Cassettebandjes

 

Om de een of andere reden stelde ik het uit. Steeds als ik langs de berging liep, dacht ik er wel aan, maar kwam er steeds iets tussen. De hond ging voor, de was moest uit de droger, dat soort dingen. Maar vanmiddag had ik even geen uitvluchten meer. Ik opende het deurtje van de berging en kroop in het krapste deel van ons huis. Ik zocht mijn weg tussen kampeerspullen, vliegtuigkoffers, dozen met boeken, een oude gitaar en de kerstversiering. In een paar houten wijnkistjes is de cassetteverzameling terechtgekomen.

Ik wist welke bandjes de oudste waren. Silversound, een goedkoop uitverkoopsetje bandjes, die moest ik hebben. Zestig minuten. En een Philips C60, met rode stippen, daar kon het ook op staan. In een apart doosje deed ik de weemoed-cassettes. Een draagbare radio met cassetterecorder had ik al klaar staan. Het feest kon beginnen.

Bandje erin, en play. Maar helaas, geen geluid. De speler gaf geen signaal. Alle knopjes geprobeerd, zonder succes. Een tikkie teleurgesteld staarde ik naar de bandjes en het apparaat. Ik had juist zo’n zin in gekregen om naar mezelf te luisteren. En wie weet welke leuke liedjes ik nog zou terughoren, of welke radiofragmenten er per ongeluk opgenomen waren. Voorlopig blijft het bij gissen. In de berging, in de uiterste hoek, staat nog een oud cassettedeck, die ga ik eerst uitgraven. Hopelijk heb ik nog de juiste kabeltjes om het ding aan te sluiten op stereo.

Borsten, basketball en boegeroep

Gisterenavond in M-Plaza mijn vaste klapstoeltje weer eens opgezocht. Het was de beslissende partij in de kwart finale van de basketball-play-off. Donar won, niet gemakkelijk, maar is wel door. Reden voor blije reacties.

Blijf toch zitten met een paar vragen. Ik juich hartstochtelijk mee. Ik slaak kreten op het juiste moment. Schud mijn hoofd op tijd. Kortom, ik doe goed mee. Maar waarom heeft de rest van het publiek meteen en feilloos door als de scheidsrechter iets niet goed ziet? Nog voor het fluistsignaal zien mijn collega-fans al wat er mis is. ‘Lopen’, roept de tribune en ik knik, natuurlijk, lopen. Ik zie het niet, maar geloof het graag. IJverig schud ik dan maar mijn hoofd.

Af en toe ga ik en de rest van het publiek staan, opgezweept door keiharde muziek. Op het ritme joelen we mee en we maken klappende geluiden. Ik snap niet waarom ik opveer als ik het muziekje hoor, ben ik zo geconditioneerd? Of huist er in mij een totalitair donker stukje: volg de massa, jij bent de massa, de massa dat ben jij?

Nog erger, de cheergirls. Een stuk of tien meiden die opzwepende dansjes doen op harde muziek. Ik staar naar de strakke buikjes, vergelijk de lengte van de benen, zie hoe de blonde steile haren mooier meedeinen dan de bruine krullen en ja, net als alle testosteron-mannen, houd ook ik de borsten van deze nog altijd minderjarigen in de gaten. Strak en trots die kernwoorden horen erbij. Waarom kijk ik naar het kantelen van het bekken, het wiegen van de heupen en het schokken van de schouders door deze schoolmeisjes? Is het om de danskunst dat ik applaudisseer? Of zijn het kleinburgerlijke oprispingen? Die vragen blijven heel lang hangen.

Gelukkig komen er nog minimaal twee thuisduels, tijd genoeg om na te denken over deze kwesties. Misschien kan ik dan ook antwoord geven op de vraag waarom ik de mascotte wilde groeten toen ik die zag lopen in foyer.

Jongensdroom

Ik heb de cassettebandjes nog niet gevonden, ook nog niet gezocht. Een dezer dagen zal ik het doen. Ergens ben ik een beetje bang voor mijn piepstemmetje waarmee ik plaatjes aan- en afkondigde. Maar voor jongensdromen hoef je je toch niet te schamen?

Dus onthul ik nog meer. Ik maakte elke week een top tien. Keurig genoteerd in een multomapje, met gekleurd papier. Ik heb dat een paar jaar vol gehouden. Of ik die lijstjes nog ergens heb weet ik niet, maar ik denk dat ze bij die cassettes liggen. Vaak volgde mijn lijstjes de top 40. Af en toe was ik dwars. Zo gaf ik John Cougar Mellencamp (Jack and Dian) hoge noteringen. Ook Dexy Midnight’s Runners (Eileen) eindigde hoog, ondanks die maffe tuinbroeken. Of ik ook opnames maakte rondom mijn top tien weet ik niet meer.

