Borsten, basketball en boegeroep

Gisterenavond in M-Plaza mijn vaste klapstoeltje weer eens opgezocht. Het was de beslissende partij in de kwart finale van de basketball-play-off. Donar won, niet gemakkelijk, maar is wel door. Reden voor blije reacties.

Blijf toch zitten met een paar vragen. Ik juich hartstochtelijk mee. Ik slaak kreten op het juiste moment. Schud mijn hoofd op tijd. Kortom, ik doe goed mee. Maar waarom heeft de rest van het publiek meteen en feilloos door als de scheidsrechter iets niet goed ziet? Nog voor het fluistsignaal zien mijn collega-fans al wat er mis is. ‘Lopen’, roept de tribune en ik knik, natuurlijk, lopen. Ik zie het niet, maar geloof het graag. IJverig schud ik dan maar mijn hoofd.

Af en toe ga ik en de rest van het publiek staan, opgezweept door keiharde muziek. Op het ritme joelen we mee en we maken klappende geluiden. Ik snap niet waarom ik opveer als ik het muziekje hoor, ben ik zo geconditioneerd? Of huist er in mij een totalitair donker stukje: volg de massa, jij bent de massa, de massa dat ben jij?

Nog erger, de cheergirls. Een stuk of tien meiden die opzwepende dansjes doen op harde muziek. Ik staar naar de strakke buikjes, vergelijk de lengte van de benen, zie hoe de blonde steile haren mooier meedeinen dan de bruine krullen en ja, net als alle testosteron-mannen, houd ook ik de borsten van deze nog altijd minderjarigen in de gaten. Strak en trots die kernwoorden horen erbij. Waarom kijk ik naar het kantelen van het bekken, het wiegen van de heupen en het schokken van de schouders door deze schoolmeisjes? Is het om de danskunst dat ik applaudisseer? Of zijn het kleinburgerlijke oprispingen? Die vragen blijven heel lang hangen.

Gelukkig komen er nog minimaal twee thuisduels, tijd genoeg om na te denken over deze kwesties. Misschien kan ik dan ook antwoord geven op de vraag waarom ik de mascotte wilde groeten toen ik die zag lopen in foyer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.