Mijn Lief is jarig, hoera

Mijn lief is vandaag jarig. Dus eigenlijk zouden we nu op vakantie moeten zijn. Maar we zijn thuis. Er moet nog gewerkt worden. Bijna zolang als ik haar ken, vierden we in den vreemde haar verjaardag. Bij de kampeerspullen bewaren wij onze slingers en vlaggetjes. In de tijd zonder kinderen, nam ik steevast ballonnen mee in mijn reisbagage. Voordat de boulangerbus het kampeerterrein op kwam rijden en de gehele Nederlandse ANWB-kleine-groene-campinggids-kampeerfamilie wakkertoeterde, kroop ik uit mijn slaapzak, griste ik mijn ballonnenvoorraad mee en begon ik voor ons groene tentje te blazen. Binnen een kwartiertje kon ik de tent bedolven krijgen onder de vrolijk kleurende ballonnetjes. Steevast informeerde de oudere kampeergasten hoe oud de kleine geworden was. Tweeëndertig. Altijd grappig. Maar dat is al jaren geleden, heel veel jaren.
Omdat mijn lief altijd in de vakantie jarig is, viert ze zelden met andere dan haar gezin haar verjaardag. Daarom weten ook maar weinigen hoe oud ze in werkelijkheid is. Van sommige mensen weet je hun op leeftijd komende proces precies omdat je uren op een oncomfortabele, eigenlijk op de nominatie staande, maar er toch maar weer bijgesleepte tuinstoel moest zitten, net als het jaar daarvoor, en exact dezelfde verjaardagsverhalen als de eerdere edities van het verjaarspartijtje, moest aanhoren, waarin altijd verwijzingen, die er natuurlijk duimendik opliggen, over de leeftijd van de felicitabele in verweven zijn, of beter, waar de verhalen over gaan. Nee, dan mijn lief, ook zonder smeerseltjes en plastische chirurgie houdt zij het jong. En niet alleen van geest.
Een paar jaar geleden, ook viel de vakantie toen toevallig laat, vierde zij thuis een kroonjaar. Het decennium waarin je eigenlijk nog jong bent, zeg maar de jaren van na de late adolescentie en nog voor de vroeginvallende overgang, die gepaard gaat met zweetaanvallen, rode koontjes en urineverlies, waarin kinderen geboren kunnen worden en huizen aangekocht worden waaraan nog van alles gedaan moet worden, maar ja, je bent jong en je kunt zo’n verbouwing makkelijk aan, al zou je vooraf weten wat je achteraf gaat zeggen namelijk, dat je het toch wel een beetje onderschat hebt, met kinderen in en om de luier, een baan daarom gedrapeerd en de schijn van een druk sociaal leven hoog te moeten houden terwijl je aan het klussen bent tot diep in de avond en ook in de weekenden, die jaren sloot ze dus af en het volgende tijdperk waarin wijsheid, rijpheid en verantwoordelijkheid echt een beslissende vorm kregen, brak aan. En dat moest gevierd worden. Ik zie haar nog staan, in de achtertuin, uitgelicht door tuinfakkels en feestlichtstrengen, muzikaal omlijst door een tuinbandje, en omringd door vele vrienden, familieleden en buren. Brede lach, ietwat spottend, vol genot en klaar om te feesten. Stralend.
We konden toen niet bevroeden dat het leven nog weinig fraaie en ongure wendingen in petto zou hebben. Het noodlot is een vreemde kostganger. Maar met zo’n grondhouding als ze toen uitstraalde in onze achtertuin, kom je door allerlei zware en duistere tijden heen. Een houding van leef in het nu, geniet van het moment, hou angst klein en breng hoop tot leven, een attitude waarmee problemen vanzelf veranderen in oplossingen, waar bergen waar je (lees ik) tegenop ziet veranderen in aangename oorden om in rond te dwalen in plaats van verschrikkelijke onherbergzame en onbegaanbare woestenijen waar je nog niet dood gevonden wilt worden, laat staan levend het leven weg voelt vloeien. Het leven is een ballonnetje, je moet hem wel opblazen om ervan te kunnen genieten. Dat is iets wat ik vier als ik de verjaardag vier van mijn lief.
Vandaag moet ze werken. Zorgzaam als ze is heeft ze haar traktaties al de avond van te voren klaar liggen, zelfs voor mogelijke onverwachte gasten op kantoor. Van de een op het andere moment bedacht ze om mee te doen met de in ineens weer hippe, mid-life-gewoonte, dames op de verjaardagskoffie uit te nodigen, van tien tot twaalf uur, zodat de kinderen nog naar en van school begeleid kunnen worden. Dames op de thee, word je dan niet heel middelbaar? Nee, ondanks een terugtrekkende haarpigmentatie, en oude-vrouwen-klachtjes, blijft ze energiek en geïnspireerd. Ze is nog lang niet af, komt nog wekelijks met nieuwe ideeën en plannetjes thuis. Waar ik het al opgegeven heb om bij de tijd te blijven, lukt het haar om haar eigen tijd voor te blijv en tijdig de klok te verzetten. Alleen haar werktijd is ze nog niet de baas.
In gedachten versier ik op haar verjaardag, die toch voor een helft een mijlpaal is, weer haar tentje met ballonnen. Al is het er maar eentje, op haar autoradioantenne. Dat vrolijk opgeblazen ballontje is er een van liefde. Mijn lief is jarig en daarom is het feest. Mijn lief heeft er weer een jaartje opzitten en het jaar was een goed jaar. Dat is wat mij blij maakt, omdat ik weet dat het komende jaar opnieuw een goed jaar zal zijn. Leven met mijn lief is een aaneenrijging van fijne momenten. Dat is wat ik wil vieren op haar verjaardag. Niet stilstaan bij het ouder worden of het jong blijven, maar gedenken dat er al weer een jaar van kwaliteit is toegevoegd aan het collier van het leven.
Dus is het feest.
Een ballontje, een gebakje, en toch ook kadootjes. Want dat hoort bij feest, ook al is het nog geen vakantie, het leven is er mooi genoeg voor, net als mijn lief.

