Vuur op de kampeerplaats 10-08-2011

Voor onze kampeerplek is een vuurplaats. Het is een oude veld van een vrachtwagen. Verroest en met as bedekt. Rondom het terrein mogen we hout sprokkelen. Elke avond zie je stoere vaders de bossen in gaan op zoek naar brandstof. Ik volgde natuurlijk. Met bergschoenen aan, maar met blote benen zocht ik mijn weg door brandnetels, bramenstuiken en prikkeldraad. Binnen de kortste keren liep het bloed uit mijn kuiten en kon ik de schrammen al niet meer tellen. Ach, ondertussen ben ik wel weer gewend om door het struikgewas en door de modder te struinen, op zoek naar iets van waarde. Je komt in ieder geval weer eens in contact met de natuur. Ik keek goed uit en zo groeide de stapel hout gestaag. Ik vond takken en kleine stammetjes die op het oog droog genoeg waren voor ons kampvuur.

In een grote IKEA-tas legde ik de voorraad neer. Na een kwartiertje had ik voldoende bijelkaar gesprokkeld. Ik kon de tas net nog dragen, al moest ik bij elke stap bergopwaarts mij moed in spreken. In een heel rustig tempootje kwam ik boven. Als goed voorbereide kampeerder kon ik nu de bijl gaan gebruiken. Keurig hakte ik de grotere takken in hapklare houtblokken. Mijn zoon verzamelde kleine aanmaaktakjes en met wat oude kranten kregen we het vuur redelijk aan. Sommige houtstukken bleken toch nog te vochtig te zijn. Rook kringelde al snel omhoog voor onze stacaravan.

Het is heerlijk om een vuurtje te hebben. Met Mijn Lief zat ik gisterenavond bij ons vuur. De kinderen hingen bij hun campingvriendjes en kwamen pas bij de laatste houtjes terug. Tot dat moment had zich al heel wat romantisch gedoe afgespeeld bij het vuur. Om eerlijk te zijn kwam het neer op stilzwijgend naar de likkende vlammetjes staren en met een dikkere tak het vuur oppoken. ZO verdween tak na tak, ook de vochtige stammetjes branden uiteindelijk. Geen gedoe met marshmallows of met te poffen aardappeltjes, nee gewoon kijken naar de tinten oranje en rood en blauw in het vuur. Opletten dat de rook niet in je ogen kwam. Ik ploinkte wat op de gitaar. En zo werd de vurige idylle net echt.

’s Ochtends ligt de vuurplaats er onschuldig bij. De witte as bedekt de bodem. Al wat een houten substantie was, is verdwenen. Ook de pookstok is verteerd door het vuur. De IKEA-tas is leeg. Er wacht een klusje. De bijl moet straks weer gehanteerd worden. Wie wil genieten moet aan de slag. Geluk, daar moet je wat voor doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.