Ik ga zoeken, binnenkort meer.

Jongensdromen

 

Jongensdromen blijven bestaan ook als je al lang geen jongen meer bent. Gisteren gebeurde het spontaan. Ik zette een ietwat diepere stem op en schalde vol bravoure door de auto: ‘En dat waren de Talking Heads met hun hitsingle ‘Slippery People’ uit 1984.’ Juist op het moment dat de eerste noot gezongen werd zweeg ik. Mooie aankondiging.

Ja, ik wilde DJ worden. Sterker nog, ik wil het nog steeds. Vorige week spraken we aan onze gezinstafel over mijn oude wens. We kwamen erop doordat we het over overslaande jongensstemmen hadden. Ik bekende dat er nog ergens een cassettebandje moet zijn met opnames uit mijn pubertijd. Op het bandje nam ik proefopnames op. Met mijn elpees en singles maakte ik een programma. Aan- en afkondigingen, pickup-naalden die in het vinyl krasten en onverwachte achtergrondgeluiden (‘we gaan nu eten, laatste keer). Mijn gezinsleden klonken erg geïnteresseerd in de Bosch-bootlegs. Ik moet morgen maar eens op zoek naar dat cassettebandje. Eerst maar eens zelf luisteren of het publiek beluisterd kan worden.

Misschien vind ik mijn verslag van een tenniswedstrijd wel terug. Ik had namelijk ook een sportprogramma. Vanaf een fictieve tennistribune deed ik verslag van een match. Het geluid van de heen en weer geslagen bal maakte ik met een lichtschakelaar. ‘En dan is het nu tijd voor…..’

De droom is nooit uitgekomen, maar af en toe, als ik me alleen waan doe ik nog wel eens een afkondiging: ‘Amy Winehouse.’

Zondagsrijders

Hond P. ligt tevreden op de veranda, ik tik mijn stukkie en geniet vanaf mijn schommelstoel van de groene tuin. De beukenhaag is vergroend dit paasweekeinde. We zijn weer thuis na een paar daagjes Twente. De terugweg leidde ons langs mooie stukken van Twente, en ik hoop dat ik dit oostelijk deel van Overijssel goed benoem. We reden zogezegd ‘binnendoor’. Je weet dat je dan rekening moet houden met zondagsrijders. Oudere types auto´s die Iets te net zijn, omdat ze altijd binnen staan. Tergend langzaam rijdend en remmend bij elke mogelijke afslag. Natuur en fraaie boerderijtjes zijn best leuk om goed te bekijken, maar dat kan ik ook bij een snelheid van tachtig km per uur. Genieten moet wel een beetje vlot gebeuren. Enfin, ik heb wel ontdekt dat Twenten houden van schuren en bijgebouwen. Elk erf is een verzameling van bouwsels. Natuurlijk overheerst het traditionele daktype, zo een die onderaan de daklijst een klein stukje uitwijkt. Veel zwart geverfd hout. Een boerderij is al snel een hele enclave. Wat er in die schuren allemaal gebeurt, prikkelt de fantasie. Het is maar beter dat niet hardop te zeggen.

Maar goed, we hebben het weer gehad, terug in Stad.

Volgende event is de basketbal play-off.

Slobberen op het terras

Het is niet alleen heel groen, hier in Twente, maar ook nog eens zomers warm. Waarom zou je met deze augustus-temperatuur bij een Paasvuur gaan staan? Hond P. geeft het tempo aan: uitgezakt ligt hij zuchtend naast zijn half leeggeslobberde drinkbak. Wij hangen er onder de parasol ook zo bij, al is onze drinkbak een Palmpje of een prosecco. Gelukkig is er een windje opgestoken.

Vroeger was dit het moment geweest om de kinderen in bad te stoppen, hapje eten nadien en dan het bed in. Nu zijn ze ouder en blijven ze op tot vlak voordat wij omvallen van de slaap. Dus gaat ons borrelmoment ten onder in krakende chipsgeluiden en puberale grappen en verzuchtingen. Rust is ver te zoeken op dit terras.

