Voorbeeldfunctie op het spoor

Reizen per trein blijft interessant. Deze week bracht de trein mij naar Den Bosch en gelukkig ook weer terug. Samen met mijn zoon bezocht ik daar een uitwedstrijd van Donar. In de trein lokte een conducteur geweld uit, diste een oude heer op over het familiefortuin en zoende een jonge studente haar geliefde verrukkelijk vol op de mond. Natuurlijk ondervond ik ook last mobiele apparatuur.

Omdat wij van voordeeltjes houden, gebruikte ik de aanbieding van de CJP-kaart om voor 11 euro een dagkaart te bemachtigen. Even klikken op de site en je hebt een kaartje, dacht ik. No way. Tien keer moest ik mijn wachtwoord (zo’n ingewikkelde met $ en % en &, afgewisseld met hoofdletters en cijfers) op verschillende schermen invoeren. Een kluis vol juwelen is minder goed beveiligd. Na zes pogingen lukte het mij om een kaartje af te rekenen. Het tweede biljet kreeg ik pas een dag later uit de CJP-digichaos.

Het kaartje stond afgebeeld op een liggend A-4’tje. Vier vlakken, met onvervalsbare NS-graffiti. Mijn naam en geboortedatum stonden groot en zonder leesbril leesbaar op het kaartje. ‘In vieren vouwen’, luidde de instructie. Keurig deed ik wat mij opgedragen werd. De vouwen streek ik met mijn nagels na, zodat een compact document ontstond. Met de gedrukte zijde naar binnen want zo hoort het. Een brief vouw je ook naar binnen toe. Zeker als er confronterende informatie instaat, zoals je geboortedatum in lettergrootte 20.

De conducteur moest dit treinkaartje controleren. Ouderwets met een knijptang stempelde hij het blad, dat ik half opgevouwen aanbood. Of ik de volgende keer het papier andersom wilde vouwen, dat was namelijk handiger voor de conducteur. Ik voelde een ontembare boosheid opkomen. ‘Pardon, wat zegt u?’ Hij herhaalde, enigszins geïrriteerd, zijn verzoek. Ik kon alleen heel braaf zeggen dat ik dat meteen ging doen. Overdreven meelevend bood ik mijn excuses aan. ‘Sorry dat ik uw werk zo moeilijk maak.’

Binnen drie tellen had ik mijn CJP-kaartjes op de juiste manier gevouwen. Ik hield ze in de lucht, wapperde ermee en probeerde de aandacht te trekken van de NS-man. Die was ondertussen aan het eind van de coupé bezig een reiziger duidelijk te maken dat het verboden was om je koffer op een stoel te plaatsen. ‘Kijk, ik heb het meteen gedaan, conducteur, kijk dan!’ Mijn zoon geneerde zich meer dan dood. Zijn blik bracht mij weer bij zinnen.

Toen we uitstapten in Den Bosch liep de conducteur voor ons de trap op, zijn dienst zat erop. Ik kreeg opnieuw de aandrang hem te kapittelen voor zijn zuigende gedrag. Maar in mijn voorbeeldfunctie van vader heb ik er vanaf gezien. Wel jammer, om een rolmodel te moeten zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.