Kamperen is afzien en een test voor je relatie 13-8-2011

Kamperen is afzien en een test voor je relatie. Eigenlijk begint dat al in de auto. Het kaartlezen en het opvolgen van de daaruit volgende instructies is een balanceren op een hooggespannen draad boven diepe afgronden. In een geoliede relatie rijdt de bestuurder direct de opgegeven route die de bijrijder opgeeft. Als de bestuurder twijfelt moet de bijrijder dat kunnen accepteren. Het is natuurlijk een deuk in je ego als je moet toegeven de weg niet goed hebt afgelezen uit de Michelin. Fout loopt het als na een bijsturing van achter het stuur, de bijrijder de kont tegen de krib gooit. Niets meer zeggen of nog erger foute informatie geven is dodelijk voor je verhouding. Helemaal overtreffend in ellende is het om schamper te lachen als blijkt dat de genoemde maar verworpen routeinformatie toch juist is, en de auto zich steeds verder verwijdert van het reisdoel. Zo’n lachje krijgt een echo in de relatie en zal de splijtzwam worden in het verloop van de verhouding.

Kom je door de vuurdoop van het kaartlezen, om over kritiek op de rijstijl te zwijgen, dan volgt het opzetten van de tent. Tip hierbij is om de meest ervaren persoon de leiding te laten nemen en te vragen naar wat je moet doen. Stel je dienstbaar op. Gebruik duidelijk woorden, laat je commanderen. Een tent opzetten doe je niet in je eentje, maar met twee kapiteins komt het schip onherroepelijk vast te zitten.

Staat de tent dan moet je alsnog oppassen. Verdeel de taken eerlijk, laat de ander doen waar ie goed in is, deel complimenten uit en ga je nooit uitsloven door alle kampeertaken op je te nemen. Dus de een kookt, de ander wast af. Als er voor je brood gehaald wordt in de kampwinkel, maak jij het vuurtje voor de avondromantiek.

We zagen het vandaag misgaan op onze camping. Terwijl wij de taken uitstekend verdeeld hadden (ik las een boek, Mijn Lief maakte de stacaravan schoon) hoorden wij ineens het gerinkel van een fles die over het veld gegooid werd. Sinds eergisteren staat er een gezin (type oudere man met cap en halfkorte broek, net begonnen aan de tweede leg bij nieuwe vrouw met kind uit eerdere relatie en zwanger van hun gezamenlijk nachtelijk gezwoeg) in een tent. Het was al opgevallen dat hij veel rondliep over het terrein. Samen voetballen of vliegeren met het jongetje, de relatie moest duidelijk opgebouwd worden. Samen gebeurde er weinig, man en vrouw leefden langs elkaar heen. ‘Wat doe je nu? Je lijkt wel een klein kind dat zijn zin niet krijgt.’ De vrouw probeerde het zachtjes te roepen. De man geneerde zich niet: ‘Ik loop de hele dag de benen uit mijn lijf en krijg alleen gezeur te horen van jullie.’ Kijk dat bedoel ik, niet goed de taken verdeeld, jammer. De worstjes waren aangebrand. ‘Ik kan niets goed doen,’ ging de man verder. Ik moest mij bedwingen om mij niet om te keren en uitgebreid te kijken. Mijn boek hield ik als alibi voor me, las niet meer en hoorde hem sissen dat dit de laatste keer kamperen was. ‘Ik heb het helemaal gehad.’ Het kind redde de situatie. Als een volleerde vredestichter zei hij dat hij de worstjes heerlijk vond. Later werd het jongetje door zijn moeder voorgelezen, hij schaterde het uit. De man rommelde in zijn Volvo. Waarschijnlijk zocht hij bij het licht van het dashboardkastje op de ANWB-routekaart de snelste weg terug naar Nederland.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.