Ik hou van mijn stad, voor tien uur ‘s ochtends

Op zaterdag in de ochtend is mijn stad nog niet vervuild door de massa. Het liefst kom ik er voor tienen. Net voor openingstijd van de winkels, de markt is al warmgedraaid, een winkelmeisje wast nog snel een etalageraam, een winkelier hangt vlaggen op, loop ik graag over Vismarkt en Guldenstraat. Bescheiden bedrijvigheid, verwachting hangt in de lucht.

Vanochtend liep ik daar weer. Geen doel, gewoon lopen, zonder koopdrang. Bloemen, had ik mijn Lief wel beloofd, verder geen boodschap. Misschien een koffie ergens, en een broodje. Maar dat kon wel wachten.

Ik liep de Oude Ebbinge door, gluurde even bij een uitverkoop van electronica binnen, kon mij inhouden en vervolgde mijn onbekende weg. Op de Ebbingebrug keek ik naar een plat schip dat als drijvend terras dienst deed. De serveerster veegde de tafeltjes droog. Ik blikte verder rond. Misschien kon ik zien of die auto er nog stond waarin een honkbalknuppel lag. Dat hoorde ik twee jongemannen met een gele cabrio de politie vertellen. Opgewonden deden ze op straat verslag van een bedreiging. Ze wisten waar ik woon, zei de ene jongen. De agent vroeg naar het kenteken, maar dat wist hij niet meer. Ik liep zo sloom als ik kon langs de gele sportwagen. Om de afloop te kunnen meekrijgen, had ik moeten stilstaan. Mijn nieuwsgierigheid verloor van het fatsoen.

Over de brug voelde ik mijn mobiel afgaan. Ik las het sms-bericht. Een boodschap, toevallig liep ik net langs een drogist. Met een klein tubetje in mijn jaszak verliet ik de ETOS en voltooide mijn tocht door de Nieuwe Ebbingestraat. In rustige momenten, zoals op zaterdagochtend, kijk ik op mijn gemak naar panden. Boven de winkellaag valt veel ouds te zien. Ik ben geen kenner, maar klokgevels of strakke jaren vijftig architectuur mag ik graag zien.

Via de brug terug in de Oude Ebb, rechtsaf door de Hardewikkerstraat, rechtdoor, langs wat vroege hoeren, naar de Oude-Kijk-in-’t-Jatstraat, heerlijke naam voor een straat, terug naar de Vismarkt. Fiets gepakt, eerst nog een cappuccino op het terras van Zomers, waar de overlast van klein krijsend grut hinderlijk en amusant was (een knaapje van twee, in de nee-fase, wist in twee minuten en zijn Flevosap en de koffie van zijn vader en de kleurplaat en het glaasje water van zijn moeder, om te gooien, om vervolgens op de grond te gaan liggen en om zijn moeder te gaan roepen, die stoïcijns de andere kant opkeek, haar man wanhopig alleen liet in zijn vergeefse strijd het kind tot beheersing te brengen). Toen kocht ik zonnebloemen en fietste ik naar huis.

Ik houd van mijn stad, vooral op zaterdagochtend voor tienen.

1 opmerking:

  1. Even gezellig meegewandeld. 16 jaar Stad raak je niet kwijt, gelukkig.
    Mooie stad, mooie gevels en gevelstenen, zie site gevelstenen van overal.

    BeantwoordenVerwijderen

Laat hier je reactie op het bericht achter.