Gelukkig is hond P. er nog. Hij verleidt de kids tot een ren- en gooi-spel. Achter mij langs racet de hond over het gras. Het klinkt als een dravend paard, als hij voorbij rent. Na twee rondjes knijpt hij er tussenuit. In mum van tijd staat hij paardenpoep te eten in het weitje met de twee paarden. Nu is het gedaan met de loomheid: hoe krijg je je hond uit het veld? Gelukkig is dochter L. een doortastende hondenfluisteraar en zoon S. een bestraffende hondenvader.

‘Nou mooi stukje, papa?’ roept mijn zoon als hij stoer de hond opbrengt. Ik knik. Tijd voor een lekkere slobber uit de drinkbak, denkt Hond P. Gelijk heeft hij, op naar het volgende Palmpje.

Vragen over de Dinkel

Aan de Dinkel vonden we een terras om te eten. De zon hebben we er uitgebreid zien ondergaan, daar aan de Dinkel. Dat was een meevaller, tijdens het wachten. Nou is wachten niet zo erg als je iets te doen hebt. Of iets te zien hebt.

Zo bogen wij ons over de vraag wat er in het rieten mandje zat, dat achterop de zwarte MG cabrio was gemonteerd. Onze tafelopties waren een zomerhoedje, een reservewiel of een porseleinen picknickset.

Ook vroegen wij ons af of de oude oranje sportfiets alleen afgesloten kon worden met het schuifje dat bevestigd was aan de voorvork. Dertig jaar geleden kon je kennelijk je fiets nog zo stallen. Er is in die tijd veel veranderd, behalve aan de Dinkel.

Maar de belangrijkste vraag kwam uit de gang voor de toiletruimte. Om iets aan Pasen te doen, had men een glazen terrariumbak met warmtelampen gevuld met gele kuikentjes. Echte, levende, piepend en al. Ik kreeg spijt van mijn bestelling, parelhoen. Dat heeft toch iets met elkaar te maken, kuiken en parelhoen. Waarom de kuikens zo tentoongesteld werden, bleef ons een raadsel. De vraag bleef onbeantwoord.

Thuis gekomen liet ik de hond uit. Op het veld naast onze huurschuur, stonden twee reetjes te genieten van de rust. Toen ze ons roken, bleven ze stokstijf stil staan, klaar om te vluchten. Een moment staarden we naar elkaar. Hond P. deed zijn behoefte en we keerden terug. De ree die het dichtst bij stond, graasde gerustgesteld verder.

Ochtendplasser

 

Ik loop in mijn onderbroekie door het gehuurde huis. De hond opent een oog, ziet mij en blijft gerustgesteld liggen op de bank. Na mijn ochtendplasje, schuif ik de gordijnen open en kijk ik uit over de groene weide. Ik tuur in de verte. Hoe goed ik mijn best ook doe, ik zie geen ree lopen. Toch zijn de omstandigheden prima: rust, zonnetje en ruimte.

De paardenwei is leeg. Later zal blijken dat de dieren door de afrastering geglipt waren. In het graslandje naast ons huisje liggen de schappen bij elkaar te slapen. Een dapper vogeltje marcheert over het gras.

Het is nog vroeg, ik kruip mijn bedje weer in. Het halfronde raam naast mijn bed is afgesloten met een buitenluik. Door de kieren dringt het zonlicht naar binnen. Op het ritme van de rust val ik in slaap. De dag mag nog even wachten met aanvangen.

Paasgedachten

 

Paasvuren of paasbulten zie je nu op diverse plaatsen klaar staan. Snoeihout en sloophout ligt klaar om in brand gestoken te worden. Het zal een heidense traditie zijn. Goden gunstig stemmen, het lot beïnvloeden. Lijkt me nu wel nodig met die droogte.

In de omgeving waar we nu verblijven bestaan allerlei tradities rondom Pasen. Er wordt gesleept met bomen, gedanst door de dorpen en vuren ontstoken. Ik voel me heel stads als ik over de gebruiken hoor. Niet dat ik uit de hoogte neerkijk. Het is meer verwondering dat dit bestaat. Het is aan mij voorbijgegaan. Volksfeesten als carnaval, schutterijen en paasvuren, heb ik niet met de paplepel ingegoten gekregen. De verwondering die je als kind krijgt, met grote ogen kijken naar een ineens anders werkende werkelijkheid, heb je nodig om later als volwassene serieus mee te kunnen doen. Anders wordt het geforceerd, onecht. In de noordelijke stad waar ik woon, eet men alleen eieren met Pasen.

