Hypermarché 19-8-2011

Het is bijna fris in de luchtgekoelde hal van de hypermarché. Met uitzicht op de uitgang zit ik op de grond bij te komen van een drukke dag. Hond P. slobbert zijn water op, hijgt, trekt nog een keer aan zijn lijn. Dan legt hij zijn trillende lijf op de koele tegels. In zijn favoriete houding , op zijn zij,ligt hij te kijken naar het winkelend publiek.

Rechts van ons staat een vrouw op een publiek computerscherm te tikken. De gebaren zijn venijnig. Kort af wijst ze op het scherm, trekt met lange halen de aandacht van haar vriendin, die achter een vetgevuld boodschappenwagentje aan een fles mineraalwater lurkt. Ze wijst op het apparaat, ik kan het boze zweet onder de dikke armen bijna ruiken. Ik kan niet goed zien of het een gokcomputer is of een geldautomaat. Boos loopt ze weg, haar arm maakt een boze opwaartse heffing. Later zie ik dat het een fotocomputer is. Mooi was ze inderdaad niet.

Er lopen twee net pubermeisje langs. De prille jongedamesbenen bloot onder niets verhullende rokjes, al valt er weinig te verhullen. Het bh- tje dat uit het hempje plopt, heeft geen functie dan versiering. Naïef tikken ze op hun mobieltjes, alsof de wereld staat te dringen om contact met hen op te nemen.

Zeven gezinspakken vlees torst de jonge Fransman mee. Hij is het type ik rij 70 waar 30 is toegestaan en ik kleef aan elke bumper. Korte donker haar, vlassige ringbaardje, wit shirt en fletse spijkerbroek. Hij haast zich, alsof de BBQ al staat te roken. Het halve varken dat schuilgaat in zijn voorverpakte vleespotten zal geofferd worden aan de losbandigheid van de augustuszomeravond.

Naast de vleesgier, inspecteert een oudere maar nog niet bejaarde dame, de voorgedrukte wenskaarten. Haar zwarte katoenen jurk was ooit elegant, maar oogt nu verwassen. De zweetplekken van de overgang zijn te zien vanaf mijn ver verwijderde positie. Ze leest en keurt de tekst. Een afzichtige rode kaart met gouden cijfers uitstekend geschikt voor het bruidspaar met hun zestigste huwelijksdag. De kaart gaat mee in de tas. Zwierig loopt ze langs, de hakken tikken kittig op de tegels van de LeClerc.

Twee slechtziende kleuters, met bolle billen, bolle buikjes en bolle brillenglazen, krijgen van hun moeder een lollie. Hun broer is gezegend met goede ogen, hij weigert de dikmakers en loopt gezond met een appeltje. De forse moeder duwt een wagentje vol vettigheid de parkeerplaats op. Het contrast met de bleke, eenzame, bang kijkende jongedame is enorm. Zij loopt met slechts één boodschap de supermarkt uit: een doos koekjes.

Uit de brasserie tegenover me, komt een jonge zakenman. Gekleed in een linnen pak, loopt hij op klikkende schoenen langs. Te lang kijkt hij mij aan. Hij ziet een baard van een week, een vermoeide blik, blote benen en bevlekte korte broek. Hij bekijkt mij nadat ik een ochtend door de hitte gelopen had met de hond. Mijn gezin doet boodschappen in de koele hypermarché. Ik zit in de hal en denk aan koud bier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.