Musical groep 8A: liever Roodkapje dan Zwartpetje, of hoe een jager vegetariër werd

Sprookjes zijn een sleur voor sprookjesfiguren. Groep 8A nam vanavond afscheid van school met een zelfgeschreven musical. Creativiteit alom. Slimme vondsten op het podium: als de wolf zijn dagelijkse kostje grootmoeder en Roodkapje eet, is dat te eng voor de kijkers en wordt er een gordijn voor gehouden door leerlingen. Af en toe klinkt er een kreet van pijn van oma. Het gordijn beweegt mee en soms steekt er een koppie bovenuit,guitig. De wolf beklaagt zich over de elke dag terugkerende plicht om oma op te eten en als toetje Roodkapje. Ook Roodkapje zegt de sleur moe te zijn als zij eerder op de dag voor de zoveelste keer koekjes moet rondbrengen door het bos.. Zelfs Sneeuwwitje moppert over de gifappel, ook het dag in dag uit doodvallen is ook echt niet leuk om te doen, ook dat valt echt niet mee, hoor. Elke dag maar weer trouwen is voor Assepoester routine, en de Kleinduimpje baalt van zijn kingsize laarzen (uit balorigheid trekt hij de muiltjes van Assepoester aan).

Zelden heb ik zo gelachen om kindertheater als vanavond. Leuke vondsten, grappige uitdossingen, jongens in damesrollen, dwergen op hun knieën, een jager die plots vegetariër wordt en snelle wisselingen van zelfgeschilderde decors. Mooie scènes als de hele meute sprookjesfiguren in het huisje van de heks binnensluipt en haar make-up-voorraad plundert. Geroutineerd maken de meiden cosmeticabewegingen, dat doen ze dus elke ochtend als ze de badkamerdeur op slot houden, tijdens het ochtendspitsuur. En de musical had mooie liedjes op basis van evergreens (Friday On My Mind, Walk Like An Egyptian, Right to Party) met duidelijk gezongen teksten, die niet te langdradig warden. Prima afscheid.

Mijn eigen dochter op het podium, tijdens het afscheidslied. Als vader heb je dan heel wat weg te slikken. In een flits zag ik haar eerste stapjes op het schoolplein, op weg naar de kleutergroep. Naast mij zat haar juf van een paar klassen terug, ze had het goed bij haar. Op het podium staat ze tussen haar vriendinnen. Ik heb er heel wat giechelend en fluisterend aan de lunchtafel gehad. Sommige van hen hebben in gedachten de basisschooltijd al verlaten, andere zouden nog langer willen blijven. Nog even en ze gaan de wijde wereld in, als Roodkapjes. Gelukkig was het donker en zag niemand mijn linkerhand die ooghoekjes droogwreven.

De agenda en de Converse-tas staan klaar voor volgend jaar. Het kaftpapier en de geodriehoek zijn aangeschaft. Op de middelbare school zullen we nog minder komen dan in de afgelopen jaren in de bovenbouw. Onze basisschooltijd is voorbij.