De folklore kan ik hier alleen bekijken als toeristische attractie. Beleven is een te groot woord. Toch ben ik nieuwsgierig naar paoskerels en paasstaken. Historisch gezien denk ik aan vrijheidsbomen die ten tijde van de Franse Revolutie werden opgezet op stadspleinen, voorzien van rood-wit-blauwe linten. Men danste eromheen. Zal vast een verband hebben met paasbomen.

Wat betreft de paasvuren: ik zie steeds voor me hoe wij jaren geleden naar huis reden door het oosten van het land. Het was een mooie bijna zomerse avonden. Op veel plekken werden de bulten aangestoken. Tegen de nog lichte avondhemel, zag je overal langgerekte rookpluimen, als pilaren in het landschap staan. Soms zag je een rood-oranje schijnsel.

Met mijn geliefden in het groen.

/a>Ik zit met mijn geliefden in het groen. In het veld tegenover ons lopen paarden. Een lichtbruin met blonde manen en een donkere versie. Hun veldje ligt wat lager dan ons terras. Ze staan te smachten want er groeien duizenden paardenbloemen aan de andere kant van het schrikdraad. De kinderen voetballen en stoeien. Nieuwsgierig gluurt de blonde ernaar, de donkere vindt het wel best. Achter de paarden is een rand met bomen. Af en toe steken twee reetjes hun koppies uit het groen. Eentje waagt zich op het net geploegd akker. Het geraas van de kinderen schrikt ze af. Later komen ze wel weer terug, als het rustig is. Om de idylle compleet te maken lopen er hobbyschapen rond,met lammetjes. Hond P. neemt het waar met zijn neus; heeft het er moeilijk mee. Als hij de kans krijgt vreet hij koeienstront op. Het is warm, niet echt Pasen, maar wel fijn. Een boer bevloeit zijn land, de droogte maakt het aansteken van Paasvuren onmogelijk. Vogels fluiten. En ik zit met mijn geliefde in het groen.

Teveel jong geluk

Ik zit in de woonkamer en hoor door de openstaande tuindeuren het geroezemoes in de buurtuinen. In de afgelopen jaren is hele rijtje achterbuurhuizen van eigenaren gewisseld. Keek ik eerst naar mensen van tien jaar ouder, nu kijk ik naar gezinnen met ouders die minstens vijftien jaar jonger zijn. Het nieuwe perspectief maakt me direct ouder. De hoop en de blije verwachting spat er van af, achter de houten schutting. Bedrijvig klussen de jonge vaders in hun huizen, terwijl hun partners bedillerig ronddribbelen, af en toe snerpend en luidruchtig aanwijzingen uitkramend. Het krijsende kroost kruipt er tussen door. De nieuwe gezinnen stralen onoverwinnelijkheid uit. Wij gaan het maken en hoe! Met de Gamma-pas in handen creëren zij hun droomwereld.

Ik herken het van lang geleden. Ondertussen moeten wij de plafonds hoognodig witten en zijn de tegels in de badkamer gebarsten. Het zij zo. Ik beluister het jonge leven in de buurtuinen en weet dat het over zal gaan. Het is niet vol te houden om altijd je leven maakbaar te maken. Daar is zo’n huis met tuin veel te groot voor. Het leven in de volwassen wereld is neerwaarts gericht. Nog voor de klus geklaard is, verschijnen de eerste scheurtjes. En die zitten niet alleen in het stucwerk.

Kon ik maar opnieuw beginnen, kon ik maar ontsnappen aan de buitenwijk. Een glimlach verschijnt op mijn gezicht. Wat een naïeve gedachte! Ik maak al jaren deel uit van de volwassen wereld. Sterker nog: ik begin op te schuiven naar de middelbare leeftijd. Zo’n type met hypotheek, verbouwing, winterbanden en een tweedehands Toyota. Verplichtingen vullen mijn leven. Eigenlijk is er weinig te verwachten. Alles lijkt bepaald.

Ik wil als waarschuwing over de schutting roepen om het niet te doen. Blijf weg, ga voor altijd op wereldreis, mijd de wereld van kinderopvang, kavels en koopcontracten. Kijk naar mij en huiver. Je hoeft dit niet te doen. Maar dan zie ik de vastberaden blik van de achterbuuv. Nog geen dertig, maar vastberaden te slagen in het leven. Tegen zoveel eigengereid wensgeluk kan ik niet opsomberen. Laat ik de tuindeuren maar sluiten. Hopelijk dringt het schelle geluid niet door in mijn woonkamer. Ik begrijp nu waarom de oude achterburen vertrokken uit deze buitenwijk: het jonge geluk dat wij ooit uitstraalden werd ze te veel.

