We moeten echt met elkaar praten 4

4

Nog voor ik een houding kon aannemen om mijn roes uit te slapen, hoorde ik een brommergeluid, ik rook de benzinedamp. Naast mij stonden twee Grieken, ook al getooid met een midas-baardjes, zo'n jaloers makend stoer vijf-uursbaardje dat zuidelingen direct na het scheren op de wangen hebben liggen en waarmee ze ook bij mij warme gevoelens losmaken. De Grieken wezen op de scooter die zij ronkend naast mijn terrastafel draaiende hielden. Ik had de gevaarlijke voertuigen op het eiland zie rondscheuren. Sommige hadden een transportmandje achterop, andere vervoerden hun lief, die vervaarlijk links voorover gebogen, lieve dingen in de oren van de scooterist fluisterden.
'Go that way, to the Sint Miklas-bay, there you'll find her, good luck.'
Ik had geen flauw idee hoe het ding werkte, op goed geluk draaide ik aan het handvat. Een walm rook trok over het terras. Een van de Grieken wees op een handle en maakte een remmend geluid. Dat er een versnelling op zat geloofde ik wel. Ik trok een voorzichtig rondje over het pleintje. De Grieken en mijn Engelse drinkebroer applaudisseerden.
'Go, Dutchie!' De mannen wezen naar de weg langs de kerk. Voor ik er erg in had, was ik het dorp uit. Ik had talent, de rechte weg ging over in een bochtig parcours. Met moeite hield ik de helse machine in bedwang. De tegenligger toeterde, waardoor ik terecht kwam in de berm. Hij reed door. Ik trok de scooter recht en vervolgde mijn weg, mijn weg naar waar naar toe? Op de schaarse bordjes kreeg ik geen informatie. Ik volgde mijn intuïtie. De zee kon overal zijn rondom het eiland, maar iets zei me dat ik naar de oostkust moest. Immers daar hadden we gisteren een tochtje naar gemaakt. In het kleine haventje lagen vissersbootjes en het schip dat als reddingsschip dienst deed. Ze had daar langdurig staan fotograferen, vooral de kleurrijke details die in de vissersnetten geknoopt zaten.

De baai van Sint Miklas stond op geen enkel bord. De enkeling die ik tegenkwam was of net als ik toerist of begreep niets van mijn Engels. Ik doolde rond. Het enige dat ik onthouden had van die baai was dat de toegangsweg stijl naar beneden liep. Op goed geluk probeerde ik een weg waar een bord waarschuwde voor een helling van tien procent. Al snel had ik door dat ik verkeerd zat. De weg maakte teveel bochten. Halverwege besloot ik te keren. Met alle kracht in de scooter probeerde ik omhoog te komen. Bij elke bocht minderde ik zoveel vaart dat ik bijna achteruit dreigde te rijden. Ik kwam nauwelijks vooruit. Uiteindelijk moest ik afstappen en de scooter omhoog duwen. Elke stap werd de machine zwaarder.

Ondertussen scheen de Griekse zon nu op volle kracht. Ik transpireerde uit alle gaten. Mijn handen gleden steeds meer af van het stuur. Met mijn ogen dicht, als ik zo meer kracht kon zetten, duwde ik door. Het geluid van een gierende auto hoorde ik wel, maar ik zag de terreinwagen pas toen ik geen kant meer uit kon. Met een enorme knal eindigde mijn krachttoer. Ik hoorde in het Nederlands gevloek.
'Ik zei nog zo, rij niet zo hard, zie je nou wat er van komt, eikel!' De vrouw stapte uit de jeep en boog zich over mij. Ik glimlachte, kroop onder de scooter vandaan en vroeg: 'Mag ik een lift naar de Baai van Sint Miklas?'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.