Hout Moet, zegt Daniël Lohues, Toe moar

Vanavond speelde Daniël Lohues in Groningen. De Stadsschouwburg maakte hij tot zijn huiskamer, en wij mochten op bezoek komen. Twee man begeleiding op het toneel, een vleugel en een rijtje gitaren flankeerden Lohues. Omdat het een theatertour was, stonden er heuse rekwisieten: een gans, rubber laarzen, een ladder en boomstammen. De voorwerpen weerspiegelden zijn verhalen die hij tussen de liedjes door vertelde. ‘Hout Moet’, en zo is het maar net.

Lohues’ woorden zijn rake beelden. Hij zingt over kruizen van piepschuim of lood, als het gaat om lijden. Vrees wordt teruggebracht tot ‘Angst is voor heul even, spiet is voor altied’. Of hij bezingt zijn geluk in ‘prachtig mooie dag’. De kracht van muziek verpakt hij als ‘ieder heeft baat bij muziek’ en een advies voor wereldvrede luidt ‘aordig doen tegen mensen die niet aordig doen’. Hij is fier op zijn taal, roemt het Nedersaksisch en spot met het wettelijk vastgestelde ‘goede-smaak’-Nederlands. Wat nou fout, als je zegt ‘mooier als’. Wat nou dom, als je zegt ‘weiniger als’? Hij spreekt de taal van zijn geboortegrond, simpel en eenvoudig. Maar de gedachten gaan ver en dieper.

Zijn liedjes vloeien over in de tussenteksten, af en toe illustreert een liedje zijn woorden. De muzikant is soms cabaretier, lijkt hier en daar een dominee, maar is eigenlijk die jongen die je tegenkomt en die altijd een goed verhaal heeft. Zijn verhalen gaan over zaken waar hij niet bij kan met zijn verstand, of het nou sterren zijn die lichtjaren ver weg staan of een neerslachtige vriend die door de depressie de lentezon niet meer ziet, Lohues bezingt het. Als het te zwaar dreigt te worden, verluchtigt Lohues met humor zijn vertelling. Als hij over zijn tante vertelt die naar de dood verlangt omdat zij zeker is in de hemel te komen, laat hij haar zeggen dat ze met de lepel in de hand begraven wil worden: het hiernamaals is voor haar een heerlijk toetje.

In zijn Adidas-trainingsbroek, met zijn Drentse pens onder het zwarte slobbershirt schittert hij op het podium. Uiterlijke schijn is hem vreemd, of het moeten zijn instrumenten zijn. Maar ook die heeft hij niet voor de mooiigheid meegenomen. De akoestische gitaar is de basis van elk nummer. De bas en de kerkdrum deden de rest. De woorden en de akkoorden spraken elkaar toe. Eigenlijk waren de gans en de ladder overbodig. Niemand wilde na het concert de zaal verlaten. Een beetje verlegen nam Daniël Lohues de ovatie in ontvangst. ‘Toe maor’ en hij maakte van zijn toegift een klein feestje.

1 opmerking:

  1. Hennie Hallink21 juni 2011 om 09:43

    Ik was er ook bij die avond.
    Door jouw beschrijving haal ik die fantastische avond weer even heel dichtbij.

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.