Verjaardagscadeautjes in de Vinex

Vandaag ben ik druk bezig geweest met mijn verjaardagscadeautjes. Niet dat ik jarig was, dat is al weer maanden geleden. Maar na afloop van het feest, bleef ik zitten met een grote stapel presentjes. Dakan lang duren eer je er iets mee doet. Zo kreeg ik Jaren terug een i-pod. Dn ie gebruikte ik vanochtend bij het hardrennen. Heerlijk gelopen met muziek in mijn oren, als het oortje bleef zitten tenminste. Het is een kwestie van voldoende oorsmeer, hoe plakkeriger de oorgang, des te steviger het i-oortje op zijn plaats blijft. Helaas had ik onlangs mijn oren schoongemaakt.

Thuisgekomen, gedoucht en daarna een boek van de verjaardagstapel gepakt. In het lentezonnetje zitten lezen. Een lekker weg-lees-boek over het leven in de Vinex-wijk. Helemaal uitgekregen. Kwam ook doordat ik niet gestoord werd door buurlawaai (er zijn gezinnen met jonge kinderen in onze buurt). Ik droeg namelijk een ander verjaardagscadeautje: een draadloze koptelefoon. Zo kon ik Radio 6 luisteren en ongestoord lezen. Prachtig zo’n wireless apparaat, wie weet welke signalen je nog meer kan oppikken. Zo kon ik vroeger in mijn studentenkamer de babyfoon van de buurbaby ontvangen. Dat was heel ontspannend om naar te luisteren, vooral als mama kwam knuffen met de baby. Misschien kan ik nog een interessante 06-frequentie afluisteren.

’s Middags kreeg ik een verlaat verjaardagscadeau. Fijne BBQ-tools. Die moesten natuurlijk meteen uitgeprobeerd worden. Kijken of ik inderdaad in een handomdraai de hamburgers kon omkeren. Maar eerst moest de barbecue uit de winterstalling gevist worden. De briketten en de aanmaakblokjes kon ik zelfs terugvinden, kwestie van goed opbergen. Afgelopen zomer had ik goed geoefend met het aansteken van de bbq. Mijn piramide van briketten, gevuld met aanmaakblokjes, leidde tot een fijn gloeiend geheel. De barbetools werkte prima, een topkado!

Zo aten wij in de avondzon onze geroosterde stukjes vlees en dronken we onze biertjes en cola’s. Soms is het leven heel eenvoudig.

Lucas van Leyden

Het schrijven van schoolboeken is een heus project. De eerste stapjes op weg naar een nieuw boek zijn gezet. Mijn eindredacteur verwachtte vandaag mijn schrijfplan. Daarin moet ik aangeven welke onderwerpen ik ga behandelen. Onderdeel van dat plan is een illustratielijst. Mijn onderwerp is de zestiende eeuw: hervormers en ontdekkers, maar ook opstandelingen in Nederland en kunstuitspattingen in de renaissance. Ik heb veel afbeeldingen gezocht op internet en in mijn handboeken. In het hoofdstuk wil ik voorbeelden van de renaissancekunst opnemen. Toevallig loopt er in Leiden, in De Lakenhal, een tentoonstelling over Lucas van Leyden. Ik had uit de krant natuurlijk zijn religieuze schilderijen wel opgepikt, maar ik wist niet dat hij ook ‘wereldse’ taferelen heeft geschilderd. Het zijn bijna Jan Steen-achtige afbeeldingen: levensecht, een beetje stout en persoonlijk. Kijk maar naar de Kaartspelers en de Waarzegster.

Ik heb ze op mijn illustratielijst geplaatst. Als het met de rechten in orde komt zal mijn hoofdstuk verfraaid worden met een van deze afbeeldingen.

Er gaat geen olifant door Groningen

oliGroningen heeft een statement gemaakt. En wel voor de dieren. Terwijl er oorlog woedt in Noord-Afrika, houdt de gemeentepolitiek zich bezig met olifanten. Wat is het geval?

Elk jaar komt Sinterklaas, ergens op een zaterdag in november. Met een boot, en heel veel pieten. Alsof dat niet genoeg is krijgt Sint, eenmaal aan de wal gekomen, een escorte. Koetsjes, een oude brandweerwagen, acrobaten en dieren. Waaronder een olifant. Het dier loopt al jaren mee en kent de route naar de Grote Markt. Het is een waar spektakel, het vrolijkt de boel behoorlijk op. En dat moet ook wel. De Sint in de stad is namelijk een vale, grauwe grijsaard. Een pak met de verkeerde kleuren, een baard van verlopen engelenhaar en een staf van de Aldi. Een echter nepper. Bovendien is hij klein. Een echte Sint kan zonder trapje Amerigo bestijgen. De Groninger Sint gebruikt het trampolinetje van zijn springpieten.

