We moeten echt met elkaar praten 2

2

'Dus je staat op en kan je niet herinneren wat je hebt gedaan?'
Ik knikte, ik wist dat het ongeloofwaardig was, maar het was waar. Ik kon alleen herinneren dat ik van de parkeerplaats over het onverharde pad naar de villa opliep. De keien en gaten in het weggetje zorgden ervoor dat ik herhaaldelijk zwikte. Halverwege struikelde ik over een boomwortel. Ik viel voorover. Mijn polsen klapten dubbel, kleine steentjes bleven achter in mijn handpalmen. Vanaf dat moment wist ik weer wat ik deed. Ik voelde in mijn zak. Geen mobiel of portemonnee, wel een autosleutel.

'En ik moet dat geloven? Heb je dat vaker dat je weggaat 's nachts.'
'Nee, niet dat ik weet.'

Ze zuchtte. Schudde haar hoofd. Liep langs me heen, opende de terrasdeur en ging naar buiten. Ik bleef binnen. Ik stonk. De nachtelijke tocht liet zich ruiken. Rook en alcohol, en iets ondefinieerbaars. De behoefte aan warm stromend water, tandpasta en zeep was groot. Ik trok mijn kleren uit. Ongekleed liep ik naar de koffer om schone spullen te pakken. De handdoek viste ik van het waslijntje op het zijterras. Toen ik binnen naar de douche liep zag ik in de vensterbank mijn telefoon, ik pakte het apparaat op. Ik sloeg de handdoek over mijn schouder en keek op het display Er was net een bericht binnengekomen. Het nummer werd niet meegezonden. De tekst was in matig Engels geschreven. Ik las het tekstje meerdere malen. Langzaam drong het tot me door. Het kwam erop neer dat ik mijn horloge kon komen ophalen, na het middaguur als de Polikator weer open ging. Als afsluiting stond er de naam Miklas Ik wilde het bericht wissen, het leek me beter dat ik het zou verzwijgen. Maar om zeker te zijn liep ik naar het bed en zocht op het nachtkastje naar mijn horloge. Het designers uurwerk lag er niet. Terwijl ik zeker wist dat ik het er voor het slapen had neergelegd. Ik begon zenuwachtig rond te rommelen, zachtjes mompelde ik verwensingen, allemaal gericht op mezelf.

' Zoek je wat?'
Ze stond ineens achter me. Haar zonnebril in haar haar gestoken. Haar blik was gericht op mijn knieen die door mijn valpartij ook gehavend waren.
'Weet jij wat Polikator is?'
'Nee, hoezo?' Ik liet de mobiel zien. Ze knikte, ik ook.
'Geen flauw idee. Ik denk iets Grieks.'
'Mijn horloge ligt hier niet, heb jij die?'
We begrepen tegelijk dat ik die nacht het kleinood ergens achtergelaten had. De kans was groot dat ik in een cafe terechtgekomen was, wat gedronken had en niet kon betalen. Als onderpand een horloge achterlaten en het mobiele nummer, leek voor de hand te liggen. Maar ik had geen flauw idee van Polikator of Miklas. Althans, dat is wat ik haar zei.

'Ga je douchen, je stinkt als een otter. Als je bent opgeknapt gaan we naar het dorp. In de dat kleine cafeetje aan de markt kunnen ze ons vast meer vertellen. Schiet je op, ik heb geen zin om in de brandende hitte daar te lopen. Nu is het nog koel. Als het straks heet wordt, wil ik bij het zwembad zitten.'
Ik wist zeker dat we die middag geen zwembad zouden zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.