp. Ik stapte het pleintje op en hoorde een gezellige meezinger klinken uit een woonwagen, die vastgeklonken stond in de Groninger klei. Democratie is een zaak van het volk, niet waar?

In het stembureau was geen kiezer te bekennen. Wel de drie leden. Ik leverde mijn stempas in en gaf de voorzitter mijn identiteitsbewijs. Hij nam alle tijd om te controleren of ik het echt was, knikte en hij gaf het lid ter linkerzijde opdracht een vinkje achter mijn naam te zetten. Ook de volmacht die ik bij me had, was in orde. Met twee stembiljetten mocht ik het stemhokje in. Geen gordijntje, maar ja, er was toch niemand die kon kijken. Het potlood was van Bruynzeel, een lekker geslepen punt. Ik deed met het puntje van mijn tong in de mondhoek, erg mijn best om het rondje goed in te kleuren. Ineens schrok ik. Had ik nu wel het goede vakje rood gemaakt? Tuurlijk. Ik borg het potlood keurig op, vouwde de stempapieren netjes op en liep naar de stembus.

Wat een armoede!

Ik moest mijn stem deponeren in een KLIKKO! Een afvalbak op twee wieltjes met een gleuf erin. Waar zijn die mooie oude ronde metalen groene stembussen gebleven? Als je toch ouderwets terug naar het stempotlood gaat, demoderniseer dan ook de stembus. Ik sprak mijn verbijstering uit in de richting van de stembureauvoorzitter. Het lid ter linkerzijde lachte en zei dat het hem nog niet opgevallen was. De voorzitter bleef in zijn statige rol. Hij reageerde niet. Toen ik in de gang stond op weg naar buiten, hoorde ik gelach in het stemlokaal.

Op het plein knalde een nieuwe Hollandse evergreen uit de woonwagen.