In plaats van de Sint te verbannen, heeft de Partij voor de Dieren Sints mooiste metgezel de toegang tot de stad ontzegd. Er mogen geen exotische dieren meer binnen de stadsgrenzen komen. Dus het circus wordt geweigerd en in een adem ook Sints olifant. Met de uitwijzing van de olifant is het gedaan met leut van de intocht. Kinderen zullen in tranen langs de kant van de route staan, als ze door krijgen dat de olifant niet achter Sint aanloopt.

In dezelfde week besloot de Groninger wethouder van Sociale Zaken de gesubsidieerde arbeid in te perken. Binnenkort verdwijnen vele onmisbare handen in scholen en kinderdagverblijven. Het moet nog door de Gemeenteraad. Het is te hopen dat de raad net zo invoelend reageert op het schrappen van schoolconciërges en toezichthouders als voor de bescherming van het exotische wild in de stad. Principes voor dieren moeten ook gelden voor mensen.

Maar het zal er wel op neer komen dat de conciërges de school uitgestuurd worden. Een ware verschraling. In wat voor land leven we dat zich druk maakt om dieren terwijl de scholen een aderlating moeten ondergaan? Helemaal idioot als je weet dat er miljoenen besteed gaan worden aan een groot gebouw met een bijna even groot gat in het midden. Natuurlijk, de gemeente is Sinterklaas niet, en een kindervriend al helemaal niet.

Toekomst hersteld

Eigenlijk wilde ik gisteren naar Donar, basketbal kijken in M-Plaza. Maar ik had kaarten kunnen krijgen voor iets anders, iets cultureels. Dus seizoenskaart doorgegeven en op pad naar Ommeland.

In Scheemda is de oude strokartonfabriek in oude luister hersteld. Sinds 1968 de produktie was gestaakt, stond het gebouw leeg en verviel het tot een ruïne. Drie jaar geleden startte een leerwerkproject om de Toekomst te herstellen. En dat is nu gelukt. Alles is weer onder dak, gevel en ramen zijn in oude stijl opgetrokken en de bakstenen schoorsteen heeft zijn oude hoogte weer terug.

Theatergroep Peerd heeft in de fabriek een stuk gemaakt. Locatietheater om je vingers bij af te likken. Overal op het terrein korte scènes met fabrieksarbeiders die zuipen, zwoegen en zwijgend swingen. Vuurkorven en strobalen. Met een gids de fabriek in. In fijn Grunnings legde hij de werking van de fabriek uit. Het verhaal werd ondersteund door acteurs die tussen de machines als schimmen opdoken. Levende fotobeelden.

Na de proloog koffie in de expeditieruimte. De bar gemaakt van strokartonnen dozen, de tafels opgehangen aan touwen, slim ontwerp. Ook de foto-expositie op tijdelijke basis. Veel verhalen en foto’s van mensen die in de Toekomst gewerkt hebben. Af en toe hoorde je bezoekers elkaar wijzen op een bekende op de foto’s. De fabriek stapte rond de oorlog over op elektra. Langzaam drong de mechanisatie de mens uit de fabriek. Eind jaren zestig was het voorbij. De donkere dagen in ‘t Oldambt braken aan. Over die tijd weinig te zien.

De voorstelling volgde. Op de tijdelijke planken tribune in de grote fabriekshal zitten genieten van het stuk. Slapstick scènes, Modern Times in de polder, muziek en Groninger taal. Het verhaal was simpel: arbeiders in oorlog ondergedoken in fabriek weten niet dat bevrijding al geschiedenis is, totdat… Door de locatie en het volledige gebruik van de mogelijkheden van het gebouw, maar vooral door de aankleding van decors en spelers komt er theater-magie naar boven. Hier kan geen musical tegenop. Al zou je Petticoat als vervolg op De Toekomst Hersteld kunnen zien.

Terug over de A7 noar stad, we zijn het erover eens dat het een bijzondere avond was. Tevreden staan we op het J-plein in de file. Glad to be Groninger. Inderdaad gaat er niets boven G. Donar boekte ok nog een overwinning, leuk voor ze.

http://www.peerd.nu/herstel_van_de_toekomst/

 

Herstel van de Toekomst, RTV o