De sprookjesfiguren losten hun probleem (omgetoverd door een briljante gespeeld heks) eigenhandig op. Als de leerlingen al hun problemen zo kundig oplossen als in het stuk, komt het helemaal goed met ze. Aan het eind had iedereen de eigen rol, het geijkte kostuum en de vertrouwde sleur weer terug. Een levensles in het klein: hoe reageer je op veranderingen? Door jezelf te blijven en vanuit je vertrouwde wereld te opereren. Slimme kinderen dat ze dat weten te verwerken in een sprookjesmusical.

Hoogersmilde verstoort onze middag

Met onze kleine rode wagentje, een nog net niet old-timerige Fiat 500, reden mijn dochter en ik naar de stad. Doel cadeautjes te kopen voor de verjaardag van moeder. Normaal gaan we op de fiets, maar de herfstwind en najaarsdruilregen van deze zomer joegen ons de auto in. We zetten de Fiat in de parkeergarage vlakbij de Vismarkt. Lekker dichtbij onze cadeauwinkel en bovendien is die garage knetterkrap, gebouwd voor auto’s van voor 1989. De bijna haakse bochten zijn met hedendaagse brede bolides nauwelijks te maken. Althans, getuige de krassen op onze modernere auto. Maar ons Italiaantje lukt dat vol verve, ondanks het ontbreken van stuurbekrachtiging.

De presentjes waren gauw gekocht. Dan nog even funshoppen en paraderen over de Herestraat. Hand in hand stapten we langs de winkels. Zo lang het nog kan, wil ik haar warme, zachte knuistje in mijn hand voelen. Nog even en er komt een vriendje in beeld, en ik er uit.

Uit een winkel klonk een zomerhit. Dochter neuriede mee. Een vrolijk deuntje, dat ze begeleidde met een plezierig huppeltje. We liepen naar de parkeergarage en merkten dat het warm geworden was. De zomer was dan toch gekomen. Even de auto pakken, de parkeergarage uit en dan op volle toeren door de stad naar huis crossen. Raampjes open en de oude Sony-radio op een prettig volume. Wij zijn ouderwets, dus luisteren we naar de publieke zenders. 3FM en Radio 2 staan voorgeprogrammeerd.

Maar hoe we ook op knopjes drukten, tikken uitdeelden aan het oude autoradiootje, en ik zelfs in de file op het Emmaplein met mijn hand de antenne op het autodak verzette, er kwam geen geluid uit de speakers. En de raampjes stonden juist zo lekker open. Geen Radio2, stilte op 3FM en geen klassieke noot te horen op de frequentie van Radio4. Alleen de commerciële stations kregen we te pakken. Zo belandden we in de muzikale woestijn van 100%NL. Dat durfden we onze omgeving niet aan te doen. Of de raampjes dicht, of de radio uit. Omdat de Fiat geen airco kent, ging het geluid eraf. Zuur staarde ik naar de radio. Thuis heb ik nog een andere radio liggen, die moet er maar in, sprak ik technisch zwak onderlegt, maar overtuigend tot mijn dochter. Ze knikte in stilte.

Gelukkig ben ik niet zo voortvarend. Thuisgekomen liet ik de autoradio voor wat ie was: stil en nikszeggend. ’s Avonds ontdekte ik waarom we de FM-stations niet konden ontvangen. Het lag niet aan het ontvangst, maar aan de zender. De zendmast in Hoogersmilde is in brand gevlogen en is ingestort. Geen publieke zenders op de radio. Nou ja, we hebben in ieder geval onze verjaardagscadeaus.

Gelukkig hebben we de beelden nog:

 

Johnny, prikkeldraad en gênante sensatiezucht

Dat de Tour de France lijden impliceert hoeft na vandaag geen nadere uitleg. Ik miste de aanrijding van de kopgroep. Over lijden gesproken. Net na het incident schakelden wij de tv in. Uit het commentaar begrepen we dat Johnny H. met virtuele bolletjestrui en al van de weg gereden was door een zwarte auto en in het prikkeldraad beland was. Hij kon geen kant op. Althans volgens de tv-commentator. Nogmaals: ik had het niet gezien.

Vervolgens gebeurde er iets vreemds met mij als kijker. Gênant om te vertellen, maar ik wilde direct de beelden zien van het ongeluk. De regie liet mij vanmiddag smachtend wachten op de bank. Onder het motto ‘de Tour wacht op niemand’ racete de kopgroep door en de Franse TV volgde de koplopers. Logisch begreep ik later, toen ik hoorde dat de schuldige auto van de Franse TV bleek te zijn. Die moesten even overleggen hoe te handelen. Wel of niet laten zien hoe stompzinnig een van hun medewerkers was.

Ineens onderbrak een herhaling van de manoeuvre de live-reportage. Met grote ogen keek ik naar de lancering van de twee coureurs. Ik slaakte een kreet en voelde een rilling over mijn rug gaan. De kreet ging over in een vloek, scussi. De herhaling duurde maar kort. De actualiteit van de koers eiste alle aandacht op. Natuurlijk was ik ook benieuwd naar de afloop van de etappe. Maar ik wilde eigenlijk bij de getroffen rijders blijven. Met al die media op motoren en in auto’s zou het toch niet teveel gevraagd zijn een cameraman en straalverbinding te regelen op de plek des onheils? En graag geluid, om het kermen en schelden vast te leggen. Sport is emotie, verliezen helemaal en het noodlot ontmoeten nog meer. Technisch is het toch mogelijk om met een split-screen het ritverloop en de reddingsoperatie te volgen? Maar niets, geen moment van de commotie rondom het slachtoffer te zien. Ja, toen hij alweer op zijn fiets zat, en door een uit een rijdende auto hangende Tour-dokter een hansaplast kreeg opgeplakt, dat kregen we keurig in beeld. Maar hoe de ijzeren haken van het prikkeldraad uit de bil en benen werden getrokken, hoe Johnny schreeuwde van de pijn, hoe zijn verzorger de resten van de koersbroek wegknipte en hem een schone broek over de gehavende billen trok, het kwam niet in beeld. Ik bleef kijken naar de reportage in de hoop later nog wat te kunnen meepikken van de horrorbeelden. Tevergeefs.

’s Avonds toonde de tv de renner na afloop van zijn rit. Hij werd gevolgd bij zijn huldiging. Met moeite kon hij op het ereschavot komen. Ook stond er een camera bij het ziekenhuis waar hij 33 hechtingen kreeg. Maar van het ongeluk en de nasleep waren er alleen de live-beelden. Alsof iemand had besloten dat het niet goed voor het imago van de Tour was, om de gevolgen van de roekeloosheid in beeld te brengen. Of beter, voor het imago van de Franse TV.

In de late avondvoorstelling van Smeets kreeg het volk te zien wat het met je doet, als je met een vaart van 60 km / uur het prikkeldraad ingereden wordt. De achterkant van het linkerbeen is tot aan de bilnaad bedekt met langwerpige, diepe wonden. Bloedsporen zijn provisorisch weggeveegd, sommige wonden lekken alweer bloed. Van de koersbroek is weinig meer over. Gehavend is een understatement.

Ik heb met bewondering gekeken naar de coureur die na te zijn losgepeuterd uit het prikkeldraad, de koers uitreed en meer dood dan levend over de finish kwam. Doorzettingsvermogen heeft een naam. En als ik in de spiegel kijk weet ik hoe je er uit ziet als je je schaamt voor je eigen genante sensatiezucht.

Tour de France met Luther en Calvijn

willem_oranjeDe Tour, ik kan er maar niet inkomen dit jaar. Ik probeer de stukjes in de krant te lezen. Met mijn zoon aanschouw ik de etappe op tv. Op internet surf ik langs de uitslagen. Veel namen van renners zeggen me niets meer. En ook de shirts herken ik nauwelijks. Op tv raak ik pas geïnteresseerd als er een mooie kerk of een krachtig kasteel in beeld komt. Of zoals laatst een fijne brug. Helikoptershots van het peloton beschouw ik als rijdende balletstromen. Kortom: ik let op het randgebeuren. De kern van het fietsen gaat aan mij voorbij.

Hetzelfde gebeurt mij bij schaatsen, jammer genoeg krijg je tijdens een tien kilometer geen kerktorens in de sneeuw te zien. Ook bij voetbal komt geen paleis in beeld. Sport is een bijzaak geworden. Ik kijk uit gewoonte, maar niet van harte.

De sporters zijn ook zo jong.

Nee, ik heb mij vandaag dan ook maar bezig gehouden met het zoeken naar een citaat van Luther. Ook Erasmus en Calvijn stonden op mijn google-lijstje. Voor alle duidelijkheid, ik schrijf een hoofdstuk voor een geschiedenismethode. Het gaat over de tijd van de Ontdekkers en Hervormers, vandaar. Andere hoofdpersonen in het hoofdstuk zijn Columbus, Karel V en Willem van Oranje. Van mijn hoofdredacteur moet ik meer Willem van Oranje erin verwerken. Na de niet echt succesvolle speurtocht naar Luther (in welk geschrift eist hij gehoorzaamheid aan de vorst, hoe slecht die ook is?), heb ik niet veel puf meer om ‘er meer Willem van Oranje’ in te stoppen.

Morgen met frisse moed maar weer verder gaan. Alhoewel, morgen komt de Tour enkele leuke beklimmingen tegen, levert mooie landschappen en uitzichten op. Boeiend om te bekijken. Wie weet is er nog wel een mooi stuwdam te zien. Dan moet Willem